Verklaring van Ritmeester Jhr.Mr. C.C. van Lidth de Jeude
Ritmeester Van Lidth de Jeude, Jhr.Mr. C.C., verklaart bij zijn verschijning
voor de Commissie Militaire Onderscheidingen, op 1 Mei 1947:
Ik was Luitenant-toegevoegd bij Majoor De KRUYFF.
Toen Majoor De KRUYFF het uitvoeren van de vernieling inspecteerde bleef ik in de commandopost bij Overste van Swinderen.
Ritmeester van Notten was de eerste dag zenuwachtig en de Regimentscommandant vond hierin aanleiding om mij te belasten hem bij zijn werkzaamheden bij te staan. De eerste dag heb ik samen dienst gedaan met Luitenant van Reenen. De commandopost was gevestigd in Hotel de Langeberg ongeveer 300 meter Westelijk van het kruispunt van de Paaschbergweg en de betonweg Arnhem - Utrecht.
De taak van 4e Regiment Huzaren (4 R.H.) was dezelfde als die van IIe Verkenningsafdeeling, namelijk het aanbrengen van van te voren voorbereide vernielingen in een vak van Lunteren tot Oosterbeek met een eskadron aan het Apeldoorn/Dierensch-kanaal tusschen Apeldoorn en Dieren. De 2e Verkenningsafdeeling werd practisch opgenomen in 4 R.H. behoudens het 2e reserve-eskadron [?] dat met andere reserve-eskadrons in een nieuw opgericht 5 R.H. werd ingedeeld onder commando van Reserve Luitenant-Kolonel Van de Wall Bake.
In de loop van 10 Mei werden de vernielingen volgens plan uitgevoerd en kwamen de vooruitgeschoven eskadrons volgens hun opdracht bij het regiment terug. Het eskadron van den Reserve Kapitein Nijhoff keerde het vertragend gevecht voortzettend via Heelsum - Renkum - Bennekom terug. In de loop van den middag werd het eskadron van Beijma door den Regimentscommandant gedirigeerd naar de kunstweg Ede/Wageningen Zuid van de spoorwegovergang, bij het station Ede als flankbeveiliging. In de loop van den avond werd het Regiment teruggebracht achter de Grebbelinie via De Klomp en het voormalig werk De Roode Haan en werd gelegerd in Leersum (Hotel Donderberg, kasteel Broekhuizen en hotel Darthuizen en omgeving).
Op 11 Mei werd door het eskadron Quarles van Ufford een verkenning verricht in de richting Ede. Deze verkenning werd niet verder uitgevoerd dan De Klomp aangezien het eskadron op uitdrukkelijke last van de Regimentscommandant zich niet zonder pantserafweergeschut (pag.) buiten de aldaar gestelde versperring mocht begeven. Het bleek niet mogelijk het pag. over deze versperring te brengen. Een stuk van de aanwezige stukken pag. was onklaar geraakt ter hoogte van Oranje Nassau-oord en is achtergebleven bij Renkum. (Eskadron Nijhoff).
Wel heeft de ritmeester Quarles van Ufford telefonisch verbinding gehad met het gemeentehuis in Ede tot het oogenblik dat aldaar de Duitschers Ede bezetten.
In de vroege morgen van 12 Mei is dit eskadron weer in Leersum teruggekomen.
Op 11 Mei ontving de Regimentscommandant opdracht om drie eskadrons (bereden) te dirigeren op Zeist - Doorn en Maarn, om aldaar gelande parachutisten op te sporen.
In de loop van de dag werd bevel ontvangen om de twee eskadrons pantserwagens en een sectie Vickers pantserwagens van Korps Rijdende Artillerie (K.R.A.) naar den Haag te zenden ter beschikking van het Algemeen Hoofdkwartier. Bovendien werden twee eskadrons naar Utrecht gevoerd teneinde aldaar bijstand te verlenen bij het handhaven van orde en rust. De Regimentscommandant stond nu slechts ter beschikking: een eskadron Wielrijders, een gemotoriseerd eskadron zware mitrailleurs plus 1 sectie mortieren en eenige stukken pag.
