Discussiegroep

Onderwerp: Te laat en te weinig ?

Totaal berichten: 366
846 keer gelezen
12 reacties
Categorie: Slag om de Grebbeberg en Betuwestelling / Gevechten en gevechtsomstandigheden
Naar het oordeel van Nierstrasz werd de artillerie in het vak van IV Div onvoldoende benut. Verschillende hogere bevelhebbers faalden daarin. Tenminste naar zijn oordeel.
De Divisieartilleriecommandant (DAC) nam volgens Nierstrasz niet resoluut het heft in handen toen duidelijk was dat de vijand de voorposten oprolde, of op zijn laatst, toen die even na de middag bij het Hoornwerk doorgebroken was. Op het eerste gezicht heeft hij daarmee wel gelijk, zeker op 12.5. Want in de gevechtsberichten van Cdt 8 RA zijn voor die dag maar enkele korte vuren vastgelegd. Allemaal op verzoek afgegeven vuren, geen enkele op eigen initiatief van de DAC.

12.32 Op aanvraag Cdt IV Div Duitsche motorcolonnes vt 171,90 - 444,25 (snijpunt harde en landweg).
Volgens gegevens uit andere berichten werd gevuurd op een compagnie luchtdoelmitrailleurs op de kruising Slagsteeg - Egelsteeg, oost van het inundatiegebied
12.52 Op aanvraag Cdt II-8 RI vuur 125 en 123 (vuur 123 lag uitstekend)
13.11 Idem, herhaling vuur 123
14.50 Op bevel Cdt IV Div vuur 144
15.25 Idem, herhaling 144 (niet afgegeven op verzoek van Cdt 8 RI)
17.55 Op melding Cdt I-8 RA doorgedrongen sectiën vijandelijke infanterie bij Kruiponder, O van de Maatsteeg, vuur 164, 100 m naar rechts verlegd en 100 m terug

Gegevens vuren vlg vuurplan [NIMH Coll 409. Inv Nr 511007 (Kol. J.M. de Kruijff, Vuurplan IV Div)]:
123 1, en 2-III-8 RA een stormvuur. Nieuwe Kanaal, vuurstoot 3 minuten, tempo 2 (2 s/min)
125 III-8 RA een afsluitingsvuur vóór de hws. Haarweg, 3 vuurstoten 2 minuten met 2 minuten pauze, tempo 2
144 I-8 RA een afsluitingsvuur in de hws. Op de Grebbeberg, 3 vuurstoten 3 minuten met 2 minuten' pauze, tempo 6 (6 s/min) ?
164 I-8 RA een vuurconcentratie in de hws. West van Kruiponder, vuurstoot 3 minuten, strooien 2 afstanden (schoten over het gebied verdelen over 2 afstanden), tempo 4 (4 s/min) ?

Waarschijnlijk waren dit lang niet alle vuren van 8 RA. Bij het vuur van 12.52 uur staat namelijk de aantekening dat de derde batterij rustte wegens oververmoeidheid. Dat zal betekenen dat in de ochtend ook al een aantal vuren zijn afgegeven. Die waren blijkbaar niet meer bekend en zijn niet in de later gereconstrueerde registers vastgelegd. In de overzichten van de twee afdelingen staan ook wat meer vuren. Bijvoorbeeld bij I-8 RA om 13.36 en 14.24 uur Inschieten en uitwerkingsvuur op vijandelijke infanterie bij vuur 102 (afsluitingsvuur aan de oostzijde van de Haarweg, bij Mennonietenbuurt), om 14.45 uur een herhaling. Als laatste vuur deze dag om 18.20 uur weer een vuur op vijandelijke artillerie (Zijdvang). Nierstrasz heeft de hem bekende vuren laten intekenen op Schets/Kaart C.10 "Gebruik van de artillerie op 12 mei 1940 bij IVe Divisie".

Een ander punt van Nierstrasz was, dat naar zijn mening de legerkorpsartillerie (LKA) en vooral I-12 RA veel te weinig was benut. Ook hiermee zat hij er wel naast. De afdelingen van de LKA (I-12 RA, I-15 RA, II-19 RA) wisten evenmin alle afgegeven vuren meer. Een belangrijke tegenvraag is trouwens of die afdelingen werkelijk in staat zouden zijn geweest om meer en effectievere steun te verlenen.
Steun aan de divisieartillerie werd wel gegeven. Met enkele afsluitingsvuren en vuurconcentraties.
I-15 RA gaf aan het begin en aan het eind van de middag een afsluitingsvuur af bij het Hoornwerk. Verder nog een vuurconcentratie in de westrand van Wageningen. Die werd enkele malen herhaald.
Eén batterij van II-19 RA gaf een vuurconcentratie af in de oostrand van Wageningen, bij Hotel "De Wereld".
I-12 RA gaf enkele malen met waarschijnlijk twee batterijen* een (storend ?) vuur af op een artillerieopstelling waarvan de plaats onnauwkeurig was vastgesteld.
Dat lijkt bij elkaar voor een hele dag inderdaad niet veel. Maar veel meer dan nog wat storende vuren was echt niet mogelijk geweest. Artilleriebestrijding was vrijwel pure munitieverspilling, omdat niet aan de voorwaarden voor een effectief vuur werd voldaan. Genmaj Harberts had daarin wel gelijk. Waarneming op doel was praktisch gesproken onmogelijk. Zelfs I-12 RA moest, om de bosrand oost van Wageningen te bereiken al op de grens van het effectief bereik vuren (10.000 m). Hierover volgt later nog een aanvulling. Reacties zijn welkom.

