Verhoor van reserve-kapitein N.A. Schuman
AFSCHRIFT
Verhoor van den Kapitein N.A. Schuman, huisadres:
Cath. van Clevelaan 32, gemeente Nieuwer-Amstel, post
Amsterdam-Zuid, Commandant M.C.-III-19 R.I.
De Kapitein Schuman deelt mede:
Zondag 12 Mei in den namiddag.
De stemming en de geest waren prachtig. Zondagmiddag pl.m. 13.00 uur een bevel, van den Bataljonscommandant - ik begreep, dat het een Divisiebevel was - dat de voorposten voor vak 8 R.I. waren teruggeslagen en weg. Getracht zou worden deze voorposten te hernemen. Daarvoor zou II-19 R.I. een tegenstoot ondernemen en het bataljon 8 R.I. van de voorposten zou daaraan medewerken, namelijk het bataljon dat op voorposten gezeten had. Mijn opdracht was, alle vuurorganen die daaraan konden medewerken, deel te laten nemen.
De aanval zou beginnen om 15.00 uur, op vuursein. Het vuursein kwam niet. Daarna verband gezocht met Kapitein Wiersinga. Rechts wel vuurseinen gezien. In overleg met Kapitein Wiersinga het vuur voor Kruiponder afgegeven; bericht dat het goed lag (pl.m. 18.00 uur).
Een gerucht ging, dat nog een afdeeling artillerie - gezegd een Engelsche - bovendien zou steunen.
Zondag pl.m. 18.30 uur kwam bericht, dat de rechter sectie onder eigen artillerievuur kwam, het 1e bericht kwam van de Vickers Sectie, daarna van de rechter sectie. De ligging van dit artillerievuur 200 meter West van de Knik in de Maatsteeg, is 200 meter West van kazemat 32.
Ik ben toen aan de telefoon gegaan, met de commandopost Bataljonscommandant gesproken, 2e Luitenant Karsen, Luitenant-Adjudant. Voortdurend bleef de sectie onder artillerievuur. In dien tijd alle twaalf seinpatronen - serie 5 rood - eigen artillerievuur hindert - afgeschoten. Mijn indruk was, dat dit artillerievuur was van de afdeeling, die er juist bijgekomen was.
Het was niet mijn indruk, dat het van I-8 R.A. was. Na dit vuur begon het te schemeren (pl.m. 19.00 uur). Bij mijn rechter sectie was de stemming erg gedaald, maar er waren geen verliezen geleden. Ik moest geregeld aandringen op den uitkijkdienst, maar zij waren erg benauwd geworden. Voortdurend telefonische verbinding met Sectiecommandant 1e Sectie (rechter Sectie) en vernam uit kazemat 32 het bericht, dat er iemand met een witte doek voorbij de kazemat liep. Wij waren bang gemaakt voor eigen uniformen en witte vlaggen, dus ik droeg op, scherp uit te kijken. Daarna kwamen meer mannen, die in den boomgaard bij den Luitenant Storms gingen liggen. De Luitenant Storms berichtte toen, dat geregeld troepen uit Kruiponder terug kwamen in het vak van III-19 R.I.
De sergeant 1e klasse Smit heeft op mijn last deze menschen trachten tegen te houden. Hij heeft dit gedaan en enkele menschen zijn teruggegaan, waarheen onbekend. Enkele minuten daarna verschenen bij mijn commandopost 3 sergeanten en pl.m. 20 man. Zij hadden alles weggegooid, alleen den helm op het hoofd, enkele doornat uit doorwaden van sloten. Namen zijn mij niet bekend. Deze menschen heb ik verzameld en toegesproken terug te gaan naar Kruiponder. Zij waren zeer terneergeslagen, deden de verhalen van de hel, die het in Kruiponder was en van het eigen artillerievuur. Ik had 3 geweren voor de 3 sergeanten en deelde enkele noodrantsoenen uit.
Toen kwam bericht van Luitenant Karsen, dat hij nog eenige menschen zou zenden, om terug te sturen. Luitenant Storms opgedragen contact te houden met Kapitein Wiersinga. Kapitein Wiersinga is toen in de Sectie van Luitenant Storms gekomen en aan de telefoon gekregen. Een Sergeant heeft met Kapitein Wiersinga gesproken.
Ik heb hem daarna zelf gezegd, dat de menschen zouden terug gaan en dat Kruiponder hernomen moest worden naar mijne meening.
De Kapitein Wiersinga zeide toen geen wapens te hebben en de menschen te doen zenden naar de stoplijn van 8 R.I.
Nog meer menschen kwamen, met den Luitenant Vos. Voor deze Luitenant Vos er was, heb ik gezegd, dat het gewenscht was een officier aan te wijzen, om deze menschen weg te brengen; 2e Luitenant Grootes werd aangewezen door Bataljonscommandant.
Inmiddels kwam Luitenant Vos, doornat; hij heeft er wat gegeten.
2e Luitenant Grootes de opdracht gegeven naar de stoplijn; toestand zeer gedemoraliseerd bij de anderen. Ik had den stelligen indruk, dat Kruiponder nog niet bezet was. Wel vertelden zij, dat een gedeelte rechts van Kruiponder al eerder weggevloeid was.
Na deze gebeurtenissen weer opdracht gegeven aan Luitenant Storms pl.m. 20.30 uur (?) contact te zoeken met Kapitein Wiersinga. Dit is gedaan, maar de Kapitein Wiersinga was niet op de commandopost, wel eenige menschen. De Kapitein Wiersinga was naar den Kapitein Van den Berg. Later nog eens herhaald. Toen deelde de Luitenant Storms mede, dat de tusschenverdediging van 8 R.I. terugging. Kapitein Wiersinga niet meer gesproken. Mijn indruk was, dat Kruiponder zeker te hernemen was. In haast is toen front Zuid de grendelstelling bezet.
Het was Kapitein Wiersinga bekend, dat ik met de 2 Sectiƫn zware mitrailleurs een aanval op Kruiponder onmiddellijk zou kunnen steunen.
In dezen Zondagavond meldde zich bij mij een 1e Luitenant met een tamboer van 29 R.I., die voor den tegenaanval nog kwam verkennen. De tegenaanval den volgenden morgen kwam pl.m. anderhalf uur later dan gezegd was.
Na geslaagden tegenaanval zou Commandant III-19 R.I. bepalen wanneer de aanvankelijke opstellingen weer zouden worden ingenomen.
Om pl.m. 11.00 uur kwam dit bericht en is uitgevoerd. Daarna werd de tegenaanval teruggeslagen.
Voorgelezen, volhard en geteekend,
Achterberg, 22 Juni 1940,
w.g. N.A. Schuman.
Kazemat 37 en 36. Deze Sectie - de vrije opstelling inbegrepen - is verplaatst naar de Poort bij (kilometer)paal 26 om de rechter vleugel van de grendelstelling in te nemen bij de aanleuning aan II-11 R.I. Een bevel voor teruggaan heb ik nooit ontvangen.
w.g. N.A. Schuman.
Voor eensluidend afschrift,
De Kapitein,
(get.) J.K.H. de Roo van Alderwerelt.
|
