Verklaring van reserve-kapitein D.C. van Alewijk

Commissie voor KorpsOnderzoek
Kolonel D.M. Lucardie.
Militair Arrondissement UTRECHT.
----------------------------

No. 29 A.
Bijlagen: 2

's Gravenhage,
12 Augustus 1940

Bijgaande verklaring van den reserve-Kapitein D.C. van ALEWIJK in handen gesteld van den Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf V.E. NIERSTRASZ ter kennisneming.
De aanbiedingsbrief van den kapitein der Infanterie G.J. van BUUREN gaat mede hierbij.
De bescheiden worden na gebruik terug verzocht.

De Kolonel,
(get.) D.M. Lucardie.


==========================================================================


Rapport van 1-II-19 R.I. over het tijdvak 10 - 13 Mei 1940.
Voor alle uuraanduidingen te lezen plus minus.

10 Mei
18.00 Commandant II-19 R.I. draagt mij op het commando over 1-II-19 R.I. over te nemen van de 1e luitenant Kruissink, die dit van af begin Februari heeft gevoerd.
De compagnie heeft vandaag met 3 secties het vee-evacueren geregeld in Veenendaal. 1 sectie is gedetacheerd als wacht bij het Divisiestafkwartier.
20.00 De compagnie geconcentreerd in de Wilhelminaschool te Rhenen, wordt verspreid langs de Bruine Engscheweg vlak achter de gevechtsopstellingen.
11 Mei
Inrichten van groepsschuilplaatsen in de kelders van verlaten huizen, aanleggen van verbindingsgangen met de commandopost door doorbraken in tuinmuren en huizen. Tegen den avond deelt Commandant II-19 R.I. ons mede, dat de voorpostenstrook gedeeltelijk is gevallen en door II-19 R.I. hernomen zal worden in de nacht.
22.30 Afmarsch per rijwiel naar de Grebbe.
12 Mei
3.30 Van den aanval wordt afgezien door Commandant II-19 R.I., de compagniën gaan terug naar de kwartieren; 1-II-19 R.I. komt onder artillerievuur en krijgt eenige zwaargewonden.
11.00 Er zijn valschermspringers gemeld in Rhenen en er zou zijn geschoten uit de huizen; 1-II krijgt opdracht Rhenen grondig te doorzoeken. Er wordt niets gevonden.
15.00 Commandant II-19 R.I. deelt mij mede, dat een deel van de frontlijn is gevallen en draagt mij op met 1-II (min 1 sectie) versterkt met 1 sectie van Mitrailleurcompagnie II-19 R.I. het complex Heimerstein te hernemen.
15.45 Afmarsch van de compagnie. Bij de Heimersteinsche laan marcheert de compagnie met een voorste echelon van 6 groepen, de groepen in colonne, tusschenruimte 40 meter aan weerszijden van de laan. Een sectie en de sectie zware mitrailleurs in reserve op 100 meter, hierbij de commandogroep.
16.00 Ik ontmoet op de laan in zeer opgewonden toestand den majoor Landzaat van I-8 R.I., dien ik mijn opdracht meedeel. Hij is gewapend met een geweer en zegt mij de groepen onmiddellijk te doen verspreiden, daar hij van alle kanten reeds wordt beschoten. Inderdaad ligt een zestal gesneuvelden langs en op de weg.
De groepen worden verspreid en de marsch voortgezet tot voorbij Ouwehand's Dierenpark, waar mij de Commandant van de linkervoorsectie meldt, dat hij 2 groepen mist, waarschijnlijk afgedwaald door de vele hekken en prikkeldraadversperringen. Een patrouille van de reserve wordt ter opsporing uitgezonden, maar vindt ze niet.
Bij het naderen van een loopgraafcomplex (dit bleek later de stoplijn te zijn) en bij het passeeren ervan komt van voor en rechtsvoor hevig mitrailleur- en geweervuur, waarop de voorste groepen in de loopgraaf verdwijnen.
