Begrippen en verklaringen

Op deze pagina worden verklarende teksten opgenomen voor militairtechnische termen en begrippen [vakjargon]. Zodoende wordt een beknopte uitleg gegeven bij vaktechnische termen en begrippen die veel voorkomen in de teksten op de site en in andere publicaties. Nadrukkelijk wordt erbij gemeld dat daar waar de tijdgeest een rol speelt bij de uitleg, de contemporaine uitleg is gebruikt.

Categorie Algemeen

a-cheval
Regelmatig wordt de (militaire) term "a cheval" [letterlijk: te paard, figuurlijk 'met de benen aan weerszijde'] genoemd in bevelen of verslagen. Het wordt in militair jargon bedoeld in de zin van 'aan weerszijde'. Als men zich dus 'a-cheval van een weg' dient op te stellen, dan betekent dit aan weerszijde van die weg opstellen.

Acces / Coupure
Het begrip acces verwijst nadrukkelijk naar toegankelijkheid van een verdedigingswerk of linie. Het werd gebruikt om aan te duiden dat een bepaald gebied de mogelijkheid bood van directe benaderbaarheid van een vesting of stelling. Hiermee werd geduid op het feit dat waterwegen of inundaties in dergelijke gebieden onvoldoende of afwezig waren en een vijand daardoor het werk of de linie direct konden benaderen.

Een coupure was een doorsnijding of doorgraving van een vestingwerk. Het werd ook als begrip gebruikt bij versperring van (spoor)wegen.

Asperge
In het militaire jargon werd hiermee geduid op versperringen tegen voertuigen. Het was in het bijzonder in gebruik om zwaardere voertuigen, zoals pantserwagens of tanks, tegen te houden. Het was een versperring van dicht naast elkaar - in beton vastgezette - stalen profielen met de punten in regel richting vijand.

Deze versperringen waren voorbereid in een (spoor)weg. Een betonnen fundament was gefabriceerd waarin de stalen profielen konden worden gezet indien hiertoe opdracht was gegeven. Vaak kon door de onderzijde van de profielen een stalen kabel of smal profiel worden getrokken dat gezekerd kon worden. Hierdoor konden de asperges niet eenvoudig uit de betonnen basis worden getrokken door een vijand. Zodoende waren dit stevige versperringen die een vijand flink konden vertragen mits ze niet omtrekbaar waren.

Bunker
Bunker is het van oorsprong Duitse woord dat gedurende WOII in zwang raakte om een kazemat mee aan te duiden. Tegenwoordig is het in de meeste talen het woord bij uitstek voor de aanduiding van een permanente [meestal betonnen] versterking.

Conventie van Geneve
De Conventie van Geneve [in feite drie conventies resp. in 1894, 1906, 1929] ten tijde van WOII bepaalde een groot aantal zaken voor ratificerende belligerenten. De eerste conventie bepaalde richtlijnen voor oorlogsslachtoffers en militair medische zaken [w.o. erkenning van het Rode Kruis], de tweede conventie betrof louter de strijd op zee en de derde conventie [meest bekende] de behandeling en rechten van krijgsgevangenen. In 1949 volgde een vierde Conventie en in 1951 volgende nog een addendum.

Landen die de Conventie van Geneve niet (volledig) ratificeerden waren onder andere Japan en Rusland.

Cordonstelling
Aanduiding voor langgerekte stelling/linie met weinig tot geen diepte.

Dispositief
Letterlijk betekent dit 'ordening of regeling'. In militair jargon wordt van een dispositief gesproken als de aard en omvang van een zekere militaire opstelling wordt bedoeld. Als men bijvoorbeeld spreekt van 'het vijandelijke dispositief in het bruggenhoofd is onbekend', dan kent men de samenstelling en opstelling van de vijandelijke troepen in dat bruggenhoofd niet.

Echelon
De term echelon wordt in meerdere verbanden gebruikt. Het heeft echter altijd een betekenis in de zin van indeling van hoog tot laag c.q. diep tot ondiep.

