Schrijven van dienstplichtig soldaat W.J. Delgeijer

Velp, 25 november 1940

Hooggeachte Heer,

Bij deze zal ik trachten te voldoen aan Uw verzoek om nl. een beschrijving te geven van de verdediging van het paviljoen, op de Grebbeberg.
Daar de telefoon gestoord was van uit de centrale naar de stelling van Kapt. v. Dijk, Mortieren en Kapt. Maas, boden 's middags 1e Pinksterdag, Lingeman en ik zich vrijwillig aan om deze in orde te maken en tevens om dringend munitie aan te vragen voor de mortieren daar deze niet kwam opdagen en wij (mortieren) zonder waren.
Het bleek dat lijn doorverbinding naar Kapt. Maas slechts vrij licht kapot was zoodat deze vrij snel doch slecht wederom verbinding hadden, de lijn van Kapt. Maas naar centrale was onmogelijk te maken, zoodat wij naar de centrale moesten om nieuw materiaal te halen.
Op en de rond Heimerst.laan lag zwaar artillerievuur en ook werd er veel door eigen troepen op ons gevuurd, waarbij ook vermoedelijk Duitschers waren te hooren aan de korte knalletjes.
Terwijl wij ons dekten achter een omgelegde boom floten ons die korte knalletjes in en over de stam, zoodat wij terug moesten trekken naar de stelling van Kapitein Maas.
Vandaar uit zijn toen 4 man met ons er op uit getrokken om het terrein rond de stelling te verkennen. Hierbij werd naar de boomtoppen geschoten en hebben wij niets verdachts kunnen vinden, maar er ook geen hinder van gehad.
Wij zijn doorgegaan richting centrale en hebben nog een luitenant, die met manschappen op kwam rukken in het terrein voor Mr. v.d. Hulst (dus Heimerst.laan rechts) in kunnen lichten waar onze troepen zich bevonden, daar zijn manschappen op onze troepen en ons vuurden en blijkbaar volgens de luitenant onze troepen op zijn mannen. De luitenant had een niet noemenswaardig schampschot aan zijn pink.
Verder zijn wij snel naar het paviljoen gegaan. Rollen kabels opgehaald. Luitenant Schluter en Luit. de Jong begaven zich toen naar voren naar onze stelling.
Om half zeven ongeveer was de verbinding alhoewel niet sterk tot stand en daar de mortierenstelling een verdedigingsstelling was en er geen munitie was, werd ons aangeraden in het paviljoen te blijven om eventueel storingen weer te herstellen daar het ook ondoenlijk was terug te gaan naar de stelling. We waren oververmoeid en wilden slapen en eten, maar Luit. Schluter verzocht wacht te houden boven, daar de kelder vol was met vermoeide en zenuwpatienten.
In het paviljoen was het een ravage, alle ruiten kapot, nat door gesprongen waterleiding en ontzettend koud.
Zoo rond 8.00 trokken er veel terug, wij trachtten ze binnen te krijgen en ook kwamen er uit eigen beweging bij ons aan. Er werden 2 lichte mitrailleurs bij ons binnen gebracht en wij Lingeman en ik, kregen opdracht een mitrailleur op te halen bij het huis van Mr. v. Hulst, die we niet vinden konden.
In den nacht hoorden we, heele fijne fluitjes en schieten, wat we voor seinen en onderlinge teekens van de Duitschers hielden.
Een van onze manschappen begon te schieten hetgeen ik hem afrade daar dat onze plaats nader zou verraden.
Eindelijk half acht kwam Majoor Landzaat, wien ik op den man af vroeg of we terug mochten trekken.
De Majoor: Onze opdracht is te vechten tot den laatsten man en de laatste kogel, van ons hangt het af of de Grebbeberg kan behouden blijven, de versterking is onderweg, zoowaar als ik hier ben, dus op de post.
Lingeman, Frieze, van Hall, Wassink en ik zijn toen naar boven getrokken en hebben en hadden daar al uit de ramen geschoten vooral waar we dachten dat iemand in de boomen zat, waaruit nogal eens werd geschoten.
Boven vond ik een lange onderbroek, die aan werd getrokken en onderwijl werd de spiegel van de muur geschoten.
We hebben toen onder leiding van de Grootmajoor zelf een soort klopjacht gehouden met 30 man rond het paviljoen waarbij niets werd opgemerkt.
Antwoord vraag omtrent de sergeant Rombouts en Dekker:
Dekker is mij onbekend en Rombouts is wel in het paviljoen geweest dat is wat ik vrij zeker weet.