* Nierstrasz gaf aan dat alleen 4- (de achterbatterij) de opdracht uitvoerde. Maar waarschijnlijk werd juist (ook) 2-I-12 RA (rechterbatterij voor) ingeschakeld. Niet uitgesloten is dat bovendien nog 1-I-12 RA (linkerbatterij voor) deelnam aan deze vuren. Voor deze batterij stond dit doel ook binnen vuurbereik. De grenslijn die op Kaart C.13 getrokken berust hoogst waarschijnlijk op een verkeerde interpretatie van het artilleriebevel. Ook de nummers van de vooruitgeschoven batterijen van I-12 RA zijn onjuist (1 en 2 verwisseld).
» Dit bericht is geplaatst op 9 september 2012 12:33
Totaal berichten: 366
Werd de LKA werkelijk te weinig benut ?
Dat is de vraag die nog bleef staan. Nierstrasz vond zonder uitgebreide argumentatie van wel. Mijn antwoord is genuanceerder. Artilleriebestrijding was tot de middag van 12.5 niet goed mogelijk. Daarna kwamen enkele eenheden binnen vuurbereik, ook voor de divisieartillerie. Ze werden toen ook onder vuur genomen. Storende vuren oost van Wageningen waren misschien wèl meer en eerder mogelijk geweest.
Daarbij moet verschil gemaakt worden naar soort vuren (uitersten hierin artilleriebestrijding resp. storend) en rekening gehouden met de beschikbare vuurkracht. Eerst maar de basisgegevens.

I-12 RA moest een batterij afstaan in de ochtend van 11.5. Die kwam twee dagen later weer beschikbaar. De stellingen lagen verspreid. De voorste aan de Cuneraweg bij Veenendaal, de achterste aan de zuidkant van de Utrechtse heuvelrug, bij Amerongen (Plantage Willem III). De dracht reikte tot voorbij Heelsum. Vlak voor de Grebbeberg was er geen vuur te brengen, in de uiterwaarden misschien ook niet. I-12 RA had hoofdrichting kaarthoek 8.00 (NNO). Ze moest 800 o/oo links en rechts daarvan kunnen vuren, dus in 90 graden van noord tot oost. Dat was niet zonder omzetten mogelijk, want een stuk 10 Veld bestreek dan een sector van 60 graden.
I-15 RA stond wat verder oost, in het Remmersteinse bos. Tm 13.5 werden door deze afdeling verschillende afsluitingsvuren en vuurconcentraties afgegeven. De dracht was beperkt tot even voorbij de Grindweg. De kruising Rijksstraatweg - Diedenweg (bij Lexkesveer) lag juist buiten bereik.
II-19 RA stond op de Grebbeberg, bij het Dierenpark. De afdeling kwam volgens de berichten in de ochtend van 12.5 zwaar onder vuur en werd in de middag verplaatst. Bij gebrek aan trekkers moest bijna al het geschut worden achtergelaten. Voorzover (mij) bekend kwam de afdeling na de middag van 12.5 niet meer in actie.
Volgens de lijst afgegeven vuren werd van de LKA alleen I-12 RA mede benut voor II Div. De twee andere afdelingen waren daar niet nodig als aanvulling. Bij II Div waren II-15 RA en I-19 RA ingedeeld. II-15 RA had zelfs een batterij meer dan I-15 RA.

Voor storend vuur is de zaak wel duidelijk. De LKA had misschien nog wel intensiever benut kunnen worden. Zeker als enkele beslissingen anders waren uitgevallen. Bijvoorbeeld als I-12 RA anders opgesteld was en op volle sterkte had kunnen blijven, als een als versterking voor II LK door Commandant Veldleger vrijgemaakte Afdeling 10 Veld (I-9 RA van IV LK) niet als overbodig was geweigerd, als II-19 RA een gemotoriseerde afdeling was geweest en dan misschien ook eerder was verplaatst. Maar dat was allemaal niet de realiteit.
Voor het andere uiterste, artilleriebestrijding, is de zaak daarmee niet meteen ook afgedaan. Er is nog een belangrijk punt onduidelijk. Was effectieve bestrijding van vijandelijke artillerie eigenlijk wel mogelijk ?

Praktisch gesproken waren de mogelijkheden van de Nederlandse artillerie bij de Grebbeberg om vijandelijk geschut uit te schakelen bijna nul zonder waarneming op doel. Met kaartvuur op onnauwkeurig bekende opstellingen zou veel munitie worden verpild. Volgens de (in 1939 nog aangepaste) schietregels werd vernielingsvuur sterk ontraden als er te weinig trefkans was. Waar de grens dan getrokken moest worden werd in de (mogelijk onder redactie van Genmaj Harberts als Inspecteur der Artillerie geschreven) nieuwe regels niet meer duidelijk aangegeven. In de oudere voorschriften werd een LS50 van 50 m [1] of minder als eis gesteld. Die grens werd opgerekt naar een LS 50 van 100 m. Dat beperkte het effectieve vuurbereik voor de verschillende soorten vuurmonden tot 75% - 90% van de dracht. De LS50 van 100 m lag bijvoorbeeld
* voor 7 Veld zonder slanke brisantgranaat op 8.000 m, met slanke brisantgranaat op 9.000 m;
* voor 10 Veld met lading 1 op 10.500 à 11.000 m, met lading 2 op 11.500 m, met lading 3 tegen de 14.000 m.
In het laatste geval (10 Veld met lading 3) is de grens dan wat opgerekt naar een LS50 van 110 m.
De hogere grens was het advies van twee sleutelfiguren, Genmaj J.H. Carstens en Kapt G.A. Geel [2]. De laatste rekende voor, dat voor effectieve artilleriebestrijding (als neutralisering werd beoogd) op ruim 8.000 m met 7 Veld 8 batterijen nodig zouden zijn. Met de kanonnen 10 Veld 4, en 12 lang Staal 20, met de houwitser 15 lang 15 altijd nog 16 batterijen. Effectieve artilleriebestrijding was met de beschikbare stukken dan niet mogelijk.

