Discussiegroep

Onderwerp: luitenant-kolonel P.R.F.C. de Bruyn

Totaal berichten: 21
2.311 keer gelezen
23 reacties
Categorie: Overig Mei 1940
Geachte Discussiegroep,

gaarne kan iemand mij info. verstrekken betreffende deze persoon.
Als chef-staf onder generaal Harberts nam deze laatstgenoemde taken over en deed naar ik begreep het vuile werk.
hier een aantal vragen hopende antwoorden te vinden.

1- toen Harberts vervangen werd door kolonel Barbas betekende dat automatisch de Bruyn geen chef-staf meer was?
2- Weet iemand zijn volledige naam?
3- Weet iemand wat er tijdens de oorlog (waarschijnlijk krijgsgevangene)en daarna met deze persoon gebeurd is?

Bij voorbaat dank.
» Dit bericht is geplaatst op 4 augustus 2009 10:56
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
Kolonel Barbas vermeldt in zijn ( uitgebreide ) verslag wat dit betreft niets, alleen dat hij als divisiecommandant wordt opgevolgd door kolonel Dwars ( de voormalige TBO ).
Ik heb verder een verslag van de hand van overste De Bruijn, gedateerd 31 mei 1940 ( geschreven op het Stafkwartier IIe LK ) waarin hij normaal tekent met Chef Staf IIe LK.
Dit vormt op zichzelf nog geen bewijs, maar doet toch op zijn minst vermoeden dat De Bruijn niet van zijn functie ontheven zal zijn.
» Deze reactie is geplaatst op 4 augustus 2009 17:20
Totaal berichten: 21
Bedankt voor je snelle reactie Hayo.
In het Boek grebbelinie 1940 van de heer Brongers stuit ik op die naam en krijg de indruk dat die 14e mei de druk behoorlijk op de Bruyn zijn schouders lag.
Aangezien Harberts op dat moment behoorlijk van slag was (zacht uitgedrukt).
Heeft de overste in ieder geval wel onder de druk gepresteerd of ging hij zijn meerdere achterna?
Wellicht kan de heer Brongers het een en ander nader toelichten.
» Deze reactie is geplaatst op 4 augustus 2009 22:15
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Er was geen enkele aanleiding de chef-staf II.LK te vervangen. Generaal Harberts werd vervangen, vermoedelijk niet zonder overweging van enige rancune van de commandant veldleger zelf. De motivatie daarvoor was oververmoeidheid. Daar zat overigens meer dan een kern van waarheid achter, want Harberts gunde zichzelf geen rust.

Ik betreur het nog steeds dat in vele publicaties Harberts de kop van jut is geworden. Dat hem enige blaam treft aangaande bepaalde gedragingen, zij gezegd, en zonder reserve. Anderzijds is hij de enige generaal geweest in mei 1940 die drie dagen lang hoogspanning ervoer in een veldfunctie. Het is wel heel eenvoudig zoals bepaalde auteurs en onderzoekers over Harberts concluderen, vaak met een flinke dosis vooringenomenheid. Daarbij wordt de buitengewoon curieuze (en vooral zwakke) rol van de commandant Veldleger vakkundig ontweken. Maar Baron J.J.G. van Voorst tot Voorst was nu eenmaal buitengewoon adjudant van de Koningin (Wilhelmina) en ontsprong de dans der kritiek. Werd zelfs prominent executeur van menig militaire loopbaan na de oorlog. Een wat mij betreft bizarre functie voor een Veldleger commandant die zich vooroorlogs al als een dromer en zwakke strateeg had geëtaleerd(zeker in verhouding tot bijvoorbeeld voorganger Roëll, een gekend strateeg en voornaam influisteraar van Reynders) en tijdens de mobilisatie en de meidagen wat mij betreft niet op enige exceptionele kwaliteit te betrappen is geweest. Overigens, net als zijn broer die opeens 'out of the blue' chef staf Veldleger werd (tegelijk met Winkelman's aanstelling) en in totale anonimiteit die functie vertolkte.

Generaal-majoor H.F.M. van Voorst tot Voorst werd chef-staf toen de voorgaande chef-staf werd vervangen. Bizar genoeg was hij nog slechts kort ervoor de commandant Lichte Divisie geweest, in de rang van kolonel, maar stond hij ook al prominent op de short-list voor nota bene de functie van opperbevelhebber om Reynders op te volgen. Die dwaling, geinitieerd door minister Dyxhoorn, vond gelukkig geen doorgang. Het zou een bizarre ontwikkeling zijn geweest. Maar Winkelman mocht zijn eigen chef-staf meenemen, een lijmende toezegging om Winkelman over de streep te trekken. Dat was echter een organisatorische flater van jewelste.

Een chef-staf is als de chef in de keuken van een restaurant. Hij is de zorgdrager voor de kwaliteit van de menus op tafel. De baas van het restaurant bemoeit zich met het hoogste management van de tent en grijpt slechts in als daartoe dwingende aanleiding is of als extern zaken zijn te behartigen. Als de baas van het restaurant en de chef-de-cuisine van de ene op de andere dag weg zijn, zal er spoedig in het restaurant iets merkbaar zijn!

De chef-staf is de werkelijke kennisdrager van zaken op het operationele en organisatorische vlak binnen een staf. Dat is niet de opperbevelhebber, die vooral 'decision maker' is. De chef en de chef-staf ontslaan of wegwerken, is een 'faux pas'. Het is echter exact de reden geweest waarom tussen februari en half april 1940 nauwelijks enige ontwikkeling in de defensie van Nederland werd waargenomen. Het duümviraat Winkelman/Voorst tot Voorst moest zich nog inwerken en daarna de ideeën uitwerken. Dagelijkse aangelegenheden moesten tussendoor worden afgewerkt. Als de Duitsers eind maart (of eerder) waren binnengevallen was dat een ramp voor Nederland geweest.

Met dit laatste maak ik een bruggetje naar de gedachte de chef-staf II.LK te ontslaan c.q. van zijn taak te ontheffen samen met het deactiveren van de C-LK. Zo'n besluit zou slechts verdedigbaar zijn geweest als en indien er sprake was geweest van hopeloos wanbeleid vanuit II.LK door opperbevelhebber én zijn staf. Een situatie die in feite, zeker in de hectiek van oorlogstijd, nauwelijks is voor te stellen, als het al te meten zou zijn geweest. Zou men er in een extreem geval wel voor hebben gekozen, dan zou men zeker hebben moeten weten dat de sous-chef van staf zoveel kennis van zaken droeg dat een nieuwe chef-staf aan zijn hand direct operationeel aan de slag kon c.q. de sous-chef tijdelijk acterend chef-staf kon spelen. Anders is er namelijk sprake van een onverantwoord risico in het militaire management van de grootste legereenheid die ons land kende, een legerkorps. En nog wel in een theater waar een nadringende tegenstander voor de poorten stond.

Het ontslaan van de chef-staf is dus in wezen niet voorstelbaar. Zou vermoed ik niet eens in de gedachten zijn opgekomen, en anders naar mijn stellige overtuiging niet door de chef-staf landmachtstaf zijn gesanctioneerd.
» Deze reactie is geplaatst op 4 augustus 2009 23:35
Totaal berichten: 21
Bedankt heer Goosens voor u reactie

Het lijkt me nu inderdaad zeer denkbaar dat de overste op zijn plek bleef zitten.
Dat Harberts de wind van voren kreeg is mij inmiddels ook wel duidelijk.
Gebeurt heden ten dagen nog steeds.
En dat geld ook voor de verkeerde poppetjes op de verkeerde plaatsen.
Neem vandaag de dag bv. de minister van defensie.
blijft nog steeds de vragen over:

1 wat gebeurde met de Bruyn tijdens en na de oorlog (was er nog een plaatsje vrij in het leger na de oorlog/promotie)?
2 Weet iemand zijn volledige naam, geboortejaar, plaats ?
» Deze reactie is geplaatst op 5 augustus 2009 09:43
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
In zijn zeer uitgebreide en zeer informatieve verslag over / terugblik op de meidagen vermeldt Harberts: "Toen ik MIJN ontheffing mededeelde aan mijn Chef Staf, vloekte deze terwijl de tranen hem in de oogen sprongen".
MIJN ontheffing staat hier duidelijk.
Zonder verdere verwijzingen.