12 Mei.
Twee van de drie bereden eskadrons werden uitgerust met rijwielen terwijl pl.m. 500 paarden met het personeel van het bereden 3e eskadron onder commando van Ritmeester Mazel te Leersum zou achterblijven.
Tegen de avond pl.m. 17.30 uur werd de Regimentscommandant ontboden bij de Divisiecommandant Kolonel van Loon teneinde een opdracht in ontvangst te nemen. Daarbij waren mede tegenwoordig Majoor De Kruyff en ik. De opdracht luidde: (Verstrekt door de kapitein Lefèvre de Montigny) om de stellingen bij Kruiponder welke door de sectiën infanterie verlaten waren te bezetten. Voor deze taak werd aangewezen het eskadron Quarles van Ufford hetwelk ter plaatse arriveerde en de opstelling innam. Spoedig bleek dat een grooter gedeelte van de stelling verlaten was, dan oorspronkelijk bekend was, zoodat een tweede eskadron (van Van der Voort van Zijp) werd aangewezen een deel van de stelling bij Kruiponder te bezetten. (Het regiment stond opgesteld in het bedekt terrein tusschen de Koerheuvel en jeugdherberg Berg en Dal).
Op het oogenblik dat het eskadron Van der Voort van Zijp bezig was het open terrein Westelijk van Kruiponder te overschrijden, onder vijandelijk vuur, kreeg de Regimentscommandant een nieuwe opdracht en moest de beide naar Kruiponder gezonden eskadrons terugnemen. Deze opdracht luidde: zich met het regiment te begeven naar Rhenen en aldaar het commando over te nemen en door het 4e Regiment Huzaren een opstelling te doen innemen aan de spoorlijn Amersfoort - Kesteren van kilometerpaal 25 (bij Vreewijk) tot de brug over de Rijn. Deze spoorlijn moest over de aangegeven breedte worden vastgehouden. Ritmeester Van PALLANDT bracht dit bevel mondeling aan de Regimentscommandant. 's Avonds ongeveer 23.30 uur gaf de Regimentscommandant bevel aan de onderdelen op te marcheeren tot aan het Kruispunt van de autoweg en de kunstweg van Jeugdherberg Berg en Dal naar Rhenen. Aldaar gaf hij het bevel aan Ritmeester Van PALLANDT met zijn eskadron opstelling in te nemen aan de spoorweg van de brug over de Rijn tot de kunstweg Rhenen - Wageningen. Aan Ritmeester Feist om met zijn eskadron opstelling in te nemen aan de Spoorweg van de kunstweg Rhenen - Arnhem (inbegrepen) tot ongeveer kilometerpaal 24,4. Aan Ritmeester Van der Voort van Zijp daaraan aansluitend en iets achterwaarts op de Oude Vreewijkscheweg zijn eskadron als reserve-eskadron op te stellen. Dit laatste eskadron heeft naderhand een gewijzigde opstelling gekregen, front noord-oost, ter hoogte van kilometerpaal 25. Voor zoover ik mij kan herinneren werd dit geheel onder het commando van Majoor De Kruyff gesteld. Rekening moest worden gehouden met het overschrijden van de spoorweg bij het aanbreken van de dag.
