Verklaring van dienstplichtig wachtmeester P.J. Pijpers
Verklaring afgelegd door den dienstplichtig wachtmeester P.J. PIJPERS van
3-I-16 R.A. in de vergadering van de Commissie Militaire Onderscheidingen
van 27 Maart 1947.
We zaten op 13 Mei met de voorwagens achter Plantage Willem III in Elst. De wachtmeester Spaargaren was Commandant voertuigen. Op een gegeven moment kwam de luitenant IRISH STEPHENSON die ons herhaalde malen toeschreeuwde: "Weg, we moeten vluchten". Van onze Batterij gaf hieraan niemand gehoor. De wachtmeester Spaargaren nam na overleg met mij, het besluit om de stukken te halen. Het initiatief ging van Spaargaren uit. We dachten, dat dit noodig was, temeer daar de straten reeds werden opgebroken. We zijn gegaan over den hoofdweg in de richting Rhenen. We kwamen naar ik meen tegen 15.00 uur bij den Kapitein Lodder aan. Ik heb den kapitein toen niet gesproken. We hebben de stukken aangehaakt, hetgeen zeer vlot ging. De munitie is niet meegenomen; de voorwagens van de caissons hadden we niet meegebracht. We zijn daarbij niet onder vuur geweest. Ik heb geen voorwagens van andere Batterijen voor of achter ons gezien. De weg was opgebroken zoodat we gedeeltelijk over den berm moesten terugtrekken. Langs den weg lagen rijwielen en allerlei goederen. Bovendien trokken langs den weg en door de bosschen infanterieonderdeelen terug.
We zijn in galop heen en terug gemarcheerd.
Tegen 21.00 uur kwamen we in Wijk bij Duurstede aan, nadat we bij Amerongen in een bosch de Batterij verzameld hadden. In dit bosch was ook de Luitenant Stephenson weer aanwezig, nog steeds in overspannen toestand.
De wachtmeester Spaargaren heeft grooten moed betoond, door ondanks een ander bevel, de stukken te gaan halen.
's-Gravenhage, 27 Maart 1947
(get.) P.J. Pijpers.
Opgen. M.
Tijp. B.
|
