Verslag oorlogsdagen van reserve-sergeant H. Freeriks

Enschede, 30 Augustus 1941.

Aan Hoofdregelingsbureau
Regelingsbureau Landmacht
Afdeeling I C
Willem Lodewijklaan 1
's - Gravenhage.

Nr. 1746
Onderwerp: Krijgsgeschiedenis

Verslag oorlogsdagen Mei 1940.
--------------------------------

Naar aanleiding van Uw geacht schrijven van 15 dezer deel ik U mede, dat ik gaarne bereid ben aan Uw verzoek te voldoen.

Gedurende het grootste gedeelte der voorafgaande mobilisatie was ik Sectiecommandant, 3e Sectie van 2-III-11 R.I. Standplaats Amerongen. Des Avonds van den 9den Mei 1940 was ik voor telefoonwacht gecommandeerd op het Bataljonsbureau van III-11 R.I. Toen des nachts van 9 op 10 Mei de oorlog uitbrak heb ik in overleg met den dienstdoenden officier 1e luitenant van den Boogert van 2-III-11 R.I. de Bataljonscommandant en verdere daarvoor in aanmerking komende Commandanten laten waarschuwen. De Bataljonscommandant droeg mij daarbij op niet naar mijn onderdeel terug te keeren maar verder de telefoonwacht etc. op het Bataljonsbureau waar te nemen. Ik had daarbij de beschikking over 2 ordonnansen. Het Bataljon is daarop naar Leersum afgemarcheerd. Eerst nadat zich op Zaterdagmorgen 11 Mei terugtrekkende troepen uit het gebied van Maas en Waal in Amerongen hadden gelegerd, werd ik tegen den Middag afgelost. Om ca. 15 uur ben ik daarop met onderdeelen van mijn Compagnie die bij de evacuatie van omliggende gemeenten behulpzaam waren geweest per vrachtauto naar Leersum vertrokken. Ik werd daarop voor het verdere gedeelte van dien dag van dienst vrijgesteld aangezien ik 2 x over 24 uur op wacht was geweest. Inmiddels was een teruggetrokken sergeant-majoor [s.m.i. Van Battum] van een mij niet bekend onderdeel dat bij Westervoort lag, met de leiding van de 3e Sectie belast. Aangezien een der Groepscommandanten der 3e Sectie met zijn privé-motor aan de Bataljonscommandant was toegevoegd nam ik zoodoende zijn plaats in.
De naam van de nieuwe Sectiecommandant ben ik tot mijn spijt vergeten.
Zondagmorgen 1e Pinksterdag werden wij in alle vroegte gewekt en moesten met de meeste spoed aantreden. Na van brood te zijn voorzien afmarsch per fiets richting Rhenen. Bij Remmerden werd voorloopig halt gehouden. Later op den morgen werd verder gemarcheerd naar Rhenen. Onderweg moesten wij herhaalde malen dekken voor vijandelijke vliegtuigen. Hinder hebben wij hier overigens niet van ondervonden. Zoodra Rhenen bereikt werd, werd links een holle weg ingeslagen. In dezen weg hebben wij ons gedurende enkele uren tegen vijandelijk artillerievuur en verkenningsvliegtuigen verdekt opgesteld. Tegen den middag werd opgebroken en eenige gebouwen van het door burgers verlaten Rhenen bezet. Onder andere hield onze Sectie verblijf in het Postkantoor. Wij hadden hier nog geen half uur gezeten of het commando verzamelen klonk. Wij zagen dat onze 10 centimeter gemotoriseerde artillerie [neen, 2 stukken van II-19 R.A.] zich terugtrok. Deze was naar onze meening dichtbij de spoorlijn Amersfoort - Kesteren opgesteld geweest. Ons bataljon is toen in versneld marschtempo naar Remmerden teruggemarcheerd. Voor afmarsch werd mij het Commando van de 3e Sectie weer opgedragen daar onze nieuwe Sectiecommandant zich noodzakelijk moest verwijderen. Bij inspectie bleek mij, dat soldaat Nijboer mankeerde. Van hooren zeggen was hij er tusschenuit geknepen. Verwonderlijk is dit niet aangezien hij dergelijke methodes bij vredesoefeningen ook geregeld toepaste. In elk geval heb ik hem niet weer gezien.
