Verklaring van dienstplichtig wachtmeester G.A. Deenen
Verklaring van den dienstplichtig Wachtmeester G.A. DEENEN van 2-I-8 R.A. afgelegd
in de vergadering der Commissie Militaire Onderscheidingen d.d. 13 Maart 1947.
-----
Ik was Commandant van de Verbindingsafdeeling.
Mijn Batterij-Commandant was de Kapitein CASPERS.
Niemand van onze Verbindingsafdeeling is gewond geraakt.
Toen des avonds 9 Mei de alarmtoestand kwam, was ik Wachtcommandant. Wij hebben toen de verwisselstelling betrokken, verbindingen klaargemaakt en verder afgewacht.
's Morgens 10 Mei kwamen de Duitsche vliegtuigen over. Wij kregen 's middags berichten door, dat de vijandelijke voorposten tegen Wageningen optrokken. Ik heb toen de uitkijkpost (om beurten) bezet met Wachtmeester WILLEMS. Dien avond heeft de batterij bepaalde kaartvuren afgegeven.
Op den morgen van den 11en Mei had ik weer wacht als waarnemer van 4 tot 6 uur. Om 5.45 uur hoorde ik de eerste twee artillerieschoten vallen betrekkelijk kort bij onze batterij. Wij kregen steeds meer artillerievuur. Het meeste viel in het Dierenpark. Hierop heb ik de noodige maatregelen genomen: schuilplaatsen gemaakt enz. De commandopost van den Kapitein was vlakbij (in Restaurant van het Dierenpark). De telefoonlijnen raakten defect o.a. naar Afdeelingscommandant, Majoor VAN DER WIEL. Ik controleerde deze verbinding met twee van mijn menschen. Gedurende deze contrĂ´le waren wij onder een heel zwaar vuur (het was een lange lijn, pl.m. 1.100 meter). Dienzelfden avond zijn wij van stelling veranderd. De paarden werden uit Elst opgehaald, teneinde de normaalstelling aan den Veenendaalscheweg te betrekken. Ik moest met het personeel vooruitgaan in opdracht van den Kapitein CASPERS. Ik vond de heele telefoonlijn in puin, door het artillerievuur.
Op den morgen van den 12en Mei hebben wij de verbinding weer op gang gebracht geassisteerd door menschen van den Staf. Den heelen dag kregen wij zwaar artillerievuur met als gevolg geregeld defecten. Wij hadden de nieuwe lijnen over open terrein uitgelegd. De lijn van den Batterij-Commandant naar den Batterij-Officier was 400 meter. De lijn naar den Afdeelingscommandant was zeker 1 km lang (Noord-hoek van Rhenen). De lijn van den Batterij-commandopost naar den waarnemingspost (einde Domineeslaantje) was nog langer.
Van 12 op 13 Mei waren wij steeds onder artillerievuur. In den morgen van den 13en Mei kreeg ik bezoek van enkele menschen, die opdracht hadden munitie aan te vullen. Toen lagen wij ook onder kruisvuur van eigen mitrailleurs (bleek later). Ik was toen in den commandopost van den Kapitein. De Kapitein was toen naar 16 R.A. Wij lagen onder zwaar artillerievuur. Dit heb ik gemeld aan den Luitenant VERSTEEGH. De Luitenant deelde mede: "de munitie is in de batterij en onderweg, waarbij de Korporaal UNLAND met den mitrailleur van de gevechtstrein". De Korporaal UNLAND is tijdens dit transport gedood. Hierna kregen wij een aanval van 7 bommenwerpers. De Kapitein BALLOT bevestigde het bericht omtrent het bevel tot terugtrekken. De Kapitein besloot hierop de stellingen te verlaten. Ik ben medegegaan op de auto.
Niemand is er vandoor gegaan. Alle drie mijn Verbindingsmenschen (ERMERS, SMIT en KANTERS) waren even goed. ERMERS is niet minder. Ik was absoluut tevreden. Wij hadden kabel No. 2, dun draad, was dus gemakkelijk te herstellen.
's-Gravenhage, 13 Maart 1947.
G.A. Deenen.
Opgenomen: FMV.
Typ.: K.
|
