Verslag van reserve-kapitein N.A. Schuman
Afschrift.
Amsterdam, 25 JUNI 1940.
Aan
den Heer Kolonel D.M. Lucardie te 's-Gravenhage.
- - - - - - - - - -
Gevolggevende aan Uw opdracht en in aansluiting op de door mij afgelegde verklaring op Zaterdag 22 Juni op de Commandopost van Commandant 19 R.I. te Achterberg bij Rhenen, doe ik U hierbij toekomen het verslag van de lotgevallen van mijn Compagnie (M.C.-III-19 R.I.) na het betrekken van de open grendelstelling in den laten avond van Zondag 12 Mei tot Maandagmiddag 13 Mei ongeveer 14.00 uur. De grendelstelling met front Zuid was ingenomen, zooals in het verslag is medegedeeld: viaduct spoorbaan Rhenen - Veenendaal bij Kilometerpaal 26 // Dijk // kruispunt: Friessche steeg - Weteringsteeg.
Gedurende den nacht van Zondag op Maandag is niets bijzonders gebeurd. De aan mijn compagnie toegevoegde Vickerssectie (Sectie 16 M.C.), welke van mij opdracht had ontvangen met twee stukken in open opstelling front Zuid te maken op het kruispunt: Weteringsteeg - Friesschesteeg, is te ver naar het Noorden teruggetrokken langs de Weteringsteeg, doch heeft in den vroegen morgen van Maandag 13 Mei haar verlaten opstelling weer ingenomen. Gedurende den nacht van Zondag op Maandag heb ik daarom één stuk van de midden-sectie, namelijk het stuk uit kazemat 34, dat schootsrichting Noord had, op het kruispunt Weteringsteeg - Friesschesteeg doen plaatsen.
Hoewel de tegenaanval der 4 bataljons tot het terugwerpen van den vijand op Maandag 13 Mei te 4.30 uur zou ingezet worden, is dit eerst te ongeveer 6.00 uur geschied.
De voorste afdeelingen van het linker-vóórbataljon zijn volgens mijn waarnemingen goed opgeschoten; de achterste afdeelingen veel minder.
Aan oververmoeidheid was het wellicht te wijten dat groepen rustig langs de Friesschesteeg zaten en hun brood opaten.
Te 10.00 uur hoorde ik op de Commandopost van Commandant III-19 R.I. een bericht ter doorzending van Overste Land, dat te 8.45 uur het eerste aanvalsdoel was bereikt.
Aanvankelijk was, wanneer ik me niet vergis, opdracht gegeven, dat alle oude opstellingen door III-19 R.I. weer moesten ingenomen worden, zoodra door den tegenaanval de stoplijn van 8 R.I. zou zijn bereikt. Later werd dit gewijzigd en zou de Bataljonscommandant dit oogenblik moeten bepalen. Ik heb den Bataljonscommandant toen te 10.00 uur voorgesteld, dat alle sectiën van M.C.-III-19 R.I., die de grendelstelling hadden helpen vormen, weer hun vaste stellingen zouden betrekken, behalve de rechter Sectie, die, nadat de vóórcompagniën der aanvallende Bataljons de scheidingslijn tusschen 8 R.I. en 19 R.I. zouden hebben bereikt, haar oude stelling weer zou moeten innemen.
De Bataljonscommandant ging hiermede accoord en aldus is geschied, zoodat te ongeveer 10.45 uur alle oude stellingen van M.C.-III-19 R.I. weer waren bezet, behalve die der rechter Sectie.
Ook de rechter Sectie is ongeveer een uur later, zonder van mij daartoe bevel gekregen te hebben, en zonder dat de vóórcompagniën de scheidingslijn van 8 R.I. en 19 R.I. bereikt hadden, op bevel waarschijnlijk van den Kapitein Buwalda naar haar stellingen teruggekeerd.
