Discussiegroep

Onderwerp: Diepteverdediging van bataljons

Totaal berichten: 5
261 keer gelezen
5 reacties
Categorie: Overig Mei 1940 / Tactiek en strategie
E.H. Brongers stelt in 'Afsluitdijk 1940' (meest recente druk - op pagina 15) dat men met vijf infanteriebataljons 'in die dagen' geacht werd een krachtige diepteverdediging te kunnen voeren met een frontbreedte van vijf kilometer.
Nu ben ik benieuwd: waar heeft Brongers deze wijsheid vandaan? Ik neem aan tactische voorschriften. Zo ja, welke?
Alvast bedankt.
» Dit bericht is geplaatst op 24 november 2021 18:42
Totaal berichten: 2.087
Dat is een goede vraag. Ik zal proberen het een en ander uit te leggen.

Deze maatstaf van een bataljon per kilometer stelling was een algemene naoorlogse (Grote Oorlog) tactische consensus in dat era, wat vooral een afgeleide was van het verheiligde vuurstelsel en het beginsel van een continue-verdediging (=een min of meer rechte verbonden linie als front zonder uitstulpingen, 'la ligne continu'). Beide zijn Franse afgeleiden en werden door de latere minister Dijxhoorn, die als oud student aan de Franse hogere krijgsschool als autoriteit ter zake gold, in het infanterie reglement (no. 93, KMA, 1934) opgenomen als de leidende doctrine.

Het vuurstelsel was het overlappende geheel van zijdelings opgestelde automatische wapens, achterwaarts weer artilleristisch uitgewerkt. Prominent zijn daarbij de zware mitrailleurs die met overlapping zijwaarts geschakeld worden opgesteld, waarbij de infanterie groepsgewijs en met het groepswapen de stelling hechter vervlecht. Infanterie- en AT-geschut wordt hier ingepast als ondersteuning van de infanterie. Daarbij was het behoud van het vuurstelsel belangrijker dan de diepteopstelling. Het infanteriereglement van die dagen hamert voortdurend op dit vuurstelsel.

Uitgangspunt was de indeling van een stelling met een frontlijn en een stoplijn, gezamenlijk geduid als de hoofdweerstand. Tussen beide zat een ruimte van tenminste 500 m, wat bedoeld was als artilleriebuffer (om afsluitingsvuren voor de stoplijn te kunnen geven zonder eigen troepen te raken). De frontlijn diende de vijand af te wijzen en was het zwaarste bezet. De stoplijn was een afgrendeling en had een veiligheidsbezetting die een onverhoopt door de frontlijn gebroken vijand moest stoppen, ergo de stoplijn. Premisse was dat vervolgens vanuit de stoplijn een tegenconcentratie werd gevormd om nadien de vijand terug te werpen over de frontlijn en deze zo weer te herstellen. Het Franse stelsel, dat dit in hoofdzaak was, had echter ook sterke verbindingsloopgraven tussen front- en stoplijn. Die waren er om troepen en middelen onder vuur te kunnen aan- en afvoeren, maar tevens om in geval van een plaatselijke doorbraak in de flanken van die doorbraak te kunnen afgrendelen. Nederland had deze dwarsverbindingen niet in haar stelsel opgenomen, wat overigens in mei 1940 funest bleek.

Een bataljon bestond uit drie compagnie's (compagnieën) en een MC. In beginsel werd met het 2+1 stelsel gewerkt. Ofwel twee compagnie's in front, één erachter. Stellingtechnisch, twee compagnies in de frontlijn, de derde in de stoplijn erachter. Met de MC verdeeld over de drie zodat iedere compagnie een sectie MC had met elk drie wapens. Dan resteerde nog één vrije sectie MC om bijvoorbeeld op het zwaartepunt in te zetten of om de frontlijn beter te voorzien en de derde sectie het hart te laten verdedigen.