Mijn conclusie is daarom, dat de LKA eigenlijk alleen nog wat meer storende vuren hadden kunnen afgeven [3]. Dat gebeurde vermoedelijk niet, omdat dat geen eerste prioriteit meer was. Zodra de aanval door de vijand was ingezet, verschoof voor de LKA het accent van artilleriebestrijding naar hulp aan de divisieartillerie.
Bij het laatste lag de aandacht wel teveel op het vak van II Div. Ook verkeek men zich waarschijnlijk sterk op de vijandelijke sterkte en de ontwikkeling van de strijd. Wat het laatste betreft heel begrijpelijk. Er was geen duidelijke voorbereidingsfase, de strijd ging onmerkbaar over van voorbereiding in aanval. Met de kennis van nu zijn er genoeg vraagtekens te plaatsen bij de genomen beslissingen. Maar dat is dan wel wijsheid achteraf.
-----------------------------
[1] Lengtespreiding van 50% van de schoten. Dat wil zeggen dat de helft van de schoten binnen een afstand van hier 50 m van het doel valt.
[2] Genmaj J.H. Carstens schreef dit in 1937 en was toen Inspecteur der Artillerie. Kapt. G.A. Geel schreef dit ook in dat jaar en was toen Schietinstructeur van Staf IIe Artilleriebrigade (4 RA en 8 RA).
[3] Er zijn natuurlijk wel degelijk krachtige storende vuren afgegeven. Bijvoorbeeld de vuurconcentraties op de west- en oostuitgangen van Wageningen. Daarnaast ook op de voornaamste aanvoerlijnen in het voorpostengebied. Interessant is, dat de Duitse dienstvoorschrift uitdrukkelijk het advies meegaf om wegkruisingen (als voor de hand liggende punten om daarop storende vuren te verwachten) te vermijden.
» Deze reactie is geplaatst op 9 september 2012 18:02
Totaal berichten: 1.338
Interessante bespiegelingen. Ik kijk er anders tegen aan. Onze meeste artilleriecommandanten waren kruideniers. Strotje vuur hier, strotje daar. Het leek wel het doel van de artilleriecommandanten van het veldleger om met zo'n groot mogelijke voorraad munitie te capituleren.

Wat moesten we met die kruideniers? Moet ik Carstens en Harberts gaan bezingen omdat de heren hadden uitgevogeld dat een voltreffer op middellange range op een ongeveer ingemeten batterij schaars tot zeer schaars was? En dus? Maar niet schieten omdat de statistiek uitwees dat er niet veel te halen viel?

Onze tegenstander had precies dezelfde statistische kansen, maar schoot er lustig op los. En terecht. Want artillerie ontregelt, zorgt voor enorm veel (battle)stress en voor behoedzaamheid. Het leidt tot logistieke vertraging en verlies. Het leidt tot terughoudendheid bij manoeuvres, tot doseren. Het belemmert bevelvoering en troepenverplaatsing en gereedstelling. En heel soms schoot artillerie raak.

Als de infanterie zo zou hebben gezeurd als de artillerie had niemand een schot gelost. Er zijn Amerikaanse onderzoeken naar de trefkans van infanteriekogels. Schrik niet, ergens 1:10.000 kogels raakt zijn doel. Op basis van die statistiek had de infanterie geen schot moeten lossen in mei 1940. Totale verspilling van kogels. Gelukkig werden zij niet door rekenmeester belemmerd.

De artillerie bij het 2e Legerkorps en 4e Divisie had alleen maar smoezen waarom ze niet bijdroegen. Het was een onvoldoende verkend doel, onbekendheid met de eigen troepenlocaties nabij, te kort op eigen linies, munitierantsoen, geen vuur op eigen initiatief. Etc., etc. Het was een kruideniersmentaliteit. Het enige waartoe het leidde was dat Nederland geen tactiek van verbonden wapenen toepaste bij de Grebbeberg (kijk eens naar de schan-da-lige artillerie houding bij de tegenaanval op 13 mei!), dat de Duitse KTB's alom melden hoe passief de Nederlandse artillerie was (terwijl als die vuurde dit vaak als dekkend werd erkend!) en tot een enorme hoeveelheid arty munitie waarmee ons leger zich op 14 mei eind van de dag overgaf aan de Duitsers. Onze veldleger artilleristen hadden toen ze moesten vuren de munitie prachtig gespaard, om vervolgens op 13 mei met de staart tussen de benen, een belangrijk deel der vuurmonden onklaar gemaakt achter te laten en vrijwel alle munitie te moeten dumpen. Dàt was onze artillerie bij de 4e Divisie in een notendop. Dat oordeel trof niet de lagere commandanten, wel de beslissers.

Ik vind dat Nierstrasz volkomen gelijk had. Ik vind op het beleid van het 2e Legerkorps en de 4e Divisie artilleristisch enorm veel af te dingen. Falen is een woord dat me direct binnenvalt. Ik kan me in je analyse dan ook op hoofdlijnen niet vinden.
» Deze reactie is geplaatst op 10 september 2012 04:32
Totaal berichten: 366
Kompas en kaarthoek

Helemaal foutloos werken is maar weinigen gegeven. In de bovenstaande tekst staat hier en daar een klein foutje. De meeste goed herkenbaar, zoals een vergeten spatie of een ' (voor minuut) teveel. Een noodzakelijke correctie geeft gelegenheid om iets meer over kompas en kaarthoek te zeggen.

In de aangegeven vuursector van I-12 RA zit ook een foutje die wat minder opvalt. Die liep niet helemaal van noord naar oost, maar iets naar links verschoven. De kompasaanduidingen daarvan waren om precies te zijn NNW (noordnoordwest) en ONO (oostnoordoost). De hoofdrichting van de afdeling werd in het artilleriebevel van 8 mei 1940 (ondertekend door Genmaj Harberts als Legerkorpscommandant) aangegeven als 4 o/oo, inderdaad NNO (noordnoordoost).