Hij vertelt ook nog iets ( en dit in verband met een van je vragen ) over de toestand waarin De Bruijn zich op dat moment bevond: " Ik vermeld voorts dat, toen ik op 14 mei ten ongeveer 12.30 mijn commandopost te Jaarsveld verliet, ik constateerde dat ook mijn Chef Staf Lt.Kol. de Bruijn, aan het eind van zijn krachten was. Er moest de een of andere brug hernomen worden, met het vinden of het vervoer van de daartoe aangwezen troepen was er iets verkeerd gegaan, en mijn Chef Staf gilde en tierde daarover zoodanig dat het niet twijfelachtig was of ook bij hem was de boog te strak geapannen en stond op het punt van breken."
( geen wonder als je je realiseert hoe zwak bezet de Staf van het IIe LK was / red. ).

Duidelijk is hier in elk geval dat De Bruijn "gewoon" doorging bij het vertrek van Harbert met het uitoefenen van zijn functie.

Dat blijkt ook uit het feit dat De Bruijn het invullen van het het invullen van het dagboek van het IIe LK heeft overgenomen ( terwijl dat eerst door Harberts zelf was gedaan ).

Tenslotte blijkt uit het Stafwerk Veldleger ( o.m op blz. 89 ) hel duidelijk dat het ging om een PERSOONLIJKE vervanging wegens oververmoeidheid.
» Deze reactie is geplaatst op 5 augustus 2009 10:25
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
Het geboortejaar van overste De Bruijn: 1888.
» Deze reactie is geplaatst op 5 augustus 2009 10:50
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
De kwestie van de smalle staven is inderdaad een zaak die bar weinig aandacht kreeg bij het 'de maat nemen' van de staf II.LK. De grove fouten van bijvoorbeeld de staf III.LK, die grossierde in falende coordinatie en foute operationele en tactische beslissingen bij de verplaatsing vanuit Brabant op 10 mei, worden nergens werkelijk aangestipt. Slechts sporadisch als het de waanzin betreft van hun opdracht aan de grensbataljons zuidgrens om de vernielingen te plegen. Een zaak die uitdrukkelijk van de chef-staf Kroon afkwam en waarin Winkelman een merkwaardige rol speelde door een zwabberadvies van de chef-staf III.LK te aanvaarden dat de Duitsers de Fransen wel eens zouden kunnen verslaan in de wedrace richting grens tussen Turnhout en Antwerpen. Dat was namelijk de motivatie alsnog de barricades te stellen, wegen te blokkeren en vernielingen te verrichten. Een andere flater was het niet bijstaan van 6.GB bij de herneming van Moerdijk, dat in alle rede door C-III.LK had moeten worden gefaciliteerd en niet door een daartoe volkomen ongeschikt GB. Enfin, ik zal niet verder uitwijden over dit soort geblunder elders.

De vraag die men zal stellen bij de vermoeidheidskwestie die bij ieder leger en bij iedere staf zal spelen is hoe men dat idealiter nu regelt. In wezen is het zo dat ideaal gezien de commandant zijn vervanger heeft in de chef-staf. En de chef-staf qua stafwerkzaamheden in zijn sous-chef en in kwesties van interacties met hogere staven vaak zijn chef (in casu Harberts). Het is voor het opperbevel van een hogere eenheid van belang dat chef en chef-staf elkaar ontlasten als er gerust moet worden. Dat geldt evenzo voor chef-staf en sous-chef. Maar bij menig Nederlands onderdeel, zoals met name de brigades, was er geen sprake van geschikte sous-chefs. Want een andere wetmatigheid is dat (sous)chefs beroepsofficieren zijn met hogere krijgsvorming, wat in die tijd een afgeronde HKS opleiding betekende, zodat men officier der Generale Staf was.

De sous-chef is op een legerkorps niveau vrijwel altijd het Hoofd Sectie I (Operationele zaken). Bij II.LK was dit kapitein der GS Mourik. Er was dus op papier in elk geval een volwaardige sous-chef (in de praktijk voldeed Mourik niet en was hij tijdens de strijd zelfs bijna van zijn functie ontheven door C-II.LK). Maar hoe opvallend dat op de staf II.LK naast Harberts, de chef-staf en hoofd sectie I er geen GS officieren waren. En hoewel hogere staven voor alle belangrijke functies door beroepsofficieren werden gevuld (wat betekende dat des te meer reserve officieren hoge veldcommando's hadden), was een niet aan de HKS geschoolde beroepsofficier in de Nederlandse praktijk van die dagen qua stafkennis zeer matig onderricht. En dat is eufemistisch uitgedrukt. Die beperkte kennis gecombineerd met de strikte hiërarchie alsmede de extreem smal bezette staven, betekende dat ontstellend veel verantwoordelijkheid bij het triümviraat chef-chefstaf-souschef lag. Dat blijkt ook wel uit alle theaters, waar in verslagen en rapporten duidelijk blijkt dat deze functies prominent met in wezen veldcommandodetails worden belast c.q. zichzelf daarmee belast hebben, zoals de prominent op het Zuidfront chef-staf Groep Kil Calmeijer.

Het is het voorgaande indachtig niet onlogisch dat de staven dus na enkele dagen strijd zwaar belast waren. Norm is dat in oorlogstijd twee volledige dagen [48-60 uur] achter elkaar moet kunnen worden doorgewerkt voordat men in de beslissingsvaardigheid zodanig wordt aangetast dat een langdurige rust noodzakelijk is. Bij de Duitsers werd zelfs met drie volledige dagen gerekend. Maar daarna diende men lang rust te houden. In wezen zou men 48 uur al als zeer lang en slopend mogen betitelen en zal het aan de individuele capaciteiten liggen in welke mate men over die grens kan treden zonder dat dit ernstige gevolgen heeft voor fysieke en geestelijke weerbaarheid en helderheid. Harberts en zijn chef-staf werden in wezen vier dagen lang extreem zwaar belast en namen nauwelijks rust. Dat terwijl er in die fase (van de oorlog) nauwelijks door de Duitsers tijdens nachtelijke uren werd geopereerd. De nachten waren echter voor de Nederlanders, zeker aan de Grebbelinie, de momenten dat er gereorganiseerd kon en moest worden en men de tegenmaatregelen kon organiseren zonder (al te veel) door de feiten te worden ingehaald. Bovendien speelde tijdens de nachtelijke uren de interventie van de 'routineklussen' ook minder. Het betekende echter dat bij de smalle staven die vanaf legerkorps tot aan regimenten bestonden, een vrijwel continueprogramma werd gedraaid met dezelfde twee- of driemanschappen aan het hoofd. Stelt u zich het eens voor.

Zoals ik eerder aanhaalde betreffende Harberts, heb ik grote moeite met de wat mij betreft overtrokken 'analyses' van zijn functioneren en vooral de focus op de man zijn falen. Dat falen beperkt zich in hoofdzaak - wat de voornaamste grieven betreft - op zijn bemoeienis met de deserteur (pur sang) Meijer en de kwestie rond het hardvochtige behandelen van 8.RI, subsidiair de clash in Zeist met de C.V.. Harberts wordt zelfs verweten dat hij zich beter met andere zaken had kunnen bezighouden. Dat terwijl een legerkorpscommandant zich toch vooral met de grote lijnen en de cross-unit interactie bemoeit, zeker als het afstemming met hogere echelons betreft. Dat Harberts de schoonheidsprijs niet verdiende voor zijn psychische benadering van zaken zij gezegd. Maar geen enkele geslaagde generaal in WO2 bleek een prettig mens te zijn in de omgang. Gekende experts als Guderian, Rundstedt, Patton en MacArthur waren barse mensen die het maximale en meer van hun mensen vroegen. Niet dat Harberts in die champions league speelde, maar mijn persoonlijke mening is dat Harberts de enige opperofficier was die in de basis 'generaalspul' was in het Nederlandse leger. Het verschool zich niet, durfde besluiten te nemen , dacht strak binnen zijn taakstelling, wilde absoluut niet versagen en verzaken en schuwde zelfs het front niet. De enige echt opzichtige fout die Harberts mijns inziens maakte, los van de incidenten waarin hij anders had kunnen optreden, was dat hij op de derde oorlogsdag (12 mei) nog steeds meende met een Duitse voorhoede van doen te hebben. Dat is de enige fout waarvan ik vind dat die een genereaal en korpscommandant valt aan te rekenen. Dat heel Nederland zich vooral wenst druk te maken om de executie van een 24 karaats deserteur - hoe tragisch op zichzelf overigens - typeert een land dat door sommigen wel eens als anti-militair wordt getypeerd. Overigens in deze niets ten nadele van de discussianten in deze draad!

