Discussiegroep

Onderwerp: Hoe " blind " was Harberts?

» Dit onderwerp is gesloten
(redactie)
Totaal berichten: 629
3.799 keer gelezen
25 reacties
Categorie: Slag om de Grebbeberg en Betuwestelling / Gevechten en gevechtsomstandigheden
Op de pagina " Slag om Arnhem enz " hadden we een beginnende discussie over de vraag hoe " blind " generaal Harberts was tijdens de meidagen. Ik maak er een nieuw bericht van, omdat het anders een onoverzichtelijke zaak wordt. Tenslotte gaat het daar inmiddels al over heel andere dingen.
Ik had mij destijds bereid verklaard nog eens te kijken naar de mate van blindheid bij Harberts. Had hij b.v niet iets kunnen afleiden uit de rapporten van de Huzaren voor de stelling? Ik beperk me daarbij tot de Zuidelijke Veluwe, het Duitse opmarsgebied richting Grebbeberg.
Dit gebied was toegewezen aan 4 - RH. Hun taak was ( ik volg het Stafwerk ) het vertragen van de Duitse opmars door het stellen van versperringen en het uitvoeren van vernielingen ( zoals het opblazen van bruggen, waarvan b.v alleen al 15 in het Apeldoorns Kanaal tussen Apeldoorn en Dieren ).
Die versperringen mocht men echter ook weer niet al te lang onder vuur houden ( wat op zichzelf wel een voorwaarde is voor een effectieve versperring ), want de opdracht luidde OOk om geen ernstige gevechten aan te gaan, omdat men de Huzaren zoveel mogelijk heelhuids wilde terughalen om zo een reserve te vormen. Het Stafwerk meldt overigens ook dat KORTE standhouden op SOMMIGE plaatsen wel een beetje al te letterlijk is opgevolgd ( al is op andere plaatsen wel degelijk langer gestreden, zoals bij Renkum en op de Ginkelse Hei ),terwijl een ander punt van kritiek was dat de eigen pantserwagens teveel achter zouden zijn gehouden ( niet of nauwelijks Oost van Ede )en deze pantserwagens nu juist zo geschikt waren geweest om voeling te houden met de vijand.
In de taakstelling van 4 - RH trof ik NIET specifiek aan: vaststellen hoe sterk de vijand was. Eerlijk gezegd lijkt me dat ook moeilijk. Bij de ( bedoeld ) korte contacten kwam men primair in aanraking met de vijandelijke voorhoedes en bleef het vanzelfsprekend toch een probleem te gissen wat daar nog achteraan kwam. De Duitse opmars vertragen en vaststellen waar de vijand opdook, OK, maar verder? Veel wijzer zal men dan ook niet zijn geworden uit de rapporten van de Huzaren, althans niet tav de sterkte van de vijand. Het stafwerk geeft ook geen resultaten. Dit bovenstaande zal trouwens (in iets mindere mate weliswaar ) ook hebben gegolden voor de Noordelijke Veluwe in de dagen erna.
Dat zekere aantallen militairen aan de IJssel naar het Westen hebben weten te ontkomen is juist. Ik vraag me echter af welke bruikbare informatie over de vijandelijke sterkte die gehad zullen hebben.
Zij hadden hogstens weet van hun eigen sector en dan nog vaak " "half " en kort.
Luchtverkenningen waren er op 10 mei niet. Van de op de 11e geplande 3 verkenningen in genoemd gebied ging er tenslotte een (1) door, waarbij men niet eens ( dit is geen kritiek ) kon vaststellen dat in het gebied van de voorposten strijd werd geleverd.
Ik denk dat je kunt stellen dat op 10 mei Harberts inderdaad bijna volkomen " blind " was.Daarna bleef het vanzelfsprekend moeilijk, maar werd dit " excuus " toch wat minder bruikbaar. Zo was het (stafwerk ) naief van Harberts ( al wordt dat woord niet gebruikt ) om aan te nemen ( hij deed dit in zijn bevel aan de commandant van 2-19RI om een tegenaanval te doen ter herovering van het voorpostengebied in de nacht van 11 - 12 mei ), dat er maar "100 man" vijand in de voorpostenstrook lag. Tenzij dit was bedoeld als een mentale opkikker, was dit inderdaad vreselijk naief. Tenslotte was er urenlang om de voorposten gestreden en waren die in Duitse handen gevallen, wat toch wees op ( aanzienlijk ) meer Duitsers. Bovendien had op 11 mei de Berg zelf gedurende vele uren onder ( vooral storend ) vuur gelegen. Dit wees toch op flink wat Duitse artillerie en dat had weer een aanwijzing moeten zijn dat de Duitsers (behoorlijk veel ) sterker waren dan men ten onrechte aannam.
Harberts blind?
Absoluut, maar ook door eigen foute inschattingen.
» Dit bericht is geplaatst op 23 januari 2004 21:01
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Tja, Hajo, er blijft niet veel uitwisselingsruimte over - ik ben het eens met je conclusie. Ziende blind was Harberts, en dat is hem kwalijk te nemen ...
» Deze reactie is geplaatst op 24 januari 2004 04:11
Totaal berichten: 6
Heer Groenman,

Kan het niet zo zijn dat de "fouten" van Generaal Harbets een combinatie was van:
(I):Een tekort aan gegevens, waarop hij zijn conclusies kon trekken;
(II):De naïviteit van deze man;
(III):Niet willen toegeven aan de Duitsche overmacht en kosten wat kost te stand te houden?

In het "Aanvullend verslag van oud-commandant IIe Legerkorps" wordt beschreven hoe Harbets terug keek op de slag. Als ik dit lees, dan merk ik op dat dit geschreven is door een verbitterde Harberts, die blijkbaar het gevoel heeft het vertrouwen te hebben verloren.

Ook speelde vermoeidheid een rol. Harberts zegt zelf:

"Ik heb vroeger meer dan eens gezegd, dat ik een éénzijdig-tactisch geheugen had. Ik bedoel daar mee dat ik in tegenstelling met andere zaken, ik een tactische toestand slechts éénmaal behoefte te horen om hem voor geruime tijd vast en in details in mijn hoofd te hebben. Die avond echter moest ik constateren, dat ik binnen 5 minuten niet meer wist, welk onderdeel zich gemeld had, noch waarheen het door Chef Staf gedirigeerd was."

Dus misschien deels "blind"?

