|
Elke soldaat had een tenthelft waarmee hij samen met een maat een zogenaamd hondenhok kon maken. Deze tent wordt als volgt in elkander gezet:
Van elk der beide tentdoeken worden de span- of scheerlijnen uit de lussen in het midden van het doek gehaald; de beide doeken worden naast elkander uitgespreid, met een der randen van het ene doek een weinig over een rand van het andere doek en met de binnenzijde van de beide doeken naar beneden; de doeken worden langs de over elkander gelegde randen aan elkander vastgeknoopt, waarbij, wanneer de beschikbare tijd zulks toelaat, beide rijen knopen moeten worden vastgemaakt; de staanders worden in elkander gezet en met de pen door de boven elkander te houden gaten aan de hoeken van de samengeknoopte zijden gestoken; om elk der pennen wordt met een lus een spanlijn gelegd; het geheel wordt overeind gezet, en elke spanlijn wordt vastgezet aan een tentpen door het onderste oog; de doeken worden zijwaarts uitgehaald en vastgezet met pennen, welke door de touwstroppen aan den buitenkant van het doek worden gestoken.
Worden verschillende stellen tentmaterieel gebruikt, om hiermede één groote tent te maken, dan worden, voordat met het opzetten kan worden begonnen, eerst alle doeken aan elkander geknoopt, wederom aan beide zijden. Bij het aan elkander knoop en moet er op worden gelet, dat het regenwater steeds van het hooger liggende doek op het daaronder liggende kan afloopen, en het niet tusschen de doeken door naar binnen kan vloeien. In de met behulp van verschillende stellen tentmaterieel te maken tenten, moet steeds een organieke eenheid kunnen worden ondergebracht. De tenten moeten dus zóó groot worden gemaakt, dat zij ruimte bieden voor een of meer groepen, een halve of een heele sectie. De vorm van de tent moet bovendien steeds zoodanig worden gekozen, dat, met het oog op den waterafvoer, geen enkel tentdoek een horizontalen stand krijgt.
De gunstigste vorm van een tent voor een groep infanterie is een verlengd hondenhok. Deze tent bestaat uit vier vakken; in de binnenvakken kunnen tezamen zeven man worden ondergebracht, in elk van de eindvakken twee man.
Aangezien voor deze tent in totaal acht doeken nodig zijn, blijven voor grondbedekking slechts twee doeken over. De overige doeken, nodig voor het bedekken van den grond, zullen uit den reserve-voorraad moeten worden verkregen.
Bij een tent voor twee groepen zijn in totaal nodig vier vakken, dus twaalf tentdoeken, zodat voor grondzeilen wig tien doeken overblijven. Bij een tent voor een sectie infanterie zijn nodig zes vakken, met achttien doeken, zodat hierbij vijftien doeken voor grondzeil kunnen worden gebruikt. In deze tenten worden in de binnenvakken drie man, in de eindvakken twee man gelegerd. Teneinde indringen van water in de tenten te voorkomen, kunnen, indien dit noodzakelijk blijkt te zijn, om de tenten afwateringsgreppels worden gegraven. Wanneer het bivak gedurende langen tijd moet worden gebruikt en de hiertoe benodigde materialen ter plaatse kunnen worden verkregen, dan verdient het aanbeveling in plaats van de tentstokken, staanders uit een stuk te gebruiken, teneinde een hechtere constructie te verkrijgen.
Dat wat betreft de mogelijkheden van de tenthelften. Daarnaast had bij legering in kampen de troep de mogelijkheid om ander tentmaterieel te gebruiken, nl. de Zestienmanstenten; baraktenten; achtmanstenten; officierstenten; hoofdofficierstenten; generaalstenten; staltenten; hospitaaltenten en zelfs vliegtuigtenten. Enige afbeeldingen van de tenten heb ik aan u toegestuurd. » Deze reactie is geplaatst op 27 maart 2008 22:13 |