Schrijven van reserve-kapitein Mr.Dr. M.H.H. Franssen

Dr. M.H.H. FRANSSEN
ADVOCAAT EN PROCUREUR

IN ZAKE: 1127.
BIJLAGE: 2.

's-GRAVENHAGE, 24 Juli 1940.-
KORTE VOORHOUT 12a

Den HoogEdelGestrenge Heer Kolonel LUCARDIE,
Jan van Nassaustraat 2,
's-GRAVENHAGE.
================

HoogEdelGestrenge Heer,

Naar aanleiding van het onderhoud, dat ik Zaterdag jongstleden met U hebben mocht, doe ik U hierbij toekomen een afschrift van mijn gevechtsbericht dd. 3 Juli 1940.
Wat de Kapitein Van Buren mij bevolen heeft vindt U daarin nauwkeurig vermeld onder punten 15 en 16.
Het gesprek, dat ik met Kapitein Van Buren had, vond plaats op den Rijksweg vlak aan den ingang van Rhenen. Op eenige meters afstand stond de Luitenant Van den Bogaert [G.J. van den Boogerd] en ook Sergeant Seesing, die beiden het gesprek moeten gehoord hebben. Van Luitenant Van den Bogaert weet ik zeker, dat hij het gehoord heeft. Hem zond ik namelijk mijn gevechtsbericht en hij antwoordde mij op 11 Juli 1940, dat enkele ondergeschikte punten naar zijn meening niet geheel juist waren. Hij stelde deze op den rand. De punten 15 en 16 van mijn gevechtsbericht achtte hij wel juist. Het adres van Luitenant Van den Bogaert is: Candidaat-notaris Van den Bogaert, Voorstraat, Brielle.
De Kapitein Steenbergen, Rijkslandbouwconsulent voor Westelijk Noord-Brabant te Breda, deelde in mijn aanwezigheid aan den Commandant Veldleger mede, toen laatstgenoemde ons opzocht in het ziekenhuis te Arnhem, dat hij (Steenbergen) kon bevestigen, dat de Kapitein Van Buren mij bevelen had gegeven conform mijn verklaring.
De Kapitein Steenbergen bevestigt mij zulks bij zijn schrijven dd. 17 Juli 1940, van welk schrijven ik afschrift hierbij insluit.
Het adres van Sergeant Seesing is: Keijenburg. Aan hem heb ik onmiddellijk na bekomen bevel van den Kapitein Van Buren gedicteerd wat in het dagboek gesteld moest worden. Ik meen mij te herinneren, dat Sergeant Seesing mij bij die gelegenheid bevestigde gehoord te hebben, wat de Kapitein Van Buren mij bevolen had. Door deze omstandigheden kan ik bewijzen, wat de Kapitein Van Buren mij beval.
De bedoeling van mijn verzoek om deze zaak te onderzoeken is de volgende.
Het is mij bekend:

a. dat Kapitein Van Buren verklaard heeft dat, toen hij te Rhenen aankwam, hij aldaar mijn Compagnie vluchtende vond. Dit is onwaar. Mijn Compagnie was in de kwartieren ondergebracht.

b. dat Kapitein Van Buren verklaard heeft mij bevolen te hebben, dat ik in de eerste huizen van Rhenen stelling moest nemen. Dit is onwaar.

c. dat Kapitein Van Buren verklaard heeft mij te hebben opgedragen vluchtende troepen op te vangen. Dit is onwaar.

d. dat de Kapitein Van Buren verklaard heeft verwonderd te zijn geweest, dat hij mij in de eerste huizen van Rhenen niet vond, toen hij terug kwam; voor deze verwondering was geen plaats, aangezien hij mij dat niet bevolen had.

e. dat de Kapitein Van Buren verklaard heeft mij achterop te zijn gereden en mij toen gezegd te hebben, dat ik niet verder mocht gaan dan de Stokweg. Dit is niet waar. Mij is toen alleen medegedeeld, dat ik tot het uiterste moest stand houden, waarop ik hem geantwoord heb: "Daar kunt U op rekenen".

Het is mij bekend, dat de Kapitein Van Buren aan derden de fabel van het vluchten mijner Compagnie heeft medegedeeld. Ik ben verplicht ten opzichte van mijn officieren, onderofficieren en minderen dezen fabel uit de wereld te helpen.
Mijn bedoeling is dus dat de Kapitein Van Buren erkent wat hij bevolen heeft.
Ik voor mij dien geen klacht in tegen den Luitenant Verberne, die den soldaat Hilberdink neerschoot en die ook op mij schijnt geschoten te hebben achter mijn rug.
Ik dien ook geen klacht in tegen de bevelen van Majoor Van der Ploeg. De gevolgen van deze beide dingen zijn toch niet meer te herstellen.
Ik wensch slechts dat de eer en de goede naam van mijn Compagnie hersteld worde.
U verzocht mij nog om het adres van Kapitein Dewez. Dit is Ir. Dewez, Rijkslandbouwconsulent te Roermond. Deze was bij het gesprek tusschen den Kapitein Van Buren en mij niet aanwezig.
Indien U mij wenscht te hooren ben ik zoo mogelijk steeds ter beschikking.

Met de meeste hoogachting,
Uw dienstwillige,
(get.) M.H.H. Franssen

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.31 MB)