Het artilleriekompas was in mei 1940 verdeeld in 64 "duizendsten" of "mils" (geschreven als 64 o/oo). Dat is uiteraard hetzelfde als 6400 honderdduizendsten. In het laatste geval werden de 00 in het eerste getal en de honderd in het tweede meestal weggelaten. Aan de grootte van de opgegeven hoek is meestal wel te zien wat dan wordt bedoeld.

8 o/oo is hetzelfde als kaarthoek 8.00, dus NO (noordoost), 16 o/oo hetzelfde als kaarthoek 16.00, dus O (oost), etc.

Ingewikkelder wordt het wanneer het tegenwoordige kompas met de cirkel van 360 graden erbij betrokken wordt. 90 graden is dan ook oost, 180 graden is zuid, en zo verder.
» Deze reactie is geplaatst op 10 september 2012 08:22
Totaal berichten: 366
Allert, jij hebt recht op jouw mening, ik op de mijne.

Maar we zijn het wel meer eens dan jij in zwart wit uittekende. Als je mij interpreteert als "er zijn geen fouten gemaakt" en als "het is juist dat er zo weinig gevuurd werd door onze artillerie" is dat niet mijn opvatting. Wat wel ? Natuurlijk was het beter geweest als I-12 RA meer naar voren gezet en meer benut was, etc. Het blijven alleen wijsheden achteraf, vanuit de leunstoel, niet onder gevechtsstress. Denk ook eens aan Von Clausewitz:

"Great part of the information obtained in war is contradictory, a still greater part is false, and by far the greatest part is of a doubtful character" en dan:

"What is required of an officer is a certain power of discrimination, which only knowledge of men and things and good judgment can give".

En, zeker onder grote stress, zal iedereen wel eens een verkeerde beslissing nemen. Dat was mijn achtergrond.
» Deze reactie is geplaatst op 10 september 2012 08:49
Totaal berichten: 8
N.a.v. de tekst van CJR
"Bij het vuur van 12.52 uur staat namelijk de aantekening dat de derde batterij rustte wegens oververmoeidheid".

Volgens de mondelinge gegevens van luitenant-kolonel J.M.de Kruijff, commandant III-8 RA was het de batterij 2-III-8 RA die oververmoeid was, aangezien deze batterij terugkwam uit de verwisselstelling bij de kalkzandsteenfabriek "Vogelenzang". Zie bijlage
» Deze reactie is geplaatst op 10 september 2012 10:20
Totaal berichten: 1.338
Cees,

Ik word nooit zo vrolijk van de platitude dat het 'wijsheid achteraf' is. Dat is krijgsgeschiedenis uit de aard der zaak. Het is dan ook ter lering dat de Generale Staf zoveel tijd stak in analyse van de meioorlog, niet voor het vermaak dat Brongers er later van maakte voor in de huiskamer. Ik ben niet behept met de kweeste van Brongers dat ik ons leger moet rehabiliteren. Ik ben wezenlijk geinteresseerd in de gang van zaken.

Achteraf redeneren (als verwijt) gaat over zaken, die men niet geweten kon hebben, waarvan we tamelijk objectief kunnen vaststellen dat wij er vandaag de dag evengoed door verrast zouden worden.

We praten hier over artilleriestrategie (=het algemeen gebruik van de artillerie, zijn kwaliteiten en zijn indeling) en tactiek (= de toepassingen van de beschikbare artillerie te velde tijdens de slag).

Ten eerste stel ik vast dat onze artillerie gevangen zat in dogma's van de vorige oorlog. Hoewel deze enigszins waren gemoderniseerd (de massieve barrages waren immers niet meer aan de orde ... tot de Sovjets weer mee gingen doen), was onze artillerie vooral een autonoom opererend geheel. De verbonden wapenen was een verschijnsel dat weliswaar in ons instructieboekjes voor kwam, maar niet was geoefend en nauwelijks zou worden toegepast. Het werd niet breed gehuldigd. Daar lag een groot deel van onze kwetsbaarheid.

Onze vriend Michael Calmeijer toonde precies aan waar de schoen wrong. Ik raad je aan zijn biografie 'Herinneringen' eens te lezen. Het zijn mijn verdiepingen in sleutelpersonen geweest, die me juist overtuigd hebben hoeveel van ons falen in mei 1940 juist WEL toe te rekenen was aan ons leger en NIET aan 'de regering', de budgetten of 'de omstandigheden'. Lieden als Brongers hebben ons decennialang zand in de ogen gestrooid met hun excuushistorie en hun veelal bewuste verdraaiing van feiten.

Verdiep je in de arrogantie van de vooroorlogse topgroep van de Generale Staf. Een Calmeijer die in Duitsland de tweejarige cursus voor divisie GS officier deed, erkende dat de Duitsers enorm veel waarde hechten aan verbonden wapenen, maar dit soort ervaring lekker van zich afschudde toen hij terug in Nederland was door de mobilisatie. Ach, het paste niet zo goed in onze legercultuur. Nee, Calmeijer was bang dat hij in cathedra - in de rokerige salon der officierselite - zijn pleit nooit zou winnen en minpuntjes zou scoren. Hetzelfde oordeelde Calmeijer over de Auftragstaktik. De bevelvoering die Duitsland twee jaar lang klaterende overwinningen zou bezorgen. Volgens Calmeijer pastte dat niet bij het Nederlandse leger, hoewel hij wel geporteerd was van de bevelhebber die zich voor bij zijn troepen vertoonde en daar ter plaatse even de zaken regelde. Tja, je pakt er gewoon uit wat je goeddunkt. Zoals een andere hi-po van die tijd, bijvoorbeeld een Dijxhoorn, die de HKS in Frankrijk had mogen bezoeken voor een cursus, gewoon mocht beweren dat de tank zijn beste tijd gehad had en dus niet aangeschaft behoefte te worden. En daarin gevolgd werd. De invloed van deze opperkaste in ons veel te smalle beroepsofficieren gilde was enorm. Nog veel groter dan altijd gedacht. De Generale Staf bepaalde hoegenaamd alles.