Feit is dat Harberts en zijn chef-staf zichzelf overwerkten. Ze voelden zich primair verantwoordelijk, wat ze natuurlijk waren, en ervoeren zoals zovele verantwoordelijke officieren het gebrek aan kundige ondersteuning. Dat zij voor de keuze kwamen te staan op een zeker moment toch hun noodzakelijke rust te nemen en dat niet namen, kán men hen aanrekenen. Tenslotte hadden ze ook op de vingers kunnen natellen dat de strijd nog zou voortduren en de kundige assistentie niet ineens zou verschijnen. Op een zeker moment moest die rust dus worden genomen. Dan is het een kwestie van de juiste triage stellen op het juiste moment. Daarin zijn de beide heren niet geslaagd. Maar niemand met enig fatsoen in het lijf die hen dit euvel zou moeten duiden.

Tenslotte. Ik ken de persoonlijke dienststaat van overste de Bruijn niet. Maar hij was in mei 1940 al 52 jaar oud. In 1945 dus 57 jaar oud. De kans is aanwezig dat hij zijn loopbaan voortzette. Het is me niet bekend.
» Deze reactie is geplaatst op 5 augustus 2009 11:57
(redactie)
Totaal berichten: 2.197
Die enige fout van Harberts ( zie bij Allert hieronder ) wordt door Harberts in zijn relaas ook ( als inderdaad enige fout in de beoordeling van tactische situaties in de meidagen )toegegeven. Hij ging er zonder meer van uit (avond van de 12e mei ) dat de tegenaanval van de volgende dag zou slagen omdat " wij " dan infanteristisch wel een tienvoudige overmacht zouden hebben en de Duitsers eenvoudig van de Grebbe zouden vegen".
Hij voegt er aan toe: " Wie mij deze fout kwalijk wil nemen, moet dat maar doen".

Harberts vertelt trouwens ook nog dat hij in de avond van de 13e mei overwoog om een slaapdrank aan de dokter te vragen die hem in staat zou stellen althans enkele uren echt rust te nemen. Uiteindelijk zag hij er van af omdat hij bang was onder invloed van die slaapdrank misschien niet de juiste beslissingen in een urgent geval zou kunnen nemen de volgende dag.
Nadat hij in de nacht van 13 op 14 mei niet ( ook niet zonder die slaapdrank, zoals hij toch even had gehoopt ) aan zijn rust was toegekomen, besloot hij tot het innemen van z.g Kola-Dalman-tabletten, waardoor het gevoel van moeheid verdwijnt. De normale dosis daarvan is 2, maar pas na 11 of 13 begon het enigszins te werken.
Toch zeker interessante details in verband met het aanstippen van de oververmoeidheid van Harberts.
» Deze reactie is geplaatst op 5 augustus 2009 12:32
Totaal berichten: 21
Bedankt voor dit heldere relaas.

Ben het ook volkomen met de heer Goosens eens dat Harberts min of meer de enige generaal was die echt in de frontlinie opereerde en dat het achteraf makkelijk praten is vanaf een ivoren toren.

Rest mij nog één vraag:

In meerdere boeken betreffende Harberts komt naar voren dat er al reeds voor de inval onder de man zijn duifen geschoten werd.
Er werd een beetje achter zijn rug gewerkt.
Is dit slechts de rancune van o.a. com. Veldleger?, of hadden gewoon meerdere officieren hun vraagtekens bij de capaciteiten en het leiding geven van generaal-majoor Harberts?
» Deze reactie is geplaatst op 5 augustus 2009 14:24
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Generaal Harberts had een uitgesproken karakter met weinig emphatische elementen en toonde zijn voorkeuren (en het tegendeel) duidelijk. Hij zal een man zijn geweest met duidelijke vrienden en vijanden. Zijn curriculum was in wezen een opmaat naar de hogere functies, maar niet die van chef-staf landmachtstaf of commandant Veldleger, want hij was drie-en-half jaar kolonel terwijl voor opperofficieren daarvoor slechts twee jaar stond. Hij werd voor de hogere functies (voor zover mij bekend) nook iet genomineerd indertijd en stond ook niet op short-lists. Hoewel dat geen schande hoef te zijn (gezien hoe de zaken verliepen) is wel duidelijk dat Harberts dus vrienden en vijanden had. Ik heb helaas geen idee hoe Luitenant-Generaal (Jhr) Roëll tegen Harberts aankeek. Dat vind ik jammer, want Roëll achtte ik een veelvoud hoger in de krijgskunst dan zijn opvolger van Voorst tot Voorst. Roëll was het die veel van de strategische verrassingen van Duitsland voorspelde en niet Reynders die vooral veel ontkende van zijn medegeneraals (tot dat hij iets nuttig vond het over te nemen). Daarom zou ik graag geweten hebben wat Roëll van Harberts had gevonden.

In ieder geval werd Harberts legerkorpscommandant tijdens de mobilisatie. Het is moeilijk aan te geven of dat zonder de mobilisatie (en het terugroepen van veel gepensioneerde hoofd- en opperofficieren in actieve dienst) ook gebeurd zou zijn. Harberts was in elk geval in 1938 reeds generaal-majoor geworden.

Is iemand zoals Harberts in vredestijd fijn in je organisatie? Vermoedelijk niet. Onze legertop was echter al eind jaren dertig een flinke slangenkuil. Dat blijkt uit veel informatie. Vermoedelijk is dat het altijd geweest. Hoe smaller de top hoe (relatief) breder de concurrentie.
» Deze reactie is geplaatst op 5 augustus 2009 16:25
Totaal berichten: 6
Voor ieder die de strijd op de Grebbeberg (of een militaire operatie hoe dan ook) niet aan den lijve heeft meegemaakt, is het niet goed mogelijk een gewogen 'oordeel' te vellen over het functioneren van een collega, superieur of ondergeschikte of een historische figuur.
En wie dat wel hebben meegemaakt, hadden wel wat anders aan hun hoofd dan het imago van hun superieur.

De vele mythes omtrent, bij voorbeeld, de genialiteit van Veldmaarschalk Erwin Rommel of de hele Blitzkrieg, bewijzen wel hoe makkelijk de feiten en gebeurtenissen mettertijd kunnen worden omgebogen in de richting van heldendom of schlemieligheid. Zie het baanbrekende boek Blitzkrieglegende van Karl-Heinz Friesser (Oldenbourg Verlag 2005, 3e dr.).

Wij anno 2011, die de gebeurtenissen rond de Grebbeberg niet anders dan vanuit een historisch anachronistisch gezichtspunt kunnen beschouwen - hoe adequaat ons historisch onderzoek en de daaruit voortvloeiende conclusies ook mag zijn -, omdat we er niet bij zijn geweest en, noch als soldaat in de stellingen, noch als officier in het hoofdkwartier, de verschrikkingen en chaos van een echte veldslag hebben meegemaakt, kunnen daarom nooit een oordeel geven dat volledig conform de werkelijkheid is. Het zal altijd een interpretatie van de ter beschikking staande feiten blijven. Objectieve geschiedschrijving bestaat overigens niet, zei Sebastian Haffner.

