Verhoor van reserve-kapitein R.E.J. Collette
Verhoor op Woensdag 26 Juni 1940 van den
Kapitein R.E.J. Collette, Commandant 2-I-8 R.I.,
Van Huevenstraat 64 Arnhem.
--------------
Ik heb een concept-verslag gemaakt, dat ik U zal opsturen. Vrijdagmorgen tot Zaterdagmiddag was alles betrekkelijk normaal. Er is in de voorste lijn wel veel gevuurd; munitieverspilling had reeds Vrijdags plaats. Zaterdags om 23:00 uur kwam de Luitenant Timmermans met zijn sectie de dijk uit en kwam in de commandopost. "Ze zitten er en ik word van uit Heimerstein en van achteren beschoten. Ook zijn ze op den dijk". Hij had bericht uit het Noorden gehad, dat hij terug moest gaan. Ik heb getelefoneerd met den Bataljonscommandant, die last gegeven heeft hem terug te zenden. Ik heb den Luitenant Timmermans, die met zijn sectie zeer gedemoraliseerd was, teruggezonden en getracht de sectie-Pas naar voren te brengen. Noch de ordonnans, noch ik zelf hadden resultaat: ik kon er den sergeant-majoor-instructeur Pas aanvankelijk niet toe brengen; hij was te schuchter. Toen hij dacht, dat de vijand voor zijn sectie zat, heeft hij ineens handgranaten gegooid. Hij is tenslotte gegaan. De Luitenant Timmermans is niet gegaan toen ik hem gelast heb terug te gaan; hij deed alsof hij ging, maar was plotseling verdwenen en waar hij gebleven is, weet ik niet. Hij was eigenwijs en altijd anders dan een ander, doch niet onbetrouwbaar. Ik heb veel aan Toelen gehad, deze volvoerde alle opdrachten, wist veel en heeft zich goed gedragen.
Zondagochtend is de sergeant-majoor-instructeur Pas weer vervangen door de sectie Timmermans. Luitenant Timmermans is eerst op de commandopost geweest (ik sliep toen net) en is weer in de stelling gegaan. Ik heb hem niet gesproken en weet ook niet, of iemand hem last gegeven heeft weer in zijn stelling te gaan. Ik weet ook niet of Toelen dit gedaan heeft.
De menschen op de commandopost waren rustig gestemd. 's Nachts was er rumoer, dat er vijand in de boomen en op de commandopost zaten; 't was wel een voortdurend geloop in en uit. Ik zelf was ook naar omstandigheden rustig, vooral toen 't daglicht was, was de stemming beter.
Ik heb Zaterdagavond nog artillerievuur aangevraagd vóór villa "Rooddak" en voor de verlengde [Haar?]weg. Dit is aan den Bataljonscommandant gevraagd en was er binnen ca. 6 minuten. Ook in den boomgaard ten Zuiden van villa "Rooddak". Dat was op verzoek van den vaandrig de Ridder, die veel last had van den boomgaard. Zeer vaak heb ik om opruimingen daarvan gevraagd. Ook kreeg ik Zaterdagavond bericht van den Bataljonscommandant (per telefoon), dat de Divisiecommandant een tegenstoot zou doen om het verloren terrein te herwinnen (pl.m. 0.30 uur). Ik heb dit aan de Sectiecommandanten medegedeeld en gezegd, dat er niet gevuurd mocht worden.
Er werd in het Noorden veel geschoten, maar ik heb van den tegenstoot niets gemerkt.
Zondagmorgen voortzetting van hevig artillerievuur. Sectie Timmermans vroeg om twee nieuwe mitrailleurs en alle secties kregen aanvullingsmunitie. Deze mitrailleurs dienden ter vervanging van onklaar geraakte mitrailleurs. Ik heb telefonisch aangevraagd; ze zouden halfweg gebracht worden. De reserve sectie Pas heeft 1 of 2 lichte mitrailleurs ten behoeve van de sectie Timmermans afgestaan.
De verbinding met Hoornwerk Noord was zeer slecht; dit ging met een vlotje.