Voor mijn boek onderzocht en onderzoek ik de gang van zaken rond de vasthoudendheid inzake de Peel-Raamstelling. Lees Brongers kritiekloze lofzang over Reynders eerst maar eens. Ga je dan - mocht je zin hebben - werkelijk verdiepen in de gang van zaken. Dan zul je onder meer vaststellen dat de kapitein Wilson (lt-kol der GS en hoofd operatiën AHK in mei 1940: de man die Sas zo a-serieus nam dat hij een borrel ging drinken met enige sectiegenoten op 9 mei ...) de geestelijk vader van de Peelopstelling was. Vanaf het moment dat Wilson wegens de HKS opleiding de Peelopstelling had bestudeerd, zou de man deze tegen alle kritiek verdedigen. Roëll en later Van Voorst tot Voorst, onze laatste twee Veldleger commandanten, waarvan de eerste bijzonder kundig was, pleitten voor de eveneens al jaren lang door HKS lichtingen bestudeerde Oranjestelling tussen Tilburg en Den Bosch. Een veel logischer stelling, om veel redenen. Wilson kreeg van Reynders echter carte blanche om de Peelstelling uit te bouwen. Het was ook Wilson die ingezet werd om eigen vlees te keuren door in 1939 nog een 'onderzoek' te leiden naar de toestand van de geostrategische voordelen van de Peelopstelling; én ... naoorlogs prominent de krijgsgeschiedenis mocht wegen. Geen wijsheid achteraf, dus niemand die de curieuze strategische keuzes van onze opperbevelhebbers kruidig mocht evalueren. Lees maar in onze Generale Staf boeken hoe kritiekloos de beide opperbevelhebbers (en hun chefs) eraf kwamen. Het was nogal een contrast met België en Frankrijk, waar de kritiek op de strategie bepaald niet mals was.

Nee, Cees. We hebben een geheel afwijkend beeld bij krijgsgeschiedenis bestuderen. Ik vind krijgsgeschiedenis alleen maar zinvol ter lering. Voor anderen is het kennelijk half vermaak en dan krijg je romannetjes zoals Brongers een lijstje heeft geproduceerd. Daar schiet je echter voor de toekomst niets mee op. Dat is leuk voor de nabestaanden van de toenmalige deelnemers. "Opa was toch een held ...". Structureel levert het echter geen lering op. Met onze Generale Staf onderzoeken van 1946-1952 kunt je slechts open deuren intrappen op de KMA en HKS. Het vergt objectieve studie van de bronnen om werkelijk kritisch naar de zaak te kunnen kijken. En dan blijken er nogal wat vingers terug de organisatie in te wijzen. Nooit leuk natuurlijk ... Dus doen we een CDA'tje en zeggen we heel bedremmeld met de laatste woorden van de gevonniste crimineel: "met de wijsheid van nu, edelachtbare ...".
» Deze reactie is geplaatst op 10 september 2012 12:28
Totaal berichten: 366
Dank voor de aanvulling, ik vermoedde al zoiets, maar vond geen nadere gegevens in de gevechtsverslagen. De mondelinge gegevens daarbij niet geraadpleegd.
» Deze reactie is geplaatst op 10 september 2012 13:06
Totaal berichten: 366
Allert, je theorie over krijgsgeschiedenis (even, ik ben geen krijgsgeschiedkundig proefschrift aan het schrijven en ambieer dat ook niet) is me bijzonder duidelijk. Nu even terug naar de praktijk. Wat hadden vooral I-12 RA en I-15 eerder en nog meer kunnen doen ?

Gegevens (zie boven):
De dracht van II-19 was voor artilleriebestrijding of storende vuren te beperkt. De 7 Velds hadden per batterij iets meer dan honderd slanke brisantgranaten. I-12 RA was opgesteld in hr NNO en stond in geschutsputten. Aanvullend: Toen de 2e batterij de trado's aan liet rukken gingen vuurpijlen omhoog. Dat is het spionnenverhaal van Nierstrasz.
» Deze reactie is geplaatst op 11 september 2012 07:52
Totaal berichten: 1.338
Cees, laat ik nog een nuance aanbrengen, waar ik aan hecht. Als je in de krijgsgeschiedenis personen beoordeelt, doe je dat normaliter in hun functioneren als militair.

Waar ik een duidelijke scheiding aanbreng in mijn oordelen is de grens waar een bevelhebber eigen initiatief mocht ontplooien. Hoewel menigeen zich beroept op het feit dat dit in de gedicteerde bevel doctrine (l'ordre dictée) - dat de Franse, Belgische en Nederlandse legers aanhielden (de Duitsers noemden het Normaltaktik) - niet aan de orde was, is dat onwaar. Bevelhebbers hadden wel degelijk een eigen initiatief te ontplooien. Weliswaar hechtte de strakke bevelsdiscipline aan autoritaire kaders, maar er werd van bevelhebbers in krijgssituaties eigen initiatief verwacht. Er zijn Nederlandse bevelhebbers in den lande geweest, die we dit soort zaken hebben zien ontplooien.

Wat de LKA betreft heb ik al aangegeven dat ik slechts voor 12.RA een logischer opstelling en inzet had verwacht. De rest van de gekunsteld uitgebreide LKA was in feite slechts DA, omdat de bereiken en vuursnelheden de oude 12 cm lang staal en 15 cm houwitsers ongeschikt maakten voor iets anders dan strooivuur of storend vuur. Alleen 12.RA is in die rol dus boeiend om te beschouwen.

