Verklaring van reserve-tweede luitenant-waarnemer Th.J. Vrins

VERKLARING VAN DEN LUITENANT-WAARNEMER TH.J. VRINS.

Wij kregen 12 Mei 1940 om pl.m. 17.00 uur opdracht van den Majoor Raland op het vliegveld De Silk [De Zilk], om met 3 C V [C.5] toestellen te starten. De naam van den commandant is mij onbekend. De opdracht luidde, om de hoofdweerstandslijn te verkennen, na te gaan in hoeverre deze door den vijand was bezet en tot hoever de Duitschers waren doorgedrongen; voorts om den vijand afbreuk te doen en eventueel artillerie ten Noorden van Wageningen buiten gevecht te stellen.
In verband hiermede werden 90 kilogram scherfbommen medegevoerd - voornamelijk bedoeld tegen een actieve vijandelijke aanval (18 bommen van 5 kilogram). Er werd niet in verband gevlogen, omdat het bij het opstijgen juist luchtalarm was. De vlucht werd om 17.00 uur uitgevoerd op een hoogte van 150 à 200 meter. Ik had dit vak reeds vroeger verkend, omdat ik van Ypenburg kwam, mijn vlieger Sergeant Van Liempd was hier vreemd. Wij vlogen achteraan - de beide anderen vlogen in verband.
Boven de spoorbrug bij Rhenen gekomen vlogen we - ongeveer te 18.00 uur naar de stelling op 400 meter.
Op 12 Mei 18.00 uur werd het volgende waargenomen:
Eigen artillerie en vijandelijke artillerie vuurden. Er woedden een aantal branden op de Grebbeberg en in Wageningen. De eigen troepen maakten zich niet kenbaar door 't uitleggen van gele lappen, zoodat de positie van de voorste lijn moeilijk te bepalen was. Wij vlogen drie keer heen en weer over de stelling Noord-Zuid van de inundatie tot de Rijn. De hoofdweerstandslijn zooals hij werd ingenomen door front 8 R.I. was op het tijdstip van mijn verkenning verlaten. Er was toen géén aanval op groote schaal van den vijand. (Een groote aanval had zich ongetwijfeld kenbaar gemaakt door actieve troepenbewegingen langs de beide wegen van Wageningen naar de Grebbeberg)
In verband met onze opdracht stootte ik door naar Wageningen. Ik wierp vliegend op ongeveer 250 meter hoogte de bommenlast af op een aantal stilstaande vijandelijke vrachtwagens bij de ingang van Wageningen. Resultaat heb ik niet kunnen waarnemen. De beide andere toestellen waren eerder afgezwaaid, één Noordwaarts en één via de Betuwe. Ten tijde van 't afwerpen van mijn bommenlast begonnen de Duitschers met licht afweergeschut te schieten en dwongen ons ongeveer 18.30 uur tengevolge van een 2 cm treffer in de staart tot een noodlanding ten Zuiden van de dijkweg, Noordoostelijk van de steenfabriek. Van Liempd bleek gesneuveld te zijn. Onze bewapening bestond uit 2 mitrailleurs, één voor en één achter. Op de grond werden wij gemitrailleerd door twee Duitsche toestellen en infanterie (bleek op pl.m. 200 meter afstand langs de dijk te liggen). Ik werd door stoottroepen gevangen genomen - de kaarten, welke de vijand gaarne wilde hebben waren allen verloren gegaan. De Duitschers bleken op dit uur geen aanval meer te verwachten en waren in rust gegaan, ongetwijfeld waren zij verrast. Zij waren zeer zelfverzekerd. Holland moest zich toch overgeven. Ik werd later te Uden verhoord door personeel van de "Luftwaffe". Zij zeiden alles te weten. Zij wisten echter niet waar ik was opgestegen; het vliegveld de Silk kenden zij niet - ik heb hen dit niet medegedeeld. (Ook de andere door ons gebruikte vliegvelden in het Westen kenden zij niet) Zij wisten dat mijn vlucht een verkenningsopdracht was; het type vliegtuig was hen reeds door de stoottroepen medegedeeld.
Op Maandagmorgen te 11 uur deelden zij mij mede, dat hun voorste troepen de Cuneratoren te Rhenen gepasseerd waren.
Wij meldden ons allen vrijwillig voor deze verkenningsopdracht. De waarnemers waren gauw gevonden, met de vliegers ging het moeilijker (omdat zij juist terugkwamen van een opdracht naar de Afsluitdijk). Of dit echter voor alle drie vliegers geldt staat mij niet duidelijk meer voor oogen.

's-Gravenhage, 15 april 1946.

De reserve 2e luitenant-waarnemer,
(get.) Th.J. Vrins.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 583.45 KB)