Discussiegroep

Onderwerp: De Nederlandse artillerie bezetting van de Betuwe

» Dit onderwerp is gesloten
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
2.880 keer gelezen
21 reacties
Categorie: Slag om de Grebbeberg en Betuwestelling / Bewapening en legerzaken
De Betuwe, zuid van de Nederrijn, werd bezet door de Brigade A, en door vooruitgeschoven onderdelen van 6-1RH. De afsluiting net zuid van de spoorbrug in de stoplijn (De Amse), frontlijn (De Spees) en bij de Rijnbrug werd verzorgd door 46RI, waarbij I-46 RI enige tijd in reserve bleef en later de ruglinie van de Grebbeberg versterkte. 46RI verdedigde dus het noordelijk van de inudatie gelegen deel van de Betuwe, het zuidelijk deel tot aan de Waal bij Ochten werd door 44RI verdedigd.

Aan artillerie was bij Brigade A aanwezig:
- 22 RA (bestaande uit) twee afdelingen van elk 12 x 7 veld
- III-19RA met een afdeling 12 x 12 lang staal (I en II 19RA lagen in de Grebbelinie)

Deze artillerie was zo opgesteld (exacte opstelling weet ik helaas niet) dat twee afdelingen bij Ochten konden ondersteunen (het zuidelijke acces) en een bij Opheusden / Kesteren.

Van deze drie afdelingen kon slechts een enkele afdeling 7-veld (12 stukken) effectief steun geven aan de Grebbeberg, wat zij op 12 en 13 mei ook hebben gedaan (bron: Brongers). Tevens werden twee secties zMG's ingezet langs de dijk maar deze hadden moeite een goed schootsveld te krijgen door de dijk noordelijk van de Nederrijn (bron: Brongers). De Duitsers hadden er wel hinder van, zo bleek ook uit enkele van hun verslagen.

Van Brigade A, en de gebeurtenissen net zuid van de Nederrijn is helaas heel weinig op deze site te vinden, ook al is de opstelling van 46 RI en de afdeling van 22RA mijns inziens wel relevant voor de slag.

Het verbaast mij enorm dat wij slechts een enkele afdeling 7-veld (12 stukken) in de Betuwe plaatsten op zodanig een positie dat deze effectief zeer kort voor de Berg kon schieten. Uit het boek van overste Brongers blijkt al dat er diverse succesvolle vuurovervallen werden gepleegd op de Duitsers aan de voet van de berg en in de Blauwe Kamer. Het is mijns inziens volkomen onaannemelijk dat de Nederlandse artilleriecommandanten en hogere legercommandanten niet vooraf bekend waren met het feit dat men moeilijk vuursteun kon geven vlak voor de berg vanuit de Grebbelinie. Deze vuursteun moest dus komen van of houwitsers noordelijk van de berg of artillerie uit de Betuwe. Zij hadden de relatief stijle Grebbeberg niet als obstakel. Bovendien kon de artillerie uit de Betuwe nog eens "op zicht" schieten omdat de stoplijn in de Betuwe net zuidelijk van de Berg lag, en de frontlijn (die nimmer werd doorbroken en bezet bleef) ter hoogte van de Blauwe Kamer lag. Waarneming bleef hier mogelijk, wat bleek op 12 en 13 mei uit succesvolle artillerievuren (op zicht gegeven - niet op aanvraag van de 4e divisie). Het voordeel van zichtvuur is dat de verbindingen geen obstakel meer vormen (zolang de verbinding tussen waarnemer en artilleriepost maar in orde zijn - en dat waren ze in de noordelijke Betuwe) en dat waarneming van effect en dekking optimaal zijn.

Overwegend dat wellicht niet geheel is voorzien dat alle verbindingen op de Grebbeberg al zo vroeg werden uitgeschakeld kan men nog enigszins (met heel veel moeite overigens) voorstellen dat men de effectiviteit van artillerie uit de Betuwe niet vooraf had kunnen voorzien. Maar dan bevreemd het dat niet tijdens de gevechtshandelingen verplaatsing van enkele batterijen heeft plaatsgevonden naar het noorden van de Betuwe. Hetzij vanuit het vak van 44RI, hetzij van artillerie uit de rug van de Grebbelinie. Onderdelen van 46RI werden ook tijdens de gevechten uit de Betuwe naar de Grebbelinie getrokken, dus de mogelijkheid was er. Desnoods had men via Tiel kunnen omtrekken.

Het is mijns inziens onverklaarbaar dat dit alles niet is gebeurd. Ik heb al vaker geargumenteerd dat de artilleristische visie van de hogere Nederlandse artillerie- en verbandencommandanten mijns inziens (grosso modo) slecht is geweest. De opleiding aan de Ecole de Guerre (en de Franse WOI instelling) kan hiervan niet de schuld worden gegeven, want in de Franse doctrine werd juist zo duidelijk gemaakt dat artillerie de sleutel is tot een succesvolle inzet van infanterie - en decimerend kan zijn voor de aanvaller in open terrein. Het is mijns inziens te wijten aan gebrekkig inzicht aan Nederlandse kant bij de slag om de Grebbeberg. Immers de aanvallen bij Scherpenzeel en Ochten, alsmede de effectieve vuursteun bij Kruiponder op 11 mei, geven al aan wat een goede artillerieondersteuning kan opleveren.