Zoals ik aangaf had 12.RA over twee divisievakken verdeeld moeten worden. Twee batterijen per vak. Daarmee waren we dan al vooreerst afgeweest van een onjuiste kaarthoek voor de 4e Divisie. Bij mijn weten was er ook geen verwissel- of reservestelling in een kaarthoek 4e Divisie. Daarin kan ik abuis zijn, maar ik meen dat alle opstellingen van 12.RA in een kaarthoek stonden die de naderingszone van Ede-Emmikhuizen als doelgebied dienden.

Ik ben ervan overtuigd dat als we kijken naar de wijze waarop de 2e Divisie artillerie werd geleid, inclusief 12.RA, dat we het direct eens worden dat daar uiterst effectief is gevuurd. De operaties van de 227e Infanterie Division zijn in hoofdzaak (naast de tamelijk onverstandige Duitse tactische manoeuvres en keuzes) door onze artillerie om zeep geholpen. In de voorbereiding en vervolgens in de uitstekende artillerievuren op de Duitse voorhoedes. Het Duitse KTB maakte melding van zeer grote verstoring door storende vuren van de Nederlanders op de logistieke knooppunten in de avond voor de grote aanval bij Scherpenzeel. Dat waren LKA vuren.

Bij de Grebbeberg missen wij dergelijke vuurovervallen ten enen male. Er zijn hier en daar wel wat vuren afgegeven in het derde echelon, maar dat waren overvalletjes. Niets vergeleken bij de 600 granaten die men bij de 2e Divisie uit de pijpen schoot in het Duitse achterland in die ene nacht en ochtend. De wegen ten oosten van Wageningen hadden consequent onder vuur moeten liggen. Mag ik erop wijzen dat de Duitsers erg veel zorg besteed hebben aan het vanaf het eerste moment onder vuur houden van onze Grebbeweg en de Hoofdstraat in Rhenen? Net zoals regelmatig op de Bergweg en omgeving werd geschoten. Die storende vuren vielen al ver voordat de Duitsers op 12 mei met luchtwaarneming gingen schieten.

Wij zijn slachtoffer geworden van de gepredikte kruideniersmentaliteit. Na twintig jaar munitie sparen was de gemiddelde artilleriecommandant zo geïndoctrineerd met de geknepen ziel dat ieder strotje vuur pijn deed in de virtuele magazijnen. Dat we in feite voor de beoogde strijd die Nederland zou kunnen volhouden ruim voldoende artilleriemunitie hadden, was de heren niet meegedeeld. Dus werd alom geknepen. Terwijl de aanvulplaatsen afgeladen lagen met artilleriegranaten, stond men aan het Grebbe front de buizen te poetsen omdat er zo weinig werd gevuurd. Ik ben, in tegenstelling tot jouw overtuiging, verre van de idee dat er zo veel meer geschoten zou zijn dan de vuren die a posteriori zijn genoteerd. Ik geloof er niets van. Als er een ding is waarin onze artillerie en onze tegenstander 'in sinc' zijn, dan is het de passiviteit van de Nederlandse artillerie. Voor onze Duitse tegenstander was het 'een wandeling in het park'.

Nederland had ca. 60 vuurmonden met een mogelijkheid in het vak te vuren. Een vak dat tussen inundatie bij Achterberg en de Rijn, ruim 2 km breed was. Laten we gemakshalve 25 m breedte per vuurmond nemen, wat niet ongebruikelijk is. Dan bestreken we daarmee reeds 1.500 m van de ca. 2.250 m vakbreedte. Er was kortom ruim voldoende artillerie om de Nude voor de Duitsers een buitengewoon lastig over te steken sector te laten zijn. Niets was minder waar. We zagen niets, dus we schoten niets. Toen we uiteindelijk wel wat zagen, zaten ze in onze hoofdweerstand. Toen vond de arty het weer te heet worden, want er zou eens een eigen stelling geraakt kunnen worden. Zo had men voortdurend een verklaring waarom onze veldlegerartillerie met 75% van zijn voorraad munitie moest capituleren.

Kijk, Cees, wij zijn het onmiddellijk eens (vermoed ik) dat II-19.RI nooit van zijn langszalzeleven aan effectieve artilleriebestrijding kon doen. Die langzaamvurende 12,5 cm met zijn uiterst beperkte bereik en directe richting was niet geschikt voor artilleriebestrijding. Ze konden enige storende vuren afgeven. Na vijf minuten moesten de vuurmonden alweer afkoelen. Omdat die oude meuk zo vlak als een pannekoek schoot, werd het in eerste instantie maar op de berg zelf geplaatst. Prachtig. Had het ook moeten blijven staan. Munitie opschieten en achterlaten. Prima decoy, voor de rest toch niets waard. Maar nee, toen er enige granaten in de buurt landen (eentje was een stellingtreffer, een een stuktreffer meen ik) was het inpakken en wegwezen. De afdeling heeft niets meer gedaan. Dàt was ons artilleriebeleid. In plaats van die afdeling te laten, alles te laten verschieten en als artilleriemagneet te laten bestaan, gingen we onverstandig manoeuvreren.

Ik vind dat wel typerend voor onze artillerie tactiek bij de Greb, Cees. Gewoon geklungel. Konden die mannen in het veld weinig aan doen, maar laten we wel wezen. Onze artilleristen waren als wapentechnici uitstekend. Ik durf de stelling aan dat veel artillerieofficieren minstens zo goed waren als Duitse artilleristen. Als het aankwam op operationele of tactische zaken, waren onze artillerieofficieren uiterst beperkt. Dat gold voor onze hogere artilleriebevelhebbers net zo.

