Verklaring van majoor G.H. van der Ploeg inzake kapitein Franssen

IIe Legerkorps.
4e Compagnie Politietroepen.
Detachement Amerongen.
C O M M A N D A N T .
PRO-JUSTITIA.
No. 2 P.

Proces-verbaal van ONDERZOEK.

Naar aanleiding van het schrijven van den Kapitein GELDERMAN, G.J.W., Kapitein der Koninklijke Marechaussee, d.d. 19 Mei 1940, onderwerp: Aangifte gedragingen van den reserve Kapitein M. FRANSSEN van 2-III-11 R.I., heb ik, CORNELISSEN, Peter, Jan, Eerste Luitenant der Politietroepen, tevens onbezoldigd rijksveldwachter, in opdracht van den Heer Commandant - IVe Divisie een onderzoek ingesteld en achtereenvolgens gehoord:

II. VAN DER PLOEG, George, Hendrik, oud 50 jaar, Majoor der Infanterie, Commandant - III - 11 R.I., wonende Hulkesteinscheweg No. 10 te Arnhem, thans verpleegd wordend in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis te Amsterdam, die mij desgevraagd als volgt verklaarde:

"Zondag 12 Mei 1940 was ik met III - 11 R.I. Legerkorpsreserve te Leersum en kreeg opdracht bij het aanbreken van den dag met het Bataljon, bestaande uit 11e Batterij 6 Veld, M.C. - III - 11 R.I. en 2 - III - 11 R.I., onder commando van den reserve kapitein Franssen en een halve compagnie onder commando van den reserve kapitein Dewez, mij ter beschikking te stellen van Commandant - IVe Divisie, doch ik zou Legerkorpsreserve blijven. Door mij is toen het geheele Bataljon op rijwielen geplaatst en ben ik afgemarcheerd naar het boschperceel, gelegen aan den Autoweg (kilometer)paal 107,5 kunstweg Rhenen - Amerongen, alwaar het Bataljon gedekt in het boschperceel is opgesteld. Zelf heb ik mij begeven naar de commandopost - IVe Divisie teneinde orders te halen. Aldaar werd mij telefonisch door Chef - Staf - IIe Legerkorps medegedeeld, dat ik bij de Divisiereserve werd ingedeeld. Commandant - IVe Divisie gaf mij opdracht het Bataljon te Rhenen onder te brengen en kwartieren te betrekken. Door mij zijn toen de rijwielen achtergelaten en is het Bataljon gemarcheerd naar den Holleweg naar de Koerheuvel, Westrand Rhenen, teneinde gedekt te zijn tegen vijandelijk artillerievuur, dat over ons heen ging. Aldaar werden door mij de Compagniescommandanten voorgeroepen en gaf ik opdracht in Rhenen kwartieren te verkennen. Daar ik mee wilde gaan met deze verkenning, zeide de reserve kapitein Franssen mij: "Majoor, dan wordt hier het Bataljon gemassacreerd." Om hem gerust te stellen, zeide ik: "Dan blijf ik bij het Bataljon en verkennen de Compagniescommandanten ieder voor zich; kwartieren voor hoogstens een groep in huizen, gelegen in de diepte en gedekt tegen artillerievuur." Na de verkenning bevreemdde het mij, dat de kapitein Franssen niet zelf zijn compagnie kwam halen, doch dit aan een ordonnans of sergeant-toegevoegd overliet, waarop ik mij naar beneden begaf en genoemden kapitein onder het oog bracht, dat hij zelf zijn compagnie had moeten halen.
Genoemde kapitein maakte op mij den indruk bang te zijn voor de zware projectielen, die over den Holleweg heen gingen. Ik maakte hem er nog op attent, dat er nog geen gewonden of gesneuvelden waren en dat hij hiervoor niet zoo benauwd moest zijn. Ik vroeg hem toen, welke kwartieren hij wilde betrekken, waarop hij mij een nieuwe houten loods wees, gelegen aan den Westrand van Rhenen aan den hoofdweg. Ik heb hem toen gezegd, dat hij dit kwartier niet mocht betrekken, daar het aan den hoofdweg gelegen was en dat door mij massakwartieren verboden waren. Ik heb hem toen opgedragen kwartieren te betrekken aan de wegen, gelegen parallel aan den hoofdweg en zelfs eenige aangewezen en dat hij voorts de kwartieren moest betrekken aan den weg van het Gemeentehuis Rhenen in Noordelijke richting, alwaar ook mijn commandopost zou komen.
