Verklaring van reserve-eerste luitenant G.J.J. Teurlings

Verklaring van den Reserve 1e Luitenant G.J.J. TEURLINGS van Staf
Groep Maas Noord afgelegd in de vergadering der Commissie Militaire
Onderscheidingen d.d. 23 Juni 1947.
----

Op 11 Mei zijn wij gekomen onder commando van den Commandant van de IVe Divisie. I-26 R.I. is in Buurmalsen achtergebleven. Ik was bij de Overste LAND waarnemend Luitenant-Adjudant. Luitenant OOR was toen Luitenant-toegevoegd bij Staf 26 R.I. Ik was oorspronkelijk toegevoegd bij Groep Maas Noord. Overste Land commandeerde tevens 26 R.I. Toen de oorlog uitbrak op 10 Mei was ik nog steeds bij Overste Land.
Op 11 Mei werd de Overste Land Commandant 29 R.I. en werd de Staf Groep Maas Noord (26 R.I.) Staf 29 R.I. Hij kreeg als bataljons onder zijn bevelen: I en III-29 R.I., II-24 R.I. en I-20 R.I. De Overste kende deze bataljons verder niet. De bevelen van Commandant Brigade B. zijn ontvangen in een café te Amerongen en toen is de Overste met de Staf gegaan naar Berg en Bosch. De auto's van de Staf zouden volgen maar ik vermoed dat Dr. Heimans achtergebleven is (het was erg druk op de weg). Om 4.30 uur zou de aanval plaats hebben en het was toen al 4.00 uur, terwijl de Overste de bevelen voor Commandant I-20 R.I., dat reeds op de Grebbeberg zat op diens commandopost heeft gebracht.
Wij zijn gereden naar de Veenendaalscheweg en hebben de auto's achtergelaten, 200 meter Noordelijk van de Zuidelijke Meentweg. De Overste is de spoorbaan overgestoken en 400 meter over de spoorbaan is hij rechts afgeslagen en heeft daar een commandopost ingericht. Commandant II-24 R.I. moest toen nog komen. Om 6.45 uur heeft deze zijn bevelen gekregen. De aanval is pas begonnen om 7.00 uur. III-29 R.I. was linker voorbataljon. De aanval van dit bataljon verliep aanvankelijk zeer gunstig. Tegen 8.00 uur had de linker voorcompagnie zijn eerste aanvalsdoel bereikt. Een van de Compagnies van II-24 R.I. had opdracht om Kruiponder te bezetten, maar dat is mislukt door het hevig artillerievuur. De rechter voorcompagnie van III-29 R.I. kon niet voorwaarts omdat deze eerst onder vijandelijk artillerievuur kwam en na het aanvragen van artilleriesteun onder eigen artillerievuur kwam. De linker voorcompagnie van I-29 R.I. kwam ook onder eigen artillerievuur. Wij hadden het eigen artillerievuur willen laten verleggen maar konden geen verbinding meer krijgen. Even na dien kwamen er berichten binnen dat eigen bataljons aan het terugtrekken waren, hetgeen te wijten was ten 1e. aan hevig vijandelijk artillerievuur en bommen uit vliegtuigen, 2e. eigen artillerievuur 3e. door valsche berichten dat namelijk de troepen op de uitgangsstelling moesten teruggaan.
De Overste is toen naar de Zuidelijke Meentweg gegaan en heeft getracht om de terugstroomende troepen tegen te houden. Daar heb ik ook aan meegeholpen. Ik heb nog getracht een verhakking die niet gesteld was aan te brengen, maar het mocht niet want er zouden nog troepen voorbij komen. Uit de omliggende bospercelen trachtten de menschen weg te vluchten. Ik heb toen nog enkele schoten gelost. De menschen gingen daarop weer liggen. Tenslotte heeft de Overste de resterende menschen in stelling gebracht in 2 linies achter elkaar, afstand ongeveer 200 meter. De menschen waren echter zo zenuwachtig dat zij ook vuurden op eigen menschen. Hierna besloot de Overste om alle menschen in één lijn (voorste lijn) te leggen. Van een officier van de staf van de IVe divisie heeft de Overste aldaar opdracht gekregen om stand te houden.
Dr. Heimans vroeg mij daar of het nog mogelijk was om gewonden uit de hulpverbandplaats, die enige honderden meters naar voren lag, op te gaan halen. Hij wist dat er menschen lagen. Ik heb hem geantwoord: "U loopt wel kans dat de duitsers daar al zijn aangekomen", maar hij zei dat hij daar naar toe moest om te helpen. Hij is daarop in zijn wagen gestapt en ondanks vijandelijk vuur naar voren gegaan. Toen Dr. HEIMANS na enige tijd niet terugkeerde, ben ik naar voren gegaan om de menschen te waarschuwen dat hij misschien terug zou komen en zij hem dan niet onder vuur moesten nemen. Hij is echter niet meer teruggekeerd.
De Overste is nog geweest naar de Commandant van de IVe Divisie en naar Commandant 10 R.I. De Overste wilde nog 2 Compagnieën hebben van Overste v.d. BRIEL teneinde deze naar voren te brengen en het moreel te herstellen. Maar deze heeft dat geweigerd. Hij is er nog een tweede maal geweest, doch toen was de commandopost verlaten. Hij is gegaan met een Kapitein van één van de bataljons.
Toen wij in de lijn Zuidelijke Meentweg zaten werd het vuur steeds heviger (met Mauserpistolen). Het vuur kwam uit de bomen van links achter. Wij kregen eveneens vuur uit een boerderij. Ik heb daar een onderofficier en enige soldaten heen gestuurd, die niet meer zijn teruggekomen. Wij hadden nog de beschikking over 2 stukken Pag., waarvan één intact was. Pantsergranaten waren er niet meer.
Na enige tijd kwam er een order dat wij moesten terugtrekken, daar een ander Bataljon een achterwaartse stelling hadden ingenomen. De duitsers maakten intussen omtrekkende bewegingen. Toen wij teruggingen werd er door de duitsers weer hevig vuur afgegeven.

Ik heb mij gemeld bij Majoor SCHOTMAN en daarna bij Overste LAND. Onderweg hebben wij nog levensmiddelen ingeslagen.

Dr. HEIMANS had achterop zijn auto een rood kruis; voorop ook vermoed ik.

's-GRAVENHAGE, 23 Juni 1947.
(get.) G.J.J. Teurlings.

Opgem.: F.M.V.
type: J.v.d.B.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.61 MB)