Verklaring van wachtmeester J. Spaargaren
Wachtmeester J. SPAARGAREN van 3-I-16 R.A., verklaart bij zijn verschijning
voor de Commissie Militaire Onderscheidingen, op 27 Maart 1947:
Op 13 Mei 1940 's morgens vroeg is het begonnen met terugtrekken der militairen uit de bosschen, in de buurt van onze opstelling in de Plantage Willem III tusschen Rhenen en Amerongen. Een officier toegevoegd [Irish Stephenson] van de 1e batterij heeft ons in den steek gelaten.
Hierna ben ik naar den Wachtmeester Commandant-voertuigen van de 2e batterij gegaan om overleg te plegen wat we zouden doen, wij besloten de stukken op te halen op de Grebbe.
Ik vroeg aan de wachtmeesters of er één was die genegen was mede te gaan. Wachtmeester Pijpers reageerde direct en sprong naar voren. (Ik denk indien hij zich niet direct gemeld had dat de andere wachtmeesters zich ook wel beschikbaar hadden gesteld, en niet zouden weigeren om mede te gaan).
Aan de stukrijders vroeg ik voertuig voor voertuig of zij mee wilden. Gingen zij liever niet mee dan konden zij bij de caissons blijven, doch allen gingen mee.
Hierna ben ik te paard voorop gegaan, Wachtmeester PIJPERS met de 8 stukrijders volgden mij op een zoodanige afstand dat ik steeds contact met hem had. In het begin kwamen wij troepen tegen, later niets meer. Onderweg waren er verschillende boomversperringen, waardoor wij het bosch in moesten.
Van de weg kwamen wij over een zandpad bij de batterij. Toen kwam net het commando: "voorwagens voor" waardoor zij direct konden voorrijden. Toen wij terugtrokken uit de stelling heeft Cornet VERBEEK nog getracht de munitie in de lucht te laten vliegen, wat niet gelukte. Ook werden losse granaten getempeerd op 0 medegenomen door de kanonniers en neergelegd in de foedraalbak van de voorwagens.
Hierna trokken wij met alle manschappen terug op Amerongen.
's-GRAVENHAGE, 27 Maart 1947
(get.) J. Spaargaren.
Opgem.: J.v.d.B.
|