Feiten zijn - dunkt mij - dat 1) gen. Harberts één van de weinige (de enige?)Nederlandse opperofficier is geweest die gedurende 4 dagen vrijwel continu in een veldslag betrokken is geweest - en dit onder zeer gebrekkige en primitieve omstandigheden mbt communicatie en informatie; 2) Dat hij oververmoeid is geraakt - wat daarvoor dan ook de motieven mogen zijn geweest - staat vast; en dat dit niet had mogen gebeuren ook. 3) Dat hij wel érg veel aandacht en energie heeft gegeven aan de 'kwestie Meijer' en hierin zijn boekje van hoogste commandant te buiten is gegaan, lijkt ook wel een vaststaand gegeven. In het verlengde daarvan, dat hij zich beter met de grote tactisch-strategische lijnen had kunnen bezighouden, ook. Dat hij de grootte (en kwaliteit) van de Duitse troepen bleef onderschatten, valt hem in zoverre aan te rekenen dat je - dunkt mij - beter van een 'teveel' dan van een 'te wenig' kunt uitgaan als het om het kwalificeren en kwantificeren van je tegenstander gaat. En trouwens: dat hij (een deel van) zijn eigen troepen als 'lafhartigen' kwalificeerde is vanuit diverse oogpunten, populair gezegd niet handig. Anderzijds: zouden dergelijk gedachten niet ook bij een andere bevelhebber in vergelijkbare omstandigheden zijn opgekomen, wanneer we uitgaan van een situatie waarin men over even gebrekkige en onvolledige informatie beschikte aangaande de ontwikkelingen aan het front. In ieder geval: Harberts sprak uit, waar een ander het misschien gedacht zou hebben. Daarmee schaadde hij vooral zichzelf, want juist deze gebeurtenis overschaduwt altijd weer zijn imago als bevelhebber.
Dat de kwalificatie 'lafhartig' absoluut onjuist was, hebben de verrichtingen van dit regiment (8 R.I.) overigens wel duidelijk gemaakt.

Maar moet ten aanzien van de tactische inschattingen van Harberts betreffende het troepenaantal van de tegenstander niet ook worden meegewogen dat de meeste Nederlandse opperofficieren, uitgingen van een Duitse aanval over de Veluwe in de richting van Amersfoort (Vak IVe Legerkorps) en dat het zuidelijke vak van de Grebbelinie minder onder druk zou komen te staan? Hij redeneerde gewoon 'in lijn' met wat algemeen werd aangenomen. Dat de praktijk anders bleek te zijn, kan hem - met de gebrekkige informatie die hem ten dienste stond - niet worden aangerekend. En op zo'n moment mis je als bevelhebber, dunkt mij, zeker in het toenmalige Nederlandse leger, het vermogen flexibel te anticiperen op de gewijzigde plannen en instelling.

Tegelijk mogen we toch ook wel zeggen dat Harberts voortdurend militair is blijven denken. Dat pleit voor hem. Hij dacht niet alleen aan een tegenaanval, maar zorgde er ook voor dat er één op gang kwam - hoe gebrekkig en chaotisch deze dan ook verliep. Dat die aanval van tevoren tot mislukken gedoemd was (vermoeide troepen, slechte communicatie), kan dat hém worden aangerekend. Voor mij persoonlijk geldt: hij probéérde het tenminste, waarmee hij zijn verantwoordelijkheid nam.

Het komt mij voor dat de berichtgeving over de Nederlandse opperofficieren in mei 1940 op deze site (ik las over Kolonel Schmidt, de gebroeders Voorst tot Voorst, generaal Van Andel en ook over gen. Winkelman nu niet altijd even vleiende dingen) misschien toch wel erg aan ontmythologisering onderhevig is. Er is niets mis met alle omstandigheden zo objectief mogelijk te beschouwen en op grond daarvan voorzichtige conclusies te trekken. Maar zou bij dit alles niet ook voortdurend de vraag moeten worden gesteld: wat hadden ze anders moeten doen. En ook: zou een werkelijke aanpassing van het vededigingsconcept (Winkelman) en de strategische uitvoering daarvan (Van Voorst 2x) werkelijk tot een andere uitkomst hebben geleid in die meidagen?

Zonder twijfel is gen. Harberts de opperofficier geweest die in het vak waarin zijn legeronderdeel was ingedeeld dat meeste 'klappen' te verduren heeft gehad. Zijn intuïtie bij alles betrokken te willen zijn en daardoor te weinig te rusten bleek een vergissing, die hij niet had mogen maken. Maar wie kan hem, met zo weinig ter zake kundige steun
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2011 15:22
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Ik ben het in grote lijnen eens met uw bijdrage. Zeker wat betreft de 'tragiek' van geschiedschrijving en de schets die u maakt over Harberts. Ik vind wel het gevaar bij het wijzen op de altijd bestaande subjectiviteit in geschiedschrijving en het - naar een platitude neigende - 'je was er niet bij' cliché dat je daarmee niet moet doorslaan naar een 'dus mag je niet puntig oordelen'. Als er één ding is waar het in de naoorlogse Nederlandse krijgsgeschiedenis juist aan ontbroken heeft, dan is het wel een kundige beoordeling van de strijd en vooral een kritische kijk op het defensiebeleid vanuit de legerleiding zelf. Kool en geit werd gespaard.

Ik ben zelf één van de (ver/be)oordelaars van onze legerleiding. Ze waren analoog aan het gros der toenmalige Franse en Britse opperofficieren volslagen incompetent (met name GL Jan van Andel) of gewoon ronduit zwak. Zoals iedere militair weet is er een groot verschil tussen vredesgeneraals en oorlogsgeneraals. Op de website Zuidfront, waar een zeer diepgaand onderzoek vooraf ging aan het gepubliceerde werk, wordt de maat genomen van vele hogere bevelhebbers. Daarbij wordt echter consequent de motivatie gemeld en vermeden om met kennis achteraf de wijsneus uit te hangen. Dat zich dergelijke kritische aantekeningen omgekeerd evenredig verhouden tot de standaardrepliek van Winkelman voor de PEC, zij gezegd.

Geschiedenis, en zeker krijgsgeschiedenis, dient kritisch te worden geschreven. Vooral omdat er lessen uit getrokken moeten worden. U begon uw bericht met een volkomen terechte verwijzing naar het op punten meesterlijke werk van KH Frieser. Juist dat boek is meesterlijk ervaren door vele historici omdat Frieser er vijftig jaar na de oorlog in slaagde om vijftig jaar mythevorming te ontkrachten. Overigens, de onderzoekers van de Westfeldzug van het Amerikaanse History Department deden zulks al in de jaren vijftig, maar dat terzijde. De Fransen en Britten bleven zich graag dopen in de onzin dat het Duitse leger door overmacht en materiële suprematie in drie weken tijd de slag om Europa besliste. Het is immers beter verkoopbaar om te stellen dat je moest buigen voor een superieure tegenstander dan dat je moet erkennen op beschamende wijze te hebben verloren. Dat laatste was echter aan de hand. Het was niet de macht van Duitsland die was geëtaleerd, maar de onmacht van de Geallieerden. Juist doordat de krijgsgeschiedenis tot de jaren negentig de werkelijkheid omzeilde, de kool en de geit spaarde en inderdaad dacht in omgangsvormen waarbij 'individuen gespaard moesten worden', ontstond een valse beeldvorming. Het was door die sterk verankerde valse beeldvorming, die ook in Nederland nog steeds aan de orde is (o.a. door sterk gekleurde populaire lectuur), dat een boek als van Frieser zoveel ontzag in wetenschappelijke kring oogste.

Dan nog twee puntjes inhoudelijk op uw bericht.

Het Veldleger ging uit van twee zwaartepunten waar de Duitse aanval kon komen. Amersfoort én Wageningen. Jan van Voorst tot Voorst was ervan overtuigd dat Wageningen/Rhenen sowieso zou worden aangevallen, omdat het niet alleen een zwakke plek in de verdediging vormde, maar ook de kortste route vanuit Duitsland bood.

