Mededeling van gegevens no. 2 van 11 mei 1940

afschrift.

COMMANDANT IVe DIVISIE.
Sectie I-3 nr. 1 M
===========

STAFKWARTIER, 11 Mei 1940.


MEDEDELING VAN GEGEVENS nr. 2
========================

  1. Vijand.
    Op verschillende plaatsen landen parachutisten. De grootste waakzaamheid is geboden.
    Aangezien het de vraag is of de vijand reeds voldoende artillerie heeft aangevoerd, bestaat er kans op groote actie uit de lucht. S.S. troepen in zwarte uniformen en met zwarte laarzen hebben deelgenomen aan de aanval op Zutphen.
  2. Eigen Toestand.
    De eigen troepen hielden zich tot dusver uitstekend. Op enkele plaatsen in Nederland wordt verbitterd gestreden tegen doorgedrongen valschermtroepen.
    In Noord-Brabant is reeds versterking van Fransche troepen aangekomen.
    Engelsche vliegtuigen zijn onderweg naar ons land. Zij zijn kenbaar aan een onder aan het toestel bevestigden ring.
  3. Inlichtingen over eigen troepen.
    1. algemeen.
      De troepen van IIe Legerkorps zijn nog niet in ernstige gevechten gewikkeld geweest. Behoudens enkele bommenaanvallen, ondermeer op de 10e Batterij Luchtdoelartillerie, is van vijandelijke vliegtuigen geen hinder ondervonden. De stemming der manschappen is zeer goed. Na het bombardement bij de 10e Batterij Luchtdoelartillerie was het noodig het moreel van de manschappen wat op te kweeken. Opgemerkt moet worden, dat de batterij in open opstellingen stond.
    2. 4 R.H.
      Is in lichte gevechtsaanraking met den vijand geweest nabij Arnhem; heeft bij het terugtrekken de voeling met den vijand aanvankelijk verloren en is daarna binnen de stelling teruggekeerd. Geen zware verliezen.
    3. IIe Divisie.
      De bezetting van de stelling is geleidelijk volgens voorgenomen schema voltooid. Twee bataljons (IV-10 en IV-15 R.I.) zijn onder Commandant 11 R.I. in de richting van Gouda gedirigeerd.
    4. IVe Divisie.
      De bezetting van de stelling is volgens het schema verloopen. Een aantal bomaanvallen vond plaats op de spoorbaan Rhenen-Veenendaal op het kruispunt bij de Cuneraweg en op de 10e Batterij Luchtdoelartillerie. Voor zoover bekend zijn daarbij geen verliezen geleden.
      Van 11 R.I. werd een Bataljon naar Gouda gedirigeerd onder commando van Commandant 11 R.I. (zie punt 3). De Legerkorpsreserve is daardoor beperkt tot een Bataljon en de onderdelen, welke van 4 R.H. beschikbaar komen.
    5. Parachutetroepen, neergeschoten of gelande vliegtuigen.
      Eenige malen is de landing van parachutetroepen gemeld, alsmede van vliegtuigen. Bij onderzoek bleek het niet mogelijk hetzij de parachutisten, hetzij de gelande vliegtuigen op te sporen.
      Uit verschillende meldingen valt op te merken, dat in het vak van IIe Legerkorps 2 vliegtuigen voor of in de stelling zijn neergestort, terwijl lbm. [?] omstreeks 12 vliegtuigen hebben neergeschoten.

    de Kolonel,
    Divisiecommandant
    o.l. de Chef van den Staf
    le Fèvre de Montigny.

    Aan:
    Commandant 8 R.I. (35 ex.)
    Commandant 19 R.I. (35 ex.)
    Commandant Divisiereserve II-19 R.I. (10 ex.)
    Commandant I-8 R.A. (10 ex.)
    Commandant III-8 R.A. (10 ex.)
    Commandant Staf-8 R.A. (5 ex.)
    Commandant 4e Mitrailleurcompagnie (4 ex.)
    Commandant 4e Compagnie Pioniers (1 ex.)
    Commandant 1-IV Bataljon Pag. (4 ex.)
    Commandant Sectie 7 Veld Aangepast Model (3 ex.)
    Commandant Verbindingsafdeeling (4 ex.)
    Commandant Detachement Torpedisten (2 ex.)
    Hoofden Sectiën (12 ex.)

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 657.11 KB)