Verklaring van dienstplichtig sergeant H.W. Koldewe

Verklaring van de dienstplichtig sergeant H.W. KOLDEWE van
3-III-19 R.I. afgelegd in de vergadering van de Commissie
Militaire Onderscheidingen dd. 14 Juli 1947.

Ik was ingedeeld als sergeant toegevoegd van de kapitein VAHL. De commandopost van de kapitein was bij een boerderij. De kapitein heeft 's nachts (13 Mei) om plm. 3 uur opdracht gegeven om front te maken naar de Grebbeberg. Wij hebben noodschuttersputten gegraven langs de Friesesteeg. Wij hadden alleen pioniersschoppen tot onze beschikking. De volgende morgen konden wij weer terug in de oude stelling. Vreemde troepen werden ingezet langs de Friesesteeg richting Grebbeberg. Er kwam hevig vijandelijk vuur op die troep, die enige tijd later terugkwam. Onze compagnie bleef op zijn plaats. Er kwamen ordonnansen die de opdracht van de kapitein brachten dat de stelling bezet moest blijven met het front naar het water. Er werden wel uitkijkposten en schildwachten uitgezet langs de Friesesteeg front Grebbeberg (van de 4e sectie). Wij kregen geen directe infanterie-aanval, wel zwaar artillerievuur. De granaten vielen zeer kort na elkaar. Het geluid van de ene was nog niet weg, of de volgende explosie volgde.
Ik zat niet altijd bij de kapitein op de commandopost; wel tijdens dit artillerievuur. Er was geen telefonische verbinding meer met de majoor. Sergeant KOEKOEK is toen met een patrouille gestuurd naar de bataljons-commandopost. Volgens hem was die commandopost verlaten. Ik was bij de kapitein toen sergeant Koekoek werd weggestuurd, maar niet toen hij terugkwam. Hij moet die tocht wel onder artillerievuur hebben afgelegd.
Onze rechtercompagnie was inmiddels teruggetrokken. Ik weet niet of de kapitein WESTHOF hiervoor bevel had gekregen. Wij moesten terugtrekken naar de spoorlijn Rhenen-Veenendaal.
De stelling van de linkercompagnie was ook verlaten. Mij is niet bekend of de kapitein dit reeds wist. Ik heb de rechtercompagnie zien wegtrekken. De eerste groepjes van deze compagnie heeft de kapitein VAHL op onzachtzinnige wijze teruggestuurd. Toen beide kapiteins elkaar ontmoeten was ik er niet bij. De kapitein VAHL heeft met de terugtocht gewacht tot de patrouille van sergeant KOEKOEK terug was. De kapitein WESTHOF was inmiddels met zijn compagnie onze stelling gepasseerd. Onze kapitein zei bij deze gelegenheid tegen de officieren en onderofficieren "Jullie zijn gek dat je je stelling uitgaat. Jullie hebt nog niets meegemaakt. De stellingen zijn nog best te houden". (of woorden van die strekking). Dezelfde woorden sprak de kapitein ook tot ons. Toen de soldaten hem vroegen waarom wij niet terug gingen, zei hij: "Er is nog niets aan de hand waarvoor wij terug moeten". Nadat de sergeant KOEKOEK terugkwam met de mededeling dat de bataljonsreserve en de bataljons-commandopost geheel verlaten waren heeft de kapitein bevel gegeven tot de terugtocht. De kapitein kwam na mij. Ik kreeg een deel mee van de commandogroep en enkele manschappen van de vierde sectie. De kapitein wachtte tot de rechter-voorsectie terug kwam uit het voorterrein. Dit was de sectie van de 1e luitenant DRIELSMA die voor de bosjes zat. Toen is de kapitein meegegaan. Bij de kapitein waren de soldaat NIJLAND, tamboer GUICHELAAR [Guchelaar] en nog enkele mensen. Deze genoemde mensen zijn bij de terugtocht door artillerievuur gesneuveld.
De reserve-sectie was al met de bataljonsstaf meegegaan. Er lagen drie secties in voorste lijn.

De houding van de kapitein was terneergeslagen omdat wij terug moesten. Hij heeft getracht zolang mogelijk te blijven. De kapitein heeft gezorgd dat wij zoveel mogelijk ordelijk terugtrokken. Wij zagen tegen de kapitein op. Hij was moedig.

In de nacht van de 13e op de 14e moesten wij stelling nemen teneinde de terugtocht te dekken van de troepen die van de Grebbeberg kwamen. Vroeg in de morgen zijn wij op bevel vertrokken en probeerden naar de provincie Zuid-Holland terug te trekken. Wij kregen bericht dat de weg bij Zeist reeds afgesloten was. Toen waren wij aan alle kanten ingesloten. De kapiteins WESTHOF en VAHL hebben samen overlegd en waren van mening dat we er niet meer uit konden breken zodat het dus het beste was dat wij ons overgaven, temeer daar de troep een mars van 13 uur achter de rug had en totaal uitgeput was. We hadden niet erg veel munitie. Wij hebben pantserwagens en tanks gezien, die verdwenen na een aanval op de troep te hebben gedaan waarna wij in de bossen vluchtten. Op het moment van de overgave zagen wij geen vijand. De overgave geschiedde door een officier per motor.

's-Gravenhage, 14 Juli 1947.
(get.) H.W. KOLDEWE.

Opgen.: F.M.V.
Typ: E.V.

Download brondocument in PDF-formaat Brondocument
(PDF, 1.26 MB)