Schrijven van generaal-majoor J. Harberts inzake staatsgevaarlijke elementen
Commandant IIe Legerkorps
Sectie I 1.
No. 200 P.
Onderwerp:
Actie van staatsgevaarlijke elementen.
Stafkwartier, 21 April 1940.
P E R S O O N L I J K.
Het gebeurde in Noorwegen, voor wat betreft verraad van binnen uit, maant tot groote voorzichtigheid. Hoewel soortgelijke elementen in Nederland in de minderheid zijn, kunnen zij tijdelijk wanorde stichten, doch deze kan bij groote vastberadenheid worden bedwongen.
Van overheidswege worden in het achterland maatregelen ter zake getroffen.
Het is noodig, dat ook Uwerzijds de gedragingen van verdachte elementen met alle aandacht worden gevolgd, alsmede dat maatregelen worden getroffen teneinde, waar zulks noodig mocht zijn, snel en krachtdadig te kunnen optreden.
In verband hiermede bepaal ik het volgende:
- Commandant 11 R.I. zal - overeenkomstig mijn reeds rechtstreeks aan hem verstrekte opdracht - troepen ter sterkte van één bataljon (I of III 11 R.I.) binnen het kantonnement geconsigneerd houden. Dit bataljon is uitsluitend te mijner beschikking en moet 45 minuten na ontvangst van een daartoe strekkend bevel van mij gereed staan om per auto te worden vervoerd met het oog op werkdadig optreden. Voertuigen en paarden blijven voorloopig in het kantonnement achter.
Dit bataljon oefent overdag in de onmiddellijke nabijheid van het kantonnement, zoodanig dat het zoo noodig onmiddellijk, zonder eerst naar de kwartieren terug te keeren, kan worden ingeladen en ingezet. - De Divisiecommandanten zullen in de tijdvakken tusschen het einde van den dienst en den aanvang van den dienst op den volgenden dag piketten ter sterkte van een compagnie te hunner beschikking houden in elk der kantonnementen Rhenen, Veenendaal, Renswoude en Woudenberg/Scherpenzeel. Deze piketten rusten gekleed, officieren bij den troep, en treffen afdoende maatregelen voor eigen beveiliging.
Deze piketten kunnen aan de gewone oefeningen en werkzaamheden deelnemen, doch als gesloten geheel en gereed om, zonder eerst naar de kantonnementen terug te keeren, te worden ingezet. - Commandant IIe Verkenningsafdeeling houdt te Ede ten allen tijde een piket gereed ter sterkte van één eskadron.
- Alle commandanten moeten er van doordrongen worden dat, indien werkdadig moet worden opgetreden, onverschillig of dit geschiedt tegen vijandelijke legerafdeelingen of tegen kwaadwillige deelen van de bevolking, dit optreden zich moet kenmerken door groote snelheid, doch vooral door een groote en niets ontziende kracht en vastberadenheid. Ik dek hen in dezen met mijn verantwoordelijkheid.
Ik zal niet aarzelen, commandanten wier optreden te slap is, wegens lafheid tegenover den vijand voor den krijgsraad te doen terechtstaan. - Alle commandanten zullen hun troepen er van doordringen, dat alles gedaan en voorbereid wordt om elke poging tot sabotage of verraad, ten doel hebbende om, al of niet met behulp van buitenlandsche elementen, de macht in handen te krijgen, te verijdelen; zij zullen hun troepen eveneens doordringen van de noodzakelijkheid van een vastberaden, uitermate snel en krachtig toeslaan, indien zij moeten optreden.
De Generaal - Majoor
(get.) J. Harberts.
Aan:
Commandant IIe en IVe Divisie
Commandant IIe Verkenningsafdeeling
in afschrift aan:
Commandant Veldleger (2 exemplaren).
|
