Schrijven van vaandrig D.C. de Ridder
HOOFDREGELINGSBUREAU
REGELINGSBUREAU LANDMACHT.
--------------------
Afdeling Ic.
Nr. 1634
--------------------
Onderwerp:
Krijgsgeschiedenis.
Bijlage: 1 schets
's Gravenhage, 14 Juni 1941.
Willem Lodewijklaan nr. 1
Ik verzoek U mij op bijgevoegde schets zoo nauwkeurig mogelijk aan te geven hoe Uw groepen gedurende 10-12 Mei 1940 in het Noordelijke deel van het hoornwerk waren opgesteld (inclusief de vuurrichtingen).
Waren al Uw 4 mitrailleurs nog intact, toen U uit het hoornwerk terugtrok?
Tevens verneem ik nog gaarne inlichtingen omtrent het volgende:
Volgens Uwe verklaring aan Kolonel Lucardie bent U 13 Mei op bevel van een vaandrig van de Jagers uit de stoplijn teruggegaan op den commandopost van Commandant 8 R.I.
Het is mij gelukt, dien vaandrig op te sporen, die echter mededeelt, dat hij, na zich in verband met hevig artillerievuur in een mitrailleurnest te hebben gedekt, in een vuurpauze de geheele loopgraaf door zijn mannen verlaten vond en ook U niet meer aantrof. Hij had toen nog slechts 2 ordonnansen en een zwaar gewonde [?]. Ik stel er prijs op te vernemen, welke lezing juist is en waarom U zonder last van dien vaandrig de stelling verliet (die korte tijd later weder door anderen is bezet).
de Generaal-Majoor,
o.l. de Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf
V.E. Nierstrasz.
Aan:
De Heer D.C. de Ridder
Voormalig vaandrig bij 2-I-8 R.I.
Grebbedijk 6a
Wageningen
==========================================================================
Den Haag, 9 september 1941.
Riouwstraat 169.
Naar aanleiding van Uw schrijven No. 1634 heb ik de eer U het navolgende mede te deelen.
Bij het verlaten van het Hoornwerk-Noord in den middag van den 12en Mei 1940 waren inderdaad mijn mitrailleurs nog intact; deze zijn dan ook medegevoerd.
Op bijgaande schets zijn de vuurrichtingen van de 4 lichte mitrailleurs geteekend. In verband met de kleine schaal der teekening volgt onderstaande toelichting.
In elk der beide stekelvarkens S13 en S14 waren 2 mitrailleurs opgesteld, respectievelijk in de rechter- en middelste schietgaten. De rechter mitrailleur van S13 bestreek de kabelversperring in den kunstweg Rhenen - Wageningen, welke in mijn sector was inbegrepen. Tusschen S13 en dezen kunstweg bevond zich de rechtergroep van mijn sectie, welke vuur uitbracht op den kunstweg en den Noordelijk daarvan gelegen berm en sloot.
In het loopgraafgedeelte tusschen S13 en S14 stond een halve groep, welke frontaal vuurde, terwijl de linkergroep het Noordelijk en Noord-Westelijk gedeelte van den loopgraaf bezette.
Ten aanzien van Uw volgende vraag zou ook ik U hebben kunnen inlichten omtrent den door U bedoelden Vaandrig. Dit was de Vaandrig Terpstra van het Regiment Jagers. De lezing als zou deze op 13 Mei het bevel gegeven hebben vanuit den stoplijn terug te trekken op den Commandopost van Commandant 8 R.I. is inderdaad niet in overeenstemming met de feiten en mijn verklaring aan Kolonel Lucardie is in het verslag niet juist weergegeven.
Voor zoover ik mij thans nog kan herinneren is door mij wèl met Vaandrig Terpstra de mogelijkheid van een verwisselen van stelling bij een rechtstreeksche artilleriebeschieting van onzen loopgraaf besproken, waarbij dan tijdelijk de boschrand - waarin zich ook de stellingen van een Mitrailleurcompagnie bevonden - te bezetten ware.
Tijdens het daarop gevolgde hevige artillerievuur in de onmiddellijke omgeving van den loopgraaf, waarin vrijwel geen onderkomens aanwezig waren, is bovenbedoelde beweging uitgevoerd, doch door het verleggen van het artillerievuur naar den boschrand mislukt. Daar ik mij bij het laatste gedeelte van de sectie bevond en in de overtuiging verkeerde, dat Vaandrig Terpstra vooraan was, is het mij niet mogelijk U mede te deelen, wie het bevel tot dit verlaten der stelling heeft gegeven.
(get.) D.C. de Ridder
Voormalig Vaandrig 2-I-8 R.I.
Aan den Heer Chef van het Hoofdregelingsbureau
te 's-Gravenhage.
|