Het komt op mij over dat in de Betuwe een kans werd gemist om effectieve vuursteun te kunnen geven aan het Hoornwerk en de rest van de frontlinie (en voorposten), alsmede later, om de Duitse logistieke trein - essentieel voor een aanvallend leger - grondig te onderbreken. Twee afdelingen artillerie in plaats van een afdeling hadden hier een groot verschil kunnen maken. Men had elkaar kunnen afwisselen en kunnen wisselen van opstelling. Het had zeker een belangrijk effect kunnen hebben op de Duitse aanval op Rhenen.
» Dit bericht is geplaatst op 1 februari 2004 18:32
(redactie)
Totaal berichten: 629
Allereerst de plaatsing van de artillerie in de Betuwe.

2 - 22RA, in een stelling West van Ochten, verleende directe steun aan 44RI. Men moest bovendien Brigade B kunnen steunen tot de lijn Afferden - Beesd.
3 - 19RA, in stelling ten Noorden van Ochten ( tussen de Linge en de spoorlijn ) was belast met " algemene " opdrachten, maar toch voornamelijk georienteerd in het vak - Ochten.
1 -22RA stond in stelling NW van Kesteren en moest directe steun geven aan 46 RI.Tevens moest men de 4e divisie kunen steunen tot de lijn pl. 46 aan de Rijn - Kruiponder. Omgekeerd kon de 4e divisie het vak - Kesteren steunen met een afdeling van 15 HW en een afdeling 7 veld.

Waaruit heeft de artillerie-ondersteuning vanuit de Betuwe aan de verdedigers van de Grebbeberg in de meidagen bestaan? ( ik neem de steun van mortieren en zware mitrailleurs " mee.")

11 mei.
Op verzoek van Van Loon ( c. 4e divisie ) gaf 1 - 22RA van 19.47 tot 19.57 afsluitingsvuur af voor de Grebbeberg ( in het Stafwerkrelaas over de Grebbeberg zelf wordt dit vuur overigens aangeduid als stormvuur voor het Hoornwerk en wordt verteld dat het niet duidelijk was op wiens vezoek dat is afgegeven ).
Toen in de loop van de avond bericht kwam van Van Loon dat de voorposten gevallen waren werd MC - 1 - 46RI naar de Rijndijk gedirigeerd met front Noord tussen de voorposten en de viersprong ten ZO van het Veerhuis. Deze opstelling ( die niet was voorbereid door opstellingen in de dijk / daarop attendeerde C - MC C 46 - RI ) werd gedurende de nacht ingenomen.

12 mei.
In de avond vroeg C. - Brigade A aan kolonel Van Loon in hoeverre steun zou kunnen worden erleend. De laatste deelde mee dat eigen roepen op de Grebbeberg minstens tot de Koningstafel waren teruggetrokken. Afgespproken werd de volgende steun:
1. vuur van MC - 1 - 46RI op e Noordelijke Rijnoever.
2. vuur van 2 secties van 46 C. mortieren op de voorrand van de Grebbeberg.
3. vuur van 1 - 22RA op die voorrand en op doelen ten Oosten van de Grebbeberg, met name op de kunstweg Rhenen - Wageningen, op de Grebbedijk ( de N. Rijndijk ) en op de uiterwaarden. Al om 16.00 uur had 1 -22RA trouwens al opdracht gekregen voor de voorbereiding van een vuur in het vak van de 4e divisie tussen de Grebbesluis en de stoplijn van 8 RI. Of dat ook is afgegeven heb ik niet kunnen achterhalen.

C. - Brigade A kreeg ook bericht van de te ondernemen TEGENaanval en zegde daarbij steun van artillerie en mortieren toe. De moeilijkheid was dat niet nauwkeurig aangegeven kon worden hoe ver de Duitsers waren opgerukt. Ook omtrent het vernielen van de spoorbrug bij Rhenen werd overleg gepleegd. Van Loon wenste die vernieling nog niet, omdat hij succes van de tegenaanval verwachtte. Hij liet door het brugdetachment 9 van het bataljon spoorwegtroepen de brug voor GEWOON verkeer inrichten, wat onder artillerievuur is uitgevoerd.

13 mei.
1 - 22RA kreeg om 4.40 uur opdracht van de BAC ( voor niet-ingewijden: Brigade- Artillerie- Commandant ) het terrein Oost van de Grebbeberg tussen kunstweg en Grebbedijk te " bewaken " met machtiging tot zelfstandige vuuropening op " ogenbliksdoelen. " Van 5.40 tot 5.45 werd ingeschoten en om 6.15 werd met succes uitwerkingsvuur afgegeven op waargenomen infanterie, die de vlucht nam. Om 5.00 uur was 100 meter ten Noorden van de steenfabriek ten Noorden van de Rijn, ZO van Den Dooven, Duitse artillerie in stelling gekomen. Daarop werd met 1 batterij van 1 - 22RA vuur afgegeven en om 8.40 uitwerkingsvuur, ditmaal met 2 batterijen. Een kolonne paarden en voetuigen nam daarop de vlucht. Later nam men kolonnes waar bij Wageningen, die echter door de grote afstand en de opkomende mist niet konden worden beschoten.
Door MC - 1 - 46RI werd intussen op alles geschoten, wat zich ten Oosten van de Grebbeberg bevond, nadat er eerst aan was getwijfeld of het allemaal wel DUITSE doelen waren ( zo was b.v om 8.30 de melding gedaan dat men EIGEN artillerie ten Oosten van de Grebbeberg had gezien ).
Om 14.17 werd door de BAC ( men zag dat de wanorde ten Noorden van de Rijn toenam ) aan 1 - 22RA opgedragen enige storende vuren af te geven op de Grebbeberg, waaraan om 15.07 werd voldaan. Om 15,38 beschoot een batterij van 1 - 22RA een vijandelijke batterij bij de stennfabriek bij de Blauwe Kamer.
1 -22RA heeft ook, na frontverandering, vuur uit gebracht op het Noordelijke landhoofd en de spoorbrug, welke laatste om 19.15 uiteindelijk kon worden venield.
OOk C. - 2(!) - 22RA heeft opdracht gekregen om Rhenen en de spoorbrug te beschieten, waar slechts door 1 sectie aan kon worden voldaan.