MvG,

Hugo van Kooten
» Deze reactie is geplaatst op 22 februari 2004 18:27
(redactie)
Totaal berichten: 629
In principe blind, maar wel door een REEKS van oorzaken.
Oorzaken, die deels te maken hadden met eigen tekortkomingen en deels met zaken waar hij geen invloed op had.
Feit is in elk geval dat hij heel weinig wist.
» Deze reactie is geplaatst op 22 februari 2004 21:48
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Decconstatering dat Harberts verbitterd was lees je ook terug in de enqueteverslagen (binnenkort op deze site). Ten dele is Harberts daarin verwijtbaar, ten dele ook was deze man als romanticus (van het slagveld) verblind door een bovennatuurlijk perfectionisme wat zelfs de overwinnaar niet benaderde. Daarnaast waren de middelen waarover de gemiddelde commandant beschikte natuurlijk ondermaats. Desondanks mag Harberts - net als de meeste hoge commandanten - veel verwijtbaar worden gemaakt. Hij stak qua inzicht en tactiek bepaald niet boven de middelmaat uit. Het is jammer dat hij nooit enig mea culpa heeft gekend - daarmee devalueert hij wat mij betreft een belangrijk deel van zijn eigen prestatie. Het feit dat hij 8RI zelfs drie jaar na de bevrijding nog steeds als een laffe incapabele bende zag zegt veel over zijn inzicht en eerlijkheid. Hij projecteert zelffrustratie buitenmatig op de voornaamste onderdelen onder zijn commando - dat doet veel te veel tekort aan de prestatie van vele ondergeschikte van deze Legerkorpscommandant.
» Deze reactie is geplaatst op 23 februari 2004 02:25
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Wat me het meest blijft fascineren aan de blindheid van Harberts is het feit dat hij als oud artilleriecommandant en zelfs oud artillerie inspecteur zo weinig bakte van tactische inzet van de artillerie. Zo beroept hij zich beleidsmatig (hij veranderde weinig tot niets aan het beleid) tijdens de enqueteverhoren op het feit dat hij pas in februari 1940 als Legerkorps commandant aantrad en daardoor (alleen nog maar) de "ingeslagen weg" van zijn voorganger (Sillevis) kon volgen. Een passieve en apatische houding - zo lijkt - maar in strijd met de waarheid (zoals Harberts de grootste moeite heeft betoond zijn eigen handel en wandel zelfkritisch te bekijken na de oorlog). Immers - a. Pas eind februari besloot Winkelman dat de Grebbelinie de voornaamste weerstand zou bieden en b. Harberts heeft zich zelfs persoonlijk bemoeid met opstelling der troepen in het veld (neem bijvoorbeeld herlocatie van een sectie van 16MC). Hij had ook veel meer werk kunnen maken van de tactische opstelling der artillerie - maar verzuimde dit opzichtig. Alles wat hij (en zijn staf) met de artillerie opstellingen deden deed meer af dan goed aan de zaak.

Trouwens - Harberts toont zich sowieso niet erg geinformeerd tijdens de enqueteverslagen. Zo benoemt hij tijdens de verhorende de positie die Dyxhoorn innam ten aanzien van de strategie. Hij stelt dat hij het vreemd vindt dat Dyxhoorn Reynders niet meer moest omdat deze twee Legerkorpsen op Vesting Holland liet terugtrekken, terwijl Winkelman wel het Derde Legerkorps mocht laten terugtrekken in diens strategie. Ten eerste zijn het twee fundamenteel andere bewegingen (immers de Legerkorpsen van Reynders trokken terug op aandringen van de vijand en na verbeten strijd - het Legerkorps van Winkelman trok tactisch terug zonder vooraf gegane strijd en zonder direcht nadringen van de tegenstander) en ten tweede ging die kwestie van Reynders ook nog over het feit dat diezelde twee Legerkorpsen die de strijd aan de "voorpost Grebbelinie" hadden gevoerd ook de strijd aan de Vesting Holland moesten voeren.

Andere curieuze zaak uit dat eerste verhoor is het feit dat Harberts opmerkt dat hij als Inspecteur der Artillerie / Veldleger artilleriecommandant niets van doen had met de gevolgen van het niet geheel afkondigen van de Staat van Beleg. Letterlijk zegt hij:

2538. De Voorzitter: Dat geldt ten aanzien van de staat van oorlog. Dus dat hebt u betreurd?
Harberts: Inderdaad. Ik mag wel opmerken, Mijnheer de Voorzitter, dat ik zelf ten slotte persoonlijk hiermee nauwelijks iets te maken heb gehad.
2539. De Voorzitter: U kunt dus geen mededeling doen omtrent noodlottige gevolgen op dat punt?
Harberts: Neen, Mijnheer de Voorzittter! Ik was bij de aanvang der mobilisatie als inspecteur der artillerie bestemd voor veldleger artilleriecommandant en als zodanig had ik met de toepassing van het militair gezag niets, maar dan ook helemaal niets, te maken. Dat was geheel in handen van de opperbevelhebber, van de commandant veldleger en de betrokken legerkorpscommandanten. Maar als veldlegerartilleriecommandant had ik daar niets mee te maken en de commandant veldleger heeft mij overal stelselmatig buiten gehouden wat ook zijn goed recht is natuurlijk, want het ging mij helemaal niet aan en wat ik er in de eerste dagen van gehoord heb, heb ik alleen van horen zeggen.

Dit citaat uit de verslagen toont aan hoe beperkt de visie van de op dat moment hoogste artilleriecommandant was. Allereerst waren er immers gevolgen voor het verkennen van artillerieopstellingen door Duitse spionnen (immers - men kon niet restrictief mensen toelaten in gebieden die als stellinggebied waren aangeduid). Artillerieopstellingen zijn zeer herkenbaar, zeker in het Nederlandse leger van toen, omdat er voor veel geschut nog rembeddingen moesten worden gebouwd. Daarnaast was juist voor de artillerie het ook van groot belang schootsvelden vrij te maken, artilleriestellingen te mogen graven in beschermde of private gebieden en zelfs huizen of ander opstallen te mogen slopen.

De vraag is dus eigenlijk: hoe blind ben je met slechts een oog open?
» Deze reactie is geplaatst op 23 februari 2004 09:13
Totaal berichten: 6
Een duidelijk verhaal Allert. Wil je zeggen dat Harberts alsnog bij zijn aantreden er voor had kunnen zorgen dat de staat van beleg werd afgekondigd, maar hij dit niet gedaan heeft?

Die enquêteverslagen lijken mij zeer interessant, om te lezen hoe Harberts terugkijkt op alles. Wanneer komen die online? Of hangt dat van Rutger af? Ik merk het wel.

