Verklaring van dienstplichtig korporaal J.C. Winter

Verklaring afgelegd door J.C. Winter, dpl. korporaal van 1-II-8 R.I. (3e sectie)
in de vergadering van de Commissie Militaire Onderscheidingen op 9 Januari 1947.
------------------------------------------------

  De sergeant Vos was mijn sectiecommandant. Mijn Groepscommandant was sergeant Van de Toorn. Ik was opvolgend Groepscommandant. Ik was geweerschutter. Sergeant Dijkman behoorde ook bij onze sectie.
  Ik herinner mij, dat de dpln. Van Schaijk en Valk op 10 Mei op een gegeven moment bij ons kwamen. Valk had een mitrailleur bij zich. Zij hebben samen op de borstwering van de loopgraaf gelegen. Ik lag er 10 meter vandaan. Ik heb hen zien aankomen. Ik weet niet of dit in opdracht geschiedde.
  Wij lagen telkens onder artillerie- en mitrailleurvuur. 400 meter links in het voorterrein stond een klein steenen gebouwtje. Ik vermoedde dat het mitrailleurvuur daar vandaan kwam of uit de boschjes rechts van de sloot. Op het moment dat wij het meeste last hadden van het mitrailleurvuur zijn zij daar gaan liggen. Zij hebben niet gewacht tot het over was. Het artillerievuur kwam vermoedelijk uit richting Wageningen. Het was vrij hevig, je kreeg den indruk dat het elk oogenblik met je gedaan kon zijn. De zandgrijper op den dijk stond wel voor hen maar een eindje van hen vandaan. Ik heb ze er ongeveer 10 min zien liggen, dan gingen zij weer terug. Dit heb ik ze enkele malen zien doen. Ik heb soldaat Reuser (Reuver?) niet gewond zien worden en ook niet dat Valk hem geholpen heeft.

's-Gravenhage, 9 Januari 1947.
J.C. de Winter.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 493.11 KB)