Het was niet Harberts die de tegenaanval suggereerde, maar J.J.G. van Voorst tot Voorst, CV. Harberts nam deze operatie echter in uitvoering omdat hij als C-LK nu eenmaal in zijn vak moest worden uitgevoerd. Dat hij daarbij interventies pleegde in de instructievorming van zijn meerdere, is wel een gegeven. En naar mijn idee deed hij dit met recht.
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2011 16:10
Totaal berichten: 78
Het Nedelandse (opper)officierskorps wordt -ik wil niet chargeren- gekenmerkt door een vergaande meebuigende en angsthazerige houding t.o.v. hun politieke bazen en de politieke elite.
In plaats van zelfbewust en zelfstandig denken en handelen vertoonde men vooral gewenst -politiek correct- gedrag.

De bezuinigingen op defensie in de jaren '30 werden weliswaar in de militaire kringen afgekeurd, evenwel verbond men hieraan vrijwel geen consequenties. Men bleef gewoonlijk op z'n post en men stuurde Jan Soldaat -waarvoor men verantwoordelijk was- in Mei '40 met een welhaast misdadig slecht te noemen toe- en uitrusting de oorlog in.

Wat mij ook altijd verbijsterd is de klaarblijkelijke en kennelijke principeloosheid v.h. officierskorps. Een onthutsend example hiervan is de loyaliteitsverklaring welke door deze heren reeds vlak na de meidagen massaal werd ondertekend.

Ingevolge de eedzwering een godgeklaagd en heiligschennend gebeuren. Een infaam en oneervol handelen.

In dezen dient wel de kanttekening gemaakt te worden dat enkele officieren gedurende de oorlog deze verklaring met woord en daad teniet hebben gedaan en als gevolg hiervan het leven hebben verloren. Denk hierbij aan de D 21 vlieger die op -zeer waarschijnlijk- persoonlijk bevel van Hitler werd vermoord.

Mag ik hier fijntjes aan toevoegen dat het m.n. de alhier ten lande bevindende officieren van het Indische Leger waren die massaal de loyaliteitsverklaring geweigerd hebben te ondertekenen.
Het is bekend dat generaal Winkelman na de meidagen in deze discussie nalatig en bedenkelijk halfslachtig optrad.

'Aanvoerder' van de weigeraars was de gepensioneerde Legercommandant KNIL, Luitenant Generaal Murk Boerstra. Deze voormalige commandant van ons Indische Leger (periode 1935 - 1939) toonde zich in die dagen -in tegenstelling tot vele van zijn collega's- een integer en gewetensvol officier.
Hadden we maar van dit soort officieren gehad.
» Deze reactie is geplaatst op 2 juli 2011 23:14
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Overdrijven is ook een vak, AKA. U verstaat het in elk geval van het ene in het andere uiterste te vallen.

Het Nederlandse leger was niet misdadig slecht toegerust en uitgerust. U jaagt mythes na. De uitrusting van de gewone infanterie was niet (veel) minder dan van tegenstanders of medestanders. Dat onze geschiedenisboekjes daar gecertificeerde onzin over preken, zij gezegd, maar als u de moderne krijgsgeschiedenis beschrijvingen zou volgen, onder andere op onze sites, had u die grote onzin allang niet meer omhelst. Daarnaast schijnt u te vergeten dat het degelijk opleiden van gewone militairen en laag kader in militielegers eigenlijk pas laat in de jaren dertig in zwang kwam, en dan nog slechts bij de Duitsers. Dat het Nederlandse leger ook in de basale training en oefening van combattanten niet excelleerde zij gezegd, maar er is geen aanleiding voor overdrijving.

Nederland scoorde slechts buitengewoon slecht bij de opleiding van haar zeer kleine kern beroepskader, met name door de archaïsche lesstof en de zelfgenoegzaamheid van de legertop. Dat laatste punt raakte u wat mij betreft wél terecht aan. De grote zwakte in ons systeem, dat zich t.o.v. de Franse, Britse en Duitse beroepskaderopleidingen onderscheidde, was dat in ons leger een harde kern van enkele tientallen beroepsofficieren met Generale Staf opleiding ons gehele militairwetenschappelijke bewustzijn bepaalde. Zij waren het die militair-analytisch fout op fout stapelden.

Interessant is het om internationaal vermaarde vooroorlogse publicaties te lezen over zaken als tactiek en operationele visies, hier en daar ook de beschouwing van nieuwe wapensystemen en technieken. Als men dan ziet dat in Duitse, Britse, Franse en Italiaanse vakliteratuur zich revolutionaire wetenschappelijke beschouwingen ontwikkelden en dan kijkt naar de publicaties in ons eigen land in de Militaire Spectator, dan besef je dat wij meer dan een volle oorlog achterliepen. Het moet voor een Duitse of Franse 'spion' meer dan vermakelijk zijn geweest om de militair-wetenschappelijke stand van zaken in ons vooroorlogs leger waar te nemen.

De gevolgen van de uiterst zwakke militairwetenschappelijke kennis en kunde in ons leger was terug te zien in zeer achterhaalde tactische en operationele reglementen. Zo was het Nederlandse leger volkomen blind gebleven voor alle ontwikkelingen in het Duitse leger sinds 1870 ten aanzien van toepasbaarheid in haar eigen doctrine. Slechts de parerende elementen (tegenmaatregelen) nam zij op. De verrassende Duitse tactieken sinds de Frans-Duitse oorlog en WOI en met name de geneugten van bewegingsoorlog en de tactische zelfstandigheid der lagere bevelhebbers, hadden een klein leger moeten aanspreken. De Finnen deden er bijvoorbeeld hun genoegen mee en wisten zo de Russen flink te antwoorden met hun kleine leger. Nederland oriënteerde zich vrijwel volledig op Frankrijk voor haar inrichting van het leger.

Ik ben het niet eens dat onze legertop de maat moet worden genomen omtrent bezuinigingen. Daarvoor was volk en politiek verantwoordelijk. De legertop heeft zich op allerlei manieren ingespannen de onwerkelijke elementen te bestrijden, maar op een zeker moment kan iedereen wel de pet aan de wilgen hangen, maar dan resteert slechts geen leger. Dat is voor neutraliteitsbewaking ongewenst. Thans zien we vergelijkbare ontwikkelingen in het land, waar wederom onwerkelijk in defensie wordt gesneden. Mind you, in het interbellum was de investering nog wel eens zo'n 6-8% van het BNP. Momenteel stevenen we af op 1% van het BNP. Moet de legertop nu weer massaal de uniform uittrekken of juist het maximale halen uit wat zij van haar democratisch gekozen broodheer krijgt toebedeeld?

Ik vind in elk geval dat je verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid moet laten waar ze ligt c.q. lag. Voor bezuinigingen was het volk en de politiek aansprakelijk, voor de invulling en aanwending van de middelen de legertop. De staat waarin ons leger anno 1940 verkeerde was lang niet alleen verklaarbaar door te weinig fondsen. Het was evenzo een gebrek aan kundigheid en vindingrijkheid bij het leidende beroepskader. Met de middelen voorhanden had Nederland anno mei 1940 een beduidend beter geoefend en theoretisch voorbereid leger kunnen hebben. Dat wordt alleen al bewezen uit het feit dat ons technische militaire onderwijs gewoon uitstekend was te noemen. Onze genisten en artilleristen waren prima opgeleid, wat ook wel is gebleken tijdens de meidagen. Maar ook het 100.000 leger in Duitsland bewees hoe men met vindingrijkheid een kern kon opleiden, die in staat zou zijn om in mei 1940 circa 1 miljoen prima opgeleide militairen te leveren, die de voorhoede vormden in het grote offensief tegen het westen. Het Nederlandse leger had zich echter vooral beklaagd over haar gebrekkige middelen, maar onderwijl nooit zich verzet door met minimale middelen het maximale rendement te halen. Men schoof liever alle schuld door naar politiek en volk. Dát is de kern van de aanklacht die men rechtens bij het militaire apparaat kan neerleggen.