Mvg,

Hugo van Kooten
» Deze reactie is geplaatst op 27 februari 2004 10:18
Totaal berichten: 698
kijk dat schoots veld is wel een mooi verhaal ....citaat oudstrijder ...waarom ze die bomen nooit gekapt hebben blijft mij een raadsel ..een boom kost geld ..een \soldaat niks ..hiermee is alles gezegd ..natuurlijk zijn er meer van die vragen ,wat die bomen betreft zijn er wel verzoeken ingediend ..maar geweigerd ,achter de grootste blunder ..!!!!..of harberts hier schuld aan is ik denk het niet ,de regering ...zoals ook de tegen werking van reijnders zoals vermeld .
» Deze reactie is geplaatst op 27 februari 2004 11:20
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Hugo - nee de Staat van Beleg en Oorlog was aan de regering om af te kondigen. Er is veel gesteggeld over de afkondiging, en de mate daarvan. Maar dat was louter tussen de Opperbevelhebber en de regering, met name Dyxhoorn. Nee, wat ik wilde zeggen is dat Harberts in zijn periode als artilleriecommandant Veldleger en vanaf februari 1940 als commandant van het voornaamste Veldleger Legerkorps gefaald heeft in het wijs opstellen van de artillerie. Allereerst hadden de vele batterijen in de Grebbelinie vaak maar een wisselstelling, wat voor een vijand eenvoudig is. Als hij beiden gewoon af en toe beschiet dan is het eenvoudig de artillerie te ontregelen. Daarnaast is het typisch dat er geen gebruik is gemaakt van de Betuwe om (bewust) batterijen extra te plaatsen in het noorden daarvan voor bestrijken van de Nude en Kruiponder. Ten derde waren de algemene bevelen voor de artillerie van dien aard dat zij niet eigengereid vuur konden uitbrengen. Op enkele batterijen in Vesting Holland na, was de artillerie bij de Grebbeberg met afstand de meest betrokken artillerie bij de strijd. Het is echter schrijnend te moeten constateren dat er ontzettend veel munitie onverschoten is gebleven; zeg maar het leeuwendeel. Er zijn (echt waar) batterijen die amper hebben geschoten terwijl ze vlak bij de Berg stonden. De verbindingen waren in de morgen van 12 mei vrijwel weg. Alle vuuropdrachten kwamen dan ook van regiment of divisie. Dat waren geen gelegenheidsdoel vuren meer, nee, dat waren voorbereide afsluitingsvuren en heel soms een kort stormvuur voor de stoplijn op voorbereide locaties. Dat zegt wat over de tactiek. Men was bevreesder zonder munitie te komen te zitten dan de Veldtroepen goed te steunen. Daarnaast de (toen al sterke) bevreesdheid eigen troepen te raken! Wat een onzin. Als je hoofdweerstand is gepenetreerd door de vijand dan is dat jammer voor enkele geisoleerde eigen troepen maar dan moet je niet twijfelen over vuursteun aan de troepen die de hoofdweerstand aan de stoplijn nog verdedigen. De Duitsers legden hun vuur gewoon 100-150 meter voor hun aanval (ongedekte troepen). Wij durfden amper 250 meter voor onze troepen te schieten (gedekte troepen). Een gemiste kans. De vijand had veel vaker, met name in de Nude, overvallen moeten worden door intensieve vuren. Dat is uitgebleven. Elders in het land is aangetoond hoeveel effect artillerievuur ook op Duitsers had. Bij de Grebbe hebben we volstaan met een handvol vuren - op voorbereide locaties - die de vijand na 48 uur ook wel kende. Als we op 12 mei weten dat de vijand in de Hoofdweerstand is, hoe is het dan mogelijk dat vanaf dat moment er niet voor wordt gezorgd dat de hele strook rond de Grift constant onder vuur van artillerie ligt? We hadden zeker 60 stukken artillerie om en nabij de Berg. Daar telkens vier tot acht stukken van gebruiken om vuur op en nabij het sluisje en de Grift oever te laten vallen was onnozel. We verzuimden dat. Dat is Harberts ook sterk aan te rekenen als artillerist.

Wat hem en zijn commandanten verder valt aan te rekenen is dat er op 10 mei geen commando klaar stond om effectief de meest urgente schootsveldopruimingen te plegen. Nee - reguliere verdedigers van de berg moesten met anderhalve zaag even de boomgaarden vellen!
» Deze reactie is geplaatst op 27 februari 2004 11:21
(redactie)
Totaal berichten: 846
Het door Allert aangehaalde verhoor van Generaal Harberts, afgenomen door de Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940 - 1945, is beschikbaar op deze website. Meer volgt.
http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=enquetecommissie-1940---1945

Ik hoor het graag als er problemen zijn!
» Deze reactie is geplaatst op 2 maart 2004 23:01
(redactie)
Totaal berichten: 629
Meteen al een interessant punt in dit Enquete-verhoor van Harberts. In Grebbelinie 1940 wordt verteld dat Harberts er eigenlijk vanuit ging dat de Duitsers, gezien de ervaringen uit de EWO, over een breed front zouden oprukken. Omdat zeker in het Noordelijk deel van het opmarsgebied nog weinig of geen vijandelijke activiteit was zou hij dus aangenomen hebben dat de eigenlijke aanval op de Grebbeberg nog wel even op zich zou laten wachten en dat de vijand daar hoogstens met wat zwakke krachten opereerde.Het was immers zover nog niet. Wat lees ik nu in dit verslag? ( laatste gedeelte ).
In tegenstelling tot minister Dijkshoorn was Harberts van mening dat een terugtocht van de Grebbe naar de Nieuwe Holandse Waterlinie zeker wel zou kunnen slagen, JUIST OMDAT de Duitsers op bepaalde plaatsen zouden aanvallen en NIET over een breed front. Als hij dat zo goed wist, waarom werd hij dan in de meidagen zo verrast? Of was dit een soort "Van Voorst tot Voorst - achtige" wijsheid achteraf?

Interessant ook dat Harberts zich afvraagt waarom zo'n terugtocht van Grebbe ( volgens sommigen ) geen enkele kans van slagen had, terwijl de terugtocht van het 3e LK uit Brabant kennelijk wel als een haalbare kaart werd gezien. Daarbij heeft hij het wel over een terugtocht OVERDAG bij dat 3e LK. In de practijk is dat ook zo gegaan, maar deze terugtocht was oorspronkelijk voorzien voor de eerste NACHT na de Duitse inval en is slechts als gevolg van de Duitse doorbraak bij MILL vervroegd uitgevoerd.
» Deze reactie is geplaatst op 3 maart 2004 00:34
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Ik haalde dit onderwerp al eerder aan. Naast het feit dat ook Harberts de neiging heeft (niet alleen ten aanzien van dit onderwerp) om "erg wijs" te doen - achteraf - is zijn redenatie op diverse punten fout.

Allereerst had Dijxhoorn (c.s.) in de kwestie van de strategie van Reynders niet direct zo'n moeite met de terugtocht van de twee legerkorpsen naar Vesting Holland en de risico's van dien op zich, maar ging het om twee kernzaken in voornoemd aspect. De eerste is dat (in tegenstelling tot IIIe LK) deze troepen geheel of gedeeltelijk de Grebbelinie al zouden hebben verdedigd en in die hoedanigheid vermoeid, deels fysiek en geestelijk gebroken en wellicht van vele wapens en materieel ontdaan zouden moeten terug trekken en opnieuw in de Vesting Holland Oost de verdediging voeren. Ten tweede - men was (niet onterecht) bevreesd voor een terugtocht van die twee legerkorpsen onder druk van de vijand, eventueel zelfs onder directe nadringen, alsmede onder invloed staand van een overmachtige luchtmacht van die vijand. Dat is geheel anders dan Harberts poneert. Daarnaast is de terugtocht van het IIIde legerkorps natuurlijk wel een hachelijke onderneming geweest maar een veel strategischer terugtocht dan die in kwestie bij de strategie van Reynders. Immers - als het IIIde LK zich al voor de strijd had teruggetrokken dan was dit een open invitatie aan de Duitsers geweest om niet alleen zuid-Nederland te pakken met enorme krachten, maar tevens noord-Belgie maar "even" binnen te trekken. Dat kon men dus - met andere woorden - niet maken naar de Geallieerden toe.

