Discussiegroep

Onderwerp: 72e Infanterie Regiment

» Dit onderwerp is gesloten
Totaal berichten: 21
1.674 keer gelezen
5 reacties
Categorie: Zuidfront Vesting-Holland en Rotterdam / Bewapening en legerzaken
Volgens algemeen beschikbare bronnen bestond de 22e Luftlande Division uit het 16e, 47e en 65e Infanterie Regiment, versterkt door haar divisie troepen. Maar naast deze drie regimenten ben ik herhaaldelijk ook eenheden van het 72e Luchtlandingsregiment tegengekomen. Zo is er sprake van het 1e bataljon van het 72e Luchtlandingsregiment als onderdeel van de gevechtsgroep onder Oberleutnant de Boer.
Nu ik dit weekeinde weer eens mijn "Fallschirmjäger, The Airborne Assault on Fortress Holland" uit de kast wil halen waarin de Duitsers het volledige 72e regiment toegewezen krijgen, vraag ik me af in hoeverre deze formatie een rol gespeeld heeft in de gevechten rond Rotterdam/Dordrecht en waar deze feitelijk vandaan kwam.
Kan iemand meer informatie geven over dit regiment? Waren het reguliere troepen die in een JU-52 waren geladen en overgevlogen (op zich geen moeilijke opgave, als het je met een Tabor Regulares lukt dan moet het met Duitsers ook kunnen)? Was het een specifiek getraind onderdeel als de term luchtlandingsregiment doet vermoeden? Maakte het deel uit van een hogere formatie? En het belangrijkste, hoeveel troepen van dit 72e Regiment zijn er waar in Nederland geland?
» Dit bericht is geplaatst op 10 oktober 2008 10:08
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Er bestond geen 72e Luchtlandingsregiment, maar gewoon IR.72 van de 46e ID.

Het betrof een reguliere landmacht eenheid die als reserve eenheid aan 22.LL.ID was toegevoegd. Zoals in Noorwegen reguliere landmacht eenheden werden ingevlogen, zo werd IR.72 ook ingevlogen. Het was de bedoeling geweest het te trainen, maar aangezien zelfs een voornaam deel van 22.LL.ID nauwelijks in luchtlandingen geoefend werd, gold dit voor IR.72 helemaal. Overigens hoeft men over de luchtlandingstraining niet al te academisch te doen.

Het regiment is niet geheel aan de grond gekomen. Er zijn van zowel I./IR.72 als II./IR72 eenheden geland. Allen op Waalhaven. Delen van I./IR72 werden naar Pernis gestuurd. Andere delen van I./IR72 naar Dordrecht. Er zijn acht man van het regiment gesneuveld, zes van I./IR72 en twee van II./IR72.
» Deze reactie is geplaatst op 10 oktober 2008 12:17
Totaal berichten: 21
Bedankt, dit is precies wat ik nodig heb. Ik had al gevonden dat IR. 72 later onderdeel was van de 46e ID, maar nog niks specifieks gevonden over de inzet in de meidagen.
De term Luchtlandingsregiment heb ik ontleend aan "Opmars naar Rotterdam" van de ons welbekende heer Brongers(3e deel, hollandia '83, blz. 29).

Kortom, we hebben dus te maken met een regiment van de 46e ID (als het goed is lag deze in Beverungen in Nordrhein Westfalen) dat op 13/5/40 is vrijgegeven uit de OKH reserves. Zijn deze twee bataljons ook op 13 mei ingevlogen?

Verder ben ik het volledig eens dat we ons over Luchtlandingseenheden geen speciale voorstellingen hoeven te maken. Het transporteren van een infanterie eenheid door de lucht is in wezen niet verschillend van een schip, trein of vrachtwagen. Het enige grote verschil is de hoeveelheid en het gewicht aan materiaal die meegenomen kunnen worden. Aanvallen vanuit de lucht is andere koek. De risico's die verbonden zijn aan een aanval vanuit een inherent kwetsbare positie kunnen tot gruwelijke verliezen leiden onder de aanvallers. De 22e ID was op zich een degelijke Wehrmacht infanterie divisie, maar niets speciaals. Ik kan me echter nauwelijks een dramatischere vuurdoop indenken dan de brandende JU-52's op Ypenburg en de totale desorganisatie van de divisie rond Den Haag. Dat IR. 47 en 65 niet optimaal gepresteerd hebben is niet echt een verrassing te noemen. In het Oosten heeft de divisie het wel goed gedaan. Bij het beleg van Sebastopol was het één van Manstein's beste eenheden.
» Deze reactie is geplaatst op 10 oktober 2008 13:19
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
IR.72 was niet 'later' onderdeel van 46.ID, maar in oorsprong onderdeel van die divisie. De divisie ontstond in november 1938 in Wekrkreis XIII Nürnberg] als laatste van de Erste Welle (zogenaamde vredeslichtingen). In Karlsbad werd IR.72 opgericht en gelegerd. IR.42 en IR.97 waren de andere twee regimenten van de divisie.