Het echelonneren van een eenheid betekent dat het wordt opgedeeld in diepe en ondiepe opstellingen der (sub)eenheden.

Een gebied opdelen in echelons betekent dat (kunstmatige) zones worden geschapen, waarbij de zone het dichtst bij het front als eerste echelon wordt gerekend. Dat geldt voor beide zijden van het front, ofwel eigen troepen en vijandelijke troepen. Bij beiden is het eerste echelon de directe frontzone. Het tweede echelon is daar direct achter, enzovoort.

In vredestijd wordt echelonnering toegepast voor niveau's gerekend vanaf de parate eenheid. De parate eenheid zelf is eerste [operationele eenheid] en tweede echelon [geintegreerde onderhouds- en ondersteuningsgroep], en elders [extren] bevinden zich de echelons drie tot en met vijf. Afhankelijk van de geduide dienst [bijvoorbeeld onderhoud] geeft dit helderheid over het niveau van aandacht. Een vrachtwagen die eerste echelons onderhoud krijgt, krijgt dit van de chauffeur zelf. Tweede echelons onderhoud ontvangt de wagen van de ingedeelde monteur, terwijl derde echelons onderhoud gebeurt op een externe post, bijvoorbeeld een herstelcompagnie. Wordt vervolgens een bijzonder groot onderhoud [of reparatie] vereist dan kan zelfs vierde echelons [centrale werkplaats] of vijfde echelons [fabriek] operatie nodig zijn.

Fort
Een fort [lat. Fortis = sterk] was een geisoleerd en versterkt op gesloten verdedigingspunt met (meestal) een rondom verdediging. Het werd ook vaak als "vestingwerk" aangeduid. Nederland kende vele forten die stamden uit de defensiestrategie van de negentiende en vroeg twintigste eeuw. Zo waren de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de grote rivieren, het zuidfront Vesting Holland, de kustverdediging en de Stelling van Amsterdam voorzien van tientallen forten. Na WOI werd het fenomeen als verdedigingszwaartepunt opgegeven doordat de strijd in WOI had aangetoond dat moderne artillerie in staat was buiten bereik van de fortwapens desondanks een fort uit te schakelen met krachtig artillerievuur.

Desondanks waren diverse forten in mei 1940 nog in gebruik als onderdak voor militairen, opslag van munitie en als feitelijke verdedigingspunten. De Forten Westervoort [Yssellinie], Fort Pannerden [Grote rivieren], Fort Kijkduin, Fort aan den Hoek van Holland [Kustverdediging] en diverse Forten in de NHW hadden bijvoorbeeld nog steeds verdedigingstaken in mei 1940.

Een Fort werd in Nederland ook wel "Werk" genoemd. Hierbij werd geduid op minder prominente versterkingen. Aan forten zijn allerlei termen verbonden die hier niet nader worden behandeld.

Friese Ruiter
Een Friese Ruiter was een versperring die verplaatsbaar was. Meestal toegepast als weg- of doorgangsversperring op een toegankelijke route.

Het was een houten constructie van twee gekruiste houten palen aan beiden uiteinden met een horizontale ligger ertussen [op de as]. Alle uiteinden van de staanders waren met elkaar verbonden door prikkeldraad, zodat men niet eenvoudig over de houten liggerconstructie kon heenspringen of klimmen.

Volgens sommige bronnen is dit type versperring door de Spaanse troepen gebruikt die tijdens de 80-Jarige Oorlog [1584-1648] dergelijke constructies fabriceerden. Dergelijke versperringen werden Spaanse Ruiters genoemd.

Hoornwerk
Oorspronkelijk was een Hoornwerk [het is een algemene naam] een voorverdediging voor een vestingwerk. Het bestond altijd uit twee of meer bastions [meerkantige uitbouwen]. Het was meestal omgeven door gegraven waterkanalen of grachten.

Twee oorspronkelijke Hoornwerken werden tijdens de Meidagen uitdrukkelijk betrokken bij de strijd. Het Hoornwerk bij de Grebbeberg [dat nog stamde uit de Menno van Coehoorn stelling die de Grebbeberg ooit was] en het Hoornwerk bij het stadje Tholen.