Bij onze fietsen te Remmerden aangekomen zijnde ontvingen wij het bevel terug te keeren. Het schijnt dat verwisseling van het commando over het Bataljon hieraan debet was. Ik zag tenminste onze Compagniescommandant met den Bataljonscommandant en enkele Stafofficieren in een opgewonden gesprek. De juiste toedracht is mij evenwel onbekend.
Wij zijn daarop naar Rhenen teruggefietst. Bij de molen links van de hoofdweg hebben wij onze fietsen achtergelaten en zijn vervolgens op het viaduct over de spoorlijn Amersfoort - Rhenen aangemarcheerd. In de straten van Rhenen zagen wij verschillende mitrailleurs opgesteld terwijl bij het viaduct en de boomenrij over het viaduct verschillende genie-soldaten waren geposteerd. Vooral links van ons brandden reeds verschillende huizen en gebouwen. Oorzaak waarschijnlijk vijandelijk artillerievuur. Over het viaduct ter hoogte van den ingang van Ouwehands Dierenpark werd een ons passeerende motorordonnans door mitrailleur- of geweerkogel getroffen en stortte van zijn motorfiets. Na nog een 100 à 150 Meter te zijn doorgemarcheerd ontving ik van mijn Compagniescommandant (kapitein Franssen) het bevel om mij met mijn Sectie - de sergeant-majoor hadden wij niet weer gezien - op een breed pad te midden van struikgewas op te stellen en zoodra het sein werd gegeven gezamenlijk met de Secties van de zware mitrailleurcompagnie voorwaarts op te rukken. De Sectie en ook de groepen gedeeltelijk waren daarbij verspreid. Zoodoende kwamen wij in de voor ons liggende stellingen van de stoplijn van de Grebbeberg. Het stukje terrein waarover wij voorwaarts moesten lag onder vijandelijk artillerie- en mitrailleurvuur. Wij kwamen met veel moeite - vooral wat het contact houden met elkaar betrof - in de genoemde stellingen. Deze waren bezet door een compagnie van het 8e Regiment Infanterie.
Nadat wij de stellingen betrokken hadden heb ik van of namens mijn Commandant geen verdere orders ontvangen. Ik heb mij gemeld bij de Compagniescommandant [kapitein Maas] van de compagnie van 8 R.I. die daar het bevel voerde. Een groot gedeelte van mijn Sectie werd daarop (het zal ongeveer 18.30 uur des avonds geweest zijn) voor het verkennen van het achterliggende en omringende terrein aangewezen. Het overige gedeelte onder mijn
Commando loste enkele mitrailleurschutters en geweerschutters van 8 R.I. af.
De als patrouille uitgezonden manschappen onder commando van de Onderofficieren sergeant Veldhuis en sergeant Gelevert heb ik niet weer gezien. Zij hebben zich vermoedelijk voor het zeer zware en goed gerichte artillerievuur van den vijand dat tegen ca. 19 uur losbrak gedekt en zijn vermoedelijk later met andere groepen teruggetrokken. Eenig bevel van mij of de voornoemde Compagniescommandant van 8 R.I. hiertoe hebben zij niet ontvangen.
Een gedeelte van de 4de Sectie was in de stelling links naast ons overcompleet en werd aan mijn Sectie toegevoegd. De Onderofficieren sergeants Nikkels en Lonink kwamen zoodoende onder mijn bevel. Het moreel van de manschappen van 8 R.I. die al langer met den vijand in contact stonden was over het algemeen beter dan dat van onze troepen. Allengs werd dit echter beter. Langzamerhand verstreek de avond en trad de duisternis in. Blijkbaar waren onderdeelen van ons Bataljon die dicht aan de Hoofdweg Rhenen - Wageningen lagen teruggetrokken want steeds klonk het gerucht alles trekt terug. Men meende zoodoende een vrijbrief voor zich zelf te hebben. Aangezien stoottroepen van den vijand op het terrein om onze stellingen waren doorgestooten gaf ik de onder mijn bevel