Verklaring van reserve-kapitein C.W.A. Wezepoel

HOOFDKWARTIER VAN DE GENERALE STAF
COMMISSIE VAN ONDERZOEK
-----------

P R O C E S - V E R B A A L

Op heden de 18e November 1947 verscheen voor onze Commissie:
C.W.A. WEZEPOEL, geboren 30 April 1896, wonende Karel Reinierskade 313 te 's-Gravenhage,
in 1940 Reserve Kapitein, Commandant Mitrailleurcompagnie II-19 R.I.
die ons het volgende verklaarde:

"In de namiddag van 13 Mei 1940, ongeveer tussen 12.00 en 13.00 uur, was bij de commandopost van II-19 R.I. bekend, dat er troepen uit het voorterrein van onze stelling, dus uit de stellingen van 8 R.I. waren teruggetrokken met mededeling, dat de vijand hen op de hielen zat.
Te ongeveer 13.00 uur heeft Majoor Van Apeldoorn besloten de commandopost in de richting Elst te verplaatsen. Ik meen mij zeker te herinneren, dat aanleiding daartoe is geweest een bevel, dat een ordonnans heeft overgebracht, inhoudende, dat de Divisiereserve zich in die richting moest verplaatsen. Tezamen met de Luitenant-Adjudant Van Capelle ben ik het voorterrein ingegaan, na daartoe van de Majoor gekregen toestemming, om ons te overtuigen, of er wel noodzaak was om terug te trekken. Bij de begraafplaats, waarbij zich ook een sectie van de Mitrailleurcompagnie bevond, had een aanval van Stuka's plaats met bommen en mitrailleurs. Kort daarop werden wij van verschillende richtingen beschoten, zowel uit de zich in de nabijheid bevindende woningen, als in de rug door schutters, die zich op de begraafplaats moesten bevinden. De gehele toestand gaf mij de overtuiging, dat de stelling niet te houden was, in verband waarmee ik bevel heb gegeven aan de drie sectiƫn [de 1e sectie was op de Grebbeberg onder bevel van Luitenant Folmer die daar sneuvelde] van mijn Mitrailleurcompagnie, om terug te trekken op Elst, hetgeen ordelijk heeft plaatsgehad. De Luitenant-Adjudant was inmiddels doorgegaan en deze heb ik teruggezien, toen ik na het geven van het bevel tot terugtrekken weer bij de commandopost terugkwam. De Bataljonscommandant [Majoor Van Apeldoorn] was toen niet meer op de commandopost. Tezamen met de Luitenant Van Capelle ben ik daarna gegaan, eerst naar de hulpverbandplaats in de Holleweg, ongeveer 250 Meter achter de commandopost gelegen, daarna in Zuidelijke richting langs die Holleweg naar Rhenen (Westrand), waar wij de Majoor Dekker hebben ontmoet. Ik herinner mij niet, welke inlichtingen aan Majoor Dekker zijn gegeven. Vervolgens heb ik mij naar Elst begeven.

Ik heb mij gerechtigd geacht het bevel tot terugtrekken aan mijn compagnie te geven om de navolgende redenen:

  1. voordat ik mij naar de sectie begaf voor nader onderzoek, had de Bataljonscommandant verklaard, dat wij terug moesten trekken;
  2. in de Stuka-aanval waren de manschappen en stukscommandanten in een nerveuze toestand, die mij tot de overtuiging bracht, dat het beter was het uitgesproken besluit van de Bataljonscommandant te volgen;
  3. doordat uit het voorterrein steeds meer mensen zich terugtrokken in de richting van onze opstelling, was de situatie voor de Mitrailleurcompagnie zo geworden, dat het geen zin had daar opgesteld te blijven, omdat een gebruik van de stukken eigen mensenlevens zou hebben gekost."

Voorgelezen, volhard en getekend,
(get.) C.W.A. Wezepoel.

De Commissie van Onderzoek,

(get.) V.E. Nierstrasz,
Generaal-Majoor titulair buiten dienst

(get.) F.A.J. de Klerck,
Luitenant-Kolonel der Artillerie buiten dienst

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.59 MB)