Steden als Coevorden en Naarden zijn voorbeelden van vestingsplaatsen met allemaal bastions in de vorm van Hoornwerken rondom de vesting.

Inundatie
Kunstmatige onderwaterzetting van een gebied. Door inundaties werd de Hollandse Waterlinie beroemd. Inundaties werden toegepast om de vijand te hinderen in zijn verplaatsing en zijn aanvalsbewegingen te beperken tot de beperkte aantallen accessen [doorwaadbare of droge plaatsen in een inundatiegebied]. De meeste inundaties ontstonden simpelweg door sluizen open te zetten waardoor het water lager gelegen gebied in kon lopen. In de gebieden waar het nul niveau van het land boven NAP lag werden vaak gemalen gebruikt om het water op het land te pompen.

Een inundatie diende een niveau te bereiken van tenminste 10 cm om enig effect te sorteren, maar meestal werd tenminste 30-50 cm nagestreefd. Het was zaak dat vijandelijke voertuigen en getrokken artillerie niet in staat zouden zijn sloten en vaarten waar te nemen. Zodoende zou doorwaden van de inundatie levensgevaarlijk voor hen worden. Voor gewone auto's en vrachtwagens was 30 cm water al bijna niet meer te doen. Voor infanterie was inundatie al helemaal een ramp. Er was geen dekking mogelijk, en vanuit water kon men de wapens en munitie niet drooghouden.

Kazemat
Het Nederlandse begrip voor een semi-permanente of permanente opstelling. Het is een afgeleide van het Italiaanse ‘casa matta' wat zoveel als "murder pitt" of "moordkuil" betekent. Het was een geschutsopstelling binnen een vestingwerk. Het werd in het vooroorlogse Nederland de standaard aanduiding voor een uit grond en hout [later uit beton en ijzer/staal] opgetrokken versterking. Verwarrend kan zijn dat in de meidagen van 1940 het begrip gebruikt werd voor zowel een uit grond opgetrokken veldversterking als een betonnen veldversterking. Nadien werd het gebruikt voor louter versterkingen uit beton en staal.

Kazematten kregen ook eigen namen. Zo werd de S-type kazemat in de regel stekelvarken genoemd [vanwege de stalen uitstekselen die voor camouflage doeleinden konden worden gebruikt] en de G-type kazematten "koepels" gedoopt.

Linie
Een linie is in oorsprong een lang(er) gerekte opstelling van troepen. Het kreeg na verloop van tijd de betekenis van een langgevormde verdediging waarin de troepen voorbereide stellingen hadden ingenomen. Het begrip "linie" in mei 1940 gaf geen extra inhoud aan de kwaliteit van de stellingen. Zo was de Yssellinie niets meer dan een ijle cordonstelling met om de zoveel honderd meter een kazemat, terwijl de Grebbelinie [overigens ook Valleistelling genaamd] een aanzienlijke voorbereiding en enige diepte kende.

In de maritieme sfeer had linie de betekenis van lijn, zoals het in het etymologische vlak ook heeft. Een schip van de linie was bijvoorbeeld in de oudheid een schip van een bepaalde soort [charter] die samen met gelijksoortige schepen in kiellinie opvoer tegen de vijand. In kiellinie wil zeggen dat de schepen in de lengte van elkaars kiel voeren.

Mobilisatie
Het systeem c.q. het geheel aan maatregelen dat er toe leidt dat de krijgsmacht in tijden van spanning of oorlog op oorlogssterkte komt. Hiertoe worden de weerbare en reeds geoefende militairen opgeroepen die nog voldoen aan de voorwaarden en eisen die worden gesteld aan mobilisabele militairen. Tevens kan onder mobilisatie vallen de oproep van hen die eerder als buitengewoon dienstplichtige niet voor eerste oefening zijn opgekomen, en in geval van algemene mobilisatie worden opgeroepen om te worden geoefend.

