Verklaring van dienstplichtig soldaat H. Rugenbrink

Verklaring afgelegd door den dienstplichtig soldaat H. RUGENBRINK,
van Mitrailleurcompagnie III-19 R.I. in de vergadering van de
Commissie Militaire Onderscheidingen op 2 Januari 1947.
---

Bij het uitbreken van den oorlog was ik 36 jaar oud.

Aanvankelijk was ik Militair stoker bij de Centrale Verwarming van de Rijkswerkinrichting te Hoorn. Ik heb overplaatsing verzocht naar het Veldleger, omdat ik dan onder de jongens was. 27 Maart 1940 ben ik bij de Compagnie aangekomen. De geest was daar goed. De Kapitein en de Luitenant waren eveneens goed.

Ik was ingedeeld bij de 1e Sectie. Luitenant STORM was mijn Sectiecommandant, de sergeant KORF mijn Stukscommandant. Wij zaten bij het linker stuk van de stelling. Wij hadden daar 3 stukken in één opstelling plus bediening, plus één stuk in de pantserkoepel.
Van den Kapitein (SCHUMAN) heb ik niet veel gezien tijdens de oorlogsdagen. De Luitenant gedroeg zich goed tot op het laatste moment. Sergeant KORF eveneens.

Op 12 Mei, 1e Pinksterdag pl.m. 22.00 uur kwam de Luitenant STORM naar ons toe en zei dat wij hem zachtjes moesten volgen. Wij moesten eenige kilometers terugtrekken (de dag tevoren hadden wij veel vuur gebracht op het punt voor Kruiponder). Wij (niet ik) hebben het stuk onklaargemaakt in opdracht van den Luitenant. Wij kwamen bij de boerderij van VAN DOLDER. Ik volgde de anderen. Daarna kwamen wij bij een commandopost. Daar was een Kapitein en een sergeant 1e Klasse VISSER, naar ik meen, die niet van onze sectie was. Wij hebben daar een poosje gezeten en kregen een mitrailleur toegewezen, gebracht op een wagen. Het is mogelijk dat deze van onze eigen sectie was. In de Friesschesteeg zijn wij in stelling gekomen midden in den nacht. Wij hebben daar niet gevuurd en hebben daar gelegen vóór een eventueele doorbraak, vermoed ik. De mitrailleur stond opgesteld in richting Wageningen. Hierna zijn wij nog iets teruggetrokken om opnieuw gegroepeerd te worden in de buurt van de gaskamer. De Luitenant STORM was daar weer aanwezig. Hier vandaan gingen wij weer man voor man terug naar onze oorspronkelijke stelling. Bij het passeeren van boerderij van VAN DOLDER bleek, dat de Duitschers daar reeds geweest waren (mijn goederenzak was leeg geschud). Het terrein was inmiddels gezuiverd door de aangekomen versterking. Ik heb het linker stuk weer opgezocht. Korporaal BOLK was daar ook bij. Het stuk was niet meer te gebruiken, want het was onklaar gemaakt. De oliepomp was defect en naar ik meen het slot er uit. Toen wij opnieuw de stelling ingingen hebben wij het "nieuwe" stuk niet meegenomen. Toen wij een minuut of 10 voor onze eigenlijke opstellingsplaats hadden gestaan, werden wij plotseling vanuit de flanken beschoten. Wij wisten niet zoo vlug waar dat vandaan kwam. Later bleek, dat de Duitschers in de boomen (op ongeveer 5 meter voor de stelling) vlak voor ons zaten (goed gecamoufleerd). De Duitschers hadden wel met de bajonetten door de bussen met soep gestoken en ook vonden wij in de stelling handgranaten die ik nooit eerder had gezien (het waren geen steel-handgranaten). Ik vroeg op dit moment aan den Sergeant KORF om in contact te komen met den Luitenant STORM, teneinde het terrein te zuiveren. Later gaf zich iemand op om met mij mee te gaan. Ik had hiervoor toestemming gevraagd aan den sergeant KORF (namelijk om te gaan). Met een vaartje zijn wij door de kruiploopgraaf gegaan. Wij kregen toen ontzettend veel vuur. Vlak voor de stelling viel ik en raakte mijn geweer en mijn helm kwijt. Ik ging nu weer de stelling in en heb de schietpartij aan den Luitenant STORM gemeld en gevraagd wat te doen. Toen kregen wij opnieuw vuur in de stelling van den Luitenant. Ik keek over de stelling heen en zag op 3 meter afstand van mij een gewapende Duitscher staan. Ik meldde dit aan den Luitenant. Tegen een jonge soldaat die in een slaapnis lag met een revolver bij zich, zei ik: "geef mij die". Ik heb getracht om door de schietgaten te vuren. De Duitscher ging inmiddels om de stelling heen en sommeerde ons er uit te komen. Enkelen gingen er uit. AALTING werd neergeschoten. Ik dacht, als dat zoo gaat vechten wij verder. Ik liep terug en stelde mij op achter een knik van de loopgraaf. De Duitscher sommeerde opnieuw tot overgave met het geweer in den aanslag. Ik liet den Duitscher tot op 5 meter naderen en op het kritieke moment ging de revolver niet af (ongeladen of op de rust). Sinds lang had ik geen revolver in mijn handen gehad en wist er zodoende niet mee om te gaan. Drie Hollanders stonden achter in de stelling. Ik gooide hen aan den kant en sprong bovenop de stelling. Toen voelde ik tegen mijn linker been een slag, dacht, dat een van de jongens mij per ongeluk met zijn kolf raakte, doch wist niet dat er op mij was geschoten. Ik had een schot dwars door het kniegewricht gekregen. Ik liep nog 10 meter verder en viel toen neer. De Duitscher richtte weer op mij toen stak ik de handen omhoog. Dezelfde Duitscher heeft mij daarna verbonden. Ik heb nog ongeveer 4 uur daar gelegen. Krijgsgevangen hospitaalsoldaten hebben mij meegenomen. Daarna ben ik vervoerd in een kiepkar van een zandspoor en vervolgens met een brancard op een mitrailleurkar naar een hulpverbandplaats in Rhenen (alles op last van de Duitschers). Daar vandaan ben ik door 4 man gedragen naar Wageningen. Tenslotte kwam ik terecht in het St. Elisabethsgasthuis in Arnhem alwaar ik verder heel goed werd verzorgd. Hier waren veel Hollanders en Duitschers.