Kleine anekdote ter vergelijking. Je sprak over de Carstens filosofie dat hoe groter de afstand, des te futieler de trefkans. Dat een Nederlandse artillerieofficier op basis van zo'n bureaucraten berekening dan maar niet schiet ('nooit geschoten is altijd mis'), zagen we ook aan het Zuidfront. Op een zeker moment had men de beschikking gekregen over 11.RA. Drie batterijen 10-veld. Daarmee werd eerst een geambieerd om de Dordtse brug kapot te schieten. Overste Mussert, kantonnementscommandant van Dordrecht, hield dat tegen. Zelf oud artillerist, besprak hij met de DAC Lichte Divisie dat de 10 cm granaten de brug niet zouden deren en de bruggenhoofden veel te dicht op de Nederlandse posities lagen. Uitgaande van de toen geldende minimum norm van 300m tussen eigen linie en doelwit, was dat voor een groot deel van het Duitse bruggenhoofd een juiste vaststelling. Overigens werd dit standpunt Mussert euvel geduid (naoorlogs). Daar waar de DAC 4e Divisie dat wel mocht permitteren toen hij vuren in de hoofdweerstand nauwelijks toestond, was Mussert zijn standpunt gezien als 'verraad'. Het is maar welk antwoord je zoekt! In elk geval opteerde toen de Groep Kil (Calmeijer) voor vuur op het noordelijke bruggenhoofd Moerdijk (Willemsdorp). Dàt was echter de Carstens afstand. Wel 11,5 km. De straddle zou te groot worden voor de Afdeling (!) 10-veld. Jawel, men vond de afstand van 11,5 km te groot om storend vuur op het Duitse bruggenhoofd te leggen, omdat de schoten ook makkelijk in het water konden landen. Verspilling van munitie! Dat terwijl Moerdijk de achilleshiel van de Fort defensie was. Overigens, een zaak die in Den Haag pas landde toen de Duitsers met hun tanks al binnen waren. Voordien had men de Fransen wel goed genoeg gedunkt om de kurk in die fles te steken. Ofwel, enerzijds de Carstens berekening ('wel geschoten is toch mis'), en anderzijds de lichtvaardige verlating op de Fransen ('nooit geschoten, is altijd mis').

Ziedaar de frappante tegenstellingen in een leger dat slachtoffer was geworden van eigen dogma's en eigen waarheden en in mei 1940 zeer wreed wakker werd geschud. Niet, zoals Brongers en andere napraters claimen dat dit kwam doordat defensie slachtoffer werd van budgetten (we geven nu ongeveer eenderde -als deel% van het BNP- aan defensie uit als in de slechtste jaren voor de oorlog!) en de politiek, maar gewoon omdat defensie zelf een weinig professionele organisatie was, waar autoritaire decadentie en salonfähigheit onder de harde kern ver prevaleerde boven werkelijke vakkennis en toewijding. Ik voel geen enkele noodzaak om dat breed vastgestelde euvel met de mantel der liefde te moeten bedekken en te moeten zeggen "dat is kennis achteraf". Ik kan alleen maar in antwoord daarop zeggen "helaas wel, maar dat komt omdat u met de kansen om de kennis vooraf te dragen, faalde".
» Deze reactie is geplaatst op 11 september 2012 12:11
Totaal berichten: 366
Allert, ik moet je verhaal nog eens goed doorlezen, maar we zijn het voor driekwart minstens wel eens. Met als uitgangspunt de bekende posities en de meest vooruitgeschoven Duitse posities bij Lexkesveer en op de Eng of in de Bosrand (II./AR SS en 10. en 11./256. AR) kort mijn conclusies:

I-12 RA had eigenlijk in zijn geheel op het vak van IV Div gestaan moeten hebben. 1 batterij was voor artilleriebestrijding (behalve voor storende vuren, zie boven) te weinig. De grens van het vuurbereik west-oost lag voorbij Heelsum. Waar precies de grens van het vuurbereik naar het zuiden lag is moeilijk te zeggen. Voorzover na te gaan hebben 2- en 4-I-12 RA wel op het in de bosrand vermoed geschut gevuurd. Storende vuren oost van Wageningen waren zeker mogelijk geweest.
I-15 RA stond te ver naar achteren, maar er was naar voren ook weinig plaats. De grens van het vuurbereik west-oost was ongeveer de Oude Toren.
II-19 RA stond op de goede plaats om storend vuur op de artillerie bij Lexkesveer af te kunnen geven. Waarom dat niet werd gedaan is me een raadsel. De grens van het vuurbereik west-oost was (bijna) de bosrand. Eigenlijk kon alleen de voorste (middenbatterij) dat punt nog bereiken. Storende vuren oost van Wageningen waren zeker mogelijk geweest.

Dan nog de DA (ook niet te versmaden).
I-8 RA stond weer terug in de normaalstellingen, gegeven het tekort aan slanke bg, tever weg. Alleen de middenbatterij kon de bosrand bereiken. Wel storend vuur oost van Wageningen mogelijk (dus ook op Lexkesveer, zeker vanuit de vooruitgeschoven positie(s) op de Grebbeberg).
III-8 RA stond weer terug in de normaalstellingen tever weg. Verder als I-8 RA.

Kortom er was heel wat meer mogelijk geweest, maar vooral dan beperkt tot storende vuren
» Deze reactie is geplaatst op 11 september 2012 14:29
Totaal berichten: 1.338
Ik weet ook dat we het eens zijn, anders wel worden. In essentie is er vooral een semantisch verschil van inzicht, of qua stijlfiguur (ik wat directer dan jij, zeg maar...).

Je bent sowieso een autoriteit geworden op dit vlak. In dat opzicht zal ik je niet gauw tegenspreken, omdat je meestal meer verstand van zaken en details hebt. Zoveel dat je je sterk betrokken voelt. Ik herken dat wel.