Resumerend: er zijn door de 4e divisie en Brigade A wel afspraken gemaakt over wederzijds te geven flanksteun. Maar ( als je afziet van MC-1-46RI ) feitelijk alleen 1 - 22RA ( en dus ook enigzins 2 - 22RA in een laat stadium ) heeft die steun inderdaad verleend. Je moet daarbij natuurlijk wel in aanmerking nemen dat men in de Betuwe ook te maken had met een daar frontaal aanvallende tegenstander, die met name in de Zuidelijke sector opdrong. Een kritische noot van Nierstrasz ten aanzien van de mate van artilliesteun uit de Betuwe aan de 4e divisie heb ik niet kunnen vinden.
» Deze reactie is geplaatst op 2 februari 2004 12:52
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Hajo, mooie details ten aanzien van deze zaak. We kunnen daaruit concluderen dat de batterijen van 22RA succesvol konden bijdragen aan de slag, en vermoedelijk intensiever dan de batterijen achter de berg. Ze hadden het voordeel van zichtdoelen en waarneming van vuurdekking.

Leuk detail is als je spreekt over MC-I-46. Je zegt daar dat men op 13 mei (rond 8.30 uur) eigen artillerie ziet oost van de Grebbeberg. Zo'n conclusie kunnen ze eigenlijk alleen maar trekken als de stukken oostwaards rijden of oostwaards zijn gericht. Wellicht zijn het dus de gevluchtte artilleristen van de Duitse batterij die ten noorden van de Steenfabriek om 8.40 door 22RA is beschoten en op de vlucht slaat.

Ik denk dat we tot dezelfde conclusie komen dat artillerievuur vanuit de Betuwe niet allen effectief was (en lag) maar tevens veel effectiever had kunnen bijdragen aan de slag als er tenminste nog een afdeling had gelegen. Zo zou een of meer batterijen 10-veld, die een effectieve dracht van 16 km hadden (7 veld slechts 9,500 mtr) prima iets zuidelijker in de Betuwe hebben kunnen staan en daarmee drie accesgebieden kunnen dekken. Namelijk Octen, Opheusden en Rhenen. Dat is tactische inzet van je artillerie. Ze zouden dan niet als primaire batterijen fungeren maar als "bonus" bij stormvuren. Daarbij moeten we niet vergeten dat 75 mm munitie niet bijster veel uithaald. Het 50% zwaardere kaliber 10-veld (105 mm granaat was exact twee maal zo zwaar als die van het 75 mm kanon) had beslist meer uitwerking gehad. En door het verlengen van het effectief bereik van het geschut en het feit dat men vanuit de Betuwe een pracht (zicht op het) schootsveld had voor vlakbaangeschut (en vanuit de Grebbelinie vrijwel nergens) was dit nog meer reden geweest voor de hogere commandanten dit te overwegen. En het mooiste was dat men vlak voor de Berg vuur uit kon brengen. Met de mortieren (max dracht 3,750 m) waarschijnlijk zelfs tot aan de entree van de Holle Weg.

Dank voor je aanvulling Hajo!
» Deze reactie is geplaatst op 2 februari 2004 17:39
Totaal berichten: 1
Behalve genoemde vuursteun is van " Betuwe-kant " ook steun gegeven in de vorm van het reserve-bataljon 1 - 46 R. Dit bataljon is met het Ingensche Veer de Rijn overgezet en heeft een rol gespeeld bij het " "bemannen " van de ruglijnstelling in Rhenen.

Hoe zat het met de Noorderbuur van de 4e divisie?
Ook van die kant kreeg men steun.

Aanvankelijk zou de tegenaanval bij de Grebbeberg worden uitgevoerd door 2 bataljons van de 2e divisie: 1 - 20RI en 2 - 11RI. Die aanval ( uitgedacht door de CV=Commandant Veldleger ) zou worden geleid door kolonel Barbas, commandant van de 2e divisie.
2 - 11RI was een van de reserve-bataljons van de 2e divisie, 1 - 20RI behoorde officieel tot het 4e Legerkorps en vormde ( in Woudenberg gelegerd ) het " verbindingsdetachement " tussen beide legercorpsen. Door de CV ( die als enige dit bataljon mocht verplaatsen ) werd het ter beschikking gesteld van kolonel Barbas. Misschien dat overste Brongers in Grebbelinie 1940 het daarom heeft ( begrijpelijkerwijs ) ingedeeld bij de 2e divisie.
De tegenaanval in deze vorm ging echter niet door omdat generaal Harberts het bevel van de CV "annuleerde". In de daarna gewijzigde opzet van het aanvalsplan behoorde 1 - 20RI opnieuw tot de deelnemers. 2 - 11RI werd eveneens naar de Grebbeberg gedirigeerd en vulde daar het " gat " op in de afgrendelingssteling tussen paal 25 en Achterberg. Een groot succes werd dit laatste echter niet. Heel pijnlijk was ook het " afzetten " van de commandant door ritmeester Van der Voort van Zijp van 2 - 3RH.
Naast deze infanteriebataljons werd ook nog 2 - 4RA ter beschikking gesteld van de 4e divisie, ter ondersteuning van de tegenaanval. Daarvoor was een frontverandering noodzakelijk. Ook 1 - 4RA was aanvankelijk " overgeheveld ", maar bleef uiteindelijk onder de 2e divisie.

