Verklaring van dienstplichtig sergeant M. Roffel
Dienstplichtig Sergeant ROFFEL, M., verklaart bij zijn verschijning
voor de Commissie Militaire Onderscheidingen, op 3 Maart 1947:
Op 12 Mei 's morgens ben ik met het Bataljon naar voren gegaan en heb de Majoor van der PLOEG achter op de motor meegenomen tot op de Grebbeberg. Hierna ben ik teruggegaan naar de Compagnie. Ik had gemerkt dat het Bataljon [Compagnie] van Kapitein FRANSSEN bevel had ontvangen om terug te trekken en meldde ik dit bij Majoor van der PLOEG, die toen woest werd. Hierna ging ik met de Majoor achter op de motor naar Rhenen, richting Elst. Plm. 1 Kilometer buiten Rhenen troffen wij daar Kapitein FRANSSEN waar de Majoor toen een woordenwisseling mee had. Hij trok zijn revolver en dreigde hem dood te schieten indien hij niet direct terug ging met zijn Compagnie, wat hij toen deed. Ik reed door naar Amerongen en heb tegen de officieren, die bij elk groepje liepen gezegd dat zij in opdracht van de Majoor hun stellingen op de Grebbe weer moesten innemen. Daarna ben ik terug gegaan naar Majoor van der PLOEG, op de Grebbe. Ik moest toen uitrustingsstukken halen voor Kapitein VAN DER SPEK in Leersum. Hij had niets daar hij pas ontslagen was uit het ziekenhuis en hoewel half blind toch de Compagnie wilde volgen naar de Grebbe. Terugkomende wilde ik mij melden bij de Majoor en hoorde dat hij naar voren was gegaan. Hoewel de weg aan beide kanten onder vuur stond ben ik doorgereden naar voren en vond de Majoor bij de stoplijn midden op den weg waar hij commando's stond te geven. Rechts van de weg stond een zware mitrailleur op een kar opgesteld druk vurende door een soldaat. Ik weet zeker dat die man die vuurde klein was. Even nadat ik aankwam werd Majoor van der PLOEG in zijn been getroffen. Hij wilde niet weg maar heb ik hem overgehaald om te dekken. Wij zijn in een greppel gaan liggen van waaruit hij zijn commando's voort zette. Hij kreunde erg. Ik wilde hem nog whiskey geven maar dit wilde hij niet. De pijn werd steeds heviger, hij zei toen: "Breng me maar weg". Ik commandeerde een paar soldaten om te helpen Majoor van der PLOEG op de motor te krijgen, maar niemand had er trek in. Het is mij toen zelf gelukt dit te doen, waarna wij onder een prachtige kogelregen naar de hulpverbandplaats reden noord-west van Rhenen waar ik de Majoor achterliet.
Ik reed terug naar mijn Compagnie en meldde mij bij Luitenant van den BOOGERD die inmiddels het commando had overgenomen. Kapitein FRANSSEN heb ik niet meer gezien. Ik kreeg verschillende opdrachten en heb steeds heen en weer gereden van de Grebbe naar het viaduct, onder andere gewonden weggebracht. Een gewonde korporaal werd onderweg achter op de motor nog in zijn schouder getroffen.
Hierna ben ik met de Compagnie onder Luitenant van den BOOGERD in de nacht van 12 op 13 Mei teruggetrokken achter het viaduct, enkele groepjes bleven achter om de terugtocht te dekken. Wij zaten in stellingen en huizen en schoten van daaruit op de vijand die zich in het hoekhuis verschanst hadden. Met alle mogelijke middelen, zware mitrailleurs, lichte mitrailleurs en ik meen ook een stuk Pag. schoten wij daarop. Ten laatste kwamen de duitschers eruit en merkten wij dat zij verschillende krijgsgevangenen hadden gemaakt die met hun handen omhoog voor hen uit moesten loopen in onze richting. Wij slaagden erin het vuur over de krijgsgevangenen heen te leggen waarna het hen gelukte zich weer bij ons te voegen.
Onder hen bevond zich ook een Sergeant A. Zwier, men kon niet zien of hij Nederlander was daar zij verschillende kledingstukken uit hadden moeten trekken. Ik bracht hem naar de commandopost van den kolonel, waar hij veel moeite had om zich te identificeeren. Later kreeg hij weer uitrustingsstukken. Terwijl wij stelling hadden in Rhenen werd Rhenen plat geschoten.
Na het bombardement kregen wij opdracht terug te trekken achter de waterlinie, hetgeen gedeeltelijk 's nachts is geschied.
Betreffende Luitenant van den BOOGERD: Deze heeft zich buitengewoon heldhaftig gedragen. Hij heeft zelf geschoten en was overal bij waar hulp noodig was. Hij trok zich van het vuur niets aan. Het is aan hem te danken dat de rust van de troep bewaard is gebleven.
's-GRAVENHAGE, 3 Maart 1947
(get.) M. Roffel
Opgem.: J.v.d.B.
|