Te ongeveer 12.00 à 12.30 uur weken echter de Compagniën van het aanvallende rechter-Bataljon terug tot de Friessche steeg. Volgens bevel van Overste Land moest in die lijn worden stand gehouden.
Korten tijd daarna volgde een verder achteruit drommen van het Bataljon, waarbij de rechter tirailleur-compagnie van III-19 R.I. mede gezogen werd. Ook de Bataljons-commandopost is toen in Noordelijke richting ontruimd.
Een door den hals geschoten soldaat van mijn rechter Sectie (dienstplichtig soldaat Oude Nahuis, een prachtkerel) die aankwam, toen ik mij met een deel van mijn Commandogroep in Zuidelijke richting verplaatste om naar de Vickers Sectie te gaan, vertelde mij, dat de rechter Sectie van mijn Compagnie geheel vernietigd was. (Later bleek mij, dat dit meeviel: 5 dooden en 8 gewonden, terwijl de rest in de stelling is gevangen genomen).
Nadat ik dezen soldaat in de Commandopost van het Bataljon had gebracht, waar toen nog slechts alleen de 2e Luitenant-adjudant Karsen (eveneens een prachtkerel!) aanwezig was, ging ik meer Zuidwaarts en bevond toen dat ook mijn Commandogroep was medegezogen met de vluchtelingen.
Op weg naar de Vickers Sectie, die de stukken uit de opstellingen heeft gehaald en vanaf de rugweer in Zuidwestelijke richting op den voorwaarts rukkenden vijand bleef schieten (eerherstel voor de slappe houding gedurende den vorigen nacht) zag ik een chaotisch terugtrekken van het Bataljon van 29 R.I. vermengd met deelen van III-19 R.I. Er was toen tamelijk hevig vijandelijk artillerievuur uit Zuid-Oostelijke richting. Na tegen den grond geslagen te zijn ben ik even bedwelmd geweest.
Ik herinnerde me weer, dat een Officier van Gezondheid van III-19 R.I. mij even onderzocht (Dr. Oosting) en ook een gewond soldaat van 29 R.I. die naast mij lag.
Daarop volgde een artillerievuur, naar ik meen uit Oostelijke richting. Na den gewonde water te hebben gegeven ben ik naar de Bataljonscommandopost geweest, die leeg was. Vijandelijke patrouilles kon ik waarnemen tusschen Cuneraweg en Weteringsteeg ter hoogte van de Bataljonscommandopost gaande in Noordelijke richting. Ik heb mij toen verborgen gehouden in een boerderijtje waar een doode sergeant van 19 R.I. [mogelijk dienstplichtig sergeant G.W. Sarink van Staf III-19 R.I.?] en de zwaargewonde van 29 R.I. lagen (de laatste is des nachts gestorven). In den nacht van Maandag op Dinsdag heb ik getracht in Noordelijke richting te ontkomen, maar stiet op een paar vijandelijke patrouilles. Weer teruggegaan naar het boerderijtje ben ik daar gebleven tot Dinsdagmiddag 14 Mei te ongeveer 14.30 uur. Opgemerkt door een vijandelijke patrouille die van de 5-sprong bij Achterberg kwam heb ik mij toen overgegeven.
Nog werd mij medegedeeld dat de Vickers Sectie na het verschieten van alle munitie op Maandagmiddag 13 Mei in Noordelijke richting is teruggetrokken en zich evenals de linkersectie van mijn Compagnie, heeft aangesloten bij de tirailleurcompagnie van III-19 R.I.
Mijn middensectie is in de stelling gebleven (kazematten 33, 34 en 35) en is daar gevangen genomen; behalve 8 man, die gelijk met de Vickers Sectie zijn teruggetrokken. Nadere bijzonderheden zijn mij nog niet door de Sectiecommandanten toegezonden.
De voormalige Commandant M.C.-III-19 R.I.
De Reserve Kapitein,
w.g. N.A. Schuman.
Catharina van Clevelaan 32.
Amsterdam - Zuid.
|