Die loyaliteitsverklaring vind ik een onzin discussie. Overigens waren het inderdaad KNIL en marine officieren die de verklaring niet tekenden, maar ik meen dat het totaal aantal weigeraars niet eens de honderd haalde. Eerlijk gezegd vind ik het spijkers op laag water zoeken door daar nu zo'n grote zaak van te maken. Er zijn voldoende officieren geweest die de verklaring tekenden en vervolgens zich moedig verzet hebben tegen de bezetter. Er werd immers heel divers aangekeken tegen die afgedwongen verklaring. Menigeen meende dat een dergelijke verklaring zich gespannen verhield met het oorlogsrecht (wat overigens niet zo was) en ondertekening dus de jure geen enkel gevolg had. Dat was een misvatting, maar geldt wel als verzachtende omstandigheid voor ondertekenaars wat mij betreft. Overigens heeft het Nederlandse leger er, naar goed gebruik (zout leggen op de verkeerde slakken), weer een grote zaak van gemaakt naoorlogs. Niet van het ondertekenen zelf, maar het door officieren plegen van subversieve acties ondanks het ondertekenen van de pacificatieverklaring. Persoonlijk vind ik het kolderiek. In welke zin verzet plegen na een legercapitulatie wel kan, maar verzet na een ondertekening van een persoonlijke capitulatie niet, ontgaat mij geheel. Ik heb dus helemaal niets met dat soort ambtenarij en vind het een non-issue.
» Deze reactie is geplaatst op 3 juli 2011 13:57
Totaal berichten: 78
M.b.t. de beoordeling of ons leger in mei '40 wel dan niet goed toegerust was voor de strijd dient men de facto natuurlijk niet de perceptie te verleggen naar andere legers en/of natiën.

Een dergelijke beoordeling staat op zich en heeft uit oogpunt van deskundigheid niets te maken met het toepassen van een verificatie t.a.v. andere legers.
Het is oordeelkundig m.i. dan ook een flink abuis dat u elders op deze site deze conclusie mede fundeert op de (niet) moderne staat van verschillende legers in de ons omringende landen.

Dit heeft overigens als zodanig niets te maken met een verschil van mening - uw constatering dat het allemaal nog wel mee vielt met de materiële staat van ons leger is m.i. gebaseerd op een verkeerde benadering van deze aangelegenheid (zie hiervoor).

Op zich vind ik uw constatering belangwekkend, evenwel doet het niets af aan het feit dat het materiaal en de tactieken van onze armee in 1940 grotendeels toch wel achterhaald waren.
Een gegevenheid die echt wel valide is te noemen.

Het zij benadrukt -ik heb het altijd alhier verkondigd- ons leger was voornamelijk in mentaal opzicht niet voorbereid op een oorlog.

Ik acht het overigens betreurenswaardig dat de heer Goossens in zijn bijdrage een positiebepaling aangaande de loyaliteitsverklaring klaarblijkelijk uit de weg gaat.
Een standpuntbepaling t.a.v. dit unieke en betreurenswaardige feit uit onze (militaire) geschiedenis zou immers zijn licht vooruit kunnen werpen op toekomstige generaties officieren.

Deze loyaliteitsverklaring had m.i. alles te maken met de wezenlijkheid en zuiverheid van de beroepsuitoefening van een officier.
Dat is wel wat anders dan uw zinspeling dat we hier te maken zouden hebben met een "onzin discussie" of het leggen van "zout op verkeerde slakken".

Het betrof als zodanig overigens ook geen loyaliteits- maar een EREWOORD verklaring.
Ik mag u toch wel op wijzen op welhaast heilige conventie van de oude dag dat een erewoord door een officier nimmermeer verbroken mocht worden ?!

Laten we in dat opzicht notie nemen van de woorden van luitenant-generaal Boerstra, zoals hij die destijds in een verklaring uitsprak:

" Een groot offer -het afgevoerd worden in een onzekere krijgsgevangenschap- doch de ideële dingen waarom het hier gaat, zijn van de allerhoogste waarde. Van de houding van onze beroepsofficieren in zaken als deze zal het mede afhangen of zij later met opgeheven hoofd hun plaats in een Nederlandse weermacht zullen kunnen innemen en als waardige aanvoerders door het volk zullen worden aangemerkt"

Deze opperofficier van ons voormalige tropenleger wist waar het om ging - hij maakte het in ieder geval waar !

Het KNIL en de loyaliteitsverklaring:
Van de -naar ik meen 74- in ons land aanwezige officieren van ons Indische Leger (op verlof, gedetacheerd bij een krijgscursus of anderszins), weigerden 39 de erewoord verklaring te ondertekenen.

Wat steken de aantallen van het Veldleger en Koninklijke Marine hiertegen pijnlijk af - van de meer dan 2.000 officieren weigerden slechts 16 officieren de verklaring niet te ondertekenen.

Het doet Lou de Jong dan ook opmerken dat het esperit de corps onder de officieren van het Indische leger veel feller was.
Het vormt een onrechtstreekse en trotse nagedachtenis voor allen die dit leger blijven herinneren.
» Deze reactie is geplaatst op 3 juli 2011 17:15
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Perceptie verleggen? Verwarrend maakt u het allemaal voor uzelf. Een vergelijking of waardeoordeel gaat op basis van vergelijkingen. Niet alleen die welke u welgevallig zijn natuurlijk.

Het Nederlandse leger was qua uitrusting niet veel minder dan het Belgische, Franse of Duitse leger. Dat de Fransen en Duitsers een gepantserde kern hadden, waaraan wij niet konden tippen, is een gegeven. Vergelijking dient echter plaats te vinden op het niveau van het aanwezige. En dan geldt dat de Nederlandse veldlegereenheden prima vergeleken konden worden met de Belgische, Franse en de meeste Duitse eenheden en daarvoor qua uitrusting weinig tot niets onder hoefden te doen. Qua tactiek liep het Nederlandse leger volkomen in de pas met de Belgen en Fransen. Alle drie deze landen hadden zich een vergelijkbare doctrine van het logge bevelsdictaat eigen gemaakt en pasten op hoofdlijnen eenzelfde operationele tactiek toe, waarbij zaken als lineaire defensies en 'ligne continu' sterke doctrinematige ankers waren. Het is, zonder een vergelijking te maken met vergelijkbare legers, volmaakt onzinnig scherpe oordelen over alleen de Nederlandse krijgsmacht te poneren en te verdedigen. Geen oordeel bestaat er zonder zijn context.

De verklaring die men aan de Duitser moest afgeven was een loyaliteitsverklaring aan de Duitse legitieme militaire en bestuursmacht. Dat blijkt ook wel, want de Duitsers registreerden de weigeraars als 'Deutschfeindlich'. Dat de verklaring op erewoord werd gegeven, is een feit. Kern van de andersdenkende officieren was, dat een erewoord geven aan een verraderlijke natie 'um sonst' was en dus geen waarde had. Men is daar naoorlogs op aangesproken.