Met een linksvoor en rechtsvoor compagnie (plus MC sectie) in opstelling was er dus 500 m frontbreedte per compagnie te verdedigen. Met alle drie de compagnie's in front was er ca. 350 m per compagnie, maar dan vaak met een sectie elk erachter als reserve.

Deze opstelling betekende in theorie dat per 500 m er tenminste drie zware mitrailleurs en 12-18 lichte mitrailleurs waren opgesteld. Daarbij was sprake van een vrij lineaire opstelling en nauwelijks diepte. Per 25-35 m een automatisch wapen. Dat is in open terrein heel gunstig, in terreinen met veel hoeken en obstructies is dat niet perse een heel gunstig getal. Wanneer deze opstelling diepte kreeg en er dus op 500 m frontbreedte ook een diepte opstelling ontstond, dan was de verdeling der automatische wapens over het front uiteraard ongunstiger, maar kon de tactische kwaliteit ervan wel toenemen, bijvoorbeeld omdat een diepere opstelling lastiger sectorgewijs te omvatten valt door een tegenstander die met zwaartepunten werkt.

Bij comprimeren tot 350 m werd de verhouding uiteraard gunstiger, maar was er qua reserve een ongunstiger geheel.

Als men zich realiseert dat het bataljon ca. 800 man sterk was op volle sterkte in het veldleger dan was een oprekking tot een bataljon per kilometer goed voor minder dan 1 man per meter stelling. Dat daarmee geen diepe stelling over een volle breedte goed kon worden bezet is duidelijk. Het zou wel volstaan als er een goede stelling was en deze door de tegenstander niet over de volle breedte benaderbaar was. Dan kon immers op zwaartepunten de concentratie worden geoptimaliseerd ten koste van ongunstige terreinhoeken. Dat was ook de premisse van de Nederlandse stellingen. De vijand in corridors dwingen. Daarmee kon met een bataljon vrij effectief op de zwaartepunten worden verdedigd.

In de buitendefensies waren per compagnie vakken aangewezen met een breedte van wel 3 of 4 km. Daar was sprake van ijle, opgerekte opstellingen zonder enige diepte of reserve.

De Wonsstelling waar Brongers over sprak was een voorverdediging en geen hoofdverdediging. Bovendien een niet versterkte defensie, want alle veldversterkingen waren bovengronds, zonder diepte of permanente versterking en artillerie ontbrak.
» Deze reactie is geplaatst op 25 november 2021 10:36
Totaal berichten: 5
Geachte heer Goossens,

Hartelijk dank voor uw uitgebreide antwoord.

Brongers verwees in dit geval naar de Q en de F lijn, waar de 5 bataljons een front van 75 kilometer kregen toegewezen.

De Wonsstelling was voornamelijk een opnamestelling die een beperkte vijandelijke aanval, in theorie ,zou moeten kunnen weerstaan. Dat blijkt ook uit haar opdracht:
''de toegang tot de Afsluitdijk aan de Friese kust beschermen tegen aanslagen van doorgedrongen vijandelijke afdelingen;
eventuele in de richting van de Afsluitdijk terugtrekkende troepen van de Territoriaal Bevelhebber Friesland opnemen, en
ernaar streven aan de vijand alle toegang tot de Afsluitdijk zo lang mogelijk te beletten.''

Ernaar streven kan vrij breed worden opgevat. Een verdere verdediging van dit bruggehoofd had dan ook weinig toegevoegde waarde nadat alle Nederlandse eenheden uit het vasteland van Friesland, Groningen en Drenthe waren terug getrokken. Het is dan ook merkwaardig te noemen dat de Wonsstelling nadat deze aan laatstgenoemde opdracht had voldaan niet werd geëvacueerd. De redenatie van Uijterschout (''Zo lang de gevechtsaanraking van de Wonsstelling nog niet meer inhield dan enkele vijandelijke verkenningen, achtten de commandant van de Stelling van Den Helder en zijn chef staf landmacht het onjuist de bezetting terug te nemen.'') lijkt mij niet terecht. Immers, wanneer de stelling aangevallen zou worden zou het niet meer mogelijk zijn om de bezetting ordelijk terug te trekken. Ik ben benieuwd hoe u hier tegen aan kijkt.

