Verklaring van reserve-eerste luitenant J.F.M.M. Oor
Verklaring afgelegd door den Reserve 1e Luitenant J.F.M.M. OOR van
Staf-29 R.I. in de vergadering der Commissie Militaire Onderscheidingen
d.d. 23 Juni 1947.
---
Vóór den tegenaanval op 13 Mei op den Grebbeberg begon, was de commandopost van Overste LAND gevestigd in een boschperceel (althans tijdelijk) in de nabijheid van een groot betonnen huis. Later is deze commandopost geleidelijk verplaatst. In den commandopost in het boschperceel zijn wij gebleven tot door den Luitenant KUENEN het bericht werd gebracht, dat de bataljons op hun plaats waren. De bataljons zijn veel te laat op hun plaats in de uitgangsstelling aangekomen.
De tegenaanval is op een gegeven moment (het was toen al helder dag) vastgeloopen. Tegen het einde van den tegenaanval tegen 15.00 à 16.00 uur kwam er een zware artillerie-concentratie van ongeveer vijf kwartier, welke demoraliserend werkte, vooral in het begin. Later kwamen wij er eenigszins over heen.
200 à 300 meter over een spoorwegovergang zijn de terugvloeiende troepen, althans een gedeelte daarvan, onder leiding van Overste LAND en eenige officieren weer opgevangen en links en rechts van den kunstweg weer in stelling gebracht. Zij bleven daar rustig liggen, aangezien het na de artillerie-concentratie een heelen tijd stil is geweest. Plotseling ontvingen wij uit het voorterrein zeer hevig mitrailleurvuur van Duitsche zijde, welk vuur met vele wapens werd afgegeven.
Aan den Cuneraweg stond een stuk pantserafweergeschut, hetwelk tijdens dit vuur door de bediening werd schoongemaakt.
Op een gegeven moment tijdens dit mitrailleurvuur ging van mond tot mond het bericht, dat in het voorterrein zich nog gewonde Nederlandsche militairen bevonden. Ik heb gezien, dat Dr. HEIMANS in een auto stapte (ik meen, dat op deze auto nog een Roode Kruis-embleem is geplaatst) en reed weg tegen het Duitsche vuur in. Dit maakte op mij veel indruk, ik vond het een heele prestatie, althans iets bijzonders. Ik heb niet aan Dr. HEIMANS medegedeeld, dat in het voorterrein nog gewonden waren.
Voordien heb ik Dr. HEIMANS in het gevecht niet zien optreden.
In Wychen werden op den eersten oorlogsdag, naar ik mij herinner, verschillende Duitsche krijgsgevangenen, waarvan een gedeelte gewond, binnengebracht in burgerkleeding.
Ik ben er van overtuigd, dat de overval bij Hatert in autobussen met medewerking van N.S.B.'ers is geschied. Ik kan deze overval althans niet anders verklaren.
De Luitenant TEURLINGS was officier-toegevoegd in den Staf van Overste LAND. Ik weet niet of hij een verklaring over het optreden van Dr. HEIMANS heeft afgegeven.
's-Gravenhage, 23 Juni 1947.
(get.) J.F.M.M. Oor.
Opgenomen: M.
Typ.: K.
|