Ik vind inderdaad de hele affaire rond die verklaringen een storm in een glas water. De facto was de legercapitulatie voor het leger binnen de Nederlandse landsgrenzen al een pacificatie voor alle zich daarbinnen bevindende militairen. Ieder verzet door militairen nadien was illegaal, wat men met 'franc tirreur' (lett: vrije schutter) gedrag vereenzelvigde, waartegen passende maatregelen ex Lex Belli gerechtvaardigd waren. Het al of niet afleggen van de loyaliteitsverklaring aan het Duitse Gezag was dus om den keizers baard. Dat een klein honderdtal beroepsmilitairen zich standvastig toonde en ervoor koos krijgsgevangene te blijven, kan je toejuichen. Persoonlijk heb ik meer respect voor hen die zich vrijmaakten en vervolgens in het verzet gingen of trachten de vrije wereld te bereiken. Dat moet ieder voor zich maar uitmaken. Ik vind het in elk geval een onderwerp in de marge van de geschiedenis. Dat u het uitvergroot en daar een lyrisch en pathetisch verhaal van maakt richting KNIL, zij maar zo. Ik zie daarin slechts een zeer gekleurd oordeel. Leuk voor aan de koffietafel, maar in een verstandig historisch debat tamelijk betekenis-loos.
» Deze reactie is geplaatst op 3 juli 2011 17:57
Totaal berichten: 78
Het is natuurlijk helemaal aan u om uw conclusie aangaande de sterkte van het Nederlandse Leger anno 1940 voor een tweede maal te baseren middels een verificatie van andere legers - ze wordt er niet competenter door.
Ik blijf bij mijn standpunt dat het Nederlandse Leger op 10 mei niet berekend was op zijn taken en in menig opzicht hopeloos verouderd. Zulks wordt op velerlei wijze bevestigd in de officiële geschiedschrijving van ons Koninkrijk m.b.t. mei 1940.

Overigens als u dan toch wilt vergelijken, zult u het met mij eens zijn dat bijvoorbeeld het Franse Leger in verhouding over een enorm artillerie compenent beschikte. Dat het Belgische Leger -in vergelijk met Nederlandse Leger- over veel meer zware artillerie beschikte en dat het Franse Leger over redelijk grote aantallen gemotoriseerde en gepantserde eenheden beschikte.
Lat but not least - de Franse en Belgische forten waren zeer modern en bemand door uitstekend opgeleide specialisten.
Dat in deze goede wapenen tot hun recht diende te komen in een totaal verkeerd tactisch concept bleek desastreus. Evenwel doet dat niets af aan het feit dat het Nederlandse Leger deze zaken vrijwel helemaal niet bezat.

Ik ben het niet met u eens dat u de hoedanigheid van de erewoordverklaring in juni 1940 marginaliseert tot een 'storm in een glas water'. Een dergelijke beginselloosheid is m.i. de dood in de pot voor elk leger. Denk in dezen bijvoorbeeld aan de schandvlek Screbrenica. Wie het vat - vatte het.
» Deze reactie is geplaatst op 3 juli 2011 18:45
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
U hebt alle recht op uw standpunten. Ik heb niet de illusie u daarvan af te kunnen brengen, dus ik laat dat lekker zo.

Het Franse leger had meer artillerie dan wie ook. Alleen al tweemaal zoveel als het Duitse leger, dat overigens artilleristisch de gehele oorlog op al haar voorname tegenstanders zwaar achter zou blijven lopen. De verhouding van de Nederlandse artillerie vuurmonden tot de infanteriesterkte was gelijk aan de Belgische,Duitse en Britse verhoudingen. Ongeveer 1:400.

Het Belgische leger had meer zware artillerie, overigens stokoud, maar deze was geconcentreerd in het Reduit Nationale en de oude forten. Het Belgische veldleger beschikte niet over een betere artilleriecomponent dan haar Nederlandse evenknie, zeker niet bij de hogere divisies waar ze zelfs beduidend minder artillerie hadden ingedeeld.

De Fransen beschikten over een grote hoeveelheid gepantserd materieel, net als het Duitse leger. Het BEF was zelfs vrijwel geheel gemotoriseerd, hoewel zij qua tanks ronduit zwak waren. Het Nederlandse leger beschikte slechts over de Lichte Divisie. Toch is het verhoudingsgewijs een gegeven dat de motorisatie en mobiliteit van de legers, met uitzondering van de BEF, de 10% niet oversteeg. Dat gold voor ons veldleger evenzo. Wat Nederland ten opzichte van de anderen nadrukkelijk miste, was een onderdeel met tanks. Dat had ik eerder al aangegeven. De forten bespreking is een onzinnig onderdeel van uw betoog.

Goede wapens? Het Belgische leger bezat geen betere wapens dan het onze, was zelfs voor de helft volslagen archaïsch uitgerust. Dat gold evenzo voor de Franse massa. Vanaf de B-type divisies waren de Fransen aanmerkelijk slechter uitgerust en hadden zij een zeer hoge gemiddelde leeftijd. Luitenants van dik in de veertig waren geen uitzondering. De Duitse divisies waren zelfs al in de Erste Welle vaak niet beter af dan onze, zij het dat alleen in de antitank afweer zij meer wapens beschikbaar hadden en fractioneel meer mitrailleurs. Qua infanteristische bewapening waren zij niet sterker. Slechts de selecte groep divisies, die de spits moesten afbijten in het hart van het Zesde leger alsmede de eenheden die de zuidelijke aanvalsas vormden waren uitstekend uitgerust en voorzien van de moderne wapens. Nederland zag op de kleine 9e Panzerdivision, het luchtlandingsgeheel en de SS-VT Division na, alleen maar derderangs divisies tegen haar optreden. Deze waren niet beter uitgerust. Het zijn goed bewaarde fabeltjes dat we een overmachtig en superieur bewapende tegenstander troffen.

Als u werkelijk geinteresseerd bent in de verhoudingen, raad ik u aan eens studie van dit onderwerp te maken. Dat behoedt u dan voor blassé gepraat over competenties.

Over uw hardnekkigheid inzake futiliteiten in onze krijgsgeschiedenis laat ik u graag het zeepkistje. Dat u het met mijn standpunten niet eens bent, ben ik inmiddels gewend. Ik verwijs gaarne naar mijn eerste alinea van deze reactie wat dat betreft.
» Deze reactie is geplaatst op 3 juli 2011 20:01
Totaal berichten: 78
Citaat: "De forten bespreking is een onzinnig onderdeel van uw betoog".

Meneer Goossens, met alle respect - maar daarmede laat u het voorkomen dat u niet op de hoogte bent dat in die genoemde landen de creme de la creme van het leger juist verbonden was aan deze verdedigingsdmethode. De 'Troupes de la Forteresse' waren bij uitstek elite troepen - het technisch vernuft der forten behoorde tot de nationale trots.
We weten allemaal dat dit verdedigingsconcept op een buitengewoon fiasco is uitgelopen. Daarmede kan echter niet ontkent worden dat m.n. de Franse defensie -voor een deel althans- gestoeld was op een uiterst moderne techniek.

Ik ben derhalve van mening dat het Nederlandse Leger -zo u wilt ook in vergelijk met de legers van de andere participanten in de Westfeldzug- van zeer inferieure kwaliteit was.
Het totaal ontbreken van tanks is welhaast een ongeoorloofde dwaasheid te noemen. Ook ons luchtwapen stelde niets voor.

Met name de anti tankeenheden van het Franse en Belgische Leger hadden de beschikking over betere wapenen. Het Belgische FRC (Fonderie Royale de Canons in Luik) kanon van 47 mm en het Franse canon de 25 mm semi-automatique modèle 1934 waren veel potenter dan ons Böhler kanon.
Daar komt nog bij dat het Belgische leger veel groter was.
De formaties waren ieder afzonderlijk vaak ook veel omvangrijker dan de Nederlandse equivalenten.
België had ook gepantserde eenheden en een -overigens zeer beperkt- aantal moderne tanks.

Het Belgische Leger heeft ook langer tegenstand geboden - en dat was niet alleen 'te wijten' aan de aanwezigheid van de BEF en het Franse Leger op het Belgische territoir.

Ik heb oprecht achting voor de deskundigheid van de heer Goossens aangaande vele onderwerpen in relatie tot de strijd in mei '40. Evenwel lijkt het mij toe dat hij de slagkracht van het Nederlandse Veldleger van 1939/1940 te hoog inschat.
» Deze reactie is geplaatst op 3 juli 2011 21:28
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Heer AKA, u hebt werkelijk geen flauw benul waar u over praat, maar meet u pretenties aan, die me inmiddels buitengewoon beginnen te storen.

Forttroepen die de creme-de-la-creme waren? Het gros van de bezetting van de Maginotlinie - die behoorde tot de 'Groupe d'Armee 2' - bestond uit reserve eenheden en vestingtroepen, met zelfs één nog in opleiding zijnde BEF divisie. De zware wapens werden wel door uitstekende troepen bediend.