Zoowel de Regimentscommandant als Majoor De Kruyff hebben dadelijk verkenningen verricht in de stelling, (ongeveer tusschen middernacht en 2 uur 'smorgens). De stelling bleek open loopgraven te bevatten ter diepte van 1.50 meter, terwijl de loopgraaf aangetroffen langs de Oude Vreewijkscheweg 2 meter diep bleek te zijn. Majoor De Kruyff koos zijn commandopost aan de Oude Vreewijkscheweg ter hoogte van de oude watertoren. De Regimentscommandant heeft gedurende de nacht getracht zich op de hoogte te stellen van de plaats van de commandopost van de Commandant, die ter plaatse het bevel voerde. Eerst in de vroege morgen heeft hij deze, de Majoor Van Apeldoorn, gevonden, in een kelder van een dokterswoning, (een witte villa aan de kunstweg ongeveer 400 meter Westelijk van de oude watertoren). Bij de bovengenoemde verkenning heeft de ritmeester Van Pallandt, ter plaatse bekend, de weg gewezen. Terwijl wij ons in de omgeving van de commandopost bewogen bij verkenning en dergelijke werd uit verschillende richtingen geweervuur ontvangen. Tegen 3.30 uur van 13 Mei bevond ik mij in een zolderkamer van de commandopost, bij de oude watertoren, teneinde een inzicht te krijgen in het voorterrein en eventuele vijandelijke acties. Te ongeveer 5.30 uur nam ik Oostelijk van de spoorlijn aanvankelijk in de Betuwe en gaande in Noordelijke richting tot ongeveer ter hoogte van kilometerpaal 25 een serie lichtkogels waar van witte en groene kleur. Door de daarop volgende artilleriebeschietingen leek mijn aanvankelijke mening dat het hier het aangeven van stroken, waarin artillerievuur gegeven zou worden, betrof, bevestigd te worden.
Bij het viaduct in de kunstweg Rhenen/Wageningen stond een van onze stukken pag. opgesteld, naar ik mij meen te herinneren met eenige overgebleven stukken, waarbij ik opmerk dat het terughalen van een zich aan de Oostelijke zijde van het viaduct bevindend stuk pag, mij slechts uit verhalen bekend is.
Het mitrailleureskadron alsmede de sectie mortieren van 8 bevond zich op de linker vleugel van de te verdedigen terreinstrook ter hoogte van kilometerpaal 25 als flankdekking, doch was naar mijn weten niet gebruikt hetzij door gebrek aan doelen hetzij door gebrek aan voldoende schootsveld. Het eskadron werd gecommandeerd door Luitenant Fentener van Vlissingen, de mortieren naar ik meen door kornet Crena de Jongh. Het ravijn van de spoorweg was aan beide zijden, ook op de taluds, versperd met prikkeldraadversperringen en dergelijke. In het begin van de morgen kwam het bericht dat de spoorlijn niet moest worden overschreden en dat de stellingen bezet moesten blijven.
In deze morgen ving de vijandelijke beschieting van Rhenen aan met het zwaartepunt op het dorp Rhenen [stad!], terwijl ook in de door 4 R.H. bezette terreinstrook zwaar artillerievuur werd ontvangen. De commandopost van de majoor De Kruyff werd eveneens onder vuur genomen, doch juist op tijd op mijn aanwijzing verlaten voordat een treffer het huis raakte. Tijdens deze artilleriebeschieting heb ik bevel gegeven aan het personeel van het eskadron van Van der Voort van Zijp die zich bevonden in een aantal onbewoonbaar verklaarde woningen aan de Oostrand van de Oude Vreewijkscheweg, zich sprongsgewijze aan de andere zijde van de weg te begeven en zich in de daarachter gelegen loopgraven te dekken. Ik meende hiertoe te moeten overgaan omdat tengevolge van het vijandelijk artillerievuur reeds slachtoffers waren gevallen. Vrij kort daarop, om de gedachte te bepalen tusschen 11.00 en 13.00 uur, heeft het eskadron van Van der Voort van Zijp het bevel ontvangen de gewijzigde opstelling in te nemen als hierboven vermeld. In het laatste der onbewoonbaar verklaarde woningen bevonden zich nog twee zware mitrailleurs welke ik opdracht heb gegeven vuur uit te brengen op de vijand (waarnemers?) die zich vermoedelijk ophielden in de bomen langs de kunstweg welke // Oost van de spoorlijn loopt en in de daarachter gelegen huizen (Boschlandweg). Majoor De Kruyff verplaatste zijn commandopost eenige huizen iets Noordwaarts doch deze huizen bleken voor de vijand een goed doel te bieden, zoodat deze commandopost ook onder vuur werd genomen. Majoor De Kruyff besloot toen zijn commandopost weer te verplaatsen in een der loopgraven welke aan de Westrand van de Oude Vreewijkscheweg ligt. Ongeveer ter hoogte van de onbewoonbaar verklaarde woningen in deze loopgraaf, waar ik persoonlijk doorheen gelopen ben, trof ik als bezetting, behoudens personeel van het regiment, slechts aan een 2-tal bezette zware mitrailleur-opstellingen van de infanterie.