Of die 2e divisie meer had kunnen en moeten doen?

Volgens generaal Harberts kennelijk niet. Hij wijst namelijk op de toegenomen Duitse activiteit in het " voorveld " van de 2e divisie.
In verband daarmee staat ook een van zijn bezwaren tegen de opzet van de tegenaanval van de CV. Daarbij zouden namelijk zowel de commandant van de 2e divisie ( Barbas ) als 2 van zijn regimentscommandanten uit hun eigen vakken zijn gehaald en zijn ingezet in dat van de 4e divisie. Daar staat dan weer tegenover dat Harberts die Duitse bedreiging toch ook weer niet zo hoog inschatte, getuige het feit dat hij een " nieuwe " reserve ( de oude was immers opgebruikt ) voor de 2e divisie niet echt nodig vond. Zo'n nieuwe reserve was mogelijk geweest, omdat inmiddels 2 bataljons en een afdeling artillerie van het 4e Legerkorps beschikbaar waren gekomen. Daarvan is geen gebruk gemaakt, een van deze bataljons is zelfs weer teruggestuurd ( was er dus kennelijk al ).
» Deze reactie is geplaatst op 2 februari 2004 18:51
(redactie)
Totaal berichten: 846
Volgens mij is I-46 R.I. via de spoorbrug op Rhenens grondgebied gekomen, niet via een veer. Die waren toch allemaal al uitgeschakeld?

Het is mij inderdaad ook niet goed duidelijk waarom niet meer troepen van onderdelen ten Noorden van de Grebbeberg (o.a. 10 R.I.) zijn aangetrokken.
» Deze reactie is geplaatst op 2 februari 2004 19:25
P. Kippers
Geachte heer Groenman
Op basis van het stafwerk heeft u geheel gelijk aangaande de artillerie welke aanwezig was in de Betuwe. Echter volgens het stafwerk was ook rivierbatterij nr. 1 aanwezig. Bestaande uit drie stukken 7 l.40 met stalen schild. Volgens Nierstrasz heeft deze batterij ondermeer op 12 mei de pont van Ochten onder vuur genomen en tot zinken gebracht. Op 13 mei omstreeks 13.00 uur heeft deze batterij in samenwerking met II-22RA en III-19 RA een zestal Duitse schepen onder vuur genomen. III-19 RA kon geen vuur afgeven vanwege gebrek aan waarnemingsmogelijkheden. (zie blz 579).
Mogelijk draagt dit iets bij.
» Deze reactie is geplaatst op 2 februari 2004 21:54
(redactie)
Totaal berichten: 629
Heer Kippers, dank. Ik heb het Stafwerk noodgedwongen voor een deel gecopieerd en helaas blijken de bladzijden 579 en 580 te ontbreken. Waarschijnlijk omdat ik dacht dat het om fotopagina's ging.

Verder: 1 - 46RI was als reservebataljon gelegerd in en bij Ingen.
Dat men gebruik maakte van genoemd Veer ontleen ik aan het Stafwerk 3C. De oversteek vond op de 12e plaats. Zelf heb ik eerst ook gedacht aan de Rhenense spoorbrug, omdat dat voor de hand lag. Dat schijnt dus niet zo te zijn. Op dezelfde dag vond overigens ook de oversteek plaats van de bataljons van Brigade B, verder stroomafwaarts. Kennelijk waren op die datum allerlei veren dus nog in gebruik. Misschien waren ze allemaal uitgeschakeld op de 13e? Ik zou dat nog eens moeten nazien.
» Deze reactie is geplaatst op 3 februari 2004 00:03
(redactie)
Totaal berichten: 629
Correctie: niet alle bataljons van Brigade B zijn met " veren " de Rijn overgestoken. Dat gold b.v wel voor 1 - 29 RI, maar weer niet voor 1 - 24 RI, dat gebruik maakte van een pontonbrug.
» Deze reactie is geplaatst op 3 februari 2004 00:14
P Kippers
Beteffende 1-46 RI het volgende:
´s Morgens waren (wederom volgens Nierstrasz) enige officieren en 70 man te Lienden aangekomen. Deze hadden op eigen gezag de stelling aan de spoorbrug te Rhenen verlaten. (blz 582)
Om omstreeks 16.30 kwam over het Ingensche Veer C.1-46 RI en 3-I-46 te Ingen aan. Laatst genoemde compagnie bestond nog uit twee secties.
Het veer is daarna losgemaakt, met gevolg dat de 1e compagnie niet meer over kon steken.
» Deze reactie is geplaatst op 3 februari 2004 00:40
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
De rivierbatterij bij Ochten doet niet ter zake. Deze batterij, bestaande uit oud marinegeschut, werd slechts ingezet als riviergeschut om eventuele Duitse marineacties te blokkeren.

Waar gaat het om bij dit onderwerp? De steun die de Betuwe bezetting kon geven aan de Grebbeberg. De rivierbatterij stond in de Zuid-Betuwe en kon dus niets uitrichten tegen de Grebbeberg. De drie afdelingen van 22RA en 19RA hadden in theorie alle drie kunnen worden ingezet tegen de Grebbeberg. Daarmee was echter het zuidfront van de Betuwe verstoken geraakt van directe artilleriesteun, wat minder wenselijk was (zoals later bleek uit de afgeslagen Duitse aanval bij Ochten). De rivierbatterij was gefixeerd en hoort als zodanig niet bij de artillerie eenheden welke in case bedoeld worden.

