Schrijven van reserve-tweede luitenant P.H.M.J. Suilen

Te Velde, 9 April 1947.

Antwoord op schrijven
d.d. 25 Februari 1947
no: 1438 P. Persoonlijk
Onderwerp:
Inlichtingen.
=========

De ontmoeting met den reserve luitenant-kolonel der infanterie Mr.Dr. J. Smit, Commandant 24 R.I. had plaats in de morgenuren van 13 Mei 1940. Het juiste tijdstip is mij momenteel niet meer bekend. De tegenaanval vanuit Achterberg was op dat moment reeds vastgelopen en vanuit mijn opstelling konden we de soldaten, die den aanval uit moesten voeren zien liggen. Daar overste Smit niet meer op de hoogte was met de juiste plaats van zijn regiment, verzocht hij mij een patrouille het voorterrein in te zenden, teneinde de voorste lijn van zijn troepen vast te stellen. Van mijn eigen commandant had ik echter opdracht ontvangen om mijn steunpunten bezet te houden, zoodat ik, zonder zijn voorkennis, moeilijk aan het verzoek van overste Smit kon voldoen. Ik deelde hem dit mede en heb hem verder gezegd, dat 't toch meer voor de hand lag om zelf een patrouille weg te zenden uit de soldaten die nog bij hem waren, daar op die manier mijn steunpunt niet verzwakt zou worden. Ik heb hem verder dringend verzocht om mijn steunpunt te verlaten, daar dit overvuld was van menschen, wat de verdediging ongunstig beïnvloedde.
De Overste maakte op mij verder een flinken indruk, hij was alleen zeer ongerust over zijn troepen.

De naam van den soldaat van 8 R.I., die op 13 Mei 1940 door de Duitschers met anderen als dekking werd gebruikt bij hun aanval op mijn stelling, waarna door mij het vuur werd geopend, is, voor zoover ik hier kan nagaan uit de gegevens welke ik ter beschikking heb, dienstplichtig soldaat G.M. Klinkhamer van M.C.-II–8 R.I.

Op 13 Mei 1940 ben ik teruggetrokken te pl.m. 17.00 uur en wel uit de volgende overwegingen:
Na het bombardement op mijn stelling te pl.m. 14.00 uur, waren de geweren en lichte mitrailleur onder het zand en onder den modder geheel bedolven. Daar ik nu spoedig weer een nieuwe aanval verwachtte, heb ik deze direct schoon laten maken. De sectie was dan ook weer zeer spoedig gevechtsklaar. Ik bevond mij op dat moment in de loopgraaf van mijn rechtergroep, welke loopgraaf tevens de meest rechtsche was van ons compagnie's vak. Mijn linkergroepscommandant berichtte mij, dat de sectie, links aan hem aangeleund, terugtrok en vroeg aan mij verlof om ook terug te trekken. Ik weigerde dit en gaf orders om desnoods met geweld van wapens elke terugtocht in mijn sectie te verijdelen. Tegen alle soldaten heb ik toen gezegd, dat iedereen die terugtrok door mij persoonlijk doodgeschoten zou worden.
Om mijn Compagniescommandant van het voorval in kennis te stellen stuurde ik een korporaal en een soldaat naar de Commandopost. Daar het echter geruimen tijd duurde voordat deze terugkwamen en wij nog steeds onder vijandelijk artillerievuur lagen, vreesde ik dat hun iets overkomen was. Ik stuurde daarom een andere korporaal naar den post van den Bataljonscommandant. Na eenigen tijd kwamen allen ongeveer gelijktijdig binnen. Ze verklaarden allen dat de geheele stelling verlaten was.
Op weg naar den commandopost van den Compagniescommandant had de korporaal alle geweren die op de borstwering waren achter gebleven onbruikbaar gemaakt. Zoowel in den Commandopost van den Compagniescommandant als van den Bataljonscommandant wees alles op een overhaast vertrek.
Persoonlijk heb ik toen nog gepoogd contact te krijgen met de Compagnie, die rechts naast mij zat, maar ook daar was alles verlaten. Ik heb toen mijn drie sergeanten-groepscommandanten bij mij geroepen en hun de situatie uiteengezet. Wij hielden 't eenigste steunpunt achter de spoorlijn nog bezet. De vijand was zeer waarschijnlijk reeds over 't viaduct, daar wij rechts achter ons reeds een vuurgevecht hoorden. Wij moesten dus bedacht zijn op omsingeling. Indien wij hier bleven zouden wij dus zeer waarschijnlijk vernietigd of gevangen genomen zijn, zonder 't gevecht ook maar in 't minste te beinvloeden. Ik besloot dus terug te gaan, teneinde ons in Amerongen bij onze divisie weer te melden en weer aansluiting aan andere troepen te verkrijgen.
Ik gaf bevel alle geweren en mitrailleurs mede te nemen, benevens alle munitie. Na de soldaten mijn overwegingen medegedeeld te hebben en hun uitdrukkelijk gezegd te hebben, dat wij ons bij stooten op den vijand in geen geval over zouden geven, maar ons er doorheen zouden slaan, begaven wij ons naar de rijwielen en zijn toen via de Koerheuvel en langs Elst teruggegaan naar Amerongen, vanwaar ik verder werd gedirigeerd naar Wijk bij Duurstede en vandaar naar Vreeswijk. Aan vijandszijde was 't toen behalve af en toe artillerievuur betrekkelijk rustig.

De Reserve 1ste Luitenant,
(get.) P.H.M.J. Suilen

Aan:
Commissie Militaire Onderscheidingen
Plein 24,
Den Haag.
==========

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 904.44 KB)