Verklaring van dienstplichtig sergeant G.J.T. Papenburg
Verklaring afgelegd door den dienstplichtig sergeant G.J.T. PAPENBURG van
Mitrailleurcompagnie I-29 R.I. in de vergadering der Commissie
Militaire Onderscheidingen d.d. 5 Juni 1947.
----
Wij lagen ingekwartierd in Megen. Bij Oyen zijn wij over de pontonbrug gegaan en vandaar richting Dreumel, waar wij omstreeks 11.30 uur aankwamen. Daar zouden wij worden ingekwartierd. Wij moesten echter doormarcheeren naar Tiel over de Waal. Vandaar gingen wij rechtstreeks naar Maurik en Wijk bij Duurstede. Daar waren wij Zaterdag omstreeks 15.30 uur. Wij zijn daar gebleven tot Zondag 16.00 uur. In Dreumel hebben wij gegeten en ook in Wijk bij Duurstede. In Wijk bij Duurstede kregen wij gelegenheid om te slapen.
Den volgenden dag zijn wij gemarcheerd naar Leersum en aldaar geladen op een compagnie van een autobataljon. Toen zijn wij gegaan richting Amerongen. Wij hebben ongeveer een half uur gereden en zijn toen blijven staan tot 's morgens 3 uur. Daarna zijn wij verder gegaan; eerst met de auto en daarna loopende. Ik weet niet meer, waar wij toen kwamen, wel herinner ik mij, dat wij bij de Paaschberg zijn geweest, vlakbij Achterberg. Bij Remmerstein kregen wij 's morgens eten. De Compagniescommandanten gingen toen naar den bataljonscommandant. Daar ontvingen wij tegelijkertijd brood. Wij moesten daarna onder het viaduct door en kwamen Zuid van den spoorweg. Wij moesten oprukken richting kompasstand 26.5 totdat wij nadere orders zouden krijgen. Bij den Ruiterweg [Ruiterpad, Achterberg] kregen wij bevel om halt te houden. Daar moesten wij in stelling komen met de mitrailleur (om 9 uur).
(Ik stond onder bevel van den Kapitein STEVENS). De schootsrichting was een boschrand in Zuidelijke richting (Oostelijke uiteinden van de Leuwendaalscheweg [Levendaalscheweg]). Wij zijn gebleven bij de korenmolen. Ik had een stuk staan bij de school (Oostelijk van de molen). Het andere stuk stond ongeveer 75 meter verder Zuidelijk bij een boerderij. De Kapitein STEVENS was geregeld in de buurt; waar de Luitenant RUWARD was, weet ik niet.
Wij waren ingedeeld bij de 3e compagnie, die reserve was. Van de eigen troepen wisten wij verder niets af. Juist voor wij in stelling kwamen, kregen wij vuur uit een boom 250 à 300 meter voor ons. Met een mitrailleur is deze boomschutter eruit geschoten. Toen kwamen wij in stelling en kregen wij uit een loods aan den Cuneraweg Duitsch mitrailleurvuur. Wij hebben daarop het vuur geopend totdat het mitrailleurvuur ophield. Anderhalf uur later is er iemand van de Verbindingsafdeeling heen geweest. Ik heb dit zelf van den man gehoord. Hij vond lijken en een mitrailleur.
Toen kregen wij uit een korenveld Zuid van ons (richting Protestantsche kerk) mitrailleurvuur. Daar hebben wij op gevuurd. Kapitein STEVENS kwam bij ons en toen zijn wij samen in de korenmolen gegaan. Daar hadden wij beter uitzicht. Mijn bedoeling was om een stuk in de korenmolen op te stellen. Op het moment, dat ik daar naar toe ging, kreeg ik vuur van achteren (uit de richting kilometerpaal 26). Ik vermoed, dat het van 20 R.I. was (het was mitrailleurvuur van eigen troepen). Ik had op dat moment geen enkelen ordonnans ter beschikking. Ik kon op een gegeven moment niet terug en daarom heb ik den man van het Zuidelijke stuk gezonden naar de troep, die achter ons zat. Ik heb nooit meer wat van dien man gehoord.
Daarna kwam de Kapitein STEVENS bij mij en kwamen er troepen terugtrekken. Ik heb hen nog een tijd tegengehouden en hen gelast om daar te blijven. Aanvankelijk heeft dit ook geholpen, doch er kwamen er steeds meer, die teruggingen.
Van het Oostelijke kruispunt van Achterberg kregen wij (vermoedelijk) Duitsch mitrailleurvuur. Wij moesten toen terug. Dat deed ik uit eigen beweging. Ik werd in mijn rug beschoten en had daar geen dekking. Het stuk bij de school heb ik toen verplaatst naar de Protestantsche kerk. Het andere stuk heb ik niet meer gezien totdat wij bij Elst aankwamen.
Wij zijn teruggegaan naar den Cuneraweg. Bij het viaduct kregen wij vliegtuigen boven ons, die hun bommen lieten vallen. Ik was daar nog enkele honderden meters vandaan. Er zijn dooden gevallen. (Het was toen ongeveer 16.30 uur). Wij zijn in Noordelijke richting teruggegaan langs den Cuneraweg. De heele troep trok daar terug. Wij hadden hiervoor geen opdracht. Ik heb den Kapitein STEVENS daar niet meer gezien.
Bij Elst werd weer een frontlinie gevormd. Ik heb nog een tijd gevuurd op de driesprong Cuneraweg – Ruiterweg. Op de vijfsprong Oostelijk van Achterberg zaten inderdaad Duitschers. Wij kregen toen weer vuur zoowel uit Oostelijke als uit Zuidelijke richting.
Ik herinner mij niet meer een verklaring over den Kapitein STEVENS te hebben onderteekend. Ik herinner mij ook niet, dat ik hiervoor bij den Kapitein VROLIJK ben geweest.
Ik had vertrouwen in den Kapitein STEVENS. Wij zijn samen naar de molen geweest en dat geschiedde onder vuur. Hij was een goed commandant, maar bijzonderheden kan ik daar verder niet over mededeelen.
Soldaat BIJL F.A. (van de 4e sectie van de Mitrailleurcompagnie) was een flink soldaat. Hij was moedig. Ik kan niet zeggen, dat hij bepaalde heldendaden verricht heeft. Evenmin kan ik zeggen, dat er iemand meer gedaan heeft dan zijn plicht was om te doen.
's-Gravenhage, 5 Juni 1947.
(get.) G.J.T. Papenburg.
Opgenomen: FMV.
Typ.: K.
|
