Gevechtsverslag van reserve-kapitein C.C. Vermeer

afschrift.

GEVECHTSVERSLAG COMMANDANT M.C.-I-19 R.I.
(Bij compagnie ingedeeld 1 Sectie Vickers mitrailleurs)

Het hiernavolgende gevechtsverslag werd geschreven ingevolge opdracht van het Hoofd Regelingsbureau der IVe Divisie, gedateerd 17 Augustus 1940.

Vóór het geraken in krijgsgevangenschap op 14 Mei 1940 werden aanteekeningen en dergelijken vernietigd. Aanteekeningen stonden bij het schrijven van dit verslag derhalve niet ten dienste, evenmin stafkaart, zoodat bij tijd en plaatsaanduidingen op het geheugen moest worden afgegaan.

Op 9 Mei was de compagnie gelegerd in kantonnement Elst (Utrecht). Tegen middernacht werd bevel ontvangen, dat te 4.00 uur in den ochtend van 10 Mei de stelling moest zijn bezet. Het vertrek naar de stelling verliep regelmatig en waren de secties op den aangegeven tijd in de geheel gereed zijnde stellingen, behalve de voor de luchtwacht aangegeven sectie, welke opgesteld werd bij het wachthuis 19 aan de spoorlijn Veenendaal / Rhenen. Deze sectie kreeg eenige malen gelegenheid vuur te openen op betrekkelijk laag overkomende vliegtuigen. Bij ingaan van gevechtsvaardigheid 4 betrok ook deze sectie haar eigen stelling. Munitie-aanvoer verliep inmiddels vlot. Ook de voorziening van levensmiddelen bracht geen moeilijkheden met zich mede. Verder geen bijzonderheden te vermelden; den geheelen dag vliegtuigen in de lucht. Houding van troep uitstekend.

Zaterdag 11 Mei
Geen bijzonderheden te vermelden. Overtuiging bestond, dat vijand voor de IJssellinie werd opgehouden.

Zondag 12 Mei
Vrijwilligerspatrouille door het Bataljon uitgezonden, waarbij verschillende manschappen van Mitrailleurcompagnie, verkende de overzijde van de inundatie tot aan den straatweg de Klomp - Ede en rand van Ede, doch rapporteerde geen vijand te hebben gezien.
Te pl.m. 13.00 uur werd het bevel ontvangen inzake terugnemen van voorpostenstelling bij Wageningen door het desbetreffende bataljon van 8 R.I. Hoewel van onze normale opstelling onze automatische wapens niet konden steunen, kon dit wel door de sectie aan den Zuidelijke Meentweg naar voren te brengen tot aan den rand van de inundatie. Zulks geschiedde en werd door mij vuur voorbereid op linker vleugel van de voorposten, waartoe wij te 14.00 uur gereed waren. Dit werd te 17.30 uur, nadat het desbetreffende sein en de aanval door eigen vliegtuigen had plaats gevonden, gedurende 10 minuten afgegeven.
Tusschen 17.30 en 18.00 uur lagen de verschillende stellingen van I-19 R.I. onder artillerievuur; geen verliezen, doch meeste verbindingen verstoord. Bracht nacht door op commandopost Bataljonscommandant; begaf mij met dezen op ...

Maandag 13 Mei
... in de vroegte naar rechter vleugel in verband met geruchten terugtrekken van nevenbataljon. Oude toestand was hier inmiddels weer hersteld. Plaatste echter tevens de sectie Vickers mitrailleurs op de spoorlijn bij wachthuis 17 (bataljonsvak grens) met opdracht den inmiddels ingezetten tegenaanval op Laarsche berg zoo mogelijk te steunen en bij eventueele terugtocht aan spoorlijn stand te houden. Deze sectie heeft zich later niet bij de compagnie kunnen aansluiten. Inspecteerde daarna de verschillende stellingen. Stemming uitstekend en door de verschillende berichten zelfs optimistisch! Bevond mij te 13.00 uur op linker vleugel van Bataljon bij sectie aan Groenendaalsche laantje. Kreeg hier telefonisch bericht van luitenant-adjudant Plantenga, dat stelling werd ontruimd en teruggetrokken moest worden op Veenendaal. Begaf mij naar commandopost, waar ik papieren enz. deed vernietigen en mijn commandogroep opdracht gaf te wachten bij het woonwagenkamp (aan spoorlijn overgang Parallelweg). Inmiddels was aftocht in vollen gang. Begaf mij naar Meent langs Middelburgsche weg ten einde onderdeelen eigen compagnie te verzamelen. Bij terugkomst bij woonwagenkamp ontving ik van Bataljonscommandant opdracht stelling te nemen aan Brinksteeg tusschen spoorlijn en Cuneraweg. In den loop van denzelfden middag was het geheele bataljon hier in stelling met aansluiting bij Cuneraweg op eenige compagnieën behoorende tot bataljons, welke hadden deel genomen aan den dien morgen plaats gehad hebbenden aanval. Kregen hier ten gevolge van artillerievuur eenige gewonden. Bevond mij zooveel mogelijk bij Cuneraweg, waarlangs steeds nieuwe groepen militairen terug trokken. Het bevel luidde voor mijn compagnie tot den volgenden morgen 2.45 uur, stand houden en daarna afmarcheeren naar Loerik ten Zuiden van Utrecht.

Dinsdag 14 Mei
Tot dien tijd geen gevechtsaanraking met vijand gehad en verliep terugtocht over kunstweg over Prattenburg ordelijk en vlug. Langzamerhand schoven allerlei zich op den terugweg bevindende compagnieën in elkaar, zoodat ten Noorden van Leersum, waar volgens opdracht de straatweg Amerongen - Doorn moest worden overgestoken en de voorste compagnieën door vijandelijk vuur werden opgehouden, de zaak vastliep. Mijnerzijds werd er bij mijn collega's van I en III-19 R.I. sterk op aangedrongen, dat de oudste van hen de leiding zou nemen van een aanval op Leersum.
Hieraan werd geen gehoor gegeven. Daarna marcheerde mijn compagnie tezamen met 2-I door de bosschen ten Noorden van den Straatweg via Darthuizen richting Maarsbergen. Bij Darthuizen werden wij ontdekt door een vijandelijk vliegtuig, dat vanaf dat oogenblik steeds boven ons bleef vliegen. Bij beide compagnieën bevonden zich vele militairen van andere regimenten, welke door verhalen van hetgeen zij hadden medegemaakt, den geest bij de compagnieën belangrijk deden dalen. Verder deed vermoeidheid (de karren waren zwaar met munitie beladen) zich gevoelen, zoodat de colonne slechts langzaam vorderde. Tijdens een rust (pl.m. 14.00 uur) zelf even vooruit gegaan zijnde, deelde men bij terugkomst mede, dat wij omsingeld werden en de afdeeling tirailleurs, welke opdracht had ons in den rug te beveiligen, de wapenen had neergelegd. Onder die omstandigheden zag ik mij verplicht mij neer te leggen bij het besluit van den Commandant 2-I geen tegenstand te bieden, nadat alle officieren als hun meening te kennen hadden gegeven, dat tegenstand met het oog op de weinig geoefendheid van de troepen in het open terrein en de groote vermoeidheid nutteloos zou zijn.

Amsterdam, 26 Augustus 1940.
de reserve-kapitein,
(get.) C.C. Vermeer.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.02 MB)