Een voormobilisatie wijst op het slechts onder wapens roepen van geselecteerde personen of eenheden met een rol in de voorbereiding voor de algemene mobilisatie of een rol bij de beveiliging van strategische objecten.

Mobilisatieclubs
Het fenomeen van de mobilisatieclubs vond zijn oorsprong tijdens WOI. Groepen gemobiliseerden verenigden zich in (politiek getinte) verenigingen. Deze clubs hadden vooral een linkse en soms zelfs syndicalistische signatuur. Hieruit ontstonden zelfs soldatenraden, naar marxistisch-communistisch voorbeeld. Deze ontwikkelingen waren niet alleen beperkt tot de militaire sfeer, maar eveneens maatschappelijk, en vonden hun climax in de Troelstra revolutie in de laatste maanden van 1918.

Met het einde van de mobilisatie in 1919 verdwenen de mobilisatieclubs, maar eind 1939 kwam het fenomeen weer op. De toenmalige opperbevelhebber Reynders verbood politiek-georienteerde clubs, in het bijzonder SDAP georienteerde soldatenverenigingen. Reynders raakte hierover in conflict met de politiek. Zijn opvolger Winkelman had een coulante houding tegenover de mobilisatieclubs. Overigens waren deze clubs veel minder fel anti-militaristisch dan hun WOI equivalenten.

Neutraal / Neutraliteit
Neutraliteit is een begrip dat eigenlijk alleen lading krijgt in geval van een gewapende vrede of oorlog. In een vredige wereld is het begrip neutraliteit - letterlijk betekenend onzijdigheid - immers niet aan de orde. Het begrip werd in die zin ook niet direct volkenrechterlijk besproken; slechts in oorlogstijd had een neutraal land rechten en plichten, net als overigens de landen die wel tot de belligerenten gerekend werden jegens het neutrale land.

Nederland was in de 20ste eeuw strikt genomen alleen [met recht] neutraal tijdens WOI en de periode 1 september 1939 - 9 mei 1940. Gedurende het interbellum predikte Nederland wel neutraal te zijn, maar was men in feite - vanwege het ontbreken van de oorlogstoestand - slechts onzijdig. Nederlandse politici spraken dan ook vaak van zelfstandigheidspolitiek in plaats van neutraliteit. Dat dit begrip een terechte keuze was, blijkt wel uit het feit dat Nederland prominent lid werd van de Volkenbond [League of Nations], die na WOII was opgericht als internationale politie en voorloper van de in 1949 opgerichtte VN. Artikel 16 van het Volkenbond verdrag echter besprak het gezamenlijk in de krijg optreden van haar leden tegen rebellerende staten, en daarmee zou stikt genomen neutraliteit niet langer aan de orde zijn in het oorlogsrecht. Hoewel Nederland altijd bezwaar maakte tegen artikel 16, bemoeide het zich wel intensief met de Volkenbond. Zo participeerde de Nederlandse Staat in 1935 nog met een gewapend detachement Mariniers bij het toezicht op de verkiezingen in het [toen nog] door Frankrijk bezette Duitse Rijnland.

Daarnaast hield Nederland een soort halfslachtige betrekking met het verbond van voormalig neutralen, de zogenaamde Oslo-staten. Dit waren de Scandinavische landen, Spanje en Zwitserland. Nederland en België schurkten tegen deze zes landen aan, maar participeerden nooit daadwerkelijk in dit verbond.

Desondanks hield Nederland zich strikt aan de normen en richtlijnen die van een neutraal land verwacht werden. Men verbond zich militair en politiek niet aan andere landen en deed ook niet mee aan strategische uitwisseling van ideeën. Anderzijds was aan de neutrale status verbonden dat een neutraal land wel een (relatief) sterke gewapende krijgsmacht in stand hield. Daarin schipperde Nederland nadrukkelijk, want het verwaarloosde haar leger opzichtig, en was na Griekenland en Denemarken de laagste investeerder in de krijgsmacht binnen Europa.