Feit blijft dat het onverklaarbaar is dat niet meer gebruik is gemaakt van de mooie artillerie posities in de Betuwe ten faveure van ondersteuning van de Grebbeberg.
» Deze reactie is geplaatst op 3 februari 2004 02:26
(redactie)
Totaal berichten: 629
Heer Kippers

Ik heb nog eens nagelezen wat U zegt over de 2e en 3e compgnie van
1-46RI. Oorspronkelijk had ik het over de overtocht vanuit de Betuwe naar Rhenen op 12 mei, uw passage betreft de TERUGtocht, na de val van de spoorweg/ruglijnstelling op de 13e. Het bewijst echter wel dat ook op 13 mei nog " veren " dienst deden.

De rivierbatterij, die u noemde ( die van kapitein Van Iterson )kon ik eerst even niet plaatsen. Ik was nl. volkomen gefixeerd op de Noordflank van de Betuwestelling in verband met de steunacties aan het front bij de Grebbeberg. Mij was onbekend dat er een rivierbatterij aan de Zuidoever van de Rijn zou hebben gelegen, wel bekend daarentegen , dat er een te vinden was op de Noordoever, meteen onder de Grebbeberg.
Natuurlijk bedoelde u de WAAL en niet de Rijn. Ik mis weliswaar, zols gemeld,de betreffende bladzijden van het stafwerk, maar herinnerde me opeens weer dat ik uw verhaal over die 6 Duitse vaartuigen al kende uit Grebbelinie 1940 van overste Brongers.
Overigens is genoemde rivierbatterij, zoals Allert opmerkt, niet echt relevant in verband met het door hem aangedragen onderwerp.Maar dat is op zichzelf ook weer geen probleem.
» Deze reactie is geplaatst op 3 februari 2004 13:39
P. Kippers
Heren,
U heeft beiden volkomen gelijk. De rivierbatterij is niet relevant in de casus. Is de kopie van het stafwerk verder wel compleet?
T.a.v. 1-46 RI had ik iets beter moeten lezen.
Ligt het antwoord van de casus niet verscholen in het stafwerk. Wanneer men de hoofdstukken leest m.b.t. het gebruik der artillerie dan zie je duidelijk de fouten die gemaakt worden.kansen die men laat liggen. Daarvan uitgaande ligt het voor de hand dat er van andere kansen (Betuwe) helemaal geen gebruk gemaakt wordt aangezien dit niet nodig werd geacht;ondanks het succesvolle vuur op het Hoornwerk. Mogelijk is deze discussie reeds gevoerd, hiervan ben ik echter niet op de hoogte. Mijn visie is misschien ook kort door bocht. Dat hoor ik echter graag van u beiden.
» Deze reactie is geplaatst op 3 februari 2004 16:14
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Ik denk dat het stafwerk (wat ik ervan ken) en alle andere documenten en geschriften nogal gematigd kritisch zijn over bepaalde inzichten (of omissie daarvan) van de hogere legerleiding en veldcommandanten.

De verslagen van de strijd geven veel staaltjes van individuele moed weer, soms van grotere groepen onder bezielende leiding. Ik vind zelf dat er wel wat meer eerlijke kritiek mag zijn op deze en gene, met name wat betreft tactische beslissingen.

Vaak heb ik al aangegeven dat ik vind dat de artilleristische tactiek mijns inziens ver onder de maat is geweest. Zowel voor als tijdens de strijd. Datzelfde geldt voor de inzet van bijvoorbeeld mortieren. Zo hadden onze Huzaren op de Veluwe bijvoorbeeld beschikking over mortiersecties, terwijl zij alleen een taak hadden in het stellen van versperringen / opblazen van bruggen en gewapende verkenning. Mortieren, schaars in ons leger (6 mortieren per regiment), horen daar niet bij te zijn ingedeeld. Dat afgezet tegen het feit dat we op de Grebbeberg, mortiergebied bij uitstek, slechts 6 tot 12 mortieren hadden, is onbegrijpelijk. Als we daar het handboek voor de officier (voor veldoefening) bijpakken dan zien we waarom. Het mortier werd gezien als een wapen wat alleen moest worden gebruikt bij een vijand die onbereikbaar was voor vlakvuur (machinegeweren en geweren) en bij de stormvuur (vuur van alle ter beschikking staande infanteriewapens). Nergens wordt vermeld dat de mortier bij uitstek geschikt is in bosrijk gebied (vanwege obstakels kan immers slecht vlakschietend geschut of handvuurwapens ingezet worden) of glooiend gebied. De parameter rond de Grebbebrug was bij uitstek een prima doelwit voor mortieren, ook (en vooral) na het vallen van de frontlijn. Artillerie kon er amper bij.

Zo zijn er discussies te voeren over het afvoeren van houwitsers in de morgen van 10 mei ten faveure van het front bij Leiden, de manouvres der reserves en het feit dat het noordelijk deel van de Grebbelinie zwaar bezet bleef terwijl het zuiden op instorten stond. Ook het feit dat de Holle (of Grebbe) Weg amper versperd was en helemaal geen vuurdekking kreeg is een blunder van jewelste. De verdediging van het Hoornwerk, maar vooral de tweede echelonsdekking ervan alsmede van de brug over de Grift was ver, heel ver beneden pijl. Het feit dat het munitiedepot (alsmede de commandant) van het Hoornwerk achter de stoplijn lagen is een opvallend detail. En waarom hadden de voorposten de beschikking over de enige draadloze radio, en niet juist het Hoornwerk wat cruciaal was voor de verdediging van de toegang van de Berg? Toch niet omdat de voorposten via de radio de aanval van de Duitsers bekend moesten maken?

