Verklaring van reserve-kapitein Mr. M. Lodder

Verklaring afgelegd door den Reserve Majoor, destijds Reserve Kapitein
Mr. M. LODDER van 3-I-16 R.A. in de vergadering van de Commissie
Militaire Onderscheidingen van 27 Maart 1947.

Ik ben op 9 Mei 1940 tegen ongeveer 23.00 uur als Batterijcommandant bij de batterij gekomen. De Batterij was ongeveer anderhalve maand tevoren opgericht en bevond zich te Wamel.
Op een gegeven oogenblik moesten we in stelling komen West van Rhenen. De Afdeelingspost was in het Wittehuis nabij het stellingterrein. Op 13 Mei 's morgens tegen 4.30 uur hebben wij een stormvuur afgegeven. Dit was een kaartvuur, hetwelk naderhand tegen 7.00 uur nog eenmaal is herhaald. In totaal zijn ongeveer 200 à 300 projectielen afgevuurd. Verder zijn geen vuren afgegeven. 's Nachts hebben we aanvoer van munitie gehad. De stellingen waren uitstekend gecamoufleerd. Ik heb een munitienis als commandopost gebruikt.
Vlak voor de Batterij kwamen in het open veld voortdurend projectielen neer. De Batterij heeft niet rechtstreeks onder vuur gelegen; wel vlogen er projectielen overheen. Ik heb niet den indruk gehad dat de Batterij gezocht werd.
De Luitenant IRISH STEPHENSON is de officier geweest die tegen de Commandanten der voertuigen gezegd heeft terug te gaan. Eveneens is aldaar bericht gekomen dat de Batterijen in de pan zouden zijn gehakt. Over deze aangelegenheid is door een Commissie van Huishoudelijk onderzoek, waarvan de Kapitein Monsma deel uitmaakte, onder mijn leiding een rapport opgemaakt.
Bovendien trokken militairen langs den weg uit Rhenen terug. De wachtmeester SPAARGAREN heeft toen blijk gegeven zich er van te willen overtuigen hoe de toestand in de Batterij was. Hij is met de voorwagens terstond in Oostelijke richting langs den straatweg Amerongen/Rhenen gereden, waarbij hij vergezeld werd door den wachtmeester PIJPERS. Hierdoor werd een paniek onder eigen menschen voorkomen. Gezien de angststemming die er heerschte, vond ik het optreden van den wachtmeester Spaargaren flink.
Op een gegeven moment in den namiddag kwam bij den Afdeelingscommandant, waar ik toevallig voor een bespreking was, een order binnen om terug te trekken. Het codewoord ontbrak. Tevoren was medegedeeld, dat aan dergelijke orders niet zonder meer uitvoering moest worden gegeven. De Afdeelingscommandant zond daarom een officier naar den Divisiecommandopost. Deze (het was meen ik de Luitenant De FLINIS) vond den commandopost verlaten. De Afdeelingscommandant, Kapitein VAN KATWIJK besloot toen om terug te trekken. Er werd order gegeven: Voorwagens voor. Ik vond dat deze boven verwachting snel er waren, want ik wist van de paniek op dat moment nog niets af. Wel was er een order geweest via den Afdeelingscommandant om de Batterij gereed te maken voor nabij verdediging. Als gevolg daarvan waren twee mitrailleurs opgesteld en granaatkartetsen 0 gereed gemaakt.
Bij het teruggaan naar IJsselstein is een klein gedeelte van de munitie meegenomen. Er was geen gelegenheid de voorwagens te pakken. Hierbij zijn wij niet onder vuur geweest. De paarden waren in goede conditie, zij hadden van 12 op 13 Mei gerust. Bij den opmarsch op den weg Amerongen/Elst werden we door vliegtuigen aangevallen. Daarbij is een wachtmeester, waarschijnlijk door een hartverlamming, overleden.
Ook heb ik het bericht gehad dat de Koerheuvel door vijand bezet zou zijn. Ik heb een patrouille uitgezonden onder den cadet-vaandrig VAN DER BEEK. Deze is op den toren en ook nog verder in het voorterrein geweest, doch de vijand bleek nog over den spoorbaan te zitten.
In het bosch lag een majoor, wiens naam ik niet meer weet, met zijn bataljon, die mij zeide geen enkele opdracht te hebben en deswege ter plaatse bleef.
De Majoor LOKE, die optrad als waarnemend Regimentscommandant, was als regel ambulant. In de oorlogsdagen heb ik geen contact met hem gehad.

's-Gravenhage, 27 Maart 1947
(get.) Mr. M. Lodder.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.13 MB)