Albert Hilberdink

Foto van het graf - klik voor een vergroting
Dienstplichtig Soldaat
4e Compagnie Pioniers
Albert
Voornaam:
Hilberdink
Achternaam:
2 november 1910
Geboortedatum:
Herne (Röhlinghausen)
Geboorteplaats:
Duitsland
Geboorteland:
12 mei 1940
Overlijdensdatum:
-
Locatie sneuvelen:
Militair Ereveld Grebbeberg
Begraafplaats:
7
Rij:
26
Grafnummer:
Geen of onbekend
Religie:
Bronzen Kruis
Onderscheiden met:


Bekijk de militaire rapporten van dit legeronderdeel


Motivatie onderscheiding

  • Onderscheiding toegekend volgens Koninklijk Besluit 09-05-1946 Nr. 6 wegens:
    "Heeft zich door moedig optreden tegenover den vijand onderscheiden door op den eersten oorlogsdag mede te werken aan het leggen van een mijnenveld noord van Rhenen; dit mijnenveld bewaakt en doortrekkende troepen de wegen gewezen, welke ongevaarlijk waren. Is op 12 mei gesneuveld."

Notities

  • Uit het rapport Sellies/Verhoeven (bevat o.m. gegevens omtrent sneuvelen en vindplaats)
    Veldgraf gelegen naast Hotel Bergzicht aan de Cuneraweg te Prattenburg, op 3 juni 1940 herbegraven op de Grebbeberg.
  • Reactie van 23 juni 2003 n.a.v. een eerder bericht gericht aan de zoon van vaandrig A. Langejan (4 C.P.) met de vraag wat zijn vader bekend was over het sneuvelen van soldaat Hilberdink:
    "De naam Hilberdink zei hem wel wat, zij het dat hij deze soldaat nooit persoonlijk heeft gekend. Aangezien je aangaf dat het om een tijdens de meidagen gesneuvelde pionier moest gaan, bracht mijn vader het in verband met een gerucht dat hem op zondag 12 mei (1940) werd verteld. Er zijn slechts drie pioniers gesneuveld, maar twee daarvan niet tijdens de meidagen. Het gerucht behelsde dat op de brug bij het viaduct in Rhenen een soldaat van de pioniers (mogelijk met de naam Hilberdink) zou zijn gedood door een officier (van een ander legeronderdeel). Dit zou zijn gebeurd toen een aantal (Nederlandse) militairen de Grebbeweg afkwamen in de richting van het station en de soldaat hen zou hebben geroepen: "Terug, jongens ga terug." Volgens het gerucht zou deze soldaat er op hebben gedoeld dat de militairen terug moesten naar het front, de officier zou het hebben opgevat dat de soldaat hen aanmoedigde te deserteren."
  • In februari 2026 zijn bij het Nationaal Archief een tweetal (ons onbekende) handgeschreven rapporten ontdekt in het persoonlijk archief van kolonel D.M. Lucardie (archiefnr. 213196 - 3531) die betrekking hebben op het sneuvelen van Albert Hilberdink. Het lijkt erop dat deze notities nooit verder zijn uitgewerkt tot een officieel rapport. Het betreft de rapporten van sergeant Roelof van Veen en dienstplichtig sergeant Hendrik van der Houwen, beiden behorende tot de 4e Compagnie Pioniers. Hierin wordt de hierboven vermelde verklaring van vaandrig Langejan bevestigd. Uit het rapport van Van Veen blijkt ook dat het een luitenant-adjudant betrof (gouden en zilveren ster op de kraag). Hetgeen reserve-kapitein Mr.Dr. M.H.H. Franssen (commandant 2-III-11 R.I.) hierover tussen de regels door in zijn gevechtsrapport van 3 juli 1940 schrijft ("... De Luitenant Verberne van Staf III-11 R.I., dezelfde die, zooals ik later vernam, den dienstplichtige A. Hilberdink van 4 C.P. eigenmachtig en wederrechtelijk heeft neergeschoten te midden van andere dienstplichtigen ...") blijkt daarmee geen verzinsel.

Beeldmateriaal

  • Klik hier voor een uitvergroting
    Klik hier voor een uitvergroting

Opmerkingen

  • Geen.

1870