Vragenlijst aan majoor W.F. Weber
Afschrift.
Vragenlijst aan den Majoor W.F. Weber, Commandant
van voormalig III-19 R.I.
-----------------------
| Vragen. |
Antwoorden. |
- In Uwe verklaring te Zeist op 13 Juni 1940, deelde U mede, op 13 Mei 1940, omstreeks 14.00 uur gewond te zijn geraakt.
Door welken arts bent U voor deze verwonding behandeld?
- Heeft de in vraag 1 bedoelde arts U verklaard, U niet meer in staat te achten het Commando over Uw bataljon te voeren?
- Hoe lang bent U, als gevolg van deze verwonding, buiten staat geweest Uw dienst waar te nemen?
- Zoo de beslissing, bedoeld in vraag 2, niet door een arts is genomen, door wien kunnen aan de Commissie bovengenoemd inlichtingen worden verstrekt, welke naast Uwe verklaring tot een goed inzicht kunnen leiden omtrent den aard en de gevolgen van Uw verwonding?
|
- Voor de verwonding aan mijn linkerhand ben ik behandeld geworden door den regimentsarts van 19 R.I., Dr. Hueber.
- De regimentsarts heeft niet verklaard, dat ik niet het commando over het bataljon kon voeren; wel echter, omdat hij constateerde, dat ik zeer moeilijk liep heeft hij mij medegedeeld, dat ik mij naar achteren moest verplaatsen.
Bij het teruggaan uit de commandopost had ik mijn rechterknie bezeerd tengevolge van het vallen. Ik heb mij toen met Commandant 19 R.I. in diens auto verplaatst naar Cothen, later naar Honswijk.
- Op 14 Mei te Honswijk waar onderdeelen waren van Staf II- en III-19 R.I. heb ik zoveel mogelijk op het fort mijn diensten verricht.
- De regimentsarts zal nadere inlichtingen kunnen verstrekken. Ik geef hierbij nog eene toelichting, hoe ik verwond raakte.
Toen de commandopost werd aangevallen, ook uit vliegtuigen, moest ik mij dekken nabij de commandopost door herhaaldelijk op te springen en neer te vallen om beter dekking te krijgen achter een meer achterwaarts gelegen houtrand, viel ik in een prikkeldraadafsluiting en verwondde daarbij mijn linkerhand, en kwam in een sloot terecht. Ik heb toen ook mijn rechterknie bezeerd.
|
|
Arnhem, 15 Juli 1940. Voor eensluidend afschrift, De Kapitein, (get.) J.K.H. de Roo van Alderwerelt. w.g. W.F. Weber.
|
De Majoor b.d. w.g. W.F. Weber.
|