Overigens waren er wel plannen om de stelling te voorzien met enige betonnen versterkingen. Er was zelfs al een gietstalen koepel voor een mitrailleuropstelling geplaatst naast de brug in Rijksweg 43. Er is ook een foto van dit verdedigingswerk bekend.

Dan terugkomend op het door u genoemde vuurplan. Tot in hoeverre was het mogelijk om op de actuele gebeurtenissen te reageren binnen dit vuurplan? Immers, als de Duitsers met hun zwaartepunt eenmaal een gedeelte van het vuurstelsel hadden opengebroken dan hadden zij een gapend gat geslagen in het gehele vuurplan.
» Deze reactie is geplaatst op 1 december 2021 23:31
Totaal berichten: 2.087
Uw observaties over de verdediging van de Wonsstelling nadat de troepen uit het voorland waren teruggevloeid deel ik. De troepen hadden in goede orde teruggenomen kunnen worden en heel goed binnen de Vesting tot nieuw emplooi kunnen komen, met name langs de westkust van de Zuiderzee/IJsselmeer. Er werd anders beslist maar we vinden elkaar daar wel in, vooral omdat de Wonsstelling volkomen ongeschikt was voor hardnekkige verdediging. Dat er inmiddels enige versterking in aanleg was, maakte ook dat het van opvangstelling een voorverdediging werd. Daarmee zou de taak veranderen, hoewel je je over nut en noodzaak kunt verwonderen.

Het vuurplan is een theoretisch iets. De theorie van het veldvoorschrift liet eenheden tactische reserves houden zodat vuurplannen hersteld zouden kunnen worden. Normaliter was een opstelling 2+1 of 3+1 waarbij het tweede getal de reserve eenheid of eenheid in tweede lijn weergeeft. Dit kon op alle niveaus van bouwstenen zo worden uitgevoerd. Een sectie met een groep in reserve, een compagnie met een sectie in reserve, een bataljon met een compagnie in reserve, een regiment met een bataljon in reserve en een divisie met een regiment in reserve. Dit had zowel tactisch het voordeel van reserves kunnen leveren aan de voorste delen als de mogelijkheid tot rouleren van eenheden. Dit prerogatief was echter vrijwel nergens aan de orde. Het tekort van ca. 80.000 militairen bij de landmacht betekende namelijk dat eenheden werden opgerekt en zodoende geen reserves beschikbaar waren. Sterker, eenheden werden ook vaak opgerekt zodat uitval van tactische wapens nog meer gevaar voor het vuurplan genereerden dan theoretisch beoogd was. Omdat de landmacht bovendien de diepte opbouw om voornoemde redenen had opgeofferd, geen verbindingsloopgraven tussen front- en stoplijn bestonden en de frontlijn vaak zelf ook geen diepte kennen was een gat in het vuurplan vaak niet reparabel. Dat was een heel groot dilemma in de realiteit te velde, waardoor de theorie van het veldvoorschrift in onze veldleger stellingen nauwelijks aansluiting vond.
» Deze reactie is geplaatst op 3 december 2021 12:37
Totaal berichten: 5
Wederom bedankt voor uw reactie.

Afgezien van het feit dat het vuurplan dus geen diepte bevatte, wat was in de praktijk over het algemeen de kwaliteit van de ontworpen vuurstelsels? Vaak worden de schootsveld belemmeringen naar voren gehaald, maar had men vanaf hogerhand wel alle naderingspunten terdege voorbereid met een - tot zover mogelijk - adequaat vuurplan/andere mogelijkheden?

Van de Wonsstelling bijvoorbeeld zijn er een aantal verslagen bekend waarbij de officieren wijzen op de verkeerde inrichting van het vuurplan. Ik heb het verslag + de tekening van het vuurplan via de mail gestuurd.







