Verklaring van dienstplichtig soldaat B.J. Warmenhoven
Dienstplichtig soldaat WARMENHOVEN, B.J., verklaart bij zijn verschijning
voor de Commissie Militaire Onderscheidingen, op 21 Mei 1947:
Ik was oorspronkelijk bij 1-1-R.H., maar werd ingedeeld bij Majoor PANNEKOEK van I-20 R.I.
Wij zijn naar voren gegaan. Ik heb berichten overgebracht, troepen opgevangen, etc. Met Majoor PANNEKOEK ben ik nog op patrouille geweest langs de spoorlijn. Er zouden duitsers gesignaleerd zijn bij Achterberg kruispunt Wageningen.
Op een gegeven ogenblik werden er vrijwilligers gevraagd om de menschen te waarschuwen dat er landmijnen lagen op de Cuneraweg voor de tunnel. Hier heb ik mij voor gemeld en het bericht onder vuur overgebracht.
Toen Majoor PANNEKOEK even weg was kwamen Luitenant de KONING en Luitenant BRINKMAN in conflict met de andere officieren. Kapitein KOUDIJS nam toen de leiding op zich. Even daarna kwam Majoor PANNEKOEK. Er werden duitsers gesignaleerd in de bomen, van waaruit wij vuur ontvingen. Kapitein v.d. SCHOOT is toen op de mitrailleur-wagen gegaan waardoor hij woorden kreeg met Luitenant BRINKMAN die er op tegen was. Even later werd Luitenant de KONING gearresteerd.
14 Mei 's morgens waren wij ingesloten. Er werd een cantine ontdekt "Bergzicht". Majoor PANNEKOEK besloot de etenswaren uit te delen en mede te nemen. Wij waren net hiermede klaar toen wij onder vuur werden genomen. De Majoor gaf opdracht de zware prikkeldraadversperring die om de cantine lag te vernielen. Wij stonden allen samengepakt plusminus 100 man en ontvingen vuur van 3 kanten. Wij zijn daar met 7 man gebleven en hebben de jongens met Majoor PANNEKOEK gedekt die in de bossen verdwenen.
Sergeant PELTZER nam het commando. Wij stonden daar nog alleen zonder officieren. 1 duitse mitrailleur heb ik met mijn karabijn het zwijgen opgelegd. Sergeant PELTZER werd hier zwaar aan de kaak gewond, en gevangen genomen.
Kapitein SCHIPPERS die ook bij de cantine Bergzicht was had zijn revolver weggegooid en wilde zich verder nergens meer mede bemoeien. Wij hebben nog geprobeerd hem mee te nemen maar hij begon ons uit te vloeken en zou wel voor zich zelf zorgen zei hij.
Er kwamen nog meer militairen bij met karabijnen en 1 zware mitrailleur en handgranaten. Steeds vurende zijn wij door de duitse linie heen gekomen. Wij zijn verder gegaan over de grote weg naar Rhenen. Hier werden wij onder vuur genomen. Wij zijn toen teruggegaan en kwamen door de bossen bij het Berghotel op de Grebbe uit, tegen de avond van 14 Mei. Hier hoorden wij dat er gecapituleerd was, waarna wij teruggingen op Driebergen. Op de avond van 16 Mei ben ik in Driebergen krijgsgevangen gemaakt.
Ik wil nog even opmerken dat Sergeant van der VOORT, ik meen van de 1e of 2e sectie van 1-I-20 R.I. werd teruggeroepen bij Achterberg. Hij kwam echter niet terug. Nu is hij weer in militaire dienst en heb ik hem gezien met het oorlogsherinneringskruis op.
's-GRAVENHAGE, 21 Mei 1947.
(get.) B.J. Warmenhoven.
Opgem.: J.v.d.B.
|