Vrij kort na de rondgang werd door onze menschen die beneden zaten zwaar gevuurd, terwijl er boven niets viel waar te nemen. Het vuur werd beantwoord en wij vernamen dat beneden slachtoffers gemaakt waren.
Bless (Vbd.A.) kwam boven, een echte kameraad, en op zijn aanduiding vanwaar het vuur kwam namen wij post.
Opgemerkt zij nog, dat we 's morgens nog schoten op alles wat verdacht was, door berichten dat de Duitschers in burger en in overall waren.
Direct hierop kregen we de eerste groepjes in zicht, die in boven geen erg hadden en voor ons over de rand van het plat dak net te bereiken waren. Enkele trokken nog terug en begonnen met nieuwe groepen een omtrekkende beweging te maken achter de in aanbouw zijnde barak en keuken.
Tusschen die boschjes kregen wij er nog verschillende. Het ging voor ons erop of eronder en waren ontzettend kalm.
De kamer (kant Wageningen) waarin ik mij bevond met van Hall en Frieze werd doorboord door een zwaar mitrailleur dwars door de muur en bed gingen de kogels. De kamer was een stofboel van kalk en steenen en splinters, daar wij ons voor het raam bevonden waren wij zooals nu blijkt gedekt door het plat dak en de dubbele muur van 8m van de schoorsteen waardoor de kogels niet heen kwamen. Wij van de kamer af naar het re. kamertje. Onderwijl Lingeman gesteund op het portaal bij vuren op menschen die het paviljoen gepasseerd waren en zich in de bosschen bevonden en op de straatweg tegenover Hotel Grebbeberg.
Vrijwel gelijkertijd riep Bless weer onze hulp in daar hij meende dat een mitrailleur werd geplaatst tegenover ons in de boschrand, hetgeen inderdaad juist was, door uitmuntend en koelbloedig bloot geven van Bless, Frieze, Lingeman, van Hall en misschien ook ik, werd alhoewel het tot driemaal toe geprobeerd werd hieruit geen schot gelost. Eenmaal kon je zien dat de band er al opzat door het glinsteren.
Ik stond op het bed en zag ik er een die achter de boomen er naar toe wou, dan - vuur.
De Majoor kwam in die tijd boven en met een bemoedigend woord en dat het goed ging boven, ging hij weer naar beneden daar hij daar meer kon doen, zelf bediende hij de mitrailleur.
De Luitenant Schluter bleek voor het gevecht weg te zijn, naar wij gehoord hadden om contact te zoeken met andere troepen.
Om 12.00 werden wij ook in de rug en vanuit Rhenen aangevallen. Op aandringen commando van Lingeman dekten wij ons net op tijd om een salvo vanuit Hotel Grebbeberg te ontwijken. Er bevonden zich toen ook al Duitschers tusschen deze terreinen op de Heimersteinse Laan etc. Kort daarop wordt met zwaar geschut vermoedelijk 6 veld beneden in het paviljoen geschoten, alles daverde, het plafond golfde onder onze voeten. De Majoor riep: Mannen naar beneden, we kunnen het niet houden. Om gedrang te voorkomen wachtten wij nog even, toen een 2e schot en wij de kelder in.
Vanuit de kelder de schuilgang in en daar in een schuilplaats waarin we ons met 13 man hebben overgegeven. In de kelder sprak de Majoor: dat we meer gedaan hadden als onze plicht, bedankte ons en zeide, zie dat je het red. Daar ik een van de laatste de kelder uitging, er was nog een Luitenant of Kapitein in ook, dacht ik niet anders of de Majoor volgde, naderhand veronderstelde wij dat hij naar de cp. was gegaan en dat daar de Duitschers waren, wisten wij die boven hadden gezeten.
Nu ik naderhand hoor is de Majoor voor in het paviljoen gesneuveld dus schijnt hij weer naar boven te zijn gegaan. Gevangen genomen 2.00 à half drie.
Bij de menschen die zich volgens mij bij uitstek bijzonder gedragen hebben vernoem ik met onze Majoor Landzaat als nr. 1, direct Lingeman. Zondagmiddag 1e Pinksterdag en tevens in het paviljoen. Bless uit Didam bijzonder in het paviljoen, verder Wassink en van Hall, beneden zijn ook uitblinkers geweest maar kan hierover persoonlijk niets mededeelen, wel waren er beneden ook veel die gedekt hebben en zijn er ook toen het gevecht begon verscheidene weggegaan. Hopende U hiermede mijn relaas gegeven hebbende verblijf ik steeds

met de meeste hoogachting,
w.g. W.J. DELGEIJER.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 1
(PDF, 2.22 MB)
Download brondocument in PDF-formaat Brondocument 2
(PDF, 1.94 MB)