» Deze reactie is geplaatst op 4 december 2021 15:14
Totaal berichten: 2.087
Een vuurplan was voor iedere (op)stelling specifiek. Het diende als uitgangspunt overlappend en kruisend te (kunnen) zijn, de zware mitrailleur diende afsluitend vuur en vuur met dieptewerking te kunnen geven. Daarbij was 1,500 m een gangbare diepte. De lichte mitrailleur was een tactisch groepswapen, bedoeld voor de <300 m perimeter, hoewel het tot ca. 600 m wel enig effect had. De gebruikte Lewis was echter een echt vuurstootwapen met een relatief trage vuursnelheid en daardoor bij uitstek bedoeld voor nabijvuur rond de opstelling en voor dynamisch vuur (verplaatsing). De zware mitrailleurs vormden de vuurbasis, de lichte mitrailleurs waren (ook) voor vuur en beweging geschikt. Helaas werden ze vaak gefixeerd in de vuurplannen binnen de stellingen middels SPO of kazemat.

Een vuurplan wordt uiteraard ingericht aan de hand van de wapensystemen voorhanden, de dreigingsanalyse (waar komt de vijand vandaan, welke sleutelpunten moet hij langs, waar snijd ik zijn afvoer af, welke afsluiting moet ik vanuit mijn positie kunnen geven, waar leg ik mijn kruisvuur) en het doel van het wapensysteem. Met een zware mitrailleur wil je sectoren afsluiten, wat kan doordat dit systeem duurvuur kan geven. Bovendien wil je met de zware mitrailleur de vijand op afstand houden buiten hem toegang ontzeggen. Dat betekent dat je vuurcorridors wil met veel diepte en de sectoren kunnen bereiken die tactisch beoogd worden. Met infanteriegeschut ondersteun je daar waar je vijandelijke aanvallen verwacht of vervoersbewegingen. Indirecte nabijvuursteun (mortieren) wil je daar waar de vijand zich gedekt kan verplaatsen of als je zelf vanuit dekking wil kunnen vuren. Artillerievuur wordt daar voorbereid waar je een perimeter wil afsluiten, waar je logistiek wil verstoren en waar je vijandelijke concentraties of artillerie verwacht. Voorts wil je verwachte manoeuvre ruimte van de tegenstander voor de eigen linie kunnen overvallen met dicht en intensief vuur in geval de vijand aanvalt (stormvuur) zodat de infanteriewapens met de artillerie samen kunnen werken. De infanteriegroepen verfijnen dit vuurplan dicht op de linie met hun groepswapens. In de lineaire opstellingen van het veldleger werd dit laatste element helaas vaak gefixeerd en in de buitendefensie ontbraken overal de artillerie, vrijwel overal de mortieren en vaak ook infanteriegeschut. Vuurplannen waren daar beperkt tot de automatische wapens en hier en daar een enkel stuk infanteriegeschut.

Uiteraard geldt dat schootsvelden idealiter vrij zijn. De vijand kiest echter zelf ook en zal daar waar hij een lange stelling moet veroveren altijd wel ergens zijn zwaartepunt kiezen waar de verdediger suboptimaal verkeert. De Nederlandse mores in de hoofdstellingen was om de Duitsers naar corridors te dwingen. In de Grebbestelling en het oostfront Vesting-Holland bereikte men dit door inundaties. Daartussen waren corridors (accessen=toegangen) en daar lag dan het zwaartepunt van de verdediging. Bij de Grebbeberg was het vervelende dat de beoogde inundatie nog niet was gesteld omdat het motorgemaal zo traag tot stand kwam en dus geen water in de Nude gepompt kon worden. De Grebbestelling ter plaatse was echter wel ontworpen als een stelling met inundatie en als zodanig zou deze sterk zijn geweest. Toen de inundatie niet gesteld was en alleen voorposten de remedie daarop vormen moesten - wat een onzinnige remedie was - was de stelling ineens zwak en waren de schootsvelden voor de korte nadering ronduit beroerd. Als er water had gestaan had echter de aanvaller deze ruimte vrijwel zeker niet voor de aanval gekozen. Het vuurplan was hier sterk belemmerd door het feit dat het niet was ontworpen voor een onbelemmerde Duitse nadering, maar voor een geïnundeerde stelling. Dat bepaalt dus heel sterk de waarde.