Natuurlijk heeft Harberts gelijk door te stellen dat het een hachelijke zaak was terug te trekken bij vol daglicht. Maar laten we eerlijk zijn. De door hem zo aanbeden Reynders had met de terugtrekking bij voorbaat van twee Legerkorpsen uit de Grebbelinie een bij voorbaat groter risico in zijn strategie ingebouwd. Daarnaast had deze Reynders de westelijke provincies ongeveer ontdaan van het Iste Legerkorps, door dit grotendeels in de Vesting Holland Oost te stationeren. Ik meen dat de man nog zes of zeven bataljons aan de kust hield en, met uitzondering van enkele depottroepen, het westen had ontdaan van alle troepen. Dit was op 10 mei catastrofaal geweest met al die luchtlandingen. JJG Van Voorst tot Voorst vertelt ook in zijn verhaal dat hij zo'n tegenstander was van de Peel-Raam stelling. Hij zou een groot voorstander zijn geweest van de Oranjelinie (bij Tilburg) in plaats van de Peel_raam stelling.

Ten aanzien van je (Hajo) opmerking over het verwachtingspatroon van Harberts tijdens de meidagen omtrent Duitse intenties spreekt zijn antwoord op vraag 2563 nog meer tot de verbeelding:
"Zoals ik zeg, ik meende dus te mogen verwachten, dat er in het oostfront van de vesting Holland een veiligheidsbezetting zou zijn, maar toch was er wel enige twijfel bij me gerezen, want op de eerste (de beste) oorlogsdag werden mij als legerkorpscommandant, op een ogenblik, dat de berichten toch uitwezen dat de Duitsers tegen het tweede legerkorps in opmars waren, achtereenvolgens afgenomen troepen ter sterkte van een regiment infanterie met al......"

Het was hem dus op 10/11 mei duidelijk dat de Duitsers tegen de Grebbeberg optrokken (alhoewel ik hem er sterk van verdenk hier mooie sier te maken - zijn handelen op de 11de t/m 13de mei deed namelijk heel anders bevroeden)! En overigens zou een denkbeeld door Harberts of welke andere hoge officier van een liniebreed offensief natuurlijk verre van realistisch zijn (geweest). Er waren de facto maar drie accessen: Amersfoort, Veenendaal/Renswoude en Grebbeberg tussen Rhenen en Achterberg. De rest was door innudaties geen reeel aanvalsgebied.
» Deze reactie is geplaatst op 3 maart 2004 01:58
Totaal berichten: 191
Het plan Reynders hield geen verzwakking van de kuststrook in. Het 1e Legerkorps was in zijn plan (ik citeer)"algemene reserve in de kuststrook van Hoek van Holland tot en met Haarlem" en dat is zo gebleven. Zie onder meer Wilson, De Jong enz. Het 1e Legerkorps zou slechts naar het oosten worden geplaatst indien de dreiging dat daar noodzakelijk zou maken. Bij de plaatsgevonden luchtlandingsactie was ook onder Reynders zo'n verplaatsing -uiteraard- nimmer gebeurd.
» Deze reactie is geplaatst op 10 september 2006 11:37
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Hmm, er zit zo'n twee-en-een-half jaar tussen de beide posters!

Overigens had Reynders mijns inziens wel degelijk op het oog de troepen in de stellingen in het binnenland te plaatsen. Maar het zijn de fijne nuances die tellen. Bij Reynders was de VH Oost [regio] immers gevuld met twee brigades en twee IR's, terwijl Winkelman slechts enkele bataljons had staan [die vrijwel allemaal op 10 mei werden onttrokken]. Die troepen kwamen van elders. Ik acht de dislocatie van troepen onder Winkelman verstandiger en evenwichtiger. Zeker gezien de zeer beperkte mankracht van ons leger. Maar ik besef me dat dat bij uitstek een zaak is die open is voor andere inzichten.

Ik ben me bewust dat u [heer Brongers] een warme sympathie voor Reynders voelt. Ik heb die wat minder en heb meer op met de nuchtere management-strateeg Winkelman. Reynders mag dan zijn gelijk hebben trachten te halen na de oorlog; zijn visie over de Peel-Raamstelling is mijns inziens getorpedeerd door de gebeurtenissen en heeft vooral zijn ongelijk aangetoond.

Ik heb het tot op heden altijd als een voorname verbetering geacht dat Winkelman inzag dat de PR niet houdbaar was nadat de Belgen hun linies verplaatsten en het gat onder Weert lieten vallen [als gevolg van de herbezetting van het Rijnland door de Duitsers]. De ontwikkelingen op 11 mei 1940 tonen toch immers aan dat indien de PR niet in de nacht al was gevallen, dat de Duitsers inderdaad in de middag van de 11de zuidelijk om de linie zouden zijn heengetrokken? Iets wat Reynders uitsloot, omdat hij meende dat ze daarvoor de tijd niet zouden nemen. En als de mogelijkheid tenslotte toch door de Duitsers zou worden benut, zou hij de LD inzetten ... Een gestripte divisie - slechts 7,500 man sterk - die een gapend gat van 35 km moest dekken. Dat kan ik niet realistisch noemen.

Reynders meende dat ze een geconcentreerde aanval door de linie zouden uitvoeren, en dit (inderdaad) bij Mill zou gebeuren. Dat laatste vergde niet al te veel fantasie omdat Mill een opvallend wegenknooppunt was, wat in het drassige gebied in feite de enige geschikte locatie voor een massale aanval was. Daarnaast zou een geslaagde doorbraak langs de rivier de kans op afsnijden van de Nederlandse troepen naar het noorden bewerkstelligen, zeker daar zuidelijk geen grote oost-west wegen lagen. Dat de Duitsers echter in feite daarnaast iedere divisie [van het 6e Leger] een eigen vak zouden geven, en daarmee een eigen taak om door te breken, en dus op meerdere plekken de PR zouden aanvallen was "minder prominent" onderdeel van Reynders gedachten. In feite verwachtte hij het niet, want hij refereerde aan de Poolse veldtocht waarbij slechts weinige edoch zeer geconcentreerd aanvallen plaatsvonden. Reynders verwachtte de facto slechts een enkelvoudige zwaar geconcentreerde aanval, en wel bij Mill.