Economisch gezien hield Nederland geen neutraliteit aan. Nederland schurkte zeer sterk tegen Duitsland aan, niet in de laatste plaats omdat premier Colijn [met vijf kabinetten gedurende het interbellum prominent politicus in dat era] en de in de jaren dertig hoogste ambtenaar, de heer Hirschfeld, sterke economische banden met Duitsland zochten. Daarbij werden bepaald strategische goederen aan Duitsland geleverd, ook na 1936 toen Hitler zijn expansiepolitiek niet langer onder stoelen of banken stak. Dat deze economische banden deels veroorzaakt werden door bestaande, natuurlijk sterke, handelsbetrekkingen met Duitsland is een vaststaand feit. Maar daarnaast waren factoren als slechte politieke- en economische betrekkingen met België, Frankrijk en Engeland zeker argumenten die meespeelden. Echter, een zekere vooringenomen pro-Duitse houding was mannen als Colijn en Hirschfeld ook bepaald niet vreemd. Dat zou tijdens WOII ook wederom blijken ...

Met het uitbreken van WOII in september 1939 werd Nederland opeens weer neutraal volgens het oorlogsrecht. Het stelde zich strikt neutraal op richting de belligerenten, en hield nadrukkelijk alle grenzen bewaakt. De ingetreden staat van oorlog in Europa hield tevens in dat Nederland zich nu officieel niet kon verhouden tot andere naties ten aanzien van haar strategische plannen. Iets waar Nederland zich strikt aan hield, hoewel de symphatie eind 1939 inmiddels richting de Geallieerden neigde. De Fransen zouden zich nog voor de Duitse inval beklagen dat zij van de Nederlandse krijgsplannen niets wisten. In feite was dit niet helemaal een zuivere voorstelling van zaken. Nederland had op hoger militair en diplomatiek niveau wel degelijk officieus enige uitwisseling met zowel de Belgische als de Franse legerleiding gehad. Zo waren Belgische en Franse officieren in burger door Nederlandse stafofficieren [ook in burger] langs de Peel-Raamstelling geleid. Een beroemde uitspraak van de chefstaf van het Belgische leger [Overstraeten] was dan ook, dat Nederland een isolatiepolitiek bedreef door haar strategie alleen de Vesting Holland maximaal te verdedigen. Een duidelijker indicatie van tenminste enige vooroorlogse strategische uitwisseling van gedachten is daarmee wel bewezen. Overigens is het onder volkenrechterlijk gespecialiseerde juristen nog steeds een twistpunt of vooroverleg over de strategie [die alleen zou worden ingevuld in geval van een casus belli, een daad van oorlog] wel een feitelijke inbreuk is op de neutrale status. De meeste juristen neigen te stellen dat dit niet het geval is, zo lang geen bindende afspraken worden gemaakt.

Ook was de Nederlandse militair attachee in Parijs, overste Van Voorst Evekink, bij gelegenheid over de grenzen van zijn strikte zwijgplicht heen gestapt, en had hij enkele uitwisselingen met hoge Franse officieren geëntameerd. Onduidelijk is of hij officieuze instructies van zijn meerderen (op)volgde of puur op eigen titel opereerde. De statuur van de overste doet velen neigen te concluderen dat het zijn eigen vooruitstrevendheid was die tot de arbitraire contacten leidde.

De Koninklijke Marine had op haar beurt officieus enkele afspraken gemaakt met de Royal Navy. Zo waren afspraken gemaakt over evacuatie door de RN van het Nederlandse goud en de Koninklijke Familie. Afspraken dus, die in mei 1940 hun vruchten afwierpen. Er moet echter bij worden gezegd dat de werkrelatie tussen de KM en RN - alleen al vanuit historisch besef en wederzijds respect - uitstekend was; dat in tegenstelling tot de algemene politieke verhoudingen tussen Nederland en Engeland die bepaald koel waren te noemen. De sterke relatie tussen de KM en RN zou bovendien leiden tot een zeer snelle samenwerking na mei 1940. De KM was de eerste marine die integraal in RN verband kon en mocht optreden na de Duitse invasie in het westen van Europa.