Daarna heb ik mij begeven naar de commandopost van den reserve Majoor van Apeldoorn en heb mij telefonisch gemeld bij Commandant - IVe Divisie, van wien ik opdracht kreeg een alarmopstelling in te nemen, welke door mij gekozen werd in het plantsoen te Rhenen.
Toen ik terugkwam, kwam ik den reserve kapitein Steenbergen tegen, die mij geheel ontdaan mededeelde, dat hij van den reserve kapitein Franssen opdracht had gekregen zich onder diens bevelen te stellen en terug te trekken naar Remmerden en dat hij voelde, dat hier iets gebeurde, dat niet in orde was.
Ik heb mij toen met den kapitein Steenbergen per rijwiel zoo snel mogelijk naar Remmerden begeven, alwaar ik den kapitein Franssen niet aantrof. Op mijn vraag waar de kapitein Franssen was, kreeg ik ten antwoord, dat de kapitein Franssen in de richting Elst was teruggetrokken. Direct zijn wij daarop doorgegaan, waarop wij bij den Autoweg den kapitein Franssen met anderhalve tirailleurcompagnie, een halve mitrailleurcompagnie, Staf en Verbindingsafdeeling - III - 11 R.I. aantroffen.
Ik heb hierop de troep toegesproken en gezegd: "Mannen, wat hier gebeurt, grenst aan landverraad. Er is nog geen vijand gezien, geen schot gelost en wij hebben alle munitie nog, terwijl het Bataljon 4 kilometer is teruggetrokken." Kapitein Franssen deelde mij mede, dat hij zulks gedaan had op last van den kapitein van Buuren. Kapitein van Buuren, die eveneens aanwezig was, werd door mij gevraagd, of hij zulks bevolen had, waarop genoemde kapitein antwoordde, dat hij bevolen had, dat de compagnie in de lijn van het badhuis Rhenen als oordverdediging moest inrichten. Reserve kapitein Franssen zeide toen nog: "Ja, maar ik heb toch gevraagd of ik wat terug mocht gaan, hetgeen U hebt toegestaan," waarop de kapitein van Buuren zeide: "Een geringe verplaatsing had ik toegestaan, maar geen 4 kilometer."
Ik heb hierop den kapitein Franssen gezegd: "Ik gelast U zich aan het hoofd van de troep te stellen en onverwijld naar Rhenen terug te marcheeren." De kapitein Franssen vroeg mij toen deze woorden terug te nemen, daarbij doelende op "het grenzen aan landverraad."
Ik heb hierop gezegd: "Ik neem hiervan geen woord terug en door Uw verdere handelwijze van vandaag kunt U trachten den verkeerden indruk uit te wisschen."
De troep is hierna per rijwiel afgemarcheerd naar het plantsoen Rhenen.
Ik ben met den kapitein van Buuren in diens auto meegereden, doch ben steeds achter den kapitein Franssen gebleven, daar ik hem niet vertrouwde.
In Rhenen werd door mij de alarmopstelling ingenomen. Aldaar werd door mij de opdracht ontvangen van Commandant - IVe Divisie, de stoplijn te bezetten, waaraan ik heb voldaan.
Meer kan ik niet verklaren."
Na de voorlezing van zijn verklaring volhardt hij daarbij en onderteekent hij deze.

Waarvan door mij op ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal, om voor nader onderzoek te worden gezonden aan den Heer Commandant van het Detachement Politietroepen te 's-Gravenhage.

Gesloten te Amerongen, 22 Juni 1940.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 2.01 MB)