Verklaring van reserve-kapitein J.C. Vahl

Verklaring van den Reserve-Kapitein J.C. VAHL Commandant 3-III-19 R.I.
afgelegd in de vergadering der Commissie Militaire Onderscheidingen
d.d. 1 Juli 1947.
----

Mijn rechter neven-compagnie had de Friesche Steeg inbegrepen. Toen de aanval van de Duitschers langs de grond kwam, was ik een geïsoleerde compagnie. De rechter-compagnie was weg. Eerst was mijn front evenwijdig aan de Wetering Steeg; front-breedte 750 à 800 meter. De gevechtsopstelling van de rechter voor-sectie was bij koepelkazemat P 34 en P 35. Het verloop van de prikkeldraadversperring, zooals op de kaart 1 : 10.000 is aangegeven, is juist.

Op 11 en 12 Mei heb ik geen verliezen geleden tengevolge van artillerievuur. Vóór 13 Mei had ik één gewonde tengevolge van een Stuka-aanval op 12 Mei.

In den nacht van 12 op 13 Mei is het front veranderd op bevel van mijn Bataljonscommandant evenwijdig aan de Friesche Steeg. Na de front-verandering was de rechter voor-sectie linker-voorsectie geworden en aangeleund aan pantserkoepel 34.

In den vroegen morgen van 13 Mei kregen wij bevel de oude gevechtsopstelling (front Noordoost) weer in te nemen. De bataljons, die den tegenaanval uitvoerden, trokken achter mij langs. Deze tegenaanval is mislukt; de teruggeslagen troepen zochten voor een oogenblik dekking in mijn loopgraaf tegen artillerievuur. Deze troepen kregen na 1 uur bevel terug te trekken op Veenendaal. Daarbij bestond het gevaar, dat mijn personeel zou worden meegezogen, hetgeen echter is voorkomen. Toen de troepen weg waren, had ik geen verbinding meer met de commandopost van Majoor WEBER. Ik heb patrouilles uitgezonden om verband op te nemen. De troepen, die den tegenaanval hadden ondernomen, waren toen weg. Ik wilde weten welk front ik moest innemen, nu de tegenaanval was mislukt. Ik heb daarom sergeant KOEKOEK en soldaat NOORDHUIS naar de commandopost van Majoor WEBER gezonden. Zij keerden tegen 14.00 uur terug, na anderhalf uur weggeweest te zijn. Zij hadden door een moddersloot en onder hevig artillerievuur hun weg moeten afleggen. Sergeant KOEKOEK meldde mij, dat de commandopost van Majoor WEBER was verlaten. Hij had alleen twee motoren aangetroffen waarvan hij de benzinetank had doorschoten. Bovendien had hij het licht uitgedaan. Hij bracht de tasch van Majoor WEBER inhoudende kaarten en stukken mee. Ik heb deze verbrand.

Toen KOEKOEK terug was, zag ik dat de rechter neven-compagnie in ploegen achter mij langs terugtrok. Ik heb toen getracht met de linker neven-compagnie verband op te nemen. De Kapitein van deze compagnie, reserve-Kapitein P. VAN DER MEULEN, die de oudste was, was echter ook niet te vinden. Deze toestand heeft ongeveer anderhalf uur geduurd. Toen de rechter neven-compagnie weg was, heb ik hetzelfde front als in den nacht van 12 op 13 Mei weer ingenomen. Tegen 15.30 uur kwam een ordonnans van de linker neven-compagnie met een briefje waar op stond, dat het 3e bataljon terug moest trekken in de richting Veenendaal. Het briefje was geteekend door de Reserve-Kapitein VAN DER MEULEN als waarnemend Bataljonscommandant. De Majoor WEBER zou gewond zijn. Ik was toen reeds in gevecht met de Duitschers, welk gevecht ongeveer een half uur heeft geduurd. Mijn linker en midden sectie werden namelijk vanuit de boomen beschoten. Ik was bij de midden sectie aan de Wetering Steeg en zag dat de linker en midden sectie met 6 lichte mitrailleurs terugvuurden. De Duitschers zijn doorgedrongen bij het kruispunt Wetering Steeg - Friesche Steeg en bij pantserkoepel 35 in mijn flank. Tijdens het gevecht vielen bij mij 5 dooden tengevolge van een artillerie-bomtreffer en 3 gewonden door mitrailleurvuur. Wij vonden naderhand tientallen niet gesprongen 23 cm granaten [mogelijk 21 cm Mörser 18]. Deze zijn later door de Genie nagemeten.