AANVULLENDE OPMERKINGEN IN HET BIJZIJN VAN DEN KORPORAAL BOLK.

Bij mijn stuk (van den sergeant KORF) waren verder ingedeeld de Korporaals BOLK en VAN DUYNEN en de dienstplichtige MEIERINK.
Korporaals BOLK en VAN DUYNEN hebben tijdens de gevechten flink hun best gedaan.

De dienstplichtigen HOFMAN en PAALMAN waren niet bij ons stuk.

Ik kan mij niet herinneren, dat wij onze eigen mitrailleur zouden hebben meegenomen. De Luitenant zei: "zachtjes volgen" en niets over een mitrailleur meenemen.
Wat betreft het onklaar maken van het wapen heeft mij iemand gezegd: "ik heb het slot in de sloot gegooid en het deksel er af gebroken".

De sergeant KORF is tot op het moment dat ik er was bij het stuk in de stelling gebleven. Toen waren de Duitschers reeds in het terrein en werden verschillenden krijgsgevangen gemaakt. Dit gebeurde op 13 Mei.

Soldaat HUISMAN herinner ik mij, maar ik weet niets van hem.

De tirailleurs rechts van ons hebben wij niet meer terug gezien.

Door een verkeerde opdracht hebben wij nog op eigen jongens geschoten.

's-Gravenhage, 2 Januari 1947.
(get.) H. RUGENBRINK.

Opgenomen FMV.
typ. GTh.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.59 MB)