Verklaring van dienstplichtig soldaat B.H. de Rijke
Verklaring afgelegd door den dienstplichtig soldaat B.H. DE RIJKE van M.C.-I-29 R.I. in de vergadering van de Commissie Militaire Onderscheidingen van 16 JUNI 1947.
Ik was ingedeeld bij de Compagnie van Kapitein STEVENS, en de sectie van Luitenant RUWARD. Twee stukken van deze sectie zijn steeds bij elkaar gebleven, met het derde stuk is later het verband verbroken. Dit stuk is tenslotte in Amsterdam terecht gekomen. De Commandant van dit stuk moest voeling houden met de luitenant Ruward, doch heeft dit niet gedaan.
We zijn in den nacht van 12 op 13 Mei in het Remmersteinschebosch afgeladen, komende van Wijk bij Duurstede. Twee stukken hebben eerst op de spoordijk gestaan en aldaar vuur afgegeven op boerderijen. Daarna zijn we gegaan naar het terrein bij een molen over de spoorbaan waar we in stelling kwamen en eveneens gevuurd hebben. We kregen vuur uit een soort kazemat 500 à 600 meter voor ons. Daarachter was een bosch, waaruit Hollandsche krijgsgevangenen zonder veldjas met de handen omhoog kwamen. Er achter liepen militairen met het geweer in de aanslag. Hierop hebben wij uit eigen initiatief niet gevuurd, omdat ons dit te gevaarlijk was met het oog op de Hollandsche krijgsgevangenen.
Van DIGGELE en ik waren om beurten No.1 en 2 bij het stuk. We kregen ook vuur van achteren. Ik ben daarom met de luitenant naar een heg gegaan die om een boerderij liep. De luitenant ging langs de eene zijde, ik langs de andere. We vonden een paar revolvers en een geweer waarin vijf patronen zaten, waarvan er een was verschoten. Daarna zijn we weer naar het stuk teruggegaan. Uit een huis zagen we witte lichtkogels omhoog gaan. Ik veronderstelde dat in dit huis de militairen terecht gekomen waren, die onze krijgsgevangenen uit het bosch hadden gedreven.
Een kapitein kwam later bij ons en vroeg of wij gevuurd hadden. We mochten vanaf dat moment geen vuur meer afgeven zonder zijn bevel. Later werden we door bommen bestookt en ontvingen we artillerievuur. Het was toen niet meer te houden en de luitenant RUWARD gaf bevel terug te gaan. We kwamen achter een dijkje en zagen in de bosschen soldaten met helmen. Hierop hebben we gevuurd. We kregen nu ook vuur uit de boomen en van op zij en van achteren. Het was inmiddels schemer geworden. We kregen order om ons in het bosch links en rechts van den weg te verspreiden. Aldaar zijn we gebleven tot ongeveer 23.00 uur van 13 Mei. Toen we contact op wilden nemen met anderen, bleek niemand meer aanwezig te zijn. We zijn daarom teruggegaan.
Onderweg hebben we een stuk pag. met bediening meegenomen. De trekker was niet aanwezig; de bediening droeg de granaten. Ook mortieren kwamen bij ons. De luitenant RUWARD heeft al deze militairen bij elkaar gehaald en ze onder zijn commando gehouden. Onderweg kwam ook nog een kapitein en een Majoor bij ons. Toen we in Doorn kwamen kwam een auto met twee soldaten, die beweerden dat pantserwagens achter ons aankwamen. De kapitein en de Majoor zijn toen met een auto in de richting Utrecht gegaan, zoodat de luitenant RUWARD alleen met ons achterbleef. De pantserwagens hebben we niet gezien. We marcheerden zoo, dat we ze bij nadering zouden kunnen bestrijden.
Bij Utrecht gekomen werd onze munitie bij een versperring aan de Biltstraat afgenomen. Het stuk pag. bleef hier achter, de bediening daarvan ging verder met ons mee naar het Vreeburg. Ook onze beide stukken zijn steeds meegenomen. Van het Vreeburg zijn we naar een kazerne gegaan waar we onze Compagnie met de kapitein weer aantroffen. In die kazerne hebben we gerust van 11.00 tot 15.00 uur van 14 Mei.
Bij Achterberg zat de Mitrailleurcompagnie vooraan, voor de infanterie uit. De luitenant RUWARD was een flink militair, die wist aan te pakken. Hij liep voorop en riep ons dan toe hem te volgen. Hij heeft twee of drie schoten door zijn jas gekregen. Dit liet hij ons later zien. Twee seiners van onze Compagnie kwamen uit het voorterrein terug waar ze geschoten hadden. Deze zijn dus nog verder naar voren geweest dan wij. Hun namen weet ik niet meer.
De luitenant RUWARD was om beurten bij het eene en bij het andere stuk.
Bij het terugtrekken hebben van DIGGELE en ik twee gewonden mee genomen op de mitrailleurkar. De mitrailleur werd met de hand meegesleept. Een van deze gewonden hebben we in een huis achter gelaten alwaar hij naar ik later gehoord heb is overleden. Hij moet aanvankelijk in de tuin van dat huis begraven zijn. De andere gewonde hebben we overgegeven aan twee Roode-kruissoldaten met een brancard.
's-Gravenhage, 16 JUNI 1947
B.H. de Rijke
Opgemaakt M.
Typ. F.
|