De reservesectie wordt nu ook beschoten en dekt zich in een verbindingsgang. Hierin ontmoet ik kapitein Maas van 8 R.I. die mij mededeelt, dat overal in het voorterrein vijandelijke groepen zitten en dat ze ook in de rug reeds waren doorgedrongen.
De 1e luitenant Folmer, Commandant van de sectie zware mitrailleurs krijgt de opdracht van 17.00 - 17.15 uur de Heimersteinsche laan en de boschrand Zuid hiervan (voor de stoplijn) onder vuur te nemen en na 17.15 uur het laatste doel onder vuur te houden. Volgende opdrachten zullen hem toegezonden worden.
17.00 Ik laat het voorste echelon de loopgraaf verlaten, wat zeer langzaam gaat, daar de loopgraaf geheel overspannen is met kippengaas en geen uitvalopeningen zijn uitgespaard. Het vuur van 17.00 der zware mitrailleurs blijft uit. Het voorste echelon gaat 17.15 uur voorwaarts, maar bij het naderen van de doorgang in de prikkeldraadversperring voor de stoplijn - die afgesloten is met Friesche ruiters, begint weer de mitrailleur te vuren van schuin voor. De groepen dekken zich en trekken kruipend terug. Ik ga terug naar de sectie zware mitrailleurs en hoor, dat de luitenant Folmer zwaar gewond is door een kogel in de borst en in een schuilplaats is gebracht (stervende). Mijn opdracht aan hem is den opvolger-sectiecommandant niet bekend. Een mitrailleur is buiten gevecht door een schot in de watermantel en één stuk is onbereikbaar door aanhoudend juistgericht vuur in de omgeving. Er wordt inderdaad van alle kanten en ook in de rug geschoten. Met de commandogroep ga ik persoonlijk de situatie in de rug verkennen; hoor wel van dichtbij Duitsch mitrailleurvuur, maar zie geen vijand tusschen de stoplijn en Ouwehand's Dierenpark.
Er vallen in de onmiddellijke nabijheid een aantal mortiergranaten en als ik weer in de verbindingsgang kom, mis ik het grootste deel van de Commandogroep.
19.00 We hernieuwen onze poging.
Twee groepen onder 1e luitenant Wijnands langs Heimersteinsche laan, twee groepen onder adjudant-onderofficier-instructeur Van Krimpen langs harde weg Noord van Heimersteinsche laan, twee groepen onder Vaandrig Van Neer op 75 meter achter luitenant Wijnands, de nieuw gevormde Commandogroep hierbij. Opdracht Heimerstein te bezetten. Er gaat een bericht naar Commandant zware mitrailleurs de boschrand Zuid van Heimersteinsche laan onder vuur te houden, maar de ordonnans meldt, dat hij geen sectie zware mitrailleurs meer kan vinden, en dat één stuk zonder bediening op de weg staat. Dit stuk wordt binnen de loopgraaf gebracht.
Als de voorste groepen de wegafsluiting naderen, worden ze weer heftig beschoten, en ook uit een loopgraaf, die zich op pl.m. 100 meter achter de prikkeldraadversperring bevindt; op den weg en in het bosch liggen verschillende gesneuvelden (Nederlandsch). Vlak voor ons valt vijandelijk artillerievuur, aangevraagd waarschijnlijk met seinpatronen; de kogels scheeren over den weg, men komt niet voorbij het prikkeldraad.
20.00 Ik laat de groepen teruggaan in de stoplijn.
Bij nadere verkenning van deze, blijkt dat de bezetting maar bestaat uit nog geen groep, waarbij de sergeant-sectiecommandant; de rest van de oorspronkelijke sectie is verdwenen. Ik bezet tot nader bericht dit stoplijndeel, waarvan bericht aan Commandant I-8 R.I. (majoor Landzaat) en kapitein Maas (Commandant van deze stoplijn).
20.45 Ontvang bericht: van 20.45 - 21.15 uur mag geen vuur in voorwaartsche richting worden afgegeven.