Strikt genomen echter had Nederland zich als een voorbeeldige neutrale natie gedragen, en tijdens de periode dat zij zelf nog niet was betrokken bij WOII, haar kustwateren en luchtruim actief verdedigd tegen alle indringers. Zo werd in april 1940 een Britse bommenwerper door een G-1 neergeschoten ten zuiden van Rotterdam, en was ook menig Duits vliegtuig beschoten. Daarnaast had Nederland zowel de kustzijde als de landzijden voorbereid voor defensie, hoewel de militaire top in het voorjaar van 1940 inmiddels wel overtuigd was dat bedreiging van de Nederlandse neutraliteit uit het oosten zou komen.

Open Stad
Het begrip Open Stad was al een oud begrip dat duidde op de verdedigingsstatus van een stad, en wat ongeschreven [later "geschreven"] rechten en plichten impliceerde.

Een Open Stad mocht zich niet ter verdediging inrichten noch zich actief verdedigen. In de oudheid mocht een eventueel garnizoen dan ongeschonden en met de wapenen en vaandels afmarcheren. Hielden zij zich echter niet aan de plichten, dan had een vijand het (ongeschreven) recht hen zwaar aan te pakken en de stad volledig te plunderen. Niet zelden liepen dergelijke wraken enorm uit de hand, en werden steden volkomen geplunderd en ingezetenen verkracht en vermoord.

In de moderne tijd was een [verklaard] Open Stad een stad van waaruit geen verdediging gevoerd werd en dat als zodanig ook van de toorn van de vijand gevrijwaard diende te blijven. Het was wel zaak de vijand dit kenbaar te maken. Het Nederlandse leger verklaarde Goes bijvoorbeeld tot Open Stad, mede dankzij het feit dat daar een groot militair hospitaal was ingericht. De Fransen zouden dit later door bezetting van de stad tijdens de verdediging van Zeeland overigens opheffen - in kennelijke onwetenheid van de status. Parijs werd ook tot Open Stad verklaard, vooral met het oog op de zeldzame culturele waarde van de stad. Dit werd de Duitsers kenbaar gemaakt en zodoende trok het Duitse leger deze stad zonder strijd binnen.

Een Open Stad beriep zich tijdens WOII op de rechten die haar toekwamen welke voortvloeiden uit het artikel C.13 van de derde Conventie van Geneve. Hieruit vloeit voort dat een belligerent geen steden, dorpen of nederzettingen mag beschieten of bombarderen die niet verdedigd worden.

Saillant
Een saillant is een uitbouw of uitstekend deel in een vesting of stelling, in nog wijdsere betekenis, van een gehele frontlijn.

Het voordeel van diverse saillanten met ondersteunende vuurpunten in een linie is dat een linie hierdoor aan sterkte wint. Tussen de saillanten ontstaat immers naast het afgeven van frontaal vuur, ook de mogelijkheid flankerend vuur af te geven op een aanstormende vijand. Zodoende kunnen frontaal-, kruis- en flankerend vuur worden gegeven, hetgeen als een optimum van vuurdekking mag worden betiteld.

Staat van Oorlog / Beleg
De Staat van Oorlog en Beleg was geregeld bij Wet [1899]. De Staat van Oorlog gaf het leger verregaande bevoegdheden in te grijpen in civiel bestuurlijke zaken en kwesties als censuur en (verbreken van) briefgeheim. Tevens konden er bevoegdheden worden ontnomen voor vrije betreding van stellinggebied.

De Staat van Beleg - die de hoogste bevoegdheden delegeerde aan het leger - gaf het leger vrijwel volledige zeggenschap en vrijheid van handelen.

De Wet op de Staat van Oorlog en Beleg is naoorlogs gewijzigd.

Stelling
Een linie werd in oorsprong gevormd door een aaneenschakeling van stellingen.

Het begrip stelling staat niet (meer) voor een vaste betekenis. Als men praat over een geisoleerd verdedigingspunt dan wijst het begrip louter op het feit dat enige mate van voorbereiding ter verdediging heeft plaatsgevonden. Spreekt men van een stelling in combinatie met een naam, dan is in de regel een goed voorbereide verdediging bedoeld, zoals de Stelling van Amsterdam of de Valleistelling.