Zijn filosofie dat de PR niet zou worden omzeild in het zuiden, gekoppeld aan een volgehouden zware verdediging van de lijn strookte niet; vind ik zelfs opvallend tegenstrijdig. Als Reynders' strategie t.a.v. de PR was gevolgd op 10 mei, dan was dit rampzalig geworden. Het III.LK en de LD waren dan in Brabant gebleven, terwijl de Moerdijkbruggen gevallen waren. Terugtocht nadat volledig contact met de Duitse troepen was ontstaan, was vrijwel zeker op een ramp uitgelopen, zeker gezien het totaal ontbreken van luchtafweer en luchtmacht. Daarbij was de LD niet beschikbaar gekomen voor de strijd op en rond het Eiland van Dordt [hoewel dit evident slechts een indirect gevolg was]. Het Derde Legerkorps was voor de verdediging van VH vermoedelijk niet of nauwelijks beschikbaar gekomen. Winkelman zag de onhoudbaarheid van de PR m.i. dus volkomen terecht in, en dit werd ondersteund door de feiten.

De kwestie van de Grebbelinie vind ik vaak wat semantisch. In theorie verschilde de opzet tussen de beide generaals amper [slechts op nuances]. In de praktijk zelfs niets.

Overigens moet nadrukkelijk een verschil worden gemaakt tussen enerzijds de disputen tussen Dijxhoorn en Reynders, en anderzijds het verschil in inzichten tussen Winkelman en Reynders. De laatste ontliepen elkaar niet zoveel, met uitzondering van de PR stelling. Ik heb dus alleen een vergelijking willen maken tussen de beide generaals. De disputen tussen Dijxhoorn en Reynders waren vooral persoonlijk van aard, hoewel Dijxhoorn wat mij betreft bepaald geen ondeskundige oordelen huldigde.
» Deze reactie is geplaatst op 10 september 2006 14:05
Totaal berichten: 191
Er was gesteld dat de westelijke provincies bij het plan Reynders ongeveer ontdaan waren van het 1e Legerkorps. En dat er slechts zes of zeven bataljons aan de kust zouden zijn gebleven. Dat dit een helaas onjuiste informatie is – het korps zou immers geheel in z’n geheel in het westen blijven – heb ik slechts aangetoond. Een erkenning van dit feit heb ik gemist. De bezetting van het oostfront VgH (generaal-majoor Fruijt van Hertog) heeft hier niets mee te maken en is een geheel andere zaak, waarbij geen troepen van het 1e Legerkorps waren betrokken. Ik zie dat er nu een ander operatiegebied bij wordt betrokken, waarbij getracht is om in plaats daarvan een ongelijk van Reynders aan te tonen. In dit verband heeft men mij verzocht te reageren op het kennelijk nog hier en daar bestaande misverstand dat de Duitsers de Peel-Raamstelling zuidelijk wilden – of hadden willen - omtrekken. Dat is inderdaad een reeds lange tijd achterhaald station. Dat de gebeurtenissen zouden hebben aangetoond dat Reynders visie onjuist is gebleken, is dan ook in strijd met de feiten. Ik wil dat gaarne nog eenmaal uitleggen. Uit een veelheid aan documentatie kies ik hiervoor de duidelijke en nimmer omstreden toelichting van de generaal J.J.P.C.Wilson. Over het ‘gat’ ten zuiden van de stelling schrijft hij dat deze omstandigheid reden was voor een grondige bestudering van de consequenties van dit onloochenbare feit. Hij vervolgt dan:

“Die bestudering leidde tot de conclusie, dat een omtrekkende beweging om de zuidvleugel van de Peel-Raamstelling in flagrante strijd zou zijn met de grondbeginselen van de Duitse strategie, zoals die al sedert het jaar 1900 werden gehuldigd. Aangenomen mocht worden dat alle Duitse troepen die zuid van Venlo opereerden , zo snel mogelijk in zuidwestelijke richting zouden doorstoten, omdat hun operatieve doel Parijs was. Het was niet in overeenstemming met de Duitse geestesgesteldheid om een deel van die troepen om de zuidvleugel van de Peel-Raamstelling heen naar het noorden te laten opereren, in moeilijk terrein met veel water, waar de mobiele Nederlandse Lichte Divisie over een ideaal terrein beschikte om vertragend van lijn tot lijn terug te gaan. Het was evenzeer strijdig met die geestesgesteldheid om op deze wijze het 3e Legerkorps de gelegenheid te geven om, onder dekking van de Lichte Divisie, terug te trekken naar het westen. Neen, wij verwachtten een sterke Duitse aanval in het noorden van de stelling, b.v. bij Mill, die moest leiden tot een doorbreking onder afsnijding van een terugtocht naar het westen.
De meidagen van 1940 hebben aangetoond, dat de Nederlandse Generale Staf terzake juist had gezien: de zuidvleugel is NIET omvat door de Duitsers. Wel zijn enkele pantserwagens op 11 mei over Budel naar Maarheze gereden, een zuivere verkenningsrit, maar het is flagrant onjuist dat –zoals minister Dijxhoorn in zijn verweer tegen generaal Reynders brochure schrijft- Duitse pantsertroepen over Belgisch gebied een omvattende manoeuvre hebben uitgevoerd en in de late avond van 11 mei Leende in de rug van de Peel-Raamstelling hadden bereikt. Als dit waar zou zijn geweest, zou het nog niets bewijzen, want op 10 mei werd niet het plan van generaal Reynders, maar dat van generaal Winkelman uitgevoerd en toen was de Lichte Divisie niet meer achter de zuidelijke vleugel van de Peel-Raamstelling. Maar het was bovendien niet waar. Persoonlijk heb ik na de capitulatie, beginnend te Leende, uit mededelingen van burgemeesters, politie en geestelijken, de marsweg van de te Leende aangekomen Duitsers van dorp tot dorp kunnen reconstrueren: zij waren op 10 mei te Grubbenvorst over de Maas gekomen en waren op 11 mei – na de ontruiming van de Peel-Raamstelling – in de nacht van 10 op 11 mei over Deurne naar Leende gemarcheerd.”

Tot zover deze op feiten berustende toelichting. Later is ook uit de betreffende Duitse documenten gebleken dat een plan voor een omvatting nimmer heeft bestaan. Een plan dat ook strijdig zou zijn geweest met de bekende Blitzkriegtactiek. In mijn nog onvoltooide manuscript over Reynders hoop ik aan de hand van alle verkregen Nederlandse en Duitse documentatie op e.e.a. uitgebreider terug te komen.
Tot slot: wat er in Noord-Brabant zou zijn gebeurd indien het plan Reynders was doorgevoerd, blijft vanzelfsprekend een speculatie. Feit is dat ons 3e Legerkorps als ons beste legerkorps werd beschouwd. Feit is ook dat bij Mill twee Duitse divisies er eerst in de vroege morgen van 11 mei en na aanzienlijke verliezen aan personeel er in slaagden de door slechts twee bataljons bezette voorposten aan het Defensiekanaal te doorbreken. Als zij de steun van de bij het 3e Legerkorps aanwezige artillerie en andere steun hadden gehad, mag redelijkerwijs worden aangenomen dat die doorbraak veel langer zou hebben geduurd. Met hoge waarschijnlijkheid zouden de Duitsers ook meerdere dagen nodig hebben gehad voor een doorbraak in de toen helaas niet meer aanwezige hoofdweerstandsstrook van het 3e Legerkorps. Een vertragende terugtocht zou door dit korps vanzelfsprekend aanzienlijk beter zijn voorbereid. Bij de Moerdijkbruggen, was de Nederlandse tegenaanval op 13 mei richting Moerdijkbruggen tot de Zeedijk gevorderd en zou niet door de Duitse tanks zijn afgeslagen indien de doorbraak bij Mill enkele dagen later had plaatsgevonden. De Fransen, die zich beklaagden over de geringe tijd die hen werd gegund, hadden mogelijk meer tijd en ruimte gekregen voor effectievere maatregelen. Maar, zoals gezegd, het blijven speculaties, evenals andere, meer negatieve beschouwingen.
» Deze reactie is geplaatst op 11 september 2006 13:31
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Ik ben lichtelijk verbaasd door deze reactie.

