Voorlopig rapport inzake reserve-eerste luitenant I.J. Timmermans

Voorloopig rapport inzake Iepe Jan
Timmermans, reserve-eerste-luitenant
der Infanterie, wonende te Groningen,
Verlengde Heerenweg 81.
--------------

  1. Tegen den reserve-eerste-luitenant Timmermans is het navolgende bewijsmateriaal aanwezig:
    1. Procesverbaal van verhoor van getuige J.E.M. Woltering
    2. Procesverbaal van verhoor van verdachte I.J. Timmermans
    3. Procesverbaal van verhoor van getuige D.J. Slager
    4. Procesverbaal van verhoor van getuige D.C. de Ridder
    5. Procesverbaal van verhoor van getuige B. Hagen
    6. Procesverbaal van verhoor van getuige J.C. Toelen
    7. Procesverbaal van verhoor van getuige R.E.J. Collette
    afgelegd ten overstaan van de Rijksrechercheurs Hersmis en van Ettekoven, voorts aanteekeningen betreffende het verhoor van:
    - getuige de Ridder
    - getuige Woltering
    - getuige Bosveld
    - getuige Collette
    afgelegd ten overstaan van Kolonel D.M. Lucardie.

  2. Ofschoon de verklaringen niet in alle details met elkander overeenstemmen, kan als vaststaand worden aangenomen:

    1. Omstreeks middernacht van Zaterdag 11 op Zondag 12 Mei, heeft de luitenant Timmermans de onder zijne bevelen staande stelling eigendunkelijk ontruimd, althans verlaten. Hij beroept er zich daarbij op, dat hij een desbetreffend bericht had gekregen. Waar hij heeft nagelaten – zooals zijn plicht was en overigens voor de hand lag – dit bericht te controleeren en hem bovendien bekend was, dat standgehouden moest worden (verg. verklaring J.E.M. Woltering) zodaat hij de onjuistheid van dit bericht heeft moeten begrijpen, kan opzet worden aangenomen;
    2. aangekomen aan den commandopost van zijn Compagniescommandant, heeft hij opzettelijk nagelaten te gehoorzamen aan het bevel van dezen Compagniescommandant, om terstond naar zijn stelling terug te keeren;
    3. den volgenden morgen (Zondag 12 Mei 1940) omstreeks 7.00 uur in de stelling teruggekeerd, heeft de luitenant Timmermans 's namiddags omstreeks 18.00 uur opzettelijk bij het gevecht met den vijand zijn plicht, om met de onder zijne bevelen staande sectie aan het gevecht deel te nemen en tegenover den vijand stand te houden, verzaakt. Blijkens zijn eigen verklaring heeft hij met een mitrailleur "onze laatste mitrailleurpatronen weggeschoten", waarop hij het schieten heeft doen staken en een witte vlag heeft doen hijschen.

    Opgemerkt wordt, dat blijkens aanteekening van de rechercheurs in hun procesverbaal, de luitenant Timmermans de andere getuigen gewaarschuwd heeft, dat hij door de politie was verhoord. Er bestaat dus aanleiding vrees voor collusie aan te nemen.

  3. De hiervoren staande feiten zijn strafbaar gesteld, respectievelijk in artikel 84 2e, artikel 114 het laatste lid en artikel 84, 3e.

    Naar dezerzijdsche meening zal de reserve-eerste-luitenant I.J. Timmermans voor den Krijgsraad moeten terechtstaan.

's-Gravenhage, 1 Juli 1940.
De Kolonel,
(get.) D.M. Lucardie.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.53 MB)