Verklaring van dienstplichtig soldaat P.A. Lentjes

Verklaring afgelegd door LENTJES, P.A., geboren 12 Mei 1920,
dienstplichtig soldaat, in 1940 ingedeeld bij de Verbindingsafdeling
I-8 R.I., van beroep melkhandelaar, wonende 3e Zandsestraat F 114 te
Huissen (Gelderland), in de 435e Vergadering der Commissie Militaire
Onderscheidingen d.d. 5 Maart 1951.
----

Dat onze opleiding in 1939 niet goed was, kan ik direct niet zeggen, ze was echter te veel theoretisch en te weinig practisch.
Toen wij in de Grebbe kwamen, in begin Maart 1940 meen ik, hadden we nog geen telefoontoestel of iets dergelijks gezien. Daar hebben wij enkele keren, waarvan een keer onder leiding van Luitenant Schluter, geoefend. In de oorlog hebben wij wel getelefoneerd. Ik was bij Kapitein MAAS, aan de weg evenwijdig aan de grote weg, een paar honderd meter van het Paviljoen af. Wij zaten in een onderkomen. De Kapitein was juist achter ons, ook in een onderkomen, een paar meter van ons af. Ik ben één keer bij de Kapitein geweest, maar toen was hij weg. Voor die tijd is de Kapitein een keer bij mij geweest, waarbij hij zeide dat er geen munitie meer was. Iemand moest munitie halen. Ik vroeg toen aan LEENAARS of hij de bediening van de telefoon alleen af kon en toen ben ik gegaan. Ik heb zoveel mogelijk door de sleuven, die wij zelf voor de telefoonkabel hadden gegraven, gekropen. Op punten waar geen sleuven waren hingen de draden door de bomen. Er werd gevuurd. Ik kwam terecht bij de schuilkelder van de villa Ouwehand. Majoor LANDZAAT was hier ook. Ik heb de Majoor hier echter niet gesproken. Ik ben op de trap van de kelder geweest. Een officier hielp mij. Ik kreeg een gesloten houten kist met munitie. We hebben de kist daar opengeslagen. Van binnen was er blik in. Ik heb de kist op een kruiwagen geladen en kwam, lopende en vallende, na 2 uur bij Kapitein MAAS terug. Voor de stelling bij ons was een diepe kuil. Ik kon hier met de kist niet doorheenkomen. CHOTZEN, een soldaat met een baard, die ik later ook nog in het Paviljoen zag, heeft mij daarbij geholpen. Kapitein MAAS kwam naar mij toe en zeide dat ik het goed gedaan had en dat hij blij was dat ik weer heelhuids terug was.
Op mijn tocht naar de munitiebergplaats werd ik nog door een van onze posten bedreigd omdat ik het wachtwoord niet kende. Gelukkig was er echter een soldaat van de verbindingsdienst vlak bij, die mij kende. Hierdoor kon ik toch doorgaan.
Die officier in de munitiebergplaats vroeg mij hoe het in de stoplijn was.
Van de stelling tot aan het Paviljoen heb ik de lijnen heen en weer, naar ik meen twee keer hersteld. De tweede keer kon ik het niet meer klaren, omdat de lijn te erg stuk was en wij geen draad meer hadden. Ik kan mij niet meer herinneren dat er nog een rol gekomen is.
In de stoplijn ben ik ook geweest; de telefoon was toen toch niet meer te gebruiken. De stoplijn was ongeveer 300 meter van ons af. Deze was toen bezet door soldaten en ik ben er tussen gaan liggen en ben ook gaan schieten. Als ik iets zag bewegen schoot ik erop. Voor ons was een korenveld. Of ik hierbij Duitsers geraakt heb, weet ik niet. Het was bij het Kerkhof, aan de kant van Rhenen.
De loopgraaf had schietgaten en was van boven met gaas en takken gecamoufleerd. Een van onze soldaten sneuvelde hier achter de mitrailleur.
Ik heb de Majoor een paar keer horen zeggen (in het Paviljoen en door de telefoon): De Grebbe is winnen of sterven!