Op de troepen dislocatie kom ik gaarne op een later tijdstip nog terug. Ik wil dat graag secuur doen en met literatuur.

Wat betreft de omvatting van de Peel-Raamstelling begrijp ik niets van uw ontkenning. Er was sprake van een Duitse opdracht - nadat rond het middaguur op de 11de het onverdedigde Belgische deel van de Zuid-Willemsvaart was ontdekt - om twee regimenten om de Peel-Raam heen te sturen. Een klein deel van de troepen zou zuidelijk om de linie trekken en de weerstand rond Weert breken. De rest zou verder België intrekken. Het betrof het 6e en 46e Regiment. Ik meen zelfs dat u dit in uw eigen werk hebt omschreven in nog meer detail.

De Lichte Divisie mag dan in de ogen van Wilson een duivels goede eenheid zijn geweest - hoewel de prestaties in Mei 1940 geen enkele aanleiding geven hem daarin gelijk te geven - ze had zeker geen gat van 35 km breed effectief kunnen dekken. Ik vind echt dat die analyse geen stand kan houden.

Ook het kwaliteitslabel van het III.LK komt me onwaarschijnlijk over. De eenheid was iets groter dan de andere legerkorpsen, maar het III.LK had beduidend minder artillerie - en van extra hoge kwaliteit? Op basis van wat is dat predicaat [door wie] uitgedeeld? Ik hoor het voor het eerst.

En waarom zou omvatting flagrant in strijd zijn geweest met de Duitse grondbeginselen? Uiteraard beoogden zij eerst frontaal door een linie te stoten, maar men werd vrij inventief als dit niet direct lukte. De Maginotlinie werd handig omtrokken, en de parachutistenlandingen in Nederland waren eveneens onorthodox en in strijd met frontale aanvallen op een linie. Daar waar geen keuze was koos men er inderdaad voor, maar omtrekking - zeker als een open kans geboden wordt - wordt door geen strateeg uitgesloten. En de feiten bewijzen dat op 11 mei. Daarbij vind ik het veel te kort door de bocht te stellen dat de gebeurtenissen juist Reynders bevestigen in zijn standpunt. Op 10 mei 1940 viel de Peel-Raamstelling, terwijl rond het middaguur van de 11de zelfs al plannen bestonden tot zuidelijke omtrekking. Er was dus nog geen eens sprake van vastlopen op de stelling. Het gros van de Duitse troepen kwam immers pas laat op de 10de voor de stelling aan! Tegenover Weert gebeurde op de 10de nagenoeg niets. Voordat de Duitsers een serieuze aanval wilden doen verkende men al een omtrekkende bewegingsmogelijkheid! Wie wordt dan bewezen in zijn theorie; Winkelman toch?

Inderdaad is het koffiedikkijken door te stellen wat er gebeurd zou zijn als de PR toch hardnekkig zou zijn verdedigd. Ik ben het eens dat de stelling bij Mill vermoedelijk niet al in de late avond van de 10de zou zijn gevallen. Anderzijds - de Duitsers toonden steeds een sterke escalatie als zij van hun schema afweken. De Luftwaffe werd ad-hoc ingezet, en daar waar noodzakelijk. Indien het III.LK in Brabant was gebleven, was zij vermoedelijk vermorzeld door de Duitse overmacht en ons totale gebrek aan luchtafweer. Disengaging the enemy - in vol contact over een breed front - en dan succesvol terugtrekken over pontonbruggen en veren was vermoedelijk een mission impossible geweest. Zeker omdat de Duitsers er na een of meer dagen strijd veel meer op voorbereid zouden zijn. Maar inderdaad - het is hoogst speculatief daarover te debatteren. Het gaat mij ook niet om die filosofie, wel om het feit dat Reynders mijns inziens helemaal niet gesteund werd door de gebeurtenissen in de Peel-Raam stelling, maar dat de gebeurtenissen juist het gelijk van Winkelman hebben aangetoond. Ik kan het niet anders zien dan zo.
» Deze reactie is geplaatst op 11 september 2006 14:53
(redactie)
Totaal berichten: 2.201
Dat het IIIe LK ons beste LK was is mogelijk juist, maar dat had, zo neem ik aan, toch alleen uit de PRACTIJK kunnen blijken.

Je kunt natuurlijk uitgebreid filosoferen over de vraag hoe lang een nog volledig door het IIIe LK bezette HWS tegen de Duitsers stand had kunnen houden.Zo op het eerste gezicht lijkt me dat dit toch maar betrekkelijk kort zou zijn geweest.
Zouden de Duitsers, stel dat de HWS inderdaad nog door het IIIe LK bezet geweest zou zijn geweest, namelijk niet geprobeerd hebben de tegenstand via massaal uitgevoerde luchtaanvallen ( ik laat even open of zij daar op dat moment het nodige materiaal voor ter beschikking hadden, omdat ik dat niet weet ) te breken?
Ik heb de ( natuurlijk onbewezen ) indruk dat de Nederlandse tegenstand, gezien ook de totale onervarenheid van de betrokken legeronderdelen, hier toch, zelfs al zou een volledig IIIe LK natuurlijk over meer luchtafweer hebben beschikt, geen dagen geduurd zou hebben ( kijk naar de impact die de enige Duitse luchtaanvallen van een behoorlijke importantie op een tot op bepaalde hoogte vergelijkbare, tamelijk open Nederlandse stelling, in dit geval de ruglijnstelling bij de Grebbeberg en de STUKA-aanval in de avond van de 10e mei bij Mill, gehad heeft. Toegegeven: hier stond maar betrekkelijk weinig of zelfs geen luchtafweer).
Ook van een enigszins geregelde terugtocht zou weinig of niets terecht zijn gekomen.