In de loop van de middag is Majoor De Kruyff, door mij vergezeld, naar de commandopost gegaan van Majoor van Swinderen om verband op te nemen en om te worden ingelicht omtrent de situatie, daarbij werden wij van verschillende zijden beschoten. Hier hoorden wij dat het regiment was teruggenomen. Ik ben slechts een kort moment in de commandopost geweest, daarna heb ik mij naar buiten begeven om nadere orders af te wachten. Zeer kort daarop werd de commandopost onder vrij zwaar artillerievuur beschoten.
Vrij kort daarna kwam bericht van het eskadron Quarles van Ufford, dat optrad ter beveiliging van deze commandopost, dat grote en kleinere groepen duitsers west van de spoorlijn waren aangetroffen en zich in zuid-westelijke richting bewogen. Ik kan niet meer verklaren hoe sterk deze doordringende vijand was, noch waar zij precies de spoorlijn overschreden. De Regimentscommandant had intussen opdracht gegeven, naar ik meende van hem te vernemen op bevel van hogerhand, zijn troepen terug te nemen langs de autoweg en halt te houden bij het kruispunt van deze weg en de kunstweg Amerongen - Rhenen. Aan dit bevel werd uitvoering gegeven door het gereedstellen van auto's en het uitsturen van ordonnansen naar de eskadronscommandanten. Zelf heb ik plm. 5 ordonnansen uitgestuurd naar het eskadron Feist, maar geen van dezen hebben hun doel bereikt. Het gevolg daarvan was dat dit eskadron later is teruggekomen.
Ik teeken nog aan dat dit bevel gegeven is ongeveer tussen 3 en 5 uur 'smiddags. Tijdens het marcheren van de commandopost naar het gegeven punt werd uit de richting Koerheuvel geweer- en mitrailleurvuur ontvangen. Bij het aangegeven punt aangekomen heeft de Regimentscommandant persoonlijk verband gezocht met de Divisiecommandant en aldaar bevel ontvangen om op het bewuste kruispunt als achterhoededekking voor de divisie op te treden en zich sprongsgewijze te verplaatsen in de richting Utrecht.
Voor het doorlaten van deze achterhoededekking zouden in de versperringen op de kunstweg van Elst naar Utrecht openingen worden gelaten, doch deze bleken bij aankomst alle gesloten te zijn, zodat de Regimentscommandant het regiment met sprongen verplaatste door het Amerongsche bos dicht aan de kunstweg.
Op het kruispunt van de autoweg en de kunstweg werden dadelijk na aankomst maatregelen genomen deze beide wegen te versperren, onder meer door het graven van een provisorische tankgracht in de kunstweg, terwijl uit de terugvloeiende troepen die veelal zonder leiding zich in de richting Amerongen bewogen een aantal (4 of 6) stukken Pag van verschillend kaliber alsmede 2 kanonnen van 2 centimeter tegen luchtdoelen (2tl) door mij werden vastgehouden en welke stukken ik persoonlijk een opstelling gaf.