Ongeveer te dezer tijd komt bericht, dat kapitein Maas, mijn buurman, gewond is.
21.30 Plotseling hevig schieten en geschreeuw uit de richting groote weg Rhenen - Wageningen; in mijn loopgraaf ontstaat groote verwarring, doordat binnen komen vallen militairen van 2-I-8 R.I., 2-III-8 R.I., 24 R.I., 11 R.I. en Jagers, een 60 à 75 man. In de loop van de nacht wordt in dit mengelmoes orde gebracht en de menschen van andere onderdelen over de compagnie gedistribueerd; maar in den morgen blijken de meesten op eigen gelegenheid weer te zijn verdwenen.
Er worden meerdere gewonden gemeld en met eigen middelen verbonden.
23.00 Bericht aan Commandant I-8 R.I. meldende: toestand, de aanloop van andere troependeelen, de verliezen (10 à 11), verzoek om handgranaten en levensmiddelen, toezending hospitaalpersoneel en dokter en informatie of 1-II-19 R.I. afgelost zal worden om naar eigen Bataljon terug te keeren of de stoplijn moet blijven bezetten.
In de loop van de nacht herhaald verzoek om munitie, ziekdragers en levensmiddelen.
Een van deze berichten kwam niet door, doordat de ordonnans den majoor Commandant I-8 R.I. niet kon vinden, daar alles door elkaar liep en bij de commandopost Commandant I-8 R.I. voortdurend werd gevuurd. Deze ordonnans kwam terug pl.m. 5 uur.
13 Mei
Ontvang in de vroege morgen bericht dat vier Bataljons een aanval zullen doen uit of in Achterberg; aan de compagnie wordt medegedeeld dat wij, indien de aanval op onze hoogte komt, opnieuw mee zullen aanvallen. De aanval blijft uit. Hevig artillerievuur naast en op Noordelijk deel van mijn stellingdeel, dit wordt vernield. Daarna voortdurend mortiervuur op terreindeel tusschen Stoplijn en Ouwehand's Dierenpark.
Een uitgezonden patrouille meldt dat de Vickersmitrailleurs, die aan de Noordkant naast ons stonden, verdwenen zijn (pl.m. 10 uur).
9.00 Krijg schot door de wang - wond bloedt erg.
10._ Wordt door bloedverlies onwel, belast met het commando over ons stellingdeel een kapitein van 8 R.I. (naam is mij ontschoten), die in de loop van de nacht in mijn loopgraaf is gekomen en daar is gebleven tijdens het artillerievuur.
Ga zelf hulppost zoeken.
10.30 Als ik achterwaarts het loopgraafcomplex verlaat, loopen daar reeds een achttal Duitschers, die mij gevangen nemen, mijn wapens en kompas afnemen en over een 300 à 400 meter op een afstand van 15 meter ongeveer voor zich uit laten loopen in Westelijke richting (Rhenen) omdat zij trapmijnen in het terrein vermoeden. Tenslotte word ik na herhaald protest tegen deze behandeling afgevoerd naar Wageningen en later naar Arnhem en Bocholt.
Van de officieren (1e luitenant Wijnands en Vaandrig Van Neer) vernam ik later, dat de compagnie betrekkelijk spoedig na mijn heengaan het verzet heeft opgegeven, daar de munitievoorraad goeddeels was verbruikt. De munitiehalers die ikzelf 's morgens had uitgezonden waren niet teruggekomen. Na de terugtocht op Rhenen heeft de rest van de compagnie nog eenigen tijd in haar eigen gevechtsopstellingen vertoefd en is toen met II-19 R.I. in achterwaartsche richting afgevloeid.


Commandant 1-II-19 R.I.
De reserve kapitein,
(get.) D.C. van Alewijk.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 306.34 KB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 4.45 MB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 3
(PDF, 469.29 KB)