Bij VAN HULST hebben we de nacht 12/13 [Mei] in de kelder doorgebracht. We hebben daar nog een wekfles met kersen of pruimen leeggegeten. In de stelling een halve kruik jenever. Ik kon daar best tegen.
De Majoor was later in het Paviljoen. Bij ons was er toen niemand meer te zien. LEENAARS en ik zijn toen naar de Majoor gegaan, omdat wij onder zijn leiding waren. Ik heb geen anderen gezien die ook nog naar het Paviljoen gingen. Wij zijn door het open veld naar het Paviljoen gegaan. Ik heb toen achter het hout in de ronde veranda gezeten, het glas was hier uit. Ik was hier met nog drie andere soldaten. De Majoor was achter ons, op een café-tafel in het café, met de mitrailleur. De Majoor vuurde over ons heen. Links en rechts van mij werd later een soldaat getroffen. Ik dacht eerst dat dit door eigen vuur achter ons kwam, maar dit bleek niet zo te zijn. De Majoor zei dat ik daar weg moest gaan, dat ik daar niet veilig was achter dat hout.
Later heb ik door een granaatbres in de muur gevuurd op Duitsers die bezig waren prikkeldraad op te ruimen. Ook hier moest ik van de Majoor weg, omdat hij er met mitrailleur door wilde vuren. Ik ben toen naar boven gegaan, waar ik alles nog veel beter kon zien en op de Duitsers bij het prikkeldraad heb gevuurd. Ik heb daar later verscheidene dode Duitsers zien liggen. Ik heb ze niet zien wegbrengen. Wij hadden nog munitie. Ik had mijn tassen vol, maar ook mijn gasmaskerszak had ik vol geweermunitie gestopt (het gasmasker had ik weggedaan). Ik heb nog munitie aan de licht mitrailleur gegeven. Wij hoorden boven de Majoor nog roepen: De Grebbe is winnen of sterven! Op het laatst waren wij echter als het ware omsingeld.
Toen heeft de Majoor tegen ons gezegd: Het is gebeurd. Het is niet meer te houden. Zoek maar een veilig heenkomen! De Majoor is meegegaan. Vlak bij het Paviljoen is hij echter meteen weer de loopgraaf uitgegaan en daarbij vermoedelijk gesneuveld. Bij het eruitklimmen ging hij niet naar het Paviljoen terug. Hij had een wapen in de hand. Ik heb niet gezien dat hij sneuvelde.
Wij trokken terug naar het Hotel De Grebbeberg. Wij wilden zien daar verder door te vechten. Wij kwamen terecht in de bunker daar in de buurt. Een van de jongens zeide: Vecht maar door! Als je gevangen genomen wordt schieten ze ons toch kapot! Maar de moed was er bij ons uit. Wij hoorden boven ons de Duitsers lopen. Iemand van ons wilde nog een handgranaat door de open luchtkoker naar boven gooien, maar de anderen zeiden dat hij dit niet meer moest doen; ze wilden niet meer vechten. Daarna haalden een Duitser ons er uit. We schoten niet meer. We moesten op de knieën bij een boom gaan zitten. We werden getrapt en geslagen, onze helmen werden van het hoofd geschopt. Daarna werden we tegen de muur gezet. De Duitse soldaten waren veelal dronken. Uiteindelijk werden we door een Duits officier gered.
Voor de stoplijn hebben wij gewonden moeten weghalen. In de stoplijn vuurden onze troepen nog op de Duitsers in het voorterrein. De Duitsers dwongen ons om te roepen dat ze zich moesten overgeven, maar ze vuurden door. Tot de Wageningse Berg hebben wij met de handen in de hoogte moeten lopen.
Het optreden van Majoor LANDZAAT vond ik geweldig.
Ook LEENAARS was heel goed.
Toen wij in het Paviljoen zaten hebben de Duitsers misschien wel rook gebruikt. Of het echter nevel was of rook van inslaande granaten weet ik niet. Ik kon de Duitse helmen er wel door heen zien schitteren.

's-Gravenhage, 5 Maart 1951
(get.) P.A. Lentjes

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 2.38 MB)