Verklaring van dienstplichtig soldaat J.B. Roos
Verklaring afgelegd door J.B. ROOS, dienstplichtig soldaat van
Verbindingsafdeeling Staf I-8 R.I., in de vergadering der
Commissie Militaire Onderscheidingen d.d. 27 Februari 1947.
Ik was telefonist bij de Verbindingsafdeeling Staf I-8 R.I. Donderdag 9 Mei gingen wij in de stelling; ik kwam op post bij de centrale in het Paviljoen. Op een gegeven moment werden de verbindingen ten gevolge van artillerievuur onklaar. Wij moesten toen loopende de berichten overbrengen. Onder andere moest ik een bericht overbrengen (en tevens de lijn herstellen) naar een telefoonpost aan den voet van den Grebbeberg rechts van de sluis achter (aan de zijde van den Grebbeberg) de Grift. Onderweg ontmoette ik twee man van dezen post. Het waren de soldaten B. HAGEN en J.W. VAN HALL. Zij deelden mij mede, dat hun Korporaal (Toon JANSSEN) gesneuveld was. Ik ben daarop teruggegaan naar Majoor LANDZAAT en heb hem medegedeeld, dat ik den post niet kon bereiken. De Majoor zei daarop: "Dan blijf je bij mij".
De Majoor is met mij en eenige anderen nog het voorterrein in geweest om een mitrailleur, waarvan wij vuur ontvingen, te trachten buiten gevecht te stellen. Wij hebben liggende achter de berm van een weg in de richting van dezen mitrailleur gevuurd. Daarna zijn wij weer teruggegaan naar het Paviljoen. In opdracht van den Majoor heb ik tezamen met soldaat J. GERRITSEN een lichten mitrailleur opgehaald, die aan den weg Rhenen - Wageningen lag. Hierbij werden wij beschoten. GERRITSEN pakte den mitrailleur en ik de trommel.
Teruggekomen in het Paviljoen heb ik aldaar aan de verdediging deelgenomen. De Duitschers drongen steeds verder op. Op een gegeven moment zei de Majoor, dat wij omsingeld waren en dat ik moest trachten te onderzoeken of er ook vuur kwam vanuit de richting Hotel "Grebbeberg". Ik ben door de verbindingsloopgraaf naar het Hotel gegaan. Toen ik de Heimersteinschelaan wilde oversteken, kreeg ik zoodanig vuur, dat ik niet verder kon. In Hotel "Grebbeberg" lagen gewonden. Ik ben toen weer naar het Paviljoen teruggegaan en heb aan Majoor LANDZAAT gemeld, dat de hoek Heimersteinschelaan en groote weg onder vuur lag. De Majoor zei: "Dan moeten wij hier blijven; wij houden stand en gaan geen millimeter terug". In het Paviljoen was ook een Kapitein van de Pag. met een leeren broek aan [Höpink]. Ik lag gelijkvloers, dus niet in den kelder, trommels te vullen en gooide bovendien patronen naar den Kapitein. De Majoor LANDZAAT lag op één knie en zat later op de stoel te vuren. De Kapitein vuurde door twee ramen. Deze Kapitein zei tegen mij: "Ga naar de deur en houd den grooten weg naar Wageningen in de gaten". Wij ontvingen ook vuur uit Noord-Oostelijke richting.
Dicht bij het Paviljoen stond een houten keet. De Duitschers zaten achter deze keet en in de boomen in de nabijheid van het Paviljoen. Ze gooiden met handgranaten vanaf den grooten weg. Plotseling sloeg een handgranaat een gat in de houten betimmering van het Paviljoen. Het vuur werd bovendien zoo hevig, dat de Majoor zei: "Probeer maar terug te gaan; ik blijf echter hier". De Kapitein met leeren broek werd - naar ik meen - aan zijn hand gewond.
Ik heb het Paviljoen verlaten door den kelder (die leeg was) en ben door de verbindingsloopgraaf naar Hotel "Grebbeberg" gegaan. Ik ben echter niet in het Hotel geweest. Vanuit de loopgraaf heb ik mijn laatste 20 patronen verschoten op Duitschers, die over den grooten weg sprongen in de richting Rhenen. Daarna ben ik teruggegaan naar den kelder van het Paviljoen, waarin weer eenige militairen zaten. Vandaar ben ik door een loopgraaf gegaan in de richting van de Heimersteinschelaan, ben deze overgestoken en kwam terecht achter het huis van Ouwehand.
Daar heb ik alleen gelegen in de hoop, dat anderen met munitie zich bij mij zouden voegen. Ik lag daar op 2e Pinksterdag in den laten namiddag. Tegen den avond sprong ik op en werd terstond door Duitschers gegrepen, die mij gevangen namen. Ik moest naar Wageningen loopen alwaar ik op een vrachtauto werd geladen en naar Arnhem werd vervoerd.
VAN HALL ken ik, hij heeft ook in het Paviljoen gezeten. Hij was erg onverschillig en lachte overal om.
Ik heb gezien, dat W. ROOS door het W.C.-raam met een pistool geschoten heeft in de richting van den Grebbeberg. Ik meen althans zeker te weten, dat dit W. ROOS is geweest.
's-Gravenhage, 27 Februari 1947.
(get.) J.B. Roos.
Opgenomen: M.
Typ.: K.
|
