Verklaring van dienstplichtig soldaat M.H. Kuijpers

Dpl. M. Kuijpers, van 3-I-8 R.I., verklaart bij zijn verschijning voor
de Commissie Militaire Onderscheidingen, op 10 Februari 1947:
---------------

Op 10 Mei 1940 was ik in mijn kwartier in Rhenen. 's Morgens om 1.00 uur moest ik van Kapitein Brittijn iets wegbrengen, ik meen dat het teekeningen waren naar Majoor Landzaat. Hierna moest ik de andere secties wekken en zeggen dat wij ons moesten verzamelen. Wij waren met 2 ordonnansen. Ik heb steeds alleen dienst gedaan daar ordonnans Joosten heelemaal over zijn zenuwen heen was. Wij zijn in stelling gegaan op de Grebbeberg. Het aantal berichten dat ik heb overgebracht volgens het verslag is zoover juist dat het aantal in geen geval minder is, meestal meer.
Op Vrijdag en Zaterdag heb ik berichten overgebracht steeds van Kapitein Brittijn naar Majoor Landzaat, deels per fiets, deels geloopen.
Op Zondag mocht ik van Kapitein Brittijn een motor ophalen. Op weg naar Majoor Landzaat met een bericht kreeg ik een granaatscherf, op de weg door het bosch door de motor heen, waarbij 1 cilinder kapot was. De motor heb ik ter plaatse achtergelaten en te voet verder gegaan. Dit gebeurde op plm. 75 à 80 meter van onze stelling af. De tijdsduur van het overbrengen der berichten varieerde tusschen een kwartier en anderhalf uur, naargelang ik mij moest dekken voor het vuur der duitschers.
Voor de aanval begon op Zondag had ik Kapitein Brittijn op de hoogte gesteld dat er achter ons nog eenige eigen troepen aankwamen, hoeveel is mij onbekend. Hij antwoordde mij: "dat is wel in orde". Tijdens de aanval heb ik echter gemerkt dat wij ook van deze troepen vuur ontvingen. Op last van den Kapitein moesten wij weer naar onze stelling terugtrekken. Na de aanval toen wij plm. 200 meter waren opgerukt is er l lichte mitrailleur achtergebleven. Tijdens de aanval werden 2 man gewond waardoor zij de mitrailleur niet mee terug konden nemen. Maj. Landzaat zei mij dat ik moest probeeren deze terug te halen. Dit heb ik gedaan en deze teruggebracht naar de Compagnie.
13 Mei plm. 6.00 uur 's morgens kreeg ik opdracht van Kapitein Brittijn om met Luitenant Verberne naar Majoor Landzaat te gaan. Onderweg op de weg van Hotel Grebbeberg naar het Dierenpark hoorden wij duitsch spreken. Wij dekten ons. Ik riep "handen omhoog" maar dat deden zij niet. Ik riep weer waarna Luitenant Verberne bij mij kwam. Ik zei: "ik roep nog één keer, komen zij niet dan schiet ik". Hierna kwamen zij te voorschijn. Ik zag een Kapitein en een sergeant in Nederlandsch uniform, zij spraken duitsch. Zij hadden geen wapens meer, het kan ook zijn dat zij hun wapens hebben weggegooid toen zij te voorschijn sprongen. Ik vroeg nog of zij zich niet vergistten om duitsch te spreken, daar zij misschien dachten dat wij duitschers waren, doch zij spraken verder weer duitsch. Toen zei Luitenant Verberne: "vooruit naar Majoor Landzaat" waarna wij hen opbrachten naar de Majoor. Toen de Kapitein op plm. 20 meter afstand Majoor Landzaat zag wilde hij weg springen. Iemand schoot op hem, hij viel, of hij gewond is geraakt weet ik niet. Hierna hebben wij die Kapitein, ik meen dat Majoor Landzaat Kapitein Franssen zei, met de sergeant weer naar de Majoor gebracht. Verder heb ik niets meer van hen gezien.
Tegen 11 uur 's morgens moest ik weer een bericht overbrengen naar Majoor Landzaat in Hotel Grebbeberg. Ik stond bij hem in de serre toen wij vuur kregen. Hierna stuurde hij mij weer met een bericht naar Kapitein Brittijn.
Ik moest met een bericht van Kapitein Brittijn naar Majoor Landzaat. Bij Rhenen kwam ik onder vuur van eigen troepen, waarna ik langs de fabriek ben gegaan achter de Zeepfabriek om. Onze eigen linie lag bij het Station langs de spoorlijn bij het viaduct.
Toen ik van Majoor Landzaat terug kwam zag ik op de weg bij het hek, ingang van de Grebbe (?), mitrailleurs liggen. Er lagen duitschers en Nederlanders, die daar gesneuveld waren. De mitrailleurs lagen verspreid op de weg. Ik heb ze opgepakt, misschien nog met andere menschen en kan me niet meer herinneren waar ik deze naar toe heb gebracht.
Ook ben ik nog voor een bericht geweest in de schuilkelder van het Dierenpark.
Op de terugweg nadat ik een bericht had weggebracht kwam ik nog langs een stuk PAG dat op de groote weg stond bij de stelling op de Grebbeberg. Er werd mij gevraagd het wachtwoord. Ik wist het niet meer waarop ik hem vroeg: "zeg mij de eerste letter dan weet ik het misschien weer". Hij zei het mij waardoor ik het weer wist.
's Middags plm. 3 uur trokken wij terug langs de Rijn op bevel van Kapitein Brittijn om bij onze andere stelling te komen die bij het Station lag, wat ons niet meer gelukten. De duitschers zaten al bij de Spoorbrug waardoor wij werden omsingeld en gevangen genomen. Sergeant Scheepers was hier ook bij.
Kapitein Collette en Kapitein Rangelrooij zijn nog bij ons in de stelling geweest, waarom weet ik niet.
Ik heb deelgenomen aan de vooroefeningen 's avonds in Brunssum, daarom heb ik maar 6 weken gediend.

's-Gravenhage 10 Februari 1947.



(get.) M.H. Kuypers.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.37 MB)