Erg lang zou de tegenstand m.i dus niet hebben geduurd, maar misschien toch net lang genoeg om de Moerdijkbruggen weer in handen te krijgen. Nu kwamen de Duitse tanks in de namiddag van de 12e bij die Moerdijkbruggen aan. Dat zou dus, in geval van een bezette HWS in de Peel-Raamstelling zeker later zijn geweest. In theorie had de aanval van de bataljons Wielrijders van de Lichte Divisie richting Moerdijkbruggen dus inderdaad meer kans op succes gehad. Meer kans, ja, maar niet zo heel veel meer
Je moet hier namelijk tegelijk ook de vraag stellen of inzet van het Duitse luchtwapen alleen ( dus zonder de tanks van de 9e PD ) op zichzelf al niet voldoende zou zijn geweest om die aanval in dit compleet open gebied te laten mislukken. De Duitsers zouden natuurlijk het gevaar, zoals ze dat nu ook al deden, onderkend hebben. Ik denk al met al dat je die vraag toch bevestigend moet beantwoorden.
» Deze reactie is geplaatst op 11 september 2006 14:58
Totaal berichten: 191
Aan de in deze tijd bekend geworden kreet:: ”Vroeger werd de leraar geloofd; thans weet de leerling alles beter” dacht ik onwillekeurig bij het lezen van weer nieuwe beweringen die op onvoldoende bronnenkennis duiden. Maar t.b.v. de kwaliteit van deze hooggewaardeerde website wil ik trachten dit duidelijk te maken. Het zal duidelijk zijn dat ik mij geen onjuistheden kan veroorloven van gedocumenteerde, vaststaande feiten. Op speculaties, die als discussieonderwerpel vaak zeer interessant zijn en waarin de heer Groenman, voorzichtige maar geenszins onbestaanbare mogelijkheden aangeeft, wil ik hier niet ingaan. Ik wil mij tot tot de feiten beperken
Wat ik heb gesteld over misverstanden m.b.t. een zuidelijke omvatting van de Peel-Raamstelling, steunt op nagenoeg alle bestaande documenten van de 30e Infanteriedivision voor zover die op Nederland en een deel van België betrekking hebben.Voorts op onderzoek in Freiburg, interviews enz. Van de documenten geeft vooral het Kriegstagebuch nr.3 van de Duitse 30e Divisie met de “Darstellung der Ereignisse’ bijna van minuut tot minuut alle gebeurtenis weer, inbegrepen opdrachten en plannen, lokaties van de onderdelen enz. Hieruit blijkt zonneklaar dat er nimmer een plan, noch een opdracht heeft bestaan voor het oprollen van de Peel-Raamstelling in noordelijke richting. De bewering dat er sprake was van een Duitse opdracht om “twee regimenten om de Peel-Raam heen te sturen” heeft dan ook geen enkele basis en heeft nimmer bestaan. Wat is er dan wel gebeurd? De noordgrens van de 30e Divisie liep van Tegelen (aan de Maas) over Helden, Maarheze, Borkel , Luijksgestel en verder over Belgisch grondgebied. Door de moerassen van de Grote Peel , de Noordervaart en de tot de Peel-Raamstelling behorende verdediging van de Zuid Willemsvaart in de sector Weert moest die noordgrens worden verlaten en werd de divisie voor de genoemde vaarten langs, in zuidwestelijke richting afgebogen.Het contact met de noordelijk aangeleunde 56e Divisie ging daardoor fysiek verloren. (Dit werd later vanuit het Belgische Hamont door verkenningen naar Valkenswaard en Eindhoven hersteld). Men wilde een snelle doorstoot in België niet laten vertragen door de Peelstelling aan te vallen. (Een poging van de 56e Divisie was reeds opgegeven en tot de volgende dag uitgesteld).
Nadat men in het Belgische Lozen een onverdedigde brug in handen kreeg werd alles met spoed in westelijke richting gestuurd. IR 46 meldde om 14.40 uur (Duitse tijd; ook volgende tijdsaanduidingen)) dat Lommel was bereikt. Om 14.55 kreeg IR 6 bevel om over het zuid van Lozen gelegen Belgische Bochelt dit regiment naar Eksel te brengen. Om de noordflank langs de Zuid-Willemsvaart te beveiligen en daar een mogelijke bedreiging weg te nemen, zou een aanval van een versterkt bataljon op Weert plaatsvinden, om na een doorbraak de Nederlandse stelling langs de vaart op te rollen. Verder behoefde men niet te gaan. Nu men dat oprollen gemakkelijk kon doen via het ‘gat’ bij Lozen, werd de aanval onmiddellijk afgelast. De actie langs de nagenoeg weerloze rugzijde van de kazematjes werd slechts door enkele kleinere onderdelen uitgevoerd. Dat was in hoofdzaak de tot de 30e Divisie behorende‘Gruppe Borgmann’, bestaande uit een compagnie, plus een eskadron wielrijders, die binnen het aan de divisie toegewezen vak bleven. Om 19.30 uur meldde Borgmann dat het terrein tussen Dorplein en Weert voor gemotoriseerde voertuigen onbegaanbaar was; dat dwong tot optreden met de genoemde wielrijders. Er was nu geen Lichte Divisie meer, om deze Gruppe te bestrijden, waardoor in de middag het terugtochtsbevel werd gegeven. Bij die terugtocht ontstond in het duister nog een ontmoeting met verkennende Duitse pantserwagens die via Belgisch grondgebied over Budel en Maarheze in de richting Weert reden. Ze trokken snel terug nadat bij de Maarhezer Hutten drie wagens in brand waren geschoten (Nadere bijzonderheden in Deel 2 Opmars naar R’dam).
De 30e Divisie verdween hierna uit Nederland. Samenvattend is er slechts sprake geweest van een beperkte flankbeveiligingsactie van de 30e Divisie, direct mogelijk gemaakt door het ontbreken van de Lichte Divisie. Van een operatie tot oprollen van de Peel-Raamstelling in noordelijke richting, zoals o.m. door Dijxhoorn werd gevreesd, is nimmer sprake geweest.
» Deze reactie is geplaatst op 13 september 2006 15:22
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Ik ben alleen maar blij met uw bijdrage, heer Brongers. In feite zijn we het dus gewoon eens over de feiten. De Duitsers ontdekten op 11 mei het gat ten zuiden van Weert, maar zagen geen behoefte tot een omtrekkende beweging omdat de linie al gevallen was, en de 30ste divisie geen autonoom doel had de Peel-Raamlinie op te rollen. Twee regimenten trokken ten zuiden van Weert onbelemmerd België in, en een versterkte verkenningseenheid zou noordwaarts richting Weert trekken.

Zouden wij op 11 en 12 mei de Peel-Raamlinie nog hebben verdedigd, en zou er geen penetratie bij Mill zijn bereikt, dan zouden de Duitsers evident om de stelling heen getrokken zijn - het gat inmiddels kennende - en de linie vanuit het zuiden en tenslotte het westen hebben aangevallen. Althans - dat lijkt me waarachtig een logische gang van zaken. Net zoals de 227ste divisie bij de Grebbelinie de gehele linie op zwakte onderzocht, zo zou dat hier ook vermoedelijk geschied zijn.