In het geval van de Stelling van Amsterdam is goed te begrijpen dat men niet van een linie sprak. Er was immers sprake van een cordon om de stad Amsterdam dat in een soort geimproviseerde cirkel vorm was gegeven en dus weinig met een "lijn" [=linie] van doen had. In het geval van de Peel-Raamstelling is het echter oneigenlijk en vreemd dat men deze duidde als stelling. Aangezien het een smalle langwerpige verdedigingslijn was, was de duiding "linie" meer op zijn plaats geweest.

De bergippen stelling en linie werden door elkaar gebruikt als men duidde op een voorbereide verdediging.

Veldversterking
Een veldversterking was een voorbereide loopgraaf, kazemat of anderszins door mensenhanden ingerichte opstelling die tot doel had bescherming te bieden en/of als weerstandsnest te dienen. Het werd algemeen gebruikt voor geisoleerde opstellingen die geen onderdeel vormden van forten of complexen. Men gebruikte voor uit grond en hout opgetrokken versterking het begrop "semi-permanente veldversterking" en voor beton of stalen versterkingen "permanente veldversterking".

Verloven
Het leger kende in 1940 vele soorten verloven. Enkele willen wij benoemen [zoals zij golden tijdens de mobilisatieperiode].

Het gewone verlof was alleen mogelijk bij de laagste staat van paraatheid. Personeel kreeg dit verlof alleen periodiek en voor enkele dagen. Meestal werd eens in de zoveel weken toegestaan de familie te bezoeken.

Buitengewoon [c.q. bijzonder] verlof was een verlof dat door dwingende omstandigheden kon worden aangevraagd, zoals familieomstandigheden, huwelijk of geboorte. Dit verlof werd in de regel ook in een verhoogde staat van paraatheid nog regelmatig verleend.

Zakenverlof was verlof dat kon worden verleend voor dwingende zakelijke aangelegenheden, zoals oogstwerk of belangrijke handelstransacties. Zakenverlof werd regelmatig aangevraagd en gegeven, omdat de spanning, die de mobilisatie van circa 280.000 man meebracht bij het draaiend houden van de economie, soms bijzonder groot was. Zakenverlof werd ook vaak verleend bij een hogere staat van paraatheid.

Klein verlof is de periode tussen werkelijke dienst en groot verlof. Na afloop van de periode dat men in werkelijke dienst was, werd men in de regel korte tijd met klein verlof gestuurd. Men blijft onmiddellijk oproepbaar, maakt feitelijk nog deel uit van het onderdeel waar men dienst heeft gedaan en men viel feitelijk nog onder de krijgstucht.

Groot verlof is de periode tussen klein verlof en ontslag uit de dienst c.q. de dienstplicht/opkomstplicht. Een militair die als mobilisabel te boek staat is met groot verlof (tenzij hij met klein verlof is). Nadat de leeftijd voor oproepbaarheid is gepaseerd of nadat men anderszins ongeschikt is geworden voor de krijgsmacht, wordt het groot verlof beëindigd en is men van krijgsdienst ontslagen. De lichting 1924 werd nog tijdens de mobilisatie ontslagen uit dienst.

Vijfde Colonne
Het begrip heeft een vrij vage oorsprong. Trotski noemde in 1917 een elite eenheid van het volks Russische leger, het Vijfde Leger, zijn Vijfde Colonne. Maar het begrip kreeg een wijdsere betekenis tijdens de Spaanse Burgeroorlog, toen de bekende generaal Mola het introduceerde in zijn propagandaretoriek. Hij doelde op sympathisanten en aanhangers van de Nationalisten die zich reeds in het begeerde Madrid zouden bevinden. Madrid zelf werd veroverd door vier colonnes in te zetten. De infiltranten werden daarom als vijfde colonne aangeduid. Het zou een geuzennaam worden - in heel Europa - voor infiltranten.

454