Verklaring van reserve-officier van gezondheid 1e klasse Dr. Th. Heimans

Reserve Officier van Gezondheid 1e klas Dr. Th. HEIMANS, van de Staf 26 R.I. [en ingedeeld bij 29 R.I.], verklaart bij zijn verschijning voor de Commissie Militaire Onderscheidingen, op 23 Juni 1947:

Overste Land was Regimentscommandant.
12 Mei 's avonds waren wij in Amerongen. Wij kregen eerst opdracht naar Wijk bij Duurstede te gaan. Later moesten wij weer terug naar Amerongen. Hier kregen wij opdracht naar de Grebbe te gaan. Plm. 3.00 uur 13 Mei kwamen wij daar aan, bij Hotel Berg en Bosch aan de weg Veenendaal - Elst. Hier riep Overste LAND de Bataljonscommandanten bij elkaar. De uitgangsstellingen moesten worden ingenomen.
Om half 5 ging Overste LAND met zijn adjudant naar voren. Hij liet de staf staan en zei dat wij nog wel van hem zouden horen. Wij hebben ongeveer een uur gewacht maar hoorden niets. Ik ben toen gaan kijken waar hij zat en vond hem in de commandopost zuid van de Zuidelijke Meentweg. Overste LAND gaf mij toen opdracht om naar Doorn te rijden met mijn wagen om de regimentstrein te halen. Deze stond op de weg van Doorn naar het Zuiden. Ik heb tegen de commandant gezegd dat hij terug moest komen. Toen ben ik teruggereden met Sergeant SCHALKWIJK die mee was gegaan. Onderweg zag ik een hele colonne militairen die terug trokken en waar Militaire Politie bij stond. De Militaire Politie ging vooruit om door de colonne de weg voor mij vrij te maken. Ik ben terug gegaan naar de commandopost. Toen ik bij de 1e linie kwam op de weg Achterberg - Veenendaal trof ik een troepje officieren met Overste LAND. De soldaten waren ontmoedigd en de Overste probeerde de mensen weer in stelling te brengen. Ik vertelde hem dat de trein zou komen. Deze is echter niet meer gekomen, kon er blijkbaar niet meer door.
Met de mensen was er niets meer te beginnen. Zij beweerden ook een gasaanval gehad te hebben, dit bleek echter niet waar te zijn. De duitsers waren in de buurt van Achterberg, waar precies wisten wij niet. Op een gegeven ogenblik werd de Overste weggeroepen door iemand van de Staf van de 4e Divisie. Toen kwam er ook een man die zei dat iets verderop enige gewonden in een verbandplaats zouden zijn onder de grond. Ik zei tegen een van de officieren dat ik er naar toe ging. Hij zei nog dat zou ik niet doen, daar wij niet wisten of daar ook duitsers waren. Ik ben er naar toe gereden met Sergeant SCHALKWIJK, die vrijwillig meeging. 200 Meter verder werd ik beschoten door 2 duitsers die plotseling van achter een boom te voorschijn sprongen. Toen de Hollanders hoorden dat ik werd beschoten begonnen zij ook te schieten. Wij werden door de duitsers gevangen genomen en meegenomen over de spoorbaan naar de Commandant van S.S.3 [SS Der Führer], vermoedelijk Oostenrijkers. Hier hebben wij nog plm. 4 uur plat op de grond gelegen voor het vuur van de Nederlanders. Ik heb hier ook duitsers moeten verbinden. Ik heb ook gezien dat Nederlanders met zakdoeken moesten wuiven om te trachten het vuur te doen ophouden. Achter mij moesten Nederlandse officieren vooruit lopen, opdat de Nederlanders het vuur zouden staken. Oost van de Spoorbaan zuid van de Zuidelijke Meentweg. Dit heb ik op twee plaatsen meegemaakt. Daarna brachten de duitsers mortieren naar voren en hebben hiermede geschoten tot het donker werd. Om 21 uur zei de duitse commandant dat ik maar naar de hulpverbandplaats moest gaan. Toen ik hierin kwam trof ik ook Dr. MEEUWESE aan. Hier heb ik Nederlandse gewonden geholpen, onder andere ook Luitenant HELDER die gewond was geraakt met het gedwongen vooruit lopen.
De volgende morgen kwam een duitse dokter, een S.S.-Majoor.
Ik moest de hulpverbandplaats in orde maken, schoonmaken.
Ik vertelde hem dat ik hiervoor geen personeel had, waarop hij antwoordde dat ik het dan maar zelf moest doen. Dit heb ik geweigerd. Hij heeft tenslotte toegegeven en het zijn eigen mensen laten doen. Toen werd ik naar het Kriegslazaret in Arnhem gebracht voor het verzorgen van Nederlandse gewonden. Hier heb ik enige dagen en nachten Hollanders geopereerd, later ook duitsers. Hij (de commandant) zei op een oogenblik: "je hebt zo goed geholpen, ik zal U Commandant maken van de Hollanders".
Ik kreeg het Lyceum toegewezen als noodziekenhuis, waar 40 lichte gewonden werden ondergebracht. 146 zwaar gewonden werden ondergebracht in het St.Elisabeth Gasthuis en het Diaconessenhuis. In het Diaconessenhuis trof ik ook Dr. van der Belt.
Met 3 man (Dr. MEEUWESE, Dr. van der BELT, en ik) hebben wij de gewonden verzorgd. Er kwam een bevel dat er 20 Rode Kruis auto's zouden komen om de licht gewonden uit het Lyceum te vervoeren naar Emmerik, wat ook is gebeurd. Wij kregen toen de zorg voor de zwaar gewonden in het St.Elisabeth Gasthuis en het Diaconessenhuis. Later werd dit overgenomen door het militair hospitaal in Arnhem.

's-GRAVENHAGE, 23 Juni 1947

Dr. Th. Heimans

Opgenomen J.v.d.B.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 923.95 KB)