Verhoor van sergeant J.J.F. Kemming
Verklaring
Heden Vrijdag 17 Mei 1940 heb ik, Mr M.P. Plantenga, Luitenant-Adjudant van I-19 R.I., in tegenwoordigheid van den Sergeant D. van Leeuwen, ondervraagd den Sergeant J.J.F. Kemming, Commandant van den Regimentspatrouille van 19 R.I., zulks naar aanleiding van hetgeen heeft plaats gehad in den vroegen namiddag van Maandag 13 Mei 1940.
Genoemde Sergeant verklaarde als volgt:
"Maandag 13 Mei 1940 omstreeks 13.00 uur kwam ik terug op de commandopost van 19 R.I. van een bewakingspatrouille in de onmiddellijke omgeving van den commandopost. Ik vond daarbuiten verzameld op de Oude Veenendaalsche Grindweg met het front naar Prattenburg een groot gedeelte van de Officieren van den Regimentsstaf en een groot gedeelte van het verdere gedeelte van dien Staf.
Ik hoorde van iemand - wie kan ik mij niet meer herinneren - dat een gedeelte van de Regimentspatrouille vooruit was ter beveiliging van de Overste. Ik zag eenige wielrijders verdwijnen in de richting van Prattenburg, en in de mening verkerende, dat dit het [?] vooruitgezonden gedeelte van de Regimentspatrouille was, wilde ik daar achteraan om het commando op me te nemen. Op dat moment zei Kapitein Brandt tot mij: "Ik heb nog een bericht voor je" en enige ogenblikken daarna: "Ga naar commandopost van Commandant I-19 R.I. en zeg dat het Regiment terugtrekt in de richting van Veenendaal".
Ik kreeg de indruk, dat er geen minuut te verliezen was, men was tamelijk zenuwachtig en de Staf ging ongeorganiseerd weg op de fiets. Er werd noch vóór noch op die tijd vuur op de commandopost ontvangen.
Ik ben toen met een Korporaal en een Soldaat per rijwiel gereden naar den commandopost van Commandant I-19 R.I. en werd daar aangehouden door een post in de loopgraaf die mij het wachtwoord vroeg. Ik wist dit niet, waarop ik den post zeide dat ik een dringende boodschap heb voor den Majoor. Deze werd toen gewaarschuwd door den Sergeant Van Leeuwen, die vanuit de commandopost te voorschijn kwam.
In de loopgraaf heb ik de Majoor Meijerman toen gesproken en hem gezegd: "Bericht van de Overste: U moet onmiddellijk terug trekken in de richting Veenendaal".
De Majoor Meijerman heeft mij het bericht nog eens laten herhalen; waarop ik weer ben vertrokken. Langs de spoorlijn ben ik toen gefietst naar de overweg bij het Station Veenendaal en vandaar over de Kerkewijk naar het punt waar de Cuneraweg uitmondde op de grote weg. Er kwamen daar geregeld troepjes wielrijders langs, zeer ongedisciplineerd, en aangezien ik de Regimentsstaf nergens kon vinden, ben ik begrijpende, dat de terugtocht in vollen gang was, met de stroom meegereden door Prattenburg, steeds uitkijkende of ik de Regimentsstaf ergens kon vinden. Ik verkeerde namelijk in de veronderstelling, dat 19 R.I. een nieuwe stelling zou gaan bezetten en ben daarom doorgefietst naar Werkhoven, om de nieuwe standplaats te vernemen.
Aldus opgemaakt en getekend te
IJsselstein den 17e Mei 1940.
(get.) Kemming
(get.) Van Leeuwen
(get.) Plantenga
|
