Verklaring van sergeant J.C. Donkers
Sergeant DONKERS, J.C. van 3-III-19 R.I., verklaart bij zijn verschijning
voor de Commissie Militaire Onderscheidingen, op 14 Juli 1947:
------
Bataljonscommandant van III-19 R.I. was Majoor WEBER.
Compagniescommandant was Kapitein VAHL.
13 Mei 1940 zaten wij met de 3 voorste secties vóór de Weteringsteeg bij Achterberg. 1 sectie achter de Weteringsteeg.
Ik zat bij de midden sectie halfweg Friesesteeg - Meentweg.
De linker sectie lag voorbij de commandopost, welke gelegen was tussen de boerderijen van de Familie Rauw. De Bataljonscommandopost lag op het einde van de Snijders Steeg, zoals ik U op de kaart aanwijs Generaal, 168-443.
Ik had het commando op mij genomen van de midden sectie omdat Luitenant DRIELSMA zich tijdelijk had gevoegd bij Kapitein VAHL.
In de nacht van 12 op 13 Mei kregen wij van de bataljonscommandopost telefonisch bericht van de voorbereidingen van de tegenaanval.
Hierna werd het telefonisch contact verbroken. Wij zijn 90 graden gedraaid waarna wij tussen de bataljonscommandopost kwamen en de Weteringsteeg, front zuid, zuid-oost. Ik bleef midden sectie. De rechter sectie kwam links. Daar het telefonisch contact verbroken was hebben wij tot de volgende morgen gewacht. Luitenant DRIELSMA deelde mij mede dat het contact weer hersteld was. Intussen hadden wij onze oude stellingen weer ingenomen.
Op een gegeven moment kwamen troepen achter onze stellingen langs die een tegen aanval moesten doen en gingen naar de rechter Compagnie van Kapitein WESTHOF. Later kwamen zij weer terug op een zeer chaotische wijze. Enkele gewonden bleven bij ons achter. De rechter Compagnie van Kapitein Westhof 1-III-19 R.I. is ook mee terug getrokken. Dit zei mij Luitenant DRIELSMA. Op dat ogenblik lagen wij onder zwaar artillerievuur. Sergeant KOEKOEK is naar de bataljonscommandopost gegaan om contact op te nemen. Bij aankomst bleek er niemand meer te zijn. Hij bracht stukken mee uit de commandopost die wij hebben verbrand in de boerderij van Rauw bij de Compagniescommandopost. Ik kreeg mededeling dat de stellingen onhoudbaar waren. De Bataljonscommandant was weg en de Kapitein wist niet meer wat hij doen moest. Wij lagen onder zwaar artillerievuur. 3 Manschappen van mijn sectie zijn gesneuveld, 2 van de commandogroep van Kapitein VAHL door één voltreffer omdat zij buiten de stellingen waren. Af en toe ging ik kijken naar de mensen van mijn ondersteunings sectie. Ik had geen overzicht meer over mijn linker en rechter voorgroep welke plm. 50 Meter van mij af lag. Mijn midden sectie is teruggetrokken onder artillerievuur (elke minuut 1 schot). Ik bleef met 2 man over die helemaal van streek waren. De rechter voorgroep van mijn sectie heeft nog gevuurd voordat zij terugtrok, op verspreide Duitse soldaten. In het voorterrein was nog geen vijand te zien. Wij zagen dat het onhoudbaar was. Er was geen commando meer achter ons. Wij hebben in ieder geval opdracht gekregen om terug te trekken. (Ik meen van Luitenant DRIELSMA). Ik ben tot het laatste moment in de stelling gebleven en ik heb de mitrailleur toen ik terugtrok meegenomen. De rechter Voor-sectie is volgens mijn mening achtergebleven. Ik trok terug met de commandogroep. Wij hebben nog een bericht gestuurd naar de rechter Voor-sectie dat wij terugtrokken, het kan ook zijn dat zij al weg waren. Ik heb geen mensen meer gezien van de rechter Voor-sectie. De linker sectie is ook teruggetrokken naar de Weteringsteeg. Ik ben steeds in het gezichtsveld van Kapitein VAHL gebleven.
Op Prattenburg zijn wij tegengehouden en zijn daar gebleven tot Dinsdagmorgen 14 Mei 4 uur, daarna zijn wij verder gemarcheerd.
Bij de terugtocht op de weg Woudenberg - Zeist is een groepje mensen vooruit gegaan om contact op te nemen. Deze waren niet van mijn Compagnie.
Op een gegeven moment stuitten wij op pantserwagens en gingen in opdracht van de Kapitein het bos in. Uiteindelijk kwamen wij in Austerlitz waar wij ons moesten verzamelen. Hier hebben de officieren beraadslaagd en besloten, daar verdere doortocht nutteloos was, zich over te geven. Ik weet zeker dat de officieren hebben nagegaan of er voldoende wapens en munitie was. Deze waren er niet. Een motorordonnans is met een witte vlag naar Zeist gegaan, welke reeds bezet was.
Luitenant DRIELSMA is toen verdwenen, waarschijnlijk omdat hij zich aan de capitulatie wilde onttrekken daar hij Israëliet was.
Betreffende Kapitein VAHL: Hij is volgens mij een resoluut man. Tijdens de terugtocht was hij rustig. Hij heeft de jongens niet bijzonder aangevuurd. Mij heeft de Kapitein persoonlijk geen aanvuring gegeven.
Betreffende Sergeant KOEKOEK en dienstplichtige NOORDHUIS: Hier weet ik niets van.
Betreffende het verslag van Kapitein VAHL: de midden-sectie werd niet beschoten vanuit de bomen op de terugtocht.
Inderdaad heeft mijn rechter groep teruggevuurd.
De midden sectie kwam weer in de oude opstelling terug. Wij hebben daarna geen nieuwe opstelling ingenomen. Dit is volgens mij een vergissing van de Kapitein.
Ik was één van de mitrailleursschutters voor dekking van de terugtocht. Wij gingen langs de Weteringsteeg in noordelijke richting en schoten in de richting van het kruispunt Weteringsteeg - Friesesteeg. Wij waren de laatsten met mitrailleurs.
De linker sectie van Luitenant v.d. STRAATEN [C.] trok mee terug. Het kan zijn, maar zeker weet ik het niet, dat de rechter sectie ook mee terugtrok. Vervolgens 2 groepen van Luitenant DRIELSMA waar ik ook bij was.
Wij trokken terug Maandag plm. 16 uur.
Ik kan instemmen met het verhaal van Kapitein VAHL, alleen mijn mitrailleur is niet wit gloeiend geschoten. Ik weet niet welke mitrailleur wit gloeiend zou zijn geschoten; de mijne in ieder geval niet.
's-GRAVENHAGE, 14 Juli 1947
(get.) J.C. Donkers.
Opgemaakt: J.v.d.B.
|
