Verklaring van korporaal J. Bolk
Korporaal J. Bolk, mitraillist III-19 R.I., verklaart bij zijn verschijning
voor de Commissie Militaire Onderscheidingen, op 2 Januari 1947.
-----
12 Mei 1940. 's middags. Ik was in onze stelling in de Grebbelinie in Achterberg.
Wij kregen bevel van Luitenant Storms om over eigen troepen te schieten op Duitschers die van de richting Wageningen kwamen en achter de dijk lagen bij Kruiponder. Wij hebben steeds onder hevig artillerievuur gelegen, de granaten kwamen op het laatst ook op onze stelling terecht.
Tegen de nacht kregen wij bevel, daar de Duitschers steeds oprukten, terug te trekken. Wij hebben de mitrailleurs op de kar geladen en meegenomen. Zoover ik mij kan herinneren is de mitrailleur uit de pantserkoepel niet meegenomen.
Die nacht zijn wij in de boerderij van Van Dijk gebleven, de volgende middag zijn wij teruggekeerd naar onze oude stelling. De kisten die zich hierin bevonden waren overhoop gehaald.
Ik zat met Korporaal VAN DUINEN in de linker vleugel van de stelling. Naast ons zat een aparte tirailleursgroep.
Van DUINEN en ik zijn steeds bij elkaar gebleven. De andere jongens waren verdwenen. Wij hebben steeds geschoten met de mitrailleurs, dan VAN DUINEN en dan ik. Wij konden wel waarnemen dat er Duitschers vielen maar ik weet niet hoeveel.
Later kwam soldaat HUISMANS ons waarschuwen dat wij terug moesten, daar alles reeds was teruggetrokken. Wij hebben nog geprobeerd een paar schoten te doen maar de mitrailleur bleef steken. Ook de munitie raakte op, de laatste band zat erop. De toestand was toen reeds nijpend daar de Duitschers overal zaten.
De stukscommandant Sergeant Korf heb ik de laatste dag niet meer gezien, ik kan niet zeggen dat hij erg flink was. Luitenant Storms heb ik, toen ik terug trok, ook niet meer gezien. Wij zaten daar geïsoleerd en Huismans moest door de kruipgang om bij ons te komen.
Hierna hebben wij de mitrailleur onklaar gemaakt. VAN DUINEN heeft het slot en ik heb de deksel meegenomen.
Wij zijn toen naar de Boerderij van den DOLDER, die achter onze stelling lag, gekropen, daar waren ook nog enkele jongens van ons. VAN DUINEN en ik zijn verder gekropen door een breede sloot en bij een vreemde tirailleurspost terechtgekomen, onder bevel van een Kapitein. Toen wij nog een aanval wilden doen met die Kapitein en z'n commandogroep waren de Duitschers zoo dicht genaderd, dat wij niet verder konden. Wij zagen een troepje Duitschers met 2 Hollanders voorop, die zij gebruikten als dekking, een ervan was Meyering. Deze zijn in onze stelling gesprongen, waarna de Duitschers hen niet meer volgden. Ik vermoed dat de kapitein daar gewond geraakt is.
VAN DUINEN en ik gingen terug, even later zag ik dat PAALMAN in zijn arm geschoten was. Iemand heeft zijn arm nog afgebonden met een touw, ik meen dat hij in de stelling is achtergebleven.
Wij gingen terug over den harden weg, richting Achterberg. Vlak bij het viaduct kwam OUDE NIJHUIS aangeloopen van een verbandplaats waar hij verbonden was, hij was geschoten in zijn hals, arm en been. Ik zei: "wij nemen hem mee" en hebben hem ondersteund tusschen ons in meegenomen. Ik meen mij te herinneren dat er nog een gewonde bij was en deze vermoedelijk hebben afgegeven bij een verbandplaats. Ik geloof niet dat deze op een brancard lag.
Onderweg tussen Achterberg en Veenendaal zagen wij midden op den weg nog een troep soldaten die een stelling wilden nemen.
Wij zijn verder getrokken met drieën richting Elst-Amerongen. In Amerongen zijn wij opgenomen in een ziekenauto en zijn wij gebracht naar een rusthuis in Montfoort, waar wij die nacht hebben geslapen. Hier kregen wij een kaartje dat wij in een overspannen toestand verkeerden.
De volgende dag 14 Mei zijn wij verder vervoerd naar Gouda en tegen den avond in Gouda vertrokken per trein, die nog beschoten werd door Duitschers, naar Amsterdam. Plm. 1 jaar lang heb ik nog de gevolgen van den oorlog ondervonden.
Uit het verslag van VAN DUINEN, dat de Generaal voorleest, komt voor dat wij op de rechter stelling terugkwamen. Dit moet zijn op de oude linksche stelling, daar ik me dit nog goed herinner.
Betreffende VAN DUINEN: Heeft zich flink gedragen.
's-Gravenhage, 2 Januari 1947
(get.) J. Bolk
Opgem.: J.v.d.B.
|