IR.72 werd in januari 1940 aan 296.ID afgegeven. Deze divisie uit dezelfde Wehrkreis behoorde tot de reserve OKH in mei 1940 en bleef in Duitsland. IR.72 werd voor de inzet in mei al als reserve eenheid aangewezen voor de 7.FD / 22.LL.ID en dus ter beschikking van Student gesteld. Bijzonder omdat de landmacht dus een eenheid aan de luchtmacht uitleende.

Het I./IR72 schijnt voor een aanzienlijk deel geland te zijn, overigens op 11 en 12 mei. Major Krüger was met zijn gehele staf geland en er wordt in diverse Duitse bronnen melding gemaakt van het landen van - in elk geval - de voornaamste delen van het 1e bataljon. Zeker is ook - althans uit de verliezenlijst op te maken - dat de 6e Kp [II./IR.72] geland is. Hiervan zijn tenminste twee man omgekomen. Voorts vielen de slachtoffers bij 1./IR.72, 3./IR.72 en 4./IR.72. Allen dus I./IR.72.

Inzet was bij Pernis, Hoogvliet en Dordrecht. Die inzetten zijn geregistreerd. Onder de Gruppe de Boer functioneerde de bataljonsstaf van I./IR.72 inclusief Major Krüger.

Luchtlandingseenheden kregen vooral training in het snel in- en uitladen, waarvan men uitging van opereren onder vuur. Aangezien de oudere types Ju-52 geen grote laaddeur aan de rompzijde hadden, was vooral voor de ondersteuningseenheden de (ont)ladingsoefening van belang. Zoals ook al in Noorwegen gebeurde, werden echter veel reguliere infanterie regimenten gewoon ingevlogen op vliegterreinen die al vast in eigen handen waren. Zo moet men zich het invliegen van I./IR72 ook voorstellen.

Overigens was het trainingsplan voor de luchtlandingstroepen in de basis wel intensief en specialistisch. Net als de parachutisten zou men geoefend worden in straatgevechten, nachtgevechten, verdedigingsvoering met beperkte middelen (w.o. oefening met vijandelijke wapens en wapensystemen) en een basis pioniertraining. Voor IR.16 gold dat zij inderdaad deels zodanig werden gevormd. Voor IR.47 en IR.65 is men hier nooit aan toegekomen. In wezen werden beide laatste regimenten pas na de Polen veldtocht tot werkelijke luchtlandingsregimenten omgevormd en is men tijdens de vorming in de tumultueuze winter 1939/1940 [met vele gereedstellingen] nooit verder gekomen dan de (ont)ladingsoefeningen.

Overigens was 22LL.ID inderdaad ook een Erste Welle divisie met vooral parate militairen en jonge reservisten. In die zin was de zeer matige prestatie van met name IR.65 [in hoofdzaak bij Ypenburg en Ockenburg ingezet] in wezen wel opvallend te noemen vind ik.
» Deze reactie is geplaatst op 10 oktober 2008 14:20
Totaal berichten: 21
Komen deze details van het internet of moet ik mijn bibliotheek grondig uitbreiden? Bedankt voor het snelle en preciese antwoord op mijn vragen.