De Franse 'active division' waren het neusje van de (Franse) zalm en behoorden vrijwel geheel tot het veldleger in 'Groupe d'Armee 1', ofwel het Noordoostelijke Leger onder Georges. Zij - de active divisies - vertegenwoordigden de beste Franse eenheden. Het is volslagen kolder de vestingtroepen als 'elite' te bestempelen. De Fransen hadden geen elitetroepen.

De Franse forten zouden een toonbeeld zijn van het gegeven dat de Fransen op moderne techniek hun defensie stoelden? Ik hoop dat ik dit verkeerd begrepen heb.

De Franse antitankwapens waren grotendeels inferieur. Het standaardwapen was het zwakke Hotchkiss 25 mm antitank kanon, dat zowel in cavalerievorm (P-178 Panhard) als in infanterievorm (Canon de Anti-Char légère) was ingevoerd en in vergelijkbare vorm het standaard lichte luchtafweer wapen vormde. Het was niet in staat op middelgrote afstand het pantser van de Pz.III en Pz.IV te doorboren en de impact van het lichte projectiel betekende dat de stoppende waarde laag was. Waar u de onwaarheid vandaan haalt dat dit wapen een betere doorslag en/of werking had dan de Böhler is me een raadsel.

De Franse 4,7 cm middelzwaar Canon de Anti-Char was helaas nauwelijks voorhanden. De eenheden die al wel met dit uitstekende stuk waren uitgerust waren bij de artillerie ingedeeld, maar vrijwel geen der A-type en B-type divisies hadden zo'n batterij reeds beschikbaar. Bij de gemotoriseerde en active divisies waren wel dergelijke batterijen voorhanden.

De Belgen hadden een groot tekort aan antitankgeschut. Slechts 60 stukken van 4,7 cm waren voorhanden, wat overigens inderdaad een potente vuurmond was met vergelijkbare kwaliteiten als de Böhler.

De Böhler was een moderne en zeer capabele vuurmond, die op 500m ieder Duits pantser kon doorboren. Nederland bezat er een kleine 400 stuks van. Dat was een zeer potente voorraad vergeleken met de (relatieve) Franse en Belgische beschikbaarheid.

De grootte van de legers is hier helemaal niet aan de orde. Vergelijkingen ontstaan door gelijkrichting, niet door appels met peren te vergelijken. We hebben het over de uitrusting van het leger. Dat was uw punt dat ik pareerde. Als u dan weer zijsporen inslaat als fortificaties, de omvang van legers en andere vertroebelende kwalificaties, dan bevordert dat uw overtuigingskracht bepaald niet.

Tenslotte lijkt het me wijs als u uw waardeoordelen verder achterwege laat. U kunt zich die terzake in het geheel niet permitteren. Zoals eerder al is gebleken is uw kennis zeer beperkt. Dat is geen enkel probleem. Het zou u dan echter sieren kennis te nemen van zaken en open vragen te stellen. Waardeoordelen over militaire bevelhebbers, politici of bijvoorbeeld ons werk alhier, passen u in het geheel niet.
» Deze reactie is geplaatst op 3 juli 2011 22:21
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
Overigens heb ik nergens de slagkracht van het Veldleger overdreven, noch zal u mij dat ergens zien doen. U achtte het nodig met één zin een stelling te moeten poneren ["Men ... stuurde Jan Soldaat ... in Mei '40 met een welhaast misdadig slecht te noemen toe- en uitrusting de oorlog in."] die ik onjuist acht. Daarover gaat de discussie. Uw stelling had aan waarde gewonnen als u had gezegd dat ons leger qua omvang en geoefendheid buitengewoon ondermaats was. Dat raakt de kern van de zaak zoals dat in mei 1940 aan de orde was. De uitrusting en bewapening was echter niet sterk (negatief) afwijkend t.o.v. andere belligerenten. Als u dat in een vorm van discussiedrift nu ineens gaat mutileren tot een vaststelling dat ik het Nederlandse veldleger een te hoge slagkracht ga toedichten, dan kan een ieder met mij vaststellen dat u tendentieuze conclusies trekt.
» Deze reactie is geplaatst op 3 juli 2011 22:27
Totaal berichten: 78
Meneer Goossens, ik laat mij zeker niet verleiden om te gaan 'terug meppen' op de door u verwoorde aanhankelijkheids betuigingen richting mijn persoon. Daar sta ik ver boven.
Waar u m.i. wel een (on)heusche fout maakt, is het gegeven dat een normale discussie een tweezijdig karakter heeft en dat de een voor de ander niet bepaald op welk niveau van kennis hij staat - anders dat zij dat in gezamenlijkheid zouden besluiten. Uw bijtende retoriek aan het slot van uw bijdrage vind ik in dat licht niet sjiek en ongepast. Ik laat ze evenwel voor uw rekening.

Dat u niet weet dat de Franse Fortificatie troepen wel degelijk van een zeer hoog paraat niveu waren, verbijsterd mij. Ik zou graag willen dat de redactie hieromtrent beter onderzoek verricht en de heer Goossens hierop attendeert.

Vanwege het langdurig ondergronds moeten vertoeven werden de fotificatie troepen aan een uitgebreid en gedegen mentaal en fysiek onderzoek onderworpen. Slechts degenen die door deze zware keuring kwamen werden geschikt geacht om tot de fortificatie troepen toe te treden.

Het genoemde Franse kanon -het standaard AT wapen der Franse infanterie- was in zijn type wel degelijk van hoge kwaliteit. De befaamde Jean Paul Pallud geeft dit wapen in zijn boek 'Blitzkrieg in the West' hoge credits. Leest u het maar na op pagina nummero 40.

Dit geschut was in staat om op 400 meter een bepantsering van 40 mm te doorboren !

Dat Frankrijk geen elitetroepen had in 1940 zou u niet moeten durven te fluisteren op -bij voorbeeld- het circuit van de Dome des Invalides.
De Lichte Infanterie (Chasseurs a Pied) de befaamde Alpen Jagers, de Spahi's en de eerder genoemde Troupes de Forteresse mochten met recht elite eenheden genoemd worden.
» Deze reactie is geplaatst op 3 juli 2011 22:53
(redactie)
Totaal berichten: 2.001
U hebt volkomen gelijk AKA. Amen.
» Deze reactie is geplaatst op 3 juli 2011 23:02

Plaats hier uw reactie

Opgelet: We behouden ons nadrukkelijk het recht voor om nieuwe berichten of reacties die voor de thematiek van onze websites en de discussiegroep irrelevant zijn, onbetamelijk of onbegrijpelijk geformuleerd zijn, ongewenste politieke of commerciële lading hebben of inbreuk maken op de privacy van nog levende personen niet te plaatsen. Uw reactie zal pas na goedkeuring door de beheerders zichtbaar zijn in de discussiegroep.

De inhoud van berichten - en daarin vermeldde gegevens en personalia - wordt na publicatie niet gewijzigd en/of verwijderd, tenzij daarvoor een dwingende aanleiding is. Berichtenschrijvers zijn zelf verantwoordelijk voor het toetsen van de inhoud van hun berichten voordat deze worden gepost.

Zie voor meer informatie de Gebruiksvoorwaarden. Tevens verzoeken wij u om kennis te nemen van de FAQ (veelgestelde vragen), wellicht dat uw vraag daar al beantwoord wordt.

Wenst u een gescande foto of ander beeldmateriaal op te nemen bij uw bericht, e-mail deze naar info@grebbeberg.nl en wij verzorgen de plaatsing (meestal nog dezelfde dag).

Bericht:   * 
Uw naam:   * 
 
E-mailadres:     * 
Om ongewenste (spam)berichten op onze website te beperken vragen wij u hieronder een eenvoudige controlevraag te beantwoorden. Berichten worden alleen geaccepteerd indien deze vraag correct is beantwoord.
1 + 1 =     * 
*) = verplicht veld  

2554