De sergeant-majoor-instructeur Pas heeft later gemeld, dat door het artillerievuur zijn geweren stukgeslagen waren. Hij had toen nog 1 lichte mitrailleur over.
Den geheelen morgen was de telefoon stuk.
De vaandrig de Ridder is Zondagmiddag 12.00 - 12.30 uur zonder eenig bericht te geven, teruggetrokken achter de sluis. Ik heb toen den vaandrig Donkersloot opdracht gegeven den vaandrig de Ridder terug te zenden, en aan Luitenant Timmermans bevel gegeven het bericht van terugtrekken door te geven. Ik hoorde de terugtrekking van een soldaat. Ik heb toen den Bataljonscommandant opgebeld en gevraagd den vaandrig terug te nemen op mijn commandopost, die ik dan zou verplaatsen. Ik wilde hem daar opstelling geven, omdat de kazemat Hendriks (sergeant) verlaten was, met medeneming van den kolfbodem uit zijn mitrailleur (sergeant van sergeant-majoor-instructeur Pas). Ik heb van dezen sergeant niets meer gehoord of gezien.
De Bataljonscommandant is hiermee (pl.m. 12.30 - 13.00 uur) accoord gegaan (1e Luitenant de Jong (adjudant) weet hiervan). Toen de vaandrig de Ridder [?] terug was, heb ik hem opdracht gegeven een opstelling te nemen in de commandopost om de oude opstelling van de reserve-sectie. Ik wilde met de commandopost naar verbandplaats (hulppost-Noord) gaan, maar dit plan is niet uitgevoerd daar ik niet in een non-combattante opstelling wilde zijn.
Ik ben uit deze commandopost gegaan, omdat ik die opstelling wilde gebruiken om de 4 mitrailleurs van vaandrig de Ridder te kunnen opstellen, waarvan ik er maar 2 kon plaatsen in de oude opstelling van sergeant-majoor-instructeur Pas. Behalve het teruggaan van den vaandrig de Ridder was de compagnie nog intact. Ik had geen verbinding meer met den Bataljonscommandant, maar had den vaandrig Donkersloot naar hem toe kunnen zenden. Mij was medegedeeld, dat de compagnie Rangelrooij langs de Zuidzijde van den berg terugtrok. Toen wilde ik naar de stoplijn, om bij den Kapitein Brittijn informatie te halen.
Ik heb de sectie Pas [?]. De Kapitein Brittijn wist van niets, behoudens dat enkele menschen bij hem waren aangekomen uit de voorste lijn. Toen ben ik weer naar voren gegaan en wilde mijn mensen later aantrekken. Ik wilde mijn oude commandopost weer betrekken, maar daar was tot mijn verbazing niemand aanwezig, behalve 3 soldaten van een mij onbekend onderdeel.
Met deze menschen ben ik uit de commandopost gegaan, om den vaandrig de Ridder te zoeken. Toen stonden we ineens tusschen 5 à 6 Duitschers. Ik heb er twee neergeschoten en ben toen gevangen genomen. Ik ben zeer uitgescholden en het terrein ingejaagd, vooruitloopende. Daar ben ik weer in handen gevallen van Duitschers, achter het huis van Lexius de Ridder. Daar werd me alles afgenomen en werd ik weer teruggezonden naar de Duitsche troepen, bij den Hollen weg, waar een [Duitse] overste met een heele troep was. Ik ben naar het "Doodshoofd" gezonden, later door een kapitein teruggezonden naar de Grift, met een rubberboot Zuid van de sluis overgevaren en Zuid van den dijk naar den grooten weg en toen daarlangs naar Wageningen gevoerd per fiets en motor. Later met een auto naar het Hotel "de Wageningsche Berg". Ik kreeg daar brood en koffie. Daarna per motor afgevoerd naar Arnhem en ik ben thuis geweest om een koffertje met kleeren te halen. Ben den volgenden dag in de Coehoornkazerne geplaatst. Den volgenden dag naar Soest (Duitsland). Ik ben niet in burger geweest.
Voorgelezen, volhard en geteekend,
w.g. R.E.J. Collette.
|