We kunnen uren doorgaan met het stellen van kritische vragen over met name de tactische indeling van de Grebbeberg en haar bezetting. Ik vind dat deze op vrijwel alle punten ondermaats was. Daarnaast was de munitie-aanvoer op punten slecht (mortieren hadden slechts 600 granaten per vuurmond - genoeg voor een halve dag intensief vuur - sommigen soldaten (die van M20 groepen) hadden slechts 40 patronen voor hun karabijn), hadden loopgraven en commandoposten geen reserveonderdelen, amper voedselvoorraden (die men elders in het land vaak wel had - standaard in kazematten), geen water (voor drank en koeling van MG's), geen (staf)kaarten, geen loopgraafkijkers (periscopen), vrijwel geen seinpistolen, vaak geen handgranaten (voorraad was er relatief genoeg - het Nederlandse leger bezat 300,000 aanvalshandgranaten en 330,000 verdedigingsgranaten) en vrijwel geen verrekijkers. Het was niet zo dat dit alles structureel niet aanwezig was - men had er simpelweg niet bij stilgestaan dat met name de voorraden munitie en water wel eens lastig aan te voeren zouden zijn tijdens de strijd (ondanks de verwachting van felle artilleriebeschieting - waar men overigens ook de stellingen niet voor had aangelegd!). Ook waren er in de depots bij de Berg voldoende handgranaten - ze waren alleen niet gedistribueerd aan alle onderdelen. Voedselpakketten werden elders in het land in de kazematten opgeslagen. De bezetting kon er enkele dagen op leven, op de Grebbe ontbraken ze. Kaarten van het stellingengebied waren uiterst schaars, het lager kader wist niet eens hoe de belendende stelling eruit zag, laat staan wat frontlinie, stoplinie en ruglinie inhield. Dit alles (en nog veel meer) kan niet worden geschaard onder de noemer "resultaat van het gebroken geweertje" maar vooral als gebrek aan inzicht en leiding bij de hogere officieren. Stafwerk, en alle geschriften over de meidagen zijn hier zeer beperkt kritisch over. Men spaart de kool en de geit. Te eenvoudig wordt naar de politiek gewezen als enig schuldige. Terecht in veel gevallen, maar bovenstaande geeft al aan dat juist het lokaal initiatief en inzicht bepalend is in veel gevallen. Neem het besluit de soldaten bij Moerdijk niet van scherpe munitie te voorzien, terwijl elders dit wel het geval was. Een prachtig voorbeeld van (gebrek) aan inzicht bij een lokale commandant.

Ik zal maar ophouden - anders pen ik zo dit forum vol. Duidelijk is dat ik vind dat de kool en de geit nogal worden gespaard en dat dit niet handig is. Hierdoor ontstaat geen getrouw beeld. Belangrijk is wel zaken in juist perspectief te blijven zien. De jaren 20 en 30 hadden ons leger gedecimeerd en slecht geoefend en uitgerust achtergelaten, de middelen waren overal onvoldoende en de prestaties daaraan afgemeten bovengemiddeld. Het is niet mijn bedoeling zwart te kijken, daarvoor heb ik ook veel te veel respect voor het gepresteerde. Maar velen, heel velen die schrijven of publiceren over de meidagen hebben een te romantische visie en zijn spaarzaam kritisch ingesteld. Dat is hun goed recht, maar of ze daarmee recht doen aan de werkelijkheid is een tweede ...
» Deze reactie is geplaatst op 3 februari 2004 19:24
(redactie)
Totaal berichten: 629
Aan de ene kant kun je stellen dat kritiek vanachter de burotafel gemakkelijk is, aan de andere kant is het natuurlijk gewoon reeel om te constateren, dat er ook door de militaire leiding " koeien " van fouten zijn gemaakt, die niets te maken haden met een falende en kortzichtige politieke leiding. Teveel wordt ( even gemakkelijk ) afgeschoven op deze laatste categorie.
» Deze reactie is geplaatst op 4 februari 2004 00:24
(redactie)
Totaal berichten: 629
O ja, het stafwerk is verder compleet.
En nee, uw visie lijkt me niet te kort door de bocht.
Te midden van al het andere verbaast dit niet echt.
Er zijn heel wat kansen blijven liggen ( al zou dat de einduitslag nooit beslissend beinvloed hebben ).
» Deze reactie is geplaatst op 4 februari 2004 00:30
P. Kippers
Wat is uw mening over het stafwerk?
De militaire spectator heeft hier uiteraard aan ten grondslag gelegen. Deze is in bezettingstijd verschenen en kan als enigszins gekleurd worden aangemerkt. Echter de zogenaamde Groene Serie is na de oorlog geschreven op basis van de gevechtsverslagen en kan dus goed als bron gebruikt worden. De gevechtsverslagen zijn uiteraard de basis. De Groene Serie is vaak niet rechtstreeks met haar kritiek. Daartegenover staat wel dat de gemaakte fouten duidelijk aan het licht komen. Met name de top wordt aan kritiek blootgesteld. Bijvoorbeeld inzake de casus (artillerie) worden met name Harberts en van Loon beoordeeld en krijgen zij flinke kritiek te verduren. Zie hiervoor de handelingen van artillerie in het stafwerk.
Ik ben het met de heer Goossen eens dat de meeste verhandelingen inzake de mei-oorlog in het algemeen en de Grebbestrijd in het bijzonder enigszins geromantiseerd kunnen zijn. Er zijn echter enkele werken die daar boven uitspringen. Zoals het bijvoorbeeld het Stafwerk en de boeken van Kol. Brongers.
» Deze reactie is geplaatst op 4 februari 2004 01:21
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Heer Kippers, ik denk dat we het grotendeels eens zijn. Puntje van aandacht is wellicht toch uw kwalificatie van stafwerk en het werk van overste Brongers.