Ik heb de secties bevel gegeven achtereenvolgens terug te trekken, waarbij ik met twee mitrailleurs de terugtocht zou dekken. De sectie van Luitenant VAN DER STRATEN trok het eerst terug in de richting Veenendaal. Daarna de sectie van Vaandrig HUISMAN en vervolgens twee groepen van de midden sectie met Luitenant DRIELSMA. Ik ben met één groep waarbij sergeant DONKERS gebleven om den terugtocht te dekken. Wij hebben de mitrailleur witgloeiend geschoten. Tegen 16.00 uur ben ik met 6 à 7 man achteraan gekomen.

De compagnie, toen nog bestaande uit 91 man, heb ik gedirigeerd naar de spoorweg-kruising bij Dikkenberg (Vt. 167 - 445). Bij Dikkenberg heb ik mij gemeld bij den Overste LAND. Van Dikkenberg ben ik door het terrein teruggetrokken in de richting van Bergzicht. Ik kreeg namelijk opdracht van den Overste LAND om bij de zandafgraving een stelling te verlengen in Zuid-Westelijke richting (richting Veenendaal). De Reserve-Kapitein SLUIS, die ook bij de zandafgraving zat, was commandant van de Mitrailleurcompagnie van een ander regiment. Wij hebben den geheelen nacht van 13 op 14 Mei met twee andere compagnieën van III-19 R.I. daar gezeten. De Kapitein VAN DER MEULEN heeft zich gemeld bij den Overste VAN DEN BRIEL, commandant 10 R.I., te Veenendaal, omdat wij geen verband konden krijgen met onzen Regimentscommandant, Overste SMITS. In de stelling moesten wij als scherm standhouden tot 3.00 uur in opdracht van Overste VAN DEN BRIEL. Daarna moesten wij via Amerongen en Wijk bij Duurstede terug trekken naar Oostfront Vesting Holland. Om 3.00 uur zijn wij opgebroken. Ik ging vooraan mijn compagnie omdat ik een kompas had. Sergeant KOEKOEK en soldaat NOORDHUIS gingen, toen het licht werd, ongeveer 50 meter vóór mij uit, omdat wij vreesden op mijnenvelden te zullen stuiten.

Bij Amerongen is een officierspatrouille onder den Luitenant STUIT ter verkenning naar Amerongen gezonden. De patrouille kwam na een half uur terug en meldde, dat Amerongen door de Duitschers bezet was. Er waren tanks gezien en het zou onmogelijk zijn door Amerongen te gaan. Wij zijn via Leersum en Scherpenzeel gemarcheerd en in den middag tegen 17.00 uur (14 Mei) bij het Witte Huis voorbij de Pyramide van Austerlitz terecht gekomen. Onderweg zijn wij door drie Duitsche tanks Noordelijk van Leersum aangevallen. Er ontstond een paniek tengevolge waarvan wij den Kapitein VAN DER MEULEN en eenige andere officieren en minderen kwijt raakten. De Kapitein WESTHOF nam toen het commando over. Bij het Witte Huis zijn wij door Duitsche troepen met tanks omsingeld en gevangen genomen.

Op Zondag 12 Mei hebben wij eigen artillerievuur in de rugweer ontvangen. Ik kon tijdig waarschuwen, waarop het vuur is verlegd naar Wageningen.

's-Gravenhage, 1 Juli 1947.
(get.) J.C. Vahl.

Opgenomen: M.
Typ.: K.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.78 MB)