Wat betreft het IR.65, wel, ik weet het niet. Het Duitse aanvalsplan rond Den Haag is mijns inziens gekleurd door een onderschatting van het Nederlandse weerstandsvermogen en een overschatting van het schokeffect van een luchtlanding. Gehandicapt door deze twee fatale inschattingen lijkt het mij niet waarschijnlijk dat het een goede kans van slagen had. Een Coup de Main die over twee dagen wordt uitgesmeerd is überhaupt geen goed idee.
Het verbaast mij op zich niet dat de verspreide, onervaren en gedesorganiseerde eenheden van IR.65 matig gepresteerd hebben. De vrij snelle Nederlandse tegenreacties, vaak op eigen initiatief uitgevoerd, troffen hier een vijand die op zijn zwakst was. Dit is vooral te wijten aan het al te optimistische aanvalsplan. Zodra ze zich enigzins konden reorganiseren zijn ze toch in staat gebleken om het tot de 14e mei uit te houden. Of dit op hun conto of op de inefficiënte Nederlandse tegenmaatregelen geschreven moet worden laat ik in het midden (hoewel een interessant onderwerp). In ieder geval richten ze door het binden van het Ie Legerkorps en het aantrekken van reserves uit de Grebbelinie al meer dan genoeg schade aan.
» Deze reactie is geplaatst op 10 oktober 2008 15:55
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Die informatie staat in elk geval in de diverse werken over de Duitse landmacht organisatie. Zelf gebruik ik meestal het werk van Werner Haupt als voornaamste naslag. Maar in geval van IR.72 zijn er ook nog verwijzingen in de werken van Student, Golla, etc. Internet als naslag is bij mij niet erg populair. Veel te veel copy/paste werk. Soms is het echter idd als populaire bron goed bruikbaar.

In wezen zijn we het denk ik wel eens over IR.65.

Het Duitse plan voor de Residentie was natuurlijk op alle aspecten een gedurfd plan. Hoewel de verdediging rond Ypenburg beter functioneerde dan rond Valkenburg, vind ik de weerstand van IR.47 bij Valkenburg toch van hardnekkiger aard dan die van IR.65 rond Delft. Want er zijn vele voorvallen bekend waarbij aanzienlijke contingenten van IR.65 zich aan kleine Nederlandse patrouilles overgaven. Ook de getuigenissen van de majoor-arts Wischhusen (die een groot contingent van 22.LL.ID onder zich kreeg) bij Ypenburg spreken eigenlijk boekdelen. Die getuigt van insubordinatie, opvallende lafheid, paniek, niet uitvoeren van opdrachten en zelfs met het getrokken pistool mannen moeten aanzetten tot de strijd. De arts was ronduit vernietigend in zijn oordeel over de luchtlandingstroepen, waar hij zelf overigens toe behoorde.

De weerstand die men tenslotte bij Schiedam (Overschie) bood, moet niet worden overschat. Pas op 14 mei werd de eerste goed georganiseerde Nederlandse tegenaanval ingezet. De zwakke pogingen voordien waren geen werkelijke uitdaging. Daarbij speelden met name ook heel wat Fallschirmjäger een belangrijke rol bij de buitenverdeging van dat bruggenhoofd.

De indirecte functie van de Duitse pockets erken ik onmiddellijk. Maar dat kan bezwaarlijk gelden als certificaat voor hun klasse. Ik ben niet erg onder de indruk van de kwaliteiten van IR.65, althans niet afgezet tegen de soms sterk overdreven claims van hun geweldige opleidingsniveau die in menig Nederlands boek werden afgedrukt. Zowel bij Ockenburg als Ypenburg toonde het gros der troepen zich weinig doortastend en weinig overtuigend in hun optreden. Zo werd de uitbraak vanuit Ockenburg via Wateringen naar Overschie door de Fallschirmjäger geleid. Ook de verdediging van Ypenburg werd in hoofdzaak door parachutisten gevoerd. Die gaven overigens in hun rapporten ook bepaald niet hoog op over de 22.ID kameraden, maar dat kan natuurlijk kinnesinne zijn geweest.

Het is natuurlijk aardig om een groots IR.65 te zetten tegenover bij voorbaat kansloze depottroepen als het aankomt op Ypenburg. Maar dat beeld is een schijnwerkelijkheid geweest. Er was geen sprake van een groots IR.65, er was eveneens sprake van tweede garnituur parachutisten [FJR2 was kwalitatief beduidend minder dan FJR1] en bovendien was er inderdaad door het inferno op het veld sprake van aanzienlijke Nederlandse successen van de luchtafweer, Grenadiers en Huzaren in de eerste fase die de Duitsers flink afbreuk hadden gedaan. Dat daarna doortastend optreden van depottroepen leidde tot de vrijwel onvermijdelijke herovering van Ypenburg verdient lof, maar binnen de juiste proporties.
» Deze reactie is geplaatst op 10 oktober 2008 16:28
» Dit onderwerp is gesloten
2554