Toen de schemering aanbrak werd het regiment verplaatst naar de weg Noord van de kunstweg West van de Plantage Willem III. Ik herinner mij dit omdat ik aan de donkere Oostelijke hemel Rhenen zag branden.
Plm. middernacht is het regiment aangekomen in Leersum en aldaar met de nodige beveiligings-maatregelen gelegerd, in Hotel Donderberg, en Kasteel Broekhuizen. (commandopost in villa Darthuizen). Omstreeks 4 uur gaf de Regimentscommandant bevel zich gereed te maken voor afmars welke tussen half 5 en 5 uur aanving. Vermelding verdient dat Luitenant Van Riemsdijk is achtergebleven omdat hij zich op een onbekende plaats ter ruste had gelegd en te ongeveer half 6 door de duitsers krijgsgevangen werd gemaakt. Kornet Vlielander-Hein verkeerde in hetzelfde geval en is bij een poging om zijn commandant, die naar hij meende nog in het Kasteel Broekhuizen aanwezig was, te ontzetten, gesneuveld. Plm. 7 uur kwam het regiment op de Maliebaan in Utrecht aan, waar ik in opdracht van de Regimentscommandant, na geruime tijd zoeken, contact verkregen heb met de chef-staf IIe Legerkorps de Luitenant-Kolonel De Bruyn.
Ik merk nog op dat het bericht van Ritmeester Quarles van Ufford over penetratie van duitse troepen in het terrein West van de Spoorlijn mij niet persoonlijk bereikt heeft, doch vermoedelijk is ingekomen bij Ritmeester Van Notten. Omtrent de gevolgtrekking van dit bericht over eventuele omsingeling van de commandopost, kan ik mij geen oordeel vormen.
Ik kan thans omtrent de merites van het bevel van de Regimentscommandant om de troepen te verplaatsen geen objectief oordeel vormen, aangezien ik thans met meer feiten bekend ben dan op dat moment. De toestand was zeer verward en de inlichtingen uiterst schaars. Wellicht had ik bewapend met de kennis van heden mij toen afgevraagd of het verplaatsen van het regiment geboden was, maar op het moment zelf heb ik, bevelen omtrent deze overplaatsing ontvangende, mij dit niet afgevraagd. Bovendien aannemende dat de verplaatsing van het regiment op last van de Divisiecommandant geschiedde. Ik voeg hier nog aan toe dat van de Regimentscommandant gedurende alle oorlogsdagen een grote rust en indruk van zelfbeheersing uitging en verklaar desgevraagd dat hij ook in het bijzonder op het moment waarop bovenbedoeld bevel gegeven werd uiterst rustig en beheerst was.
Betreffende Reserve Paardenarts 2e Klasse PETERS: Het is mij bekend dat hij vrijwillig het bericht heeft overgebracht aan het eskadron bij Kruiponder, om hun opstelling weer te verlaten en zich weer bij het regiment te voegen, terwijl hij wist dat hij zich daarvoor moest begeven over een open, onder vijandelijk vuur, liggend terrein.
Betreffende gedragingen van Luitenants VAN REENEN, VAN LEXMOND en WACHTERS, kan ik desgevraagd verklaren dat zij op zeer goede wijze hun werkzaamheden op de commandopost hebben verricht, waarbij ik aanteken dat de oorspronkelijk door mij getekende verklaring in zoverre onnauwkeurig is dat de commandopost in Leersum niet onder vijandelijk vuur heeft gelegen. Luitenant Van Reenen is enige malen uitgestuurd om berichten aan eskadronscommandanten te Rhenen over te brengen.
Ten slotte verklaar ik niet in te staan voor de volkomen juistheid van de uren en tijdstippen in mijn verklaring genoemd. Deze zijn bij benadering aangegeven.
's-GRAVENHAGE, 1 Mei 1947
Ritmeester der Cavalerie
(get.) (Jhr.Mr. C.C. van Lidth de Jeude)
Opgem.: J.v.d.B.
|
|