De Lichte Divisie had het gat tussen Weert en Tilburg nooit kunnen dekken, zeker niet gespeend als men was van enige luchtafweer. Rondom Alblasserdam toonde de Divisie zijn zeer beperkte gevechtskracht en matige leiding op 10-14 mei maar eens aan.

Ik wil hier verder ook geen welles-nietes spel van maken. Ik vind de verwijzing naar "meester/leerling" ook misplaatst. Dat is onnodig kleinerend nu de feiten door u gedeeld worden, maar slechts de conclusies divergeren. U meent dat Reynders gelijk werd bekrachtigd, ik meen dat juist Winkelman en Dijxhoorn in hun gelijk werden gesteund. Laten we het daar bij houden. En iedere lezer zal zelf wel zijn of haar conclusies trekken of ze uw of mijn theorie aannemelijker vinden, of een andere thans niet besproken theorie.
» Deze reactie is geplaatst op 13 september 2006 15:46
Totaal berichten: 191
Het spijt mij als mijn correctie op onjuiste mededelingen verkeerd is gevallen. Ik heb slechts getracht de kwaliteit van deze site d.m.v. een correcte voorlichting te bevorderen. Mogelijk echter niet diplomatiek genoeg. Thans wordt gesteld dat we het over de feiten eens zijn. In mijn correctie is echter het tegendeel aangetoond (zoals onder meer de bewering dat twee regimenten opdracht kregen om om de Peel-Raamstelling te trekken enz.) ‘Naar België’, zoals er nu staat is wel correct, maar dat was immers niet gesteld. Gedocumenteerde,vaststaande feiten kunnen geen onderwerp van wel of niet zijn. Conclusies besprak ik niet in mijn bericht, doch uitsluitend op Duitse documenten gebaseerde feiten. Tenslotte zij vermeld dat de 30ste Divisie – in tegenstelling tot het thans gestelde - op 11 en 12 mei niet op de hoogte was van de doorbraak bij Mill en daardoor evenmin van de daaruit volgende val van de Peel-Raamstelling. Mogelijk bemoeide het 6e Leger zich daar niet mee. De communicatie, voorlichting en coördinatie tussen het 18e en het 6e Leger was kennelijk niet smetteloos. Ik wil dat gaarne nog eens onderzoeken.
Persoonlijk stel ik het bijzonder op prijs indien en men mij met aangegeven redenen op fouten wijst en ik zal nimmer schromen die toe te geven. Het zou niet slim zijn mij daardoor gekwetst te voelen; het is immer in eigen voordeel en voorkomt kritiek achteraf. Overigens alle achting voor de medewerkers van deze site! Zonder uitzondering. Ook van mijn zijde acht ik deze discussie gaarne gesloten.
» Deze reactie is geplaatst op 13 september 2006 18:15
Totaal berichten: 4
Het was vandaag 16 September 2006 Ik had mij ingeschreven voor een
rondleiding op de grebbeberg.
Ik vond de rondleiding en uitleg 100% er was niets op aan te merken
veel opgestoken van de leider (Helaas geen naam ) en heb tevens een foto
afgegeven van soldaat Cor vd Vliet .
Verder wilde ik U bedanken voor deze leuke middag wel een beetje
vermoeiend vanwege die lange trap maar dat nemen wij wat voor lief is.

Nogmaals Bedankt en de volgende keer doe ik zeer zeker weer mee.

afz JW van Haaren Palmstraat 5 Oss p.c 5342 A.R
» Deze reactie is geplaatst op 16 september 2006 19:03
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Toch nog even kleine naschok. Overste Brongers zegt dat de 30.ID op 11 en 12 mei nog niet op hoogte was van de doorbraak bij Mill. Deze informatie kan niet kloppen. Zelfs in het armee-bericht van 11 mei van X.Armeekorps wordt bij 11 mei gemeld "Mitteilung der Armee dat XXVI AK bereits die Peel-Stellung durchstossen habe."
» Deze reactie is geplaatst op 21 oktober 2006 13:41
Totaal berichten: 191
De niet tot het 18e Leger, maar tot het 6e Leger behorende 30.Infanterie Division, is de doorbraak bij Mill niet gemeld. De divisie kreeg trouwens geen berichten van het legerniveau doch uitsluitend van het legerkorps (IX A.K.)waartoe ze behoorde. Maar ook deze heeft de doorbraak bij Mill door het noordelijk van het 6e- optredende 18e Leger niet aan de divisie doorgegeven. Dat was ook niet nodig, omdat de bevelen gericht waren op een zo snel mogelijk doorstoten in westelijke richting; de Peel was voor deze divisie niet meer van belang.
Bron: (onder meer)Kriegstagebuch 30.Infanterie-Division, dat alle in- en uitgaande bevelen en mededelingen vermeldt.
» Deze reactie is geplaatst op 21 oktober 2006 22:51
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Het is een zeer opmerkelijk feit als het daadwerkelijk zo geweest is. Nog opmerkelijker dat het totaal niet relevante 10.AK op 11 mei aan haar onderdelen wel van de doorbraak bij Mill melding maakt. Maar enfin. Verder speculeren heeft hierover geen zin.
» Deze reactie is geplaatst op 22 oktober 2006 01:14
Totaal berichten: 191
Toch is dat niet verwonderlijk. Een legerbevel (Armeebefehl) geeft opdrachten aan de bij dat leger ingedeelde eenheden (legerkorpsen, zelfstandige divisies enz.). Het is in dat verband een normale procedure dat het 18e Leger zijn beide legerkorpsen (het 10e en 26e) op de hoogte hield van de vorderingen binnen dat leger, zoals de doorbraak bij Mill bij het 26e en dat men niet vermeldde hoe het er bij andere legers toeging. Dat was voor die eenheden niet van belang, maar een zaak van het boven een aantal legers staande commando, de legergroep. In dit geval de Legergroep B waaronder het 18e en 6e Leger vielen. De staf van de legergroep kon –indien dat nodig was, bij voorbeeld bij afwijkingen van het oorspronkelijke plan – ingrijpen en coördinerend tussen die legers optreden. Deze bevelsprocedures bleken in de praktijk uitstekend te voldoen.
» Deze reactie is geplaatst op 22 oktober 2006 12:13
(redactie)
Totaal berichten: 2.004
Kijk, dat had ik over het hoofd gezien. Het was inderdaad natuurlijk het zesde leger waar 30 ID onder viel.

De Duitsers hadden dus in mei 1940 stiekem ook nog wat problemen met "joint operations". Want tactisch gezien had 30.ID natuurlijk veel meer belang bij dat bericht dan 207/227 ID, hoewel ieder onafhankelijk zijn eigen doel binnen zijn vak moest nastreven.

Excuus heer Brongers dat ik dit niet eerder realiseerde. Het komt allemaal nu een stuk logischer over.
» Deze reactie is geplaatst op 22 oktober 2006 12:21
» Dit onderwerp is gesloten
2554