Ten aanzien van het stafwerk neem ik een bescheiden positie in, omdat ik niet de gehele inhoud ken. Wel durf ik te stellen dat selectief met verslagen is omgegaan, dat mijns inziens in sommige gevallen bijzonder weinig naslag en speurwerk is verricht en dat veel prominente zaken zeer divers (zelfs) door ooggetuigen worden verslagen. Hajo Groenman en ik hebben naar aanleiding van een vraag over het lot van de twee (lang vermiste) ordonnansen Krouwel en Van Setten eens onderzoek gedaan naar de vermoedelijke route die deze twee mannen zouden hebben moeten volgen. We kwamen daarbij langs de tegenaanval door Jacometti. Toen we vervolgens alle verslagen over de tegenaanval (en prelude) bestudeerden kwamen we tot de verrassende ontdekking dat de route die gevolgd is bepaald niet eenduidig door de participanten is opgenomen in hun verslagen. Zo zijn er die stellen dat men over de Heimersteinse Laan optrok, anderen die stellen dat men door het open roggeveld trok. Veel doden werden op het roggeveld geborgen, maar de stelling (van o.a. Nierstratz en Brongers) dat de gehele aanval over het roggeveld werd geleid blijft bestrijdbaar. Het is bepaald niet onaannemelijk dat de linkergroep inderdaad over de Heimersteinse Laan optrok. Thans wordt in het stafwerk echter alleen gesproken over een beweging door en over het roggeveld. Dat zijn van die nuances die interessant waren geweest om te worden onderzocht. Tevens melden tenminste twee rapporten de aanwezigheid van Duitse pantserwagens op de Grebbeberg ter hoogte van de begraafplaats ten tijde van de Duitse clash met de groep Jacometti, en wel op de Grebbeweg. Brongers meldt dit ook in zijn boek. Ik durf te stellen dat er gerede twijfel is om zomaar klakkeloos aan te nemen dat die wagens er waren. Allereerst omdat de Duitsers om 17.00 uur pas 3 uur over de Grift waren. De brug bij de Grift lag daarna nog een redelijke tijd onder vuur van infanterie wapens en (naar verluid) van zwaardere wapens. Een stevige noodbrug bouwen in drie uur tijd - onder vuur - zou dus wel erg knap zijn geweest van de Duitsers. De foto's van sturmmann (en pionier) Kopke tonen aan dat ruim na de inname van de brug men nog rustig de vernielingen staat te inspecteren - dit kan nooit om 14.00 uur zijn geweest, want toen werd de brug nog beschoten. Ten tweede omdat het optrekken door licht gepantserde wagens op de nog ruim door Nederlands bezette berg vragen was om uitschakeling. Ten derde omdat tot 21.00 uur een tweetal secties (vier stuks) 6-veld kanonnen opgesteld stonden bij Ouwehand Dierenpark op de Grebbeweg, en deze beslist waarneming hadden gedaan van die pantserwagens als ze daar waren geweest. Vanaf Ouwehand is de weg in de flauwe bocht bij de begraafplaats duidelijk waarneembaar. Tenslotte is het bijzonder vreemd dat de troepen in de zuidelijke stoplijn, die om 17.30-17.45 nog een "tegenaanval" deden op het gehele vak zuid van de Grebbeweg geen enkele waarneming van pantserwagens melden. Daarvoor - toen zij nog in de loopgraaf zaten met deels zicht op de weg - werd ook geen waarneming gedaan. Toch worden deze pantserwagens in het werk van overste Brongers met stelligheid gemeld (ik heb de overste hier al over aangeschreven - het is dus geen kritiek achter zijn rug) terwijl het aannemelijk is dat ze er nooit waren. Het zou ook veel logischer zijn geweest - als er al pantserwagens aan de overkant kwamen - ze in te zetten tegen het noordelijk deel van de Grebbeberg waar men al spoedig meer manouvre-ruimte kreeg. Dit gebeurde echter alleen aan de overkant (Wageningse kant) van de Grift waar er ook nog eens een werd uitgeschakeld door een PAG.

Het is dus zeker niet zo dat het Stafwerk en het werk van Brongers onbevooroordeeld zijn. Ik ben een groot bewonderaar van Brongers zijn werk, en heb de grootste waardering daarvoor. Maar ik zie wel dat de overste een zekere chauvinistische saus heeft gegoten over sommige gebeurtenissen. Daarentegen excelleren anderen (zoals De Jong, Kamphuis en Amersfoort) soms in wel erg nuchtere of zwarte scenario's ten aanzien van de Nederlandse prestaties. In feite is alleen het werk van Amersfoort en Kamphuis officieel van wetenschappelijk karakter voor zover ik weet. De Jong gaat veel te oppervlakkig in op de materie om hem hierin wetenschappelijk te noemen. Alle overige geschriften zijn populair (Vinke, Veenhof, enz.) of populair-wetenschappelijk geschreven. De Stafwerken zijn in feite een extract van de inventaris van gevechtsverslagen, waarbij echter mijns inziens soms wel selectief te werk is gegaan Desondanks kan een ieder aan de hand van het Stafwerk en het register bij het IMG zelf zijn conclusies verbinden aan de verslagen, en in die zin is het Stafwerk buitengewoon waardevol. Zonder dat waren we nergens!