Ik denk dat we het op hoofdlijnen inderdaad dus eens zijn dat er meer gebruik van de arty had moeten worden gebruikt. Dat de terechte verplaatsing van 9.RA naar het zuiden van de Grebbelinie - ik meen door de LKAC II.LK uiteindelijk tegengehouden - ook een bizarre affaire was. Het was uitstekend geweest als 12.RA zich op het vak 4e Divisie had kunnen richten met zijn vier (drie) batterijen en 9.RA zich aan de 2e Divisie had kunnen koppelen. 9.RA had daarmee immers zowel de Amersfoortse hoogte als de benadering van de Emmikhuizerberg kunnen dekken.

De gekunstelde LKA afdelingen waren papieren tijgers. Dat heb jij ook vastgesteld. Het armetierige bereik van de gewone artillerie, deels ook puur het resultaat van matige munitiekwaliteit van de AI in combinatie met bewuste verhoging van de leeftijd van de schietbuis en sluitstuk, was in combinatie met een afwezige tactische luchtmacht funest voor de bite van de LKA. Dat ons Veldleger slechts een potentie van 52 (56) vuurmonden had voor werkelijke LKA taken, is natuurlijk fnuikend. De versterking daarvan is veel te laat ingezet, ondanks het feit dat men allang budgetten had. Ook al zo'n affaire die je bij Brongers niet leest. Geld genoeg, maar de defensiebeslissers zelf die draalden.

Fnuikend. En datzelfde geldt wat mij betreft voor het bizarre tekort aan UKG zenders en batterijen. Nederland op zijn smalst. Eén batterij per UKG en anderhalve reserve. Grondgedachte? Een heroplaadstation on Den Haag. Dat overigens pas kort voor de meidagen gereed kwam. De paar UKG zenders die er in het land van Philips waren, waren in no-time batterijloos. Dat zijn zaken waar ik ontzettend veel moeite mee heb. Dat had niets met regering te maken, maar alles met het DMKL en de starre commissies voor materiaalaanschaf. Pure kruideniers. Een beetje van dit, een beetje van dat. Van alles tekort was het gevolg. En capituleren met haast volle magazijnen en enorme saldi op de bank. Ik lees dat niet in de Stafwerken, of de Brongers boekjes. Het was wel de reden waarom afdelingen te velde het moesten doen met veel te weinig vuurleiding en coordinatie en de tactiek der verbonden wapenen nooit een kans van slagen had. Daar waar het veld overzichtelijk was zoals bij Ochten of Scherpenzeel, zien we de kansen die de artillerie de verdediging bood. Bij de Grebbeberg, waar de aanval door de CV zo sterk was verwacht, leek echter weinig te kloppen.

Ik moet nog eens jouw studie induiken om een duidelijke verdeling der taken te kunnen herkennen in de aanwending van de arty. Zo heeft het me altijd erg verbaasd dat de DAC 4e Div met de BAC Brigade A zo weinig afstemming leek te zoeken. Wat mooier dan enfilerend op de opmarsroute kunnen vuren in combinatie met de DA achter en op de Berg?
» Deze reactie is geplaatst op 11 september 2012 16:06
Totaal berichten: 1.338
Nog even over het 'knijpen' of niet moderniseren van onze vuurmonden. De Vickers 15 cm howitser 15 L 15 (van 15.RA) was dezelfde als de Britse 26 cwt Vickers 6" Howitzer. De onze schoot slechts 8,6 km met maximale lading (45 kg granaat), de Britse 10,5 km met een 39 kg wegende patroon. De Duitse sFH.13, gelijk aan onze howitser 15 L 17, schoot maximaal 8.900 m met een 39kg granaat. Onze versie schoot 8,000 met een 42 kg bg of 8,500 met een 40 kg bg.

Ik ben er haast van overtuigd dat de zwakkere drijfstoffen die de AI toepaste vooral was ingegeven door een lagere slijtage ambitie van ziel en sluitstuk. Toch is het doodzonde dat als je al een tekort hebt aan artillerie met een dieper bereik dan 8 km, dat je niet de Britse munitie en drijflading samenstelling overneemt.
» Deze reactie is geplaatst op 11 september 2012 18:09

Plaats hier uw reactie

Opgelet: We behouden ons nadrukkelijk het recht voor om nieuwe berichten of reacties die voor de thematiek van onze websites en de discussiegroep irrelevant zijn, onbetamelijk of onbegrijpelijk geformuleerd zijn, ongewenste politieke of commerciële lading hebben of inbreuk maken op de privacy van nog levende personen niet te plaatsen. Uw reactie zal pas na goedkeuring door de beheerders zichtbaar zijn in de discussiegroep.

De inhoud van berichten - en daarin vermeldde gegevens en personalia - wordt na publicatie niet gewijzigd en/of verwijderd, tenzij daarvoor een dwingende aanleiding is. Berichtenschrijvers zijn zelf verantwoordelijk voor het toetsen van de inhoud van hun berichten voordat deze worden gepost.

Zie voor meer informatie de Gebruiksvoorwaarden. Tevens verzoeken wij u om kennis te nemen van de FAQ (veelgestelde vragen), wellicht dat uw vraag daar al beantwoord wordt.

Wenst u een gescande foto of ander beeldmateriaal op te nemen bij uw bericht, e-mail deze naar info@grebbeberg.nl en wij verzorgen de plaatsing (meestal nog dezelfde dag).

Bericht:   * 
Uw naam:   * 
 
E-mailadres:     * 
Om ongewenste (spam)berichten op onze website te beperken vragen wij u hieronder een eenvoudige controlevraag te beantwoorden. Berichten worden alleen geaccepteerd indien deze vraag correct is beantwoord.
1 + 1 =     * 
*) = verplicht veld  

2554