Ten slotte nog dit. Het Nederlandse leger had het vuurplan verheiligd maar de tactische manoeuvre (vuur en beweging) totaal verwaarloosd. Statische oorlogsvoering was hiermee de enige remedie. Successen die daarin werden gezien hadden vaak te maken met de kracht van een verdediging. Dat het Nederlandse leger zo goed als niets presteerde in het dynamische en offensieve, zoals in het westen werd gezien en bij de tegenstoten en -aanvallen rond de Grebbeberg, had alles te maken met het feit dat in beweging van vuurbases en vuurplannen niets tot stand kwam. Men was er niet in geoefend en niet in gevormd. Dáár bij uitstek toonde ons leger zich volslagen ongeschikt voor haar taak, wat overigens met fondsen zga niets en met de lamlendigheid van de generale staf zga alles te maken had. Het aanpassen aan de omstandigheden en tactisch manoeuvreren waren zaken die men niet had geleerd (in feite was het zelfs afgeleerd: 'denk niet zelf oorlogje te kunnen voeren' en clichés van die omvang) zodat er altijd werd omgekeken naar de plaatselijke eindbaas voor aanwijzingen. Alleen keek die op zijn beurt weer om, en zijn chef evenzo. Dat was in het Franse en Belgische leger evenzo. De verlammende effecten van het gedicteerde bevel (Befehlstaktik) versus de Duitse tactiek van improviseren met doel, mensen, middelen en ruimte, wat als 'Auftragstaktik' bekend raakte. Het zou het grote onderscheid maken tussen de aanvaller en de verdedigers in mei 1940. De krijgsmachten onder de Befehlstaktik verstarden en verbrokkelden, terwijl de Duitse voorhoede, bij uitstek gevormd in de Auftragstaktik bleef profiteren van de zwakte van het andere stelsel. Het leidde tot de dominoramp die de 'Geallieerde' verdediging in mei/juni 1940 vormde en die in zes weken tijd een ongekende Duitse overwinning opleverde en de bezetting van de Benelux en Frankrijk.
» Deze reactie is geplaatst op 7 december 2021 10:44

Plaats hier uw reactie

Opgelet: We behouden ons nadrukkelijk het recht voor om nieuwe berichten of reacties die voor de thematiek van onze websites en de discussiegroep irrelevant zijn, onbetamelijk of onbegrijpelijk geformuleerd zijn, ongewenste politieke of commerciële lading hebben of inbreuk maken op de privacy van nog levende personen niet te plaatsen. Uw reactie zal pas na goedkeuring door de beheerders zichtbaar zijn in de discussiegroep.

De inhoud van berichten - en daarin vermeldde gegevens en personalia - wordt na publicatie niet gewijzigd en/of verwijderd, tenzij daarvoor een dwingende aanleiding is. Berichtenschrijvers zijn zelf verantwoordelijk voor het toetsen van de inhoud van hun berichten voordat deze worden gepost.

Zie voor meer informatie de Gebruiksvoorwaarden. Tevens verzoeken wij u om kennis te nemen van de FAQ (veelgestelde vragen), wellicht dat uw vraag daar al beantwoord wordt.

Wenst u een gescande foto of ander beeldmateriaal op te nemen bij uw bericht, e-mail deze naar info@grebbeberg.nl en wij verzorgen de plaatsing (meestal nog dezelfde dag).

Bericht:   * 
Uw naam:   * 
 
E-mailadres:     * 
Om ongewenste (spam)berichten op onze website te beperken vragen wij u hieronder een eenvoudige controlevraag te beantwoorden. Berichten worden alleen geaccepteerd indien deze vraag correct is beantwoord.
1 + 1 =     * 
*) = verplicht veld  

2554