Verklaring van dienstplichtig soldaat J. Oude Nijhuis
Verklaring afgelegd door J. OUDE NIJHUIS, dienstplichtig soldaat
van Mitrailleurcompagnie III-19 R.I. in de vergadering van de
Commissie Militaire Onderscheidingen op 19 December 1946.
-----
Ik heb gezeten in een kazemat onder sergeant VISSER. Ik ben gebleven tot de order kwam om terug te gaan. Dat was 12 Mei 's avonds ongeveer half 9. Ik was dienstdoend korporaal en kreeg bevel van den Luitenant STORMS om terug te trekken. Soldaat PAALMAN was erg zenuwachtig (is gesneuveld). Hij vroeg mij om Luitenant STORMS op te bellen, omdat hij niet wist waar hij heen moest. De luitenant zei: "Zeg maar tegen PAALMAN dat ik wel bevel voor terugtrekken zal geven". AALTING was wel rustig. Om de twee uren moesten wij in de kazemat. Als wij naar voren gingen was Paalman ook al zenuwachtig. Hij was wel gehoorzaam. Toen ik bevel tot terugtrekken kreeg moest ik den mitrailleur onklaar maken (die zat op een vaste affuit) en onmiddellijk terug komen. Door tijdsgebrek heb ik den mitrailleur niet medegenomen. Wij hebben de aanbrenger er uit gehaald en weggegooid en zijn daarna door de kruipgang terug gekropen. Toen lag er geweldig veel vuur van eigen Vickers-stelling (Frieschesteeg) over de sleuf. De Duitschers waren er al in geweest, te zien aan de alcoholflesschen in de loopgraaf (ik heb aan de flesschen geroken!). Wij zijn toen teruggegaan op de commandopost van den luitenant en daarna teruggetrokken met den luitenant. De beide andere mitrailleurs waren op de mitrailleurkarren geladen (bij VAN DOLDER in de schuur, Oost van de Weteringssteeg). De heele sectie is verzameld bij VAN DOLDER en teruggetrokken op stelling van een Indisch sergeant-majoor (Commandant stoplinie), dicht bij de commandopost van Kapitein SCHUMAN. Bij boerderij VAN DIJK hebben wij overnacht. Luitenant STORMS ging orders halen bij Kapitein SCHUMAN. Wij bleven bij VAN DIJK.
Ik ben 's nachts 4-maal om orders gegaan (in opdracht van sergeant VISSER), omdat de luitenant niet terug kwam en bij den kapitein zat. De luitenant zei: "Ga maar terug, ik kom dadelijk". Kapitein en luitenant waren bezig met de kaart. Daarna is Luitenant STORMS gekomen met de order: "Terugtrekken achter viaduct bij Achterberg". Dit is gebeurd. In den vroegen morgen van den 13den Mei kwam 11 R.I. (dat stond op hun mutsen) uit Nijmegen ons versterken. Wij waren toen achter de spoorlijn bij cantine Irene. Daarna zijn wij met z'n allen onze oorspronkelijke stellingen bij de Maatsteeg weer gaan betrekken. 11 R.I. is gegaan naar den Grebbeberg. (Ouwehands Dierenpark) Wij zijn gegaan naar de commandopost van den Luitenant STORMS, de 2 mitrailleurposten links en midden zijn bezet, de kazemat niet. Wij hebben in de schuilnis gezeten bij den luitenant en in de verdedigingsloopgraaf (met z'n 8), waarin schietgaten waren. Het was toen half 10 à 10 uur. Er was toen helemaal niets te zien van de Duitschers. Wij hebben alles goed bekeken.
Sergeant NIJHOF (gesneuveld) zei: "Luitenant, ik geloof dat er iets zit achter dat paaltje" (plm. 50 meter afstand). De luitenant nam de verrekijker maar kon niets onderscheiden. Hij gaf de order "ieder voor zijn schietgat". Ineens kregen wij geweldig vuur in front en van de flanken. De jongens van het midden- en linker stuk kwamen terug, behalve de korporaals VAN DUIN (heeft mitrailleur leeggeschoten en is daarna ook gekomen) en VEER. De aanval was ook op ons gemunt. Ik kreeg scherven van handgranaten tegen mijn helm. Ik heb nog geschoten met mijn karabijn op 4 Duitschers die ik kon zien bij de infanteriestelling, 30 à 40 meter rechts van ons. Zij kropen door de sloot. Twee van hen heb ik niet meer teruggezien. Toen kregen wij ontzettend vuur. Ik zat voor het schietgat, RUGENBRINK en PAALMAN ook. Van rechts kwamen de Duitschers de loopgraaf binnen en riepen: "Komm mal heraus." en met dat ik hen zag (wij hadden afgesproken ons niet krijgsgevangen te laten maken) zijn wij op de rugweer gesprongen en toen ik er op sprong kreeg ik een schot door mijn linker elleboogsgewricht. Wij gingen door de kruipsleuf tot de boerderij van VAN DOLDER en toen kreeg ik een schot door mijn been. Kruipende ben ik achter den hooiberg gekomen en heb vandaar den Duitscher, die de luitenant niet kon zien achter de struik, dood geschoten (het geweer opgelegd over de pols).
In de tuin van VAN DOLDER heb ik mijn uitrusting afgedaan en alles weggegooid in een sloot. Ik kon het niet meer dragen. Ik ben toen teruggetrokken naar de volgende stelling van een vaandrig van de Infanterie. Ik kreeg daar een schotwond dwars door de keel (mijn stemband was geraakt). De vaandrig vroeg: "Zal ik je weg brengen?" Ik zei: "Laat maar, ik red mij wel, de Duitschers komen direct". Het bloed stroomde in mijn keel, maar hield na 10 min. op. Toen ben ik gegaan naar de commandopost van den Kapitein SCHUMAN. 8 à 10 mitrailleurs lagen daar opgesteld. "Oppassen" zei ik, "de Duitschers kunnen ieder oogenblik komen". Daarop ging ik terug naar de verbandplaats die inmiddels was verplaatst naar de commandopost van den Majoor WEBER en ben daar verbonden aan arm en keel. Zij hebben mij laten liggen want wij kregen daar een artilleriebombardement.
Een jongen, die het deksel van zijn schuilnis tegen zijn hoofd had gehad, waardoor hij eenige oogenblikken buiten kennis was, heeft mij weggeholpen. Niemand was er meer te zien. Twee, liggende op brancards, buiten, hebben wij medegenomen (1 binnen gelegd). Het dragen kon ik heel moeilijk en moest elke 10 passen de brancard neer zetten. 200 à 300 meter voorbij den spoorweg kwamen neventroepen langs. De Korporaals BOLK en VAN DUIN hebben de jongen op de brancard medegenomen naar het Veldlazaret en ik ben verder meegemarcheerd over Veenendaal naar Elst. Daar heb ik den Overste SMITS gevraagd om een Roode Kruisauto. Hij zei: "Je mag ook wel doorloopen naar Amerongen". De auto heeft mij onderweg opgepikt. In Amerongen ben ik in een school verbonden en raakte er na aankomst direct bewusteloos. Vandaar ben ik den volgenden dag vertransporteerd naar Gouda.
ESHUIS ken ik niet.
Luitenant STORMS was flink. Korporaal VAN DUIN ook.
Sergeant KORF was ook goed.
's-Gravenhage, 19 December 1946.
(get.) J. OUDE NIJHUIS.
Opgenomen FMV.
typ.GTh.
|