Resumerend durf ik te spreken dat wij (Hajo - ik mag toch namens "ons" spreken in deze - corrigeer me als het niet zo is) bij enkele zaken wel zo onze eigen nuances aanbrengen, of althans een reserve behouden t.o.v. het tot op heden gepubliceerde. Daarnaast - en nu spreek ik weer voor mezelf - vind ik de strategische, maar vooral tactische analyses tot op heden beperkt en soms zeer ver gezocht of gekleurd geanalyseerd. Zoals eerder opgemerkt - de kool en de geit worden nogal gespaard. Alleen zondebok Harberts krijgt er echt van langs - maar die was al afgeschreven door iedereen (deels absoluut onterecht mijns inziens). Kortom - genoeg interessante materie voor de amateur (en beroeps) krijgshistoricus met een passie voor de Grebbeslag!
» Deze reactie is geplaatst op 4 februari 2004 03:09
(redactie)
Totaal berichten: 629
Het Stafwerk is absoluut een gedegen stuk arbeid. Je krijgt absoluut bewondering voor Nierstrasz c.s, die zich door die enorme berg van gegevens heen hebben moeten werken en er een overzichtelijk geheel van hebben kunnen maken.
Jammer alleen dat het ( nog ) niet mogelijk was meer Duitse gegevens te verwerken.
Wat betreft de geraadpleegde verslagen: ook die zijn in bezettingstijd geschreven en daardoor toch ook enigzins gekleurd. Minder fraaie staaltjes van Duits optreden, die wel degelijk ook een rol hebben gespeeld, tref je er b.v niet in aan. Veel verslagen zijn trouwens ook weinig samenhangend. Maar al met al is het natuurlijk toch goed geweest ze niet lang na de meioorlog te laten schijven.

Wat betreft het werk van overste Brongers: ik deel de mening van Allert volledig. Inspirerend en onmisbaar, maar ook geschreven vanuit de drang tot rehabilitatie van het Nederlandse leger ( op zichzelf overigens een goede zaak ) en daardoor toch teveel gericht op wat goed ging ( en dat was nog een heleboel ) en dus niet geheel evenwichtig. De overste kent onze mening en ook onze waardering voor zijn pionierswerk.
» Deze reactie is geplaatst op 4 februari 2004 11:10
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Hajo, ik onderschrijf onmiddellijk wat je zegt over het respect voor Van Nierstratz. Zonder zijn intensieve arbeid, grotendeels tussen 1940 en 1943 verricht, hadden we een veel minder duidelijk beeld van de gebeurtenissen. Hij is - eerbiedig gezegd - de stamvader van alle geschriften over de meidagen en hem komt absoluut alle lof toe ten aanzien van de inventarisatie van de berg aan verslagen en het aanbrengen van systemathiek en analyse uit diezelfde berg.

Inderdaad zijn er kritieken geweest dat de verslagen een soort van impliciete censuur moesten ondergaan omdat zij in de oorlogsjaren onder auspicien van de Duitsers werden gearchiveerd. Maar ik meen dat vele aanpassingen na de oorlog plaatsvonden. Wat heel moeilijk zal zijn geweest voor Nierstratz is denk ik het filteren van waarheid en fictie, van plagiaat en authentieke belevenissen en van indekken van eigen en andermans prestaties. Verhalen als "zand in de munitiekisten" werden als een overlevering overgenomen door participanten. Als je het artikel leest wat Rutger van de week plaatste over de Marechaussee dan zie je ook weer die bekende opmerkingen van twee oud-strijders die "napraten". Opmerkingen als "het was een chaos" en "er zaten stenen in de munitiekisten" - kletspraat die men als een echo doorgaf. Ja - want waar is het geen chaos als er gevochten wordt? Dacht er iemand dat de "grundliche Deutschen" geen chaos kenden als ze in een strijd verwikkeld waren? Neem de reactie van de Amerikanen in december 1944 toen de Duitsers hen in de Ardennen verrasten - een complete chaos. En toch was dit een goed georganiseerd en geoefend leger. Oorlog is chaos, alleen wij kenden het niet. Het op juist gewogen wijze toepassen van een filter op dat soort algemene verhalen is een grote verdienste van Nierstratz geweest. Iets wat wij denk ik inderdaad niet mogen onderschatten. Kritiek die we hebben is dan ook kritiek in de marge van het enorme respect dat we hebben voor zijn prionierswerk - dus "hear, hear" Hajo - volledig eens!
» Deze reactie is geplaatst op 4 februari 2004 12:16
(redactie)
Totaal berichten: 629
Met dat pionierswerk bedoelde ik trouwens dat van overste Brongers.
Maar het geldt natuurlijk ook en eventueel nog meer voor Nierstrasz.
» Deze reactie is geplaatst op 4 februari 2004 17:08
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Hajo, ik begrijp dat je overste Brongers bedoelde, maar ik vind dat het echte pionierswerk door Nierstratz is gedaan. Op basis van die fundamenten werkt iedere historicus, amateur of professional, verder. Vandaar dat ik de merites van Nierstratz (in deze) wat krachtiger bezong. Neemt niet weg dat Brongers de krijgsgeschiedenis van Nederland in de meidagen consumeerbaar en toegankelijk heeft gemaakt voor een breed publiek - in die zin is zijn pionierswerk zeer te waarderen.
» Deze reactie is geplaatst op 4 februari 2004 17:50
(redactie)
Totaal berichten: 1.338
Overigens constateer ik telkens dat ik altijd "Nierstratz" blijf schrijven en dat het "Nierstrasz" is. Is uit gewoonte - ik had in de jaren 80 een Duitse vakantierelatie die zo heette en dat is blijkbaar erg blijven hangen ...
» Deze reactie is geplaatst op 4 februari 2004 17:53
» Dit onderwerp is gesloten
2554