Verklaring van hulpaalmoezenier A.F.M. Monchen
Verklaring afgelegd door den Hulpaalmoezenier A.F.M. MONCHEN
van Staf IIe Legerkorps in de vergadering van de Commissie
Militaire Onderscheidingen op 17 Maart 1947.
Ik was destijds hulpaalmoezenier bij Staf IIe Legerkorps en ben op verzoek van den Generaal naar de Grebbe gegaan, alwaar ik overdag hulp zou bieden. 's Nachts zou ik naar Driebergen gaan om zoonoodig ook daar nog van dienst te zijn. Ik ben Maandag tegen 16.00 à 17.00 uur vanaf de hulpverbandplaats achter de Koerheuvel op eigen gelegenheid teruggetrokken. Bij de Stoomhamer [? De Stoomhamer lag oostelijk van de spoorlijn.] stond een vrachtauto, die doorzeefd was met kogels. Op het moment dat ik passeerde werd er van uit de auto niet geschoten.
Langs den weg vond ik 's Maandags een jongen, die naar ik meen een hoofdwonde had. Ik kende dezen jongen niet en naar het herkenningsplaatje heb ik niet gezocht. Waar bij mij geen zekerheid bestond of het lichaam al geheel dood was, heb ik den jongen alsnog van het Heilig Oliesel voorzien. Later meende ik uit een foto, die mij getoond werd, bedoelde jongen te herkennen als den kornet Mignot. Toen ik de foto van den kornet zag was mijn eerste opmerking: "Deze jongen heb ik bediend."
Ik heb op den Grebbeberg soldaten die met de witte vlag terugtrokken aangespoord weer naar hun stellingen te gaan. Op deze aangelegenheid, waarvan destijds een verslag is opgemaakt, ga ik thans liever niet in, aangezien het met de zaak van den kornet Mignot niets heeft uit te staan.
's-Gravenhage, 17 Maart 1947
(get.) A.F.M. Monchen.
|