staande groepen bevel de achterwaarts loopende verbindingsloopgraven te bezetten. Dit geschiedde in overleg met de zich daar bevindende Sectiecommandant van 8 R.I. Waarschijnlijk uit angst schoot een onzer soldaten 2 man van ons neer die hij voor den vijand aanzag. Een dezer die er het ergst aan toe was (pistoolschot door het dijbeen) heb ik persoonlijk verbonden. Zijn naam was Olde Juninck. De naam van de andere gewonde was Dorenbusch. Beide van onze compagnie. Bij het aanbreken van den morgen heb ik beide laten wegvoeren door eigen manschappen. Roode Kruissoldaten hebben zich ten onzent niet getoond. Wel werd meerdere malen telefonisch of met ordonnans hun hulp ingeroepen doch zij kwamen - om welke reden weet ik niet - niet ten onzent. Des morgens kwam ook nog een sergeant van de Bataljonsstaf voor informatie aan wien een en ander werd medegedeeld. Doch dit hielp ook niet. Wij hadden namelijk langzamerhand gebrek aan munitie, goed functioneerende mitrailleurs en water.
Allengs werd in den loop van den vroegen morgen de druk van den vijand sterker. De stellingen naast de onze hadden aanvulling noodig zoodat meerdere van ons daarheen zijn gegaan. Meer en meer kregen wij vuur van opzij (de Hoofdweg Rhenen - Wageningen). Wij kregen den indruk dat hier de weerstand bijna had opgehouden. En [dat] wij langzamerhand maar zeker omsingeld werden. Hoewel wij door het slechte zicht (veel struikgewas) weinig van de vijand konden zien kregen wij des te heviger vuur. Het kostte vooral onder de troepen van 8 R.I. meerdere verliezen.
Langzamerhand kwamen de vijandelijke troepen dichter en dichter op ons aan. Hoewel onze wapens nog verbitterde tegenstand boden, konden wij hun terreinwinst niet teniet doen. Steun van zware mitrailleurs ontbrak ons geheel.
Inmiddels was de Compagniescommandant van 8 R.I. die daar het commando voerde zwaar gewond geraakt. Met zijn plaatsvervanger kwam ik overeen terug te trekken. Verdere tegenstand was nutteloos. Aan de binnenweg bij Ouwehands Dierenpark troffen wij nog bij ons bataljon ingedeelde Pantserafweer die wij met de situatie in het voorterrein op de hoogte brachten.
Wij hebben daarna met kleine afdeelingen getracht ons op het viaduct terug te trekken, doch dit mislukte. Terwijl wij dekken moesten voor artillerievuur dat op de huizen aan de weg gericht was - vermoedelijk om de vijandelijke opmarsch te stuiten - werden wij door een Duitsche stoottroep gevangen genomen en ontwapend. Wij werden in de richting Wageningen gedreven waarbij zij zich echter niet den tijd gunden ons verder te begeleiden. Wij wisten te ontkomen doch werden later op den middag opnieuw overmeesterd en nu voorgoed de Grebbeberg af naar Wageningen gebracht. Dit was 2de Pinksterdag [13 Mei] des namiddags tusschen 17 en 19 uur.

Van hooren zeggen vernam ik later dat de 1e en 2e Sectie bijna in haar geheel de 1e Pinksterdag des avonds reeds waren teruggetrokken. Deze secties stonden respectievelijk onder leiding van 1e luitenant Van den Boogert en 1e luitenant Piet. Het gedeelte van mijn Sectie dat als patrouille werd weggezonden heeft zich hierbij gevoegd. Totale onbekendheid van het terrein zal hieraan mede schuld geweest zijn.

Ik meen U naar aanleiding van het vorenstaande eenigszins een beeld van mijn ondervindingen te hebben gegeven en teeken inmiddels

Hoogachtend,
(get.) H. Freeriks

H. Freeriks
Niasstraat 3
Enschede

reserve-sergeant 2-III-11 R.I.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 2.